Naar de inhoud

Bewust_zijn

mijn levensvisie
akke.beakke.be

Archief

Foto's op blog.

Soms probeer ik wat te grasduinen in andere blogs. Je weet nooit of je een gelijkgestemde viool tegenkomt. Maar helaas! Veel blogs zijn loodzwaar en het duurt een eeuwigheid voor je ze op je scherm krijgt. Zéker met een internetverbinding die niet erg snel loopt. Ik hou het dan ook al gauw voor bekeken en stop het downloaden.

De oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk in het feit dat veel bloggers hun marges volstouwen met piepkleine fotootjes (die tóch evenveel cyberplaats innemen als grote). Al die foto’s moeten, om het blog op je scherm te krijgen, worden gedownload. Soms honderden, + een heleboel gadgets. En dat kan duren… en blijven duren!

Nu ja… elk zijn goesting en ik moet wél bekennen dat zo’n marges mooi ogen. Zelf leg ik het een beetje anders aan boord.

Ik zet ook foto’s op mijn blog, maar dan wél in het tekstgedeelte en passend bij de tekst. Vermits dié berichtjes standaard maar met tien tegelijk openen, gaat het downloaden in een wip. Liever een lege marge dan een loodzware die de bezoeker ontmoedigt en soms toch niet interesseert.

Maar… hoé pas je zo’n foto precies dààr waar je hem wilt in je tekst? Er zijn waarschijnlijk veel manieren, maar ik hou het bij mijn eigen manier, ontwikkeld na enkele teleurstellingen. De foto’s worden allemaal van mijn harde schijf naar sennet upgeload en zijn niet gelinkt aan enige URL. Voor wie interesse heeft volgt hier mijn werkwijze:

1. De foto verkleinen! Dat kun je met een programma dat je via Sennet zélf kunt downloaden. Sennet plaatste er ook een glasheldere uitleg bij, zowel voor de installatie als voor het gebruik. Beter kan ik het niet. Dit is de link:
http://www.seniorennet.be/Pages/Overige/support.php?hulp=418

2. De tekst invoegen.
A. Sennet blogs - Administratie – toevoegen.
B. Je typt of plakt je tekst in het invoegformulier.

3. ‘Tabellen invoegen.

955516-87d36fb712eb85df22079cca1985cc7d.JPG
Op de plaats waar je foto’s wilt voeg je een ‘tabel’ in van 1 rij en 1 kolom (gewoon een kader dus). Je zet daarvoor je cursor op de juiste plek in je tekst, en klik daarna het symbool ‘tabel’ aan.





Dan krijg je het volgende dialoogvenster:

955516-1d936ebcc122d864ead1c47080979f9c.jpg
Alle rood omringde gedeelten moet je zelf invullen, want ze staan op andere, of helemaal géén waarden. Bij ‘uitlijning Tabel’ kun je kiezen tussen links, rechts, gecentreerd, enz.

Uitlijning tekst is voor onze toepassing niet van belang.

De kleuren kies je door het vakje ‘kleur’ aan te vinken. Je krijgt dan een kleurenpalet waaruit je kunt kiezen.

Tenslotte zie je in de preview onderaan hoe je kolom er zal uitzien. Daar staan altijd 3 kolommen, maar daaraan hoef je je niet te storen. Je klikt nu OK en de kolom is netjes ingevoegd op de plaats van je cursor.

955516-6c9dbef424cf73069f4ebfaf08fed238.JPG
Staat hij toch niet helemaal juist? Even de muispijl er op tot die in een kruisje verandert en je sleept de kolom naar waar je wilt.

Zorg er ook liefst voor om twee keer zo’n tabel in je tekst te plaatsen en ook twee foto’s toe te voegen. Want één foto gaat niet! Wil je er persé maar eentje, maak dan één kolom, maar voeg straks twee foto’s (eventueel dezelfde) toe. Eentje daarvan kun je dan in een volgende stap weer wissen (muispijl erop, rechter muisknop, en ‘knippen’).


4. Foto’s toevoegen.

955516-8bc4dfaeb37c33e08d99b024dbca9463.jpg
In mijn geval, foto’s van de harde schijf:

Klik op ‘bladeren’ bij foto 1 en kies de (verkleinde!) foto van je harde schijf.

Doe hetzelfde voor foto2.


5. Eerste keer opslaan.
Scrol nu naar beneden, vink het vakje ‘kladversie’ aan en klik daaronder op ‘toevoegen’.

6. Foto’s juist plaatsen.
Klik eerst weer op ‘wijzigen’ bij Sennet administratie, en klik dan op ‘wijzigen’ bij de titel van je kladbericht. Je bericht verschijnt, de (lege) kolommen staan netjes op hun plaats en je twee foto’s zijn helemaal onderaan ingevoegd.
Nu moet je ze nog verslepen naar het juiste kader (tabel). Muispijl op de foto en als het pijltje een kruisje wordt rechterknop ingedrukt houden en dan kun je verslepen. Moet je helemaal naar de bovenkant van je tekst, dan zul je dat de eerste keren in stappen moeten doen: telkens zover je kunt in het venster. Daar de muisknop lossen, naar omhoog scrollen, en weer verder slepen, tot het juiste kader zichtbaar wordt. Je sleept de foto er nu gewoon in, lost de muisknop en het kader past zich automatisch aan de grootte van de foto aan. Met de hoekpuntjes van de foto kun je nu ook nog zoomen tot je de gewenste grootte bekomt.

Je kúnt ze ook wel in één keer van beneden naar boven slepen, maar dat vergt enige oefening: je moet de muispijl dan precies tegen de bovenrand van het tekstkader blijven houden. Wat zoeken, want het luistert héél nauw. Voorzichtig wat omhoog en naar beneden bewegen, tot de juiste plaats is gevonden en de tekst gaat scrollen.

7. Laatste controle
Als alles netjes staat waar het moet staan, scrol je nog even naar beneden, want daar waar de foto’s stonden, zijn nu spaties. Die wis je best.

Dan controleer je of het vakje ‘kladversie’ nog aangevinkt staat. Normaal niét meer!!! Dus, opletten als je nog niet direct wilt publiceren, en het terug aanvinken alvorens op ‘toevoegen’ te klikken.

8. Publiceren:
Vinkje weg bij ‘kladversie’, datum controleren en op ‘toevoegen’ klikken. En nu snel naar je blog gaan kijken: is alles netjes op zijn plaats gevallen? Oef!
Zoniet: kijken wat moet aangepast worden, en dat doen via ‘wijzigen’.

Een heel pak werk? De eerste keer wel, maar je hebt het vlug in de vingers!

Misschien de eerste keer mijn tekst uitprinten en naast je leggen?
Kun je dat niet? Kom nou! Selecteer met ingedrukte linkermuisknop de tekst die je wilt uitprinten, klik daarna met de rechter muisknop in de geselecteerde tekst en kies ‘printen’. Makkelijker kan niet.

Willy.

Geschreven door Willy om 10:48 Reageer op dit bericht

Beleid.

Dit stukje is niet geschreven om bepaalde nationaliteiten te viseren, maar om duidelijk aan te tonen dat gezond beleid, met de juiste mensen op de juiste plaats, wonderen kan doen en de samenleving een stuk aangenamer en veiliger maken.

Daarvoor zijn slechts twee voorwaarden te vervullen:

1. De juiste mensen op de juiste plaatsen;

2. Die mensen de bevoegdheden en het respect geven dat hen toekomt.

In het huidige België echter wordt heel krachtig gewerkt om beide voorwaarden tot op de bodem af te breken. Hoe kan dan nog van enig beleid sprake zijn als de mensen die het moeten waarmaken alle middelen worden ontnomen?

Daar gaan we dan met mijn twee voorbeeldstukjes:

Nederlandse studenten…

Steeds nog heb ik binnenpretjes als ik aan de jaren zeventig denk en de plotse invasie van Nederlandse studenten die we kregen in onze badstad. Nachtelijke bezoekers nog wel! Die zaten dan op verschillende campings in Cadzant en omstreken en kwamen de bloemetjes effe buitenzetten bij ons. Jaar na jaar weer. Zodra in Nederland de hogescholen en universiteiten sloten waren ze daar. Dat heeft een drietal jaar geduurd. Toen werd het in de kiem gesmoord.

Al hadden we al onze handen vol aan de Belgische snobjes; we kregen er nu de Nederlandse ook nog bij! Het begon klachten te regenen in het politiekantoor.

De klachten verschilden wel wat van de klachten die door onze eigen snobjes werden uitgelokt. Bij die Nederlanders ging het vooral over nachtrustverstoring op de meest onwaarschijnlijke manieren. Zo herinner ik me een slapend echtpaar dat plots een volle bloempot op het bed gegooid kreeg van benedenaf door het open raam. Een ander geliefkoosd praktijkje was dan een sanitaire stop doen in de brievenbussen…

Het gebeurde allemaal in één straat. Waar één dancing was. Maar dan wél in een straat waar rustige werkmensen woonden die de volgende morgen uit werken moesten en al dat lawaai en drukdoenerij konden missen als de pest.

Maar het allerergste was de plaag van fietsdiefstallen. Die kerels kwamen in de vooravond van Cadzant al liftend, bleven hier plakken tot in de morgenuren maar vonden dan natuurlijk geen lift meer naar hun camping. En het meest voor de hand liggende was dan een fiets stelen.

Commissaris Hongermaat werd het na een paar jaar grondig beu. Het hele korps kreeg opdracht om er met de grove borstel door te gaan. Zo kon het niet langer.

Om een paar ‘incidentjes’ te noemen:

Op een vroege morgen reden Fred en ik over een dijk die naar Nederland liep. Deden we altijd ’s morgens, want zowat elke fietser die je daar naar Nederland zag fietsen zat op een gestolen fiets. Maar die morgen was het nog een stukje erger. Er was in onze badstad nog één bakker die brood aan huis bracht met een heuse bakfiets! En die hadden ze toch wel gestolen zeker? Eéntje trapte, ééntje zat achterop, en er zaten er toch wel een viertal in de open ‘bak’.

Mio Buus reed ’s morgens om 5 uur met de fiets naar het bureel, en zag op een bankje een Nederlands koppeltje naakt op elkaar liggen en hun ding doen. Hij stopte en klopte op de schouder van de jongen.

- Hé vent, gaat het niet misschien?

- Jawel hoor! Antwoordde de Nederlander en ramde naarstig verder.

Vijf minuten later zaten beiden natuurlijk ‘op het bankje’ op het politiebureel. Ze mochten nog van geluk spreken dat Mio hen de tijd had gegeven zich terug aan te kleden. Ik zag hem namelijk best in staat ze naakt mee te nemen als ‘bewijs’.

Enfin, ‘de grove borstel’ was gezegd, de grove borstel gebruikten we. En óf het werkte! We maakten ze een bepaalde zomer het leven zo zuur dat het fenomeen snel ging uitbloeden en de bevolking weer op beide oren kon slapen. Het was gedaan, en die geschiedenis heeft zich nooit meer herhaald.

Dit verhaaltje is geen fictie! Waar gebeurd, en ik vertel het met een bijzondere reden: van zodra een groep, een volk of een cultuur de levenskwaliteit van de autochtonen komt ondermijnen, moet worden ingegrepen. Wié of wat ze ook zijn. Van racisme is hier totaal geen sprake. Van afkeer tegen een of ander buurland evenmin. Want of het nu Belgen, Nederlanders, Duitsers of Chinezen zijn, die de orde en de veiligheid verstoren, er moet opgetreden worden. De politie moet daartoe over alle middelen kunnen beschikken om haar taak naar behoren te vervullen. Meteen aan de bron aanpakken alvorens het escaleert.

En dàt was wat commissaris Hongermaat zo goed had begrepen. Dàt maakte onze badstad de veiligste van België. Dát maakte het succes van de badstad. En daar ben en blijf ik fier over.

En dàt is wat onze overheid pas zal begrijpen als het totaal uit de hand gelopen is en er geen terugweg meer mogelijk is. Want nu word nog steeds het omgekeerde gedaan: de politie durft bijna niet meer op te treden omdat tientallen wetten hem toch in het ongelijk stellen zodra hij ook maar iéts onderneemt om de brave burger te beschermen. En honderd advocaten staan klaar om de crimineel te beschermen. En honderd rechters vragen niets liever dan hem (de politieman! Niét de crimineel) aan het kruis te nagelen.

Multicultuur.

En om nu nog maar eens de vergelijking te maken met onze escalerende multiculturele samenleving:

In mijn hoekje van België hadden we in die tijd geen last van kleurlingen. Er liepen er wel een paar, maar het waren uitzonderingen. We hadden er geen problemen mee. Behandelden ze als alle anderen. Het woord racisme hadden we nog niet geleerd.

En toch… plots hingen er aan verschillende dancings bordjes: “Noordafrikanen niet toegelaten”. Dat verwonderde ons natuurlijk. En toen we bij de verschillende dancinguitbaters uitleg gingen vragen kregen we telkens weer hetzelfde antwoord:

- Ze vallen de meisjes lastig voor een flirt, maar houden wél hun eigen meisjes thuis. De meisjes dreigen ons dat ze de dancing niet meer te zullen bezoeken als we die kerels niet verbieden. En dus, om onze broodwinning te beschermen kunnen we wel niet anders.

Zo. Dat wisten we dan alweer. We konden die woorden niet in twijfel trekken, want voor die uitbaters maakte het niet uit wie een biertje betaalde. Als het geld maar binnenliep. Als ze die gasten echt buiten hielden moesten ze wel een grondige reden hebben, want niemand weigert zomaar een klant.

Maar enkele jaren later verdwenen die bordjes. Allah had gejankt. Allah had ‘racist’ geroepen. En vadertje staat was er ingelopen. De antiracismewet was een feit geworden. Nu móchten onze meisjes vrij verkracht worden. En ergens in Vlaanderen ging ene Paula d’Hondt rustig slapen. Ze had het toch maar weer voor elkaar gekregen die arme drommels de nodige bescherming te bieden! De grootste decadentie uit onze vaderlandse geschiedenis kon beginnen!

Arme Paula! Zalig zijn de armen van geest.

Wat ik met dit alles vooral wil benadrukken is dat je met een ‘beleid’ zondermeer nergens komt. Je moet ook de nodige elementen inschakelen om dat beleid waar te maken. En zéker die elementen niet zélf eerst kortwieken. Want dat is proberen een oorlog te winnen met een massa aan kostbare wapens, die je eerst helemaal onklaar, en dus nutteloos maakt!

Beleid vraagt moed. Beleid vraagt om toegepast te worden. En het kan pas worden toegepast als de middelen daartoe niet schromelijk worden gekortwiekt met absurde wetten en betuttelende reglementen.

Willy.

Geschreven door Willy om 10:19 Reageer op dit bericht

Innige deelneming.

956455-ad311d5da89dcfe8ee1c25d39382c88e.jpg


Droevige feesten aan alle Vlamingen!

Vluchten voor Allah!

Jawel! Moslims ontvluchten massaal de Moslimlanden!

Marroko, Lybië, Algerije, Afghanistan, Tunesië, Egypte, Turkije en noem maar op! Ze vluchten massaal naar ‘betere’ landen. Landen dus zoals het onze!

Waarom of waarvoor? Is hún vaderland dan niet goed? Zo te zien niét dus!

Waarom niet? Drie keer raden! Omdat in Moslimlanden de Islam heerst en de bevolking, zoals onder de meeste gezaghebbende religies, arm en dom wordt gehouden en beterschap dus nog niet voor morgen is.

En dus vluchten ze in werkelijkheid voor Allah en de Islam! Groot gelijk.

Maar wat ik dan weer niet begrijp is waarom ze diezelfde Islam dan zo dringend naar hier willen meebrengen! Of snappen ze écht niet waar ze voor vluchten? Kom nou. Nu kun je mensen wel dom houden, maar zó dom dat ze niet eens snappen dat ze dom gehouden worden… dat lijkt me er toch wel over. Dat moet dan wel héél diep in de genen ingeworteld zitten.

Hebben ze de gevolgen daarvan dan niet in eigen land gezien? Of willen ze die gevolgen hier alleen maar komen importeren om dan weer van hiér te kunnen wegvluchten eenmaal dat de Islam ook ons land naar de vaantjes heeft geholpen? Beroeps-asielzoekers dus!

En toch… áls ze dan al dom zijn, ze zijn toch niet ook blind? Zien toch ook wel wie al die dingen die ze hier zo gretig gebruiken en waarvan ze zo gretig profiteren uitgevonden heeft? Wat hebben Moslims de laatste vijfhonderd jaar uitgevonden? Wat heeft hún samenleving voortgebracht dat niét door andersdenkenden werd uitgevonden? Hoé ik ook zoek, in vind totaal niets, tenzij een totale evolutiestop die al eeuwen aansleept.

Vluchten is bijgevolg pas zinvol als je datgene wat je ontvlucht niet met je meesleurt! Zouden die mensen dat nu echt niet begrijpen?

En begrijpen onze regeringen dat ook niet? Vinden die écht dat wij maar naar datzelfde niveau moeten overschakelen? Want andere mogelijkheden zijn er immers niet om het multiculturele wimpel hoog te kunnen houden. Zijzelf weigeren immers om naar ons niveau op te klimmen en hun geloof in die sprookjes van duizend en een nacht maar op te geven!

En dan zal het ook nog wel ónze schuld zijn zeker dat de hele multiculturele janboel grotesk aan het mislukken is?

De situatie is nét dezelfde als bij een arme en een rijke: laat de rijke de helft van zijn vermogen aan die arme geven, en dan zijn ze allebei even rijk.

Tenminste… dat denken de simpelen van geest. Wie verder nadenkt weet dat je binnen de kortste keren en in het beste geval, wéér een arme en een rijke hebt… of in het ergste geval, waar die rijke maar blijft geven, twee armen!

En hier volgt dan weer een nieuwe wiskunderegel:

*** De grootste gemene deler van een arme en een rijke is ***
*** niet twee halve rijken, maar wél twee hele armen. ***

Daaruit volgt al onmiddellijk dat de grootste gemene deler in een multicultuur zoals het hier aangepakt wordt, een multiverachterd volk is.

Dat laatste is wat er momenteel in Europa aan het gebeuren is.

De zo begeerde rijkdom die ze hier komen zoeken zit niét in de portefeuille, maar tussen de oortjes. En als het daar niet goed zit kun je net zo goed je portefeuille weggooien, want dan blijft er toch niks in.

Boodschap aan de 75% nog overblijvende autochtonen:

We zijn goed bezig! Gelukkige feestdag gewenst.

Misschien tóch maar even nadenken?

Of… verder slapen?

Willy.




Geschreven door Willy om 09:25 Reageer op dit bericht

Multicultureel drama.

Migrantenbeleid… Wát een zinloos woord! Hoé zijn we er toe gekomen? Hoé is het zo uit de hand kunnen lopen? Zijn we al dan niet racisten? Ik weet het niet. Wat ik wél weet is dat we geschiedenis aan het schrijven zijn: het einde van onze ooit zo heerlijke Vlaamse volkscultuur! Waar Vlamingen thuis waren. Waar Vlamingen konden drinken, roken en lachen in hun stamkroegjes. Waar jankerds en verzuurders het nakijken hadden.

Ik ben nooit rechtstreeks met migrantenproblemen betrokken geweest, heb er nooit enig zicht op gehad. Integendeel, ik zat in een hoekje van België waar het fenomeen ‘migrant’ nauwelijks voorkwam. Maar kan nu enkel maar zien wat elk logisch denkend mens ziet op straat, op TV, en in de vele louche winkeltjes en nachtwinkeltjes die al dan niet als witwasserijen voor heel andere praktijken in stand worden gehouden.

En toch, vanuit mijn standpunt als leek wil ik hier even schetsen hoe dat alles is ontstaan, maar voeg er al onmiddellijk aan toe: dit verhaal is het gevolg van deductie. Van mijn persoonlijk terugdenken naar de bron. Het staat dus iedereen vrij er geloof aan te hechten of niet. Persoonlijk ben ik wél rotsvast overtuigd van ‘mijn’ waarheid. Wie er een andere mening op nahoudt kan gerust reageren.

1. De jaren vijftig en zestig.
De oorlog was al lang vergeten, de heropbouw bijna voleindigd, de tewerkstelling zo goed als totaal, en de welvaart steeg zienderogen. Gewone mensen konden zich plots al een bromfiets veroorloven… enkele jaren later een autootje… TV… Allemaal luxeartikelen die een decennium vroeger niet aan de orde waren. In de eerste naoorlogse jaren stond in mijn ouderlijk huis niet eens een zetel. Zitten deed je op een stoel. Radio hadden we niet. Wél een koffergrammofoon en enkele grijsgedraaide 78 toerenplaten. En in elke wijk zaten wel een paar muzikanten die er de sfeer inhielden op warme zomeravonden, als iedereen buiten stond te keuvelen.

Maar Vlamingen waren noeste werkers. Wie aan de dop stond was daar meestal zelf verantwoordelijk voor en in de meeste gevallen was dat ook maar voor heel korte tijd, want het genadegeld dat je daar kreeg volstond amper om te overleven. De hele week werd hard gewerkt, goed verdiend, en enkel in de weekends kon dan worden geprofiteerd van de weinige luxe die men zich door hard werken had kunnen veroorloven.

2. De jaren vanaf 1970. A. Oorzaken.
Helaas! Stijgende welvaart en luxe bleken ook stijgende luiheid in de hand te werken! Werkuren waren al drastisch verkort, lonen gestegen, vakbonden waren heer en meester over de industrie en werklui wilden steeds meer verdienen om steeds meer van de verworven luxe te kunnen genieten. De jeugd werd ook heel anders opgevoed: niet meer tot ‘werkmens’, maar tot ‘profiteermens’.

En het kon niet uitblijven: doppen werd een steeds aantrekkelijker alternatief voor werken. Vooral de zwaarste of vuilste jobs werden niet meer of nauwelijks nog ingevuld. De kolenmijnen bijvoorbeeld: de Vlamingen hadden er zich al voldoende rijk in gezwoegd en waren terug naar Vlaanderen getrokken, waar ze mét de verworven buit hun eigen industrie opbouwden. De walen trokken er de neus voor op om in hun mijnen te gaan werken.

In bepaalde industrieën werd het dan ook moeilijk om bepaalde jobs ingevuld te krijgen. Niét omdat er geen potentieel te vinden was, maar omdat dit potentieel zich hoe langer hoe meer tot het stempellokaal, OCMW of ziekenkas aangetrokken voelde, en verheugd mocht vaststellen dat het niet al te veel moeite kostte om van parasitisme je beroep te maken.

3. De jaren vanaf 1970. B. Gevolgen.
De industrie wendde zich dan ook, terecht, tot de regering: als dat zo blijft voortduren stevenen we recht op de ondergang af. We hebben dringend nood aan betaalbare arbeidskrachten. In de regering werd over het fenomeen nagedacht. Men kon twee kanten uit:

a. De lui geworden eigen bevolking weer tot werken aanzetten door de sociale voorzieningen wat terug te schroeven tot een aanvaardbaar peil. Maar daarvoor moest een strijd met de vakbonden worden aangegaan, en dat durfde men niet! Zou stemmenverlies betekenen.

b. Als de eigen bevolking niet meer wilde werken, dan maar vreemden aantrekken. Was makkelijker, en leverde geen strijd noch onsympathieke maatregelen op.

Natuurlijk werd, zoals steeds in de politiek, de weg van de minste weerstand gekozen. Vreemden aantrekken dus! Aanvankelijk waren het Hongaren die er dankbaar gebruik van maakten wegens de politieke rellen in hun land. Dan volgden anderen. En dat lukte perfect zo lang die vreemden uit Europa en gelijkaardige culturen kwamen: Italië, Spanje, enz. Die mensen vestigden zich hier, vormden één met de plaatselijke bevolking, klaagden niet en hoefden ook geen centra voor gelijke kansen te eisen. Die kansen kregen ze zó omdat ze die ook verdienden door hun arbeid. (Eisen doen alleen mensen die zelf niets weten te verwezenlijken.)

Maar toen ook dié bron was uitgeput, werd, gemakshalve voortbreiend op de kous die de vorige generatie politici had aangezet, naar andere volkeren uitgekeken. En toen begon het helemaal mis te lopen.

Maar juist in dié cruciale jaren had, met een klein beetje gezond verstand en politieke moed, de zaak helemaal anders kunnen aangepakt worden. De vreemden hadden, zodra werd ingezien welk vlees men in de kuip had, op hun plichten moeten gewezen worden en de eigen bevolking op hun rechten. Maar juist het omgekeerde gebeurde. Met de alom gekende gevolgen. En wie die gevolgen nóg niet heeft onderkend is stekeblind of moet hoognodig iets aan zijn hersenen laten doen. Want daar zullen dan wel grote kosten aan zijn. De milde gastheer hoeft zich niet aan te passen aan de gast, maar juist andersom.

In elk geval, men heeft de zaak nu al zodanig laten escaleren dat een ‘gentleman’s agreement’ niet meer mogelijk is. Dat probeert men nochtans wel, door ze op onze kosten en nog een gouden handdruk terug naar huis te sturen. Maar dat werkt al lang niet meer. Daar werd veel te lang mee gewacht. Daar hebben de vele uitheemse baarmoeders ondertussen ook al een stokje voor gestoken. Wie in België wordt geboren is immers van nature uit ook Belg.

Maar ook dát zou geen probleem geweest zijn, moesten die zogenaamde nieuwe ‘Belgen van natuur’, ook als ‘Belgen van cultuur’ waren opgevoed. Maar dat kon blijkbaar niet. Was teveel gevraagd. WIJ moesten onze cultuur aanpassen. Niét zij.

De verschillende opeenvolgende regeringen hebben dat beginsel steeds meer in de verf weten te zetten. Met wetten tégen de eigen bevolking; met wetten vóór de vreemdelingen. En nu zit men met de gebakken peren.

Een ‘goede’ oplossing bestaat niet meer en hoeft dus ook niet meer gezocht te worden. We kunnen enkel nog naar de minst slechte oplossing zoeken en dan ook de politieke moed hebben ze toe te passen!

België lijkt niet meer in staat een regering te vormen. Door het struikelen over kleine communautaire probleempjes van eigen keuken. Oók zelf gebrouwen door voorgaande regeringen.

Maar… als dát al zo’n onoverkomelijk probleem is… Wat zullen ze doen als de bevolking eindelijk begint te snappen wat het allergrootste probleem is waaronder België gebukt loopt? Een probleem dat nu nog niet gesnapt wordt door de meerderheid. Omdat de regering en de media doen of de neus bloedt. Zich blijkbaar van geen kwaad bewust lijken. Dat is immers ook de makkelijkste weg… zolang de bevolking zich toch niet van de aankomende ramp bewust lijkt.

We hebben sedert 1831 strijd moeten voeren om met twee gemeenschappen met nochtans dezelfde cultuur overeen te komen. Hoe zullen we ooit uit dezelfde soort strijd, maar met totaal verschillende culturen komen?

Of politici dat niet weten? Jawel hoor! Heel hoog schat ik ze wel niet in, maar zó stom kunnen ze nu toch ook niet zijn. Maar ze WILLEN het gewoon niet weten. Ze willen op hun gemak zijn! Veel verdienen en weinig presteren! Het wordt telkens weer doorgeschoven naar volgende generaties politici, net als BHV.

Het is intriest te moeten vaststellen dat de rol van politici in de eenentwintigste eeuw alleen nog bestaat uit ‘de jankerds en verzuurders terwille zijn’, proberen herverkozen te worden, en de grote problemen in schromelijk geminimaliseerde vorm doorspelen over het schijnbaar eindeloze politieke veld. Hopende dat er ooit wel érgens een goede goalkeeper zal staan.

Ijdele hoop, want ondertussen wordt de multiculturele bal steeds groter, net zoals het voorbeeld BHV. Een Jean Marie Pfaff zal niet meer volstaan! Ze zullen zélf, en NU de handen uit de mouwen moeten steken.

De stier bij de horens vatten? Kom nou… dat kunnen ze nog niet met een lammetje. Cafébazen in het failliet storten is een pak makkelijker!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:28 2 reacties Reageer op dit bericht

De macht van macht.

Wie, net als ik, ooit deel heeft uitgemaakt van een politiekorps of iets in die aard, ervaart al gauw een aantal fundamentele veranderingen in zijn leven. Veranderingen die eigenlijk niets met je persoon, wél met je uniform of machtspositie hebben te maken.

De mensen in je omgeving veranderen. Waar je voorheen als Jan Anoniem door het leven ging, door niemand bekeken of opgemerkt, wordt alles dan anders.

In sommige winkels gaat er al gauw een procentje af van de koopwaar. In de garage word een mankementje aan je auto al vlug gratis hersteld… Je kunt er echt niet onderuit. Vanwaar die plotse ‘vriendschap’? Vanwaar die ‘vriendenprijsjes’?

Waar je vroeger enkel een paar goede vrienden had, probeert iedereen nu je vriend te worden. Zo herinner ik me mijn allereerste dag in het politiekorps. We waren met zes nieuwelingen en werden verwacht in het bureeltje van een hoofdinspecteur. Het eerste wat die man zei:

- Als je goede vrienden hebt, hou ze in ere. Want van nu af zal het moeilijk worden echte vriendschap nog te herkennen.

We begrepen het niet zo goed… maar zodra we op straat kwamen in uniform konden we er niet meer naast kijken. Want inderdaad, plots werd onze ‘vriendenkring’ reusachtig groot. Al moet ik hier ook een opmerking bij maken: onze vijandenkring steeg ook bijna evenredig.

En toch… voor wat mij betreft was ik toch gewoon dezelfde mens gebleven? Vanwaar plots al die positieve of negatieve belangstelling?

Het antwoord: het uniform. Al die mensen hadden totaal geen belangstelling voor mijn persoontje! Ze hadden belangstelling voor het uniform.

Ik liet het allemaal over me heen lopen, de wijze woorden van die hoofdinspecteur indachtig. Maar al spoedig ondervond ik dat dit niet bij iedereen het geval bleek. Sommigen voelden plots de kick van de macht. En het veranderde ze. Ja, sommigen veranderden zelfs fundamenteel. Gelukkig was dit fenomeen van echt fundamentele gedragsverandering eerder uitzondering dan regel.

Maar de meesten hadden er toch in mindere of meerdere mate ‘last’ van. Ik niet. Ik bleef wie ik was. Ik zette me in voor het naar behoren vervullen van mijn taak en vond niet dat ik daarvoor een ander persoon moest worden.

Ik moet hier wel onmiddellijk aan toevoegen: veranderen moét je wel wat in een dergelijke positie! Als je het eventuele watje blijft dat je voorheen waart straal je geen enkele autoriteit uit en lopen mensen over je heen. Maar dàt is dan enkel maar een oppervlakkige verandering die je af- en aantrekt met je uniform en je niet echt vanbinnen raakt. Tenminste, bij de meesten niet. Bij sommige anderen wél.

En achteraf bezien ben ik blij dat ik die ‘persoonsveranderingen’ van dichtbij heb mogen observeren. De kerels die genoten van de ‘macht van de macht’ zakten naar gelang de intensiteit van hun verandering, één of meerdere verdiepingen in mijn achting. De ergsten verbande ik gewoon naar de diepste kelders van mijn bewustzijn.

Ik vond ze persoonlijkheidsloze onzekeren. Hun eigen persoontje leek hen te onwaardig om enige betekenis te kunnen hebben, en dus wikkelden ze het maar in een uniform dat gezag moest uitstralen, en gingen dat gezag ook prompt misbruiken. Vond ik een beetje zielig.

Voelden ze zich nu beter? Ik hoop het, maar denk van niet. Maar nogmaals: het waren, in ons korps tenminste, uitzonderingen. Maar ze waren er wel.

Het van dichtbij meemaken van dit fenomeen heeft me ook een andere kijk op de hele samenleving gegeven: macht is gevaarlijk! En niet iedereen is tegen dit gevaar opgewassen.

Datzelfde soort macht vind je terug bij regeringen, bij artiesten, bij de TV en zowat overal om je heen. Nepmacht! Macht die afhankelijk is van een bepaalde positie. Neem die positie weg en je ziet weer de naakte persoon zoals hij is.

Want het persoontje binnenin? Dat blijft ondanks alle camouflage hetzelfde: zelfzeker of onzeker. Géén uniform of géén machtspositie kunnen daar enige verandering in aanbrengen. Dat kan enkel de persoon zélf.

Vind je je eigen persoontje niet evenwichtig genoeg? Niet slim genoeg? Niet interessant genoeg?

Dan zul je aan je binnenkant moeten werken. De buitenkant in een uniform of in welke machtspositie ook hullen, is enkel maar uiterlijke schijn en kan je echt niet de zekerheid geven die je nodig hebt.

Willy.

Geschreven door Willy om 08:59 Reageer op dit bericht

Rookvrij drama (2).

De reacties en mails op ‘rookvrij drama’ zetten me er toe aan dit onderwerp nog maar eens ten voeten uit te lichten.

Want inderdaad:

- Wààr is het bewijs dat je van roken dood gaat? Omdat je longen zwart of bruin zien in plaats van roze? Als je een roze muur zwart schildert is hij ook niet meer roze hé? Maar betekent dit dat de muur verzwakt is? Is er ergens een wet of natuurverschijnsel dat zegt dat longen roze MOETEN zijn om goed te functioneren?

- Longaandoeningen, hartaandoeningen, nierinsufficiëntie, kanker en weet ik veel, komen al voor sedert mensenheugnis, en toen was tabak niét bekend in onze contreien.

- Zo lang als mensen geboren worden, zullen mensen doodgaan. Waaraan? Joost mag het weten. De dokter weet het alleen als je rookt. Dan is het van de tabak. Zoniet staat hij verbijsterd dat zelfs niet-rokers durven ziek worden of sterven.

- Zodra je geboren wordt, is er één grote zekerheid in je leven: dood moét je vroeg of laat. Onze lichamen zijn niet gemaakt om eeuwig te leven. Maar volgens de medische wetenschap is doodgaan een doodzonde, en, zéker als je roker bent, is het bovendien je eigen schuld.

- Mensen die niét roken, of gestopt zijn met roken, zo mocht ik ervaren, zijn stukken gevoeliger aan depressies. Kunnen heel dikwijls de stress van het dagelijkse leven niet aan. Diezelfde dokters die het roken veroordelen schrijven dan vrolijk antidepressiva voor. Is dát gezond?

- Mensen die sowieso minder sterke longen hebben, doen er inderdaad best aan niet te roken. Maar moeten álle mensen dat daarom doen?

- Roken is een keuze die je zelf maakt. Voel je er je goed bij, dan blijf je roken. Ondervind je last, dan stop je toch, tenzij je helemaal gek bent? Dat verschilt van persoon tot persoon, nét als de keuze die ‘de dokter’ voor je maakt om antidepressiva te gaan gebruiken. Antidepressiva die je persoonlijkheid grondig aantasten en vroeg of laat wél bewijsbaar nadelig blijken te werken. Maar dat is dan weer een kluif voor de volgende generatie medicijnmannen.

- Het volgende op het lijstje van de gezondheidsfreaks die denken de dood uit hun leven te kunnen bannen is dan de alcohol. Dat zou nu plots kanker veroorzaken. Veel kans dat ook dit vroeg of laat totaal verboden wordt. “Ze” lijken er trouwens al mee bezig!

- Zodra een dokter me kan garanderen dat ik niét zal sterven als ik stop met roken, dan stop ik (euh… dénk ik, want eeuwen blijven ronddolen op aarde lijkt me nu ook niet bepaald aanlokkelijk…) Of moét dat van meneer doktoor, om zijn gelijk bewezen te zien?

- Geen enkele generatie heeft zoveel gerookt als die van ons! En toch beweren de medische wetenschappers dat de levensverwachting van onze generatie de hoogste is aller tijden! Waar steekt hier de logica om roken te verbieden om gezondheidsredenen? Moeten we dan misschien 200 jaar oud worden voor die kerels?

Voor wie belangstelling heeft voor mijn vorige rook-ontboezemingen: ik heb een nieuwe categorie aangemaakt: ‘rokershoekje’. Klik daarop om ook alle vorige ‘afleveringen’ over roken te zien.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:30 Reageer op dit bericht

Denken of doen?

953686-62695088053d812543aa910597b0d23f.jpg
Een panieksituatie: je huis staat in lichterlaaie… je word bedrogen bij een handelaar… autopech… een vechtpartij in je onmiddellijke omgeving… een kind dat een pak rammel krijgt… je vindt maar niet wat je zoekt… kortom, een situatie die om reageren roept. Schreeuwt om ‘doen’. En reken er maar op dat er wórdt gereageerd en dat er wórdt gedaan! Alleen… in 90% van de gevallen met de verkeerde reactie of het foute ‘doen’!

Het paniekerig gevoel van ‘hier moet onmiddellijk iets gedaan worden’ zet mensen er toe aan om eerst te doen en dàn te denken. Vrouwen zijn daar nog een stuk gevoeliger in. Al zullen ze zelf zelden reageren, als er mannen in hun omgeving zijn zullen ze schreeuwen van “doe toch iets”… of hun geliefkoosde uitdrukking: “ En nu?”

En daarom juist heb ik een hekel gekregen aan die woorden en het begrip paniek volledig uit mijn leven gebannen. Kom je nergens mee. Doet je verkeerde beslissingen nemen of paralyseert je juist!

Moést ook wel in mijn beroep. Want wát er ook maar gebeurt in je omgeving als je in uniform bent, alle ogen richten zich direct op jou! Maar o wee als je reactie door paniek verkeerd was. Dan kom je gegarandeerd in de pers en wordt je foute reactie kamerbreed uitgesmeerd.

De allereerste boodschap moet hier zijn: kop nuchter houden! Analyseren wat er gebeurd is, nadenken over wat nu de beste reactie zou zijn. Mogelijkheden en onmogelijkheden overwegen. En al staren honderd blikken je aan en vormen honderd monden de zo gehate woorden: “Doe iets!”, laat je niet beïnvloeden! Veeg er je kont aan dat men je voor een talmer zou kunnen aanzien. Soms zelfs blijkt niét reageren de beste strategie.

Gewoon nuchter blijven en pas reageren als je zowat zeker bent dat je reactie niet nog meer kwaad zal veroorzaken. En dat hoeft heus geen minuten te duren! Soms volstaan enkele seconden… maar zelfs dié worden je niet gegund als je omgeving in paniek is!

Niks van aantrekken. Zelfs als er levens op het spel staan kunnen paniekerige en ondoordachte reacties de zaak enkel maar erger maken.

Achteraf, en na uren en dagen nadenken, weet iedereen wat er wél ‘had moeten gedaan worden’. Maar wisten ze dat ook in die éne eerste seconde?

De twee zinnetjes die ik wel het meeste heb leren haten zijn:

1. “Doe ‘iets’!”

2. “En nu?”

Beide zinnetjes getuigen van zélf niet te weten wat, en het dan maar op andere schouders gooien. Beide zinnetjes betekenen, voor de persoon die ze uitroept dan ook:

1. Ik heb tenminste wat ‘gedaan’: ik heb “Doe iets” geroepen!

2. Ik weet wel niet wat, maar ‘nu’ moet ‘iets’ gedaan worden.

Beide zinnetjes maken de paniek bijgevolg alleen maar groter en zetten de omgeving er toe aan om zinloze dingen te gaan doen.

953686-16f64df634f9229d2bde17dba6e179ca.gif
En nog maar eens betrap ik mezelf er op dat ik de bal vooral naar de vrouw aan het gooien ben. Of dit helemaal eerlijk is betwijfel ik. Paniek, zo heb ik ondervonden, is niet geslachtsgebonden. Het is een waandenkbeeld van ons, mannen, omdat de vrouwtjes er toch zo breekbaar uitzien, én in zo’n situatie ook het hardst gaan schreeuwen. Enkel de reactie verschilt. Niét het gevoel.

Maar ik heb heus stoer uitziende mannen gekend, die bij het minste in paniek slaan. Maar dat valt niet op, omdat het direct wordt gecamoufleerd door een ‘daad’. Doet er niet toe wát. Als het maar stoer overkomt.

Ze gaan dan ook wel niet zo gauw roepen van “doe iets” of “en nu?”, maar reken er maar op dat hun paniek vrijwel onmiddellijk tot verkeerde reacties zal leiden. Reacties, te wijten aan “nu moet ik stoer doen’ of ‘nu mag ik niet afgaan in de ogen van mijn publiek’. Dergelijke reacties kunnen gewoon niet anders dan het verkeerde resultaat hebben.

En toch kun je jezelf trainen om paniekgevoelens te verbannen. Dat kun je al, gewoon op straat, in heel simpele gevallen. Plots weerklinkt de sirene van een zieken- of brandweerwagen. De helft van de mensen rukt zich in een soort schrikreactie om. Vervolgens komt nieuwsgierigheid. Willen zien waar dat lawaai vandaan komt, vooral weten wat er gebeurd is, en gapen de voortsnellende ziekenwagen na.

Is hun nieuwsgierigheid nu bevredigd? Weten ze nu meer? Natuurlijk niet! Wel, jezelf trainen om daar in de toekomst géén nutteloze en impulsieve aandacht meer aan te schenken is al één stap in de goede richting. Zo lang je de ziekenwagen in kwestie maar niet in de weg loopt.

Er klinkt een zware klap achter je. Automatisch spannen al je spieren zich en keer je je paniekerig om. Het kán iets ernstigs zijn. Maar door die onwillekeurige reactie zet je jezelf al in een paniektoestand, die verder gepast reageren alweer grondig zal verknallen!

Leer liever jezelf aan om, zélfs bij een harde klap, je verstand bijeen te houden, je niet om te rukken, maar op een heel natuurlijke wijze achterom te kijken. Geef paniek aldus geen kans. En reageer vervolgens naar gelang wat je achter je ziet gebeuren. Gun jezelf ook de kans om de situatie kalm te overzien en in te schatten. Je reactie zal er een pak efficiënter door zijn.

En lang zal het niet duren of dergelijke ‘gestuurde’ reacties gaan zich op een heel natuurlijke wijze in je wezen nestelen en paniek voorkomen.

Paniek is nergens voor nodig. Kan nooit redding brengen. Kan enkel maar de hele zaak in het honderd laten lopen.

Ben ik jullie hier blaasjes aan het wijsmaken? Is het omdat ik zélf nooit (meer) panikeer dat ik denk dat iedereen dat kan aanleren? Helemaal niet! Ik heb ook mezelf moeten trainen. En dat deed ik al heel jong, toen een van mijn kennissen leerling-piloot werd in het leger.

Een van de ingangsproeven was, naar hij me uitlegde, het volgende: de kandidaat-leerlingen liepen door een gang, en plots klonk achter hen een luide knal. Al wie zich hevig opgeschrikt omrukte vloog eruit. De anderen konden doorgaan met de proeven.

Leek me steekhoudend. Paniek werkt inderdaad niet. In geen enkele situatie. Met welke daad die paniek ook wordt ‘gecamoufleerd’. En ik begon mezelf te trainen. Met heel snel en positief resultaat!

Want zeg nou zelf: stel je een vliegtuigcrash voor waarbij een bepaald aantal van de passagiers omkomt, en een bepaald deel het overleeft. Bij wélke crash zul je de meeste overlevenden aantreffen: in een vliegtuig waarin paniek is uitgebroken en iedereen gaat gillen van ‘doe iets’, of in eentje waarin iedereen zo kalm mogelijk blijft en zijn gezond verstand bewaart?

Wié zal, als brand uitbreekt in bevoorbeeld een dancing, de meeste slachtoffers op zijn geweten hebben? De brand zelf? Zelden! Wél de paniekzaaiers! De ‘doeietsers’! De redeloze gillers die de paniek aanwakkeren als een blaasbalg een vuur.

En net zoals bij een ontstaande brand een blaasbalg wel het laatste is dat je kunt gebruiken om de brand te doven, is paniek wel het laatste dat je nodig hebt om er heelhuids uit te komen.

Willy.

Geschreven door Willy om 08:50 Reageer op dit bericht

Hitler revealed.

Of je hem nu haat, verguist of eert, je kunt niet naast de figuur van Hitler kijken. De geschiedenis zal dat ook nooit kunnen, want hij was een product van de laatste generatie die nog echte staatsmannen voortbracht.

Begonnen als de reddende engel van Duitsland, geëindigd als een baarlijke duivel! En laat het meteen duidelijk zijn: ik bewonder hem zéker niet. Wel integendeel. Maar zijn gecompliceerde, dubbelzijdige persoonlijkheid heeft altijd al mijn onverdeelde aandacht getrokken.

Maar… wàt dreef een eerder onooglijk mannetje eigenlijk naar de top?

Wel, de tijd was er gewoon rijp voor. Zijn volk leefde in armoede en smachtte naar iemand die verandering zou brengen.

De regering was uitermate laks en liet zich alles welgevallen. Door wié het ook maar werd gedicteerd.

Een toestand die schreeuwde om verandering!

953010-82a6a0d91441fb8971b4b5a47f319040.jpg

Door het erg partijdig verdrag van Versailles draaide Duitsland op voor alle schadevergoeding van de gehele wereldoorlog I, hoewel niet zij hem waren begonnen, maar er min of meer onrechtstreeks bij betrokken raakten via Oostenrijk en er op de duur, juist dóór hun vermogen tot energieke aanpak van de zaken, toch wel een hoofdrol gingen in spelen.

Die onredelijke schadevergoeding bracht het volk, dat waarschijnlijk toch wel als het intelligentste ter wereld mag beschouwd worden, in diepe armoede en ellende. De toestand was hopeloos en uitzichtloos. Er was geen geld om een industrie, en daarmee werkgelegenheid, uit te bouwen.

E

953010-b8ef763b9d3480c701bbd21032868b61.jpg
n toen stond een man op: Hitler. Hij zou zijn volk teruggeven waar het recht op had. En hij leek woord te houden. Duitsland verrees uit zijn as. Is het verwonderlijk dat de zwaar getergde Duitse bevolking er in liep? Hem vereerde als een god?

Want inderdaad, de welvaart steeg, de industrie zwengelde aan en Duitsland deed het steeds beter. Geen Duitser kon een kwaad woord horen over de Fuhrer. Hij was als een reddende engel. Schetste de bevolking een grandioze toekomst voor ogen in het duizendjarig rijk en voegde aanvankelijk daadwerkelijk de daad bij het woord.

Het leek een sprookje! En het had een sprookje kunnen worden, als zijn verborgen duistere kantjes niet naar boven waren gekomen. Vooral het antisemitisme! De Joden zouden oorzaak geweest zijn van de nederlaag in wereldoorlog I. Hem waarschijnlijk in het oor gefluisterd door gefrustreerde lieden die het ook maar hadden van horen zeggen van iemand die het ook niet kon weten. Net zoals men nu over de rokers doet.

Anderzijds… had hij kunnen waarmaken wat hij waarmaakte, als hij niét het geld en goed van de Joden had gestolen? Misschien. Misschien ook niet.

Had hij het kunnen waarmaken zonder de bandietenregimenten als de Gestapo en de SS? Regimenten, volgestouwd met het grootste gespuis dat in Duitsland en omstreken ook maar te vinden was? Regimenten die hun grandioos succes voornamelijk te danken hadden aan het wekken van angst en afgrijzen?

We zullen het nooit weten, maar feit is:

- Dat zijn onmenselijkheid hem uiteindelijk de das heeft omgedaan.

- Dat de wereld walgde van de gruwelen die hij in het leven had geroepen.

- Dat dit al het goede dat hij ooit had gedaan ver in de schaduw stelde.

De vragen die mij persoonlijk altijd al bezighielden zijn:

- Hàd hij de Joden met rust gelaten en eerder om hun financiële steun gevraagd;

- Hàd hij Duitsland heropgebouwd zoals hij bezig was;

- Hàd hij gelijkgezinde landen de vrije keuze geboden om eventueel toe te treden tot zijn ‘duizendjarige rijk’… alles vreedzaam en met Duitse intelligentie en grondigheid, en…

- Hád hij zijn toevlucht niet genomen tot criminelen en beulen om hem in het zadel te houden…

Had hij dan een kans tot slagen gehad? En zo ja:

In welke wereld zouden wij dan nu leven?

Heeft de duistere kant van Hitler een verloren kans betekend?

Stof tot nadenken, maar niet al te luid denken! Kan gemakkelijk misverstaan worden. Bovendien: helaas wàs Hitler wie hij was en daar kun je nu eenmaal niet onderuit! Waarom moeten rozen toch altijd zulke stekelige doornen hebben?

Ach ja… had mijn tante wieltjes gehad dan was het een treintje hé?

Maar… en ik kan het niet van me afzetten: in die hele voorgeschiedenis van wereldoorlog 2 zie ik héél onheilspellende gelijkenissen met de tegenwoordige tijd:

- Een lakse regering die totaal vervreemd is van het volk.

- Een regering met maar één en heel paniekerig doel: “Hoe haal ik de meeste stemmen? Waar horen wij het luidste janken?”

- Een regering die de werkelijke noden van het volk niet snapt.

- Een regering van angstvallige jaknikkers, die enkel de luidste jankerds hoort en geen voeling heeft met de MEERDERHEID die het vertikt om te gaan janken.

- Een regering die niets ‘doet’, maar zich alles laat dicteren. Of het nu van Europa, van de hele wereld, of van een paar prettig gestoorde, maar wél gediplomeerde en vooral geobsedeerde gezondheidsfreaks komt.

- Een regering die, en dat geef ik jullie op een blaadje, bij het minste onraad de biezen zou pakken. En dat laatste gebeurt ooit!!! Wees daar maar van overtuigd. En dan moeten WIJ het hele zooitje dat zij hebben geschapen en achtergelaten, maar zien op te lossen!

- Een regering die, in plaats van het grondgebied te verdedigen, het ‘belangeloos’ ter beschikking stelt van indringers.

- TOT… die indringers de macht overnemen. Dán zul je wel zien welke hazen het eerst vluchten!

- Een regering die, zonder ook maar in staat te zijn het te beseffen, schrééuwt om een nieuwe Hitlerfiguur! Hoewel niemand daar zit op te wachten!

Een heel beklijvend gevoel: alle voorwaarden die er in de jaren 1930 tot 1940 waren om een nieuwe wereldoorlog te ontketenen, zijn er nu opieuw!!! En onze leiders zien het niet! Hebben wél geschiedenis geleerd, maar er niks van opgestoken.

En dus besluit ik met:

953010-5cb2e5e2a5b130abd050d4202db7670d.jpg

Ik verwijt ze niks. Kan ik ook niet want ze deden nog niks. Ik kan enkel in spanning afwachten óf ze ooit iets zullen doen, of samen met de rest verdrinken in de politieke aalput van de Wetstraat.

Willy.

Geschreven door Willy om 10:41 Reageer op dit bericht

Zoete wraak.

Een druilerige dag en een druilerige avond. De regen bleef maar komen en toen het rond een uur of zes begon te duisteren vond Fred het welletjes. We reden de moto’s binnen en gingen er nog een paar uurtjes te voet op uit.

Een paar winkelstraten op en af gewandeld, een babbeltje hier en daar, en vooral onze tijd proberend door te komen.

952326-de19508dfbaaca982abfed49feaf5f75.jpg
En toen liepen we voorbij het open uitstalraam van een viswinkel. Een heerlijke (nou ja…) geur van gekookte wulken streelde verleidelijk onze neus. En nu moet ik eerlijk zeggen… eigenlijk vind ik die zeeslakken ook wel lekker zo vers uit het kookwater, en de geur wás verleidelijk, zoals ze daar in die kookpot lagen te pruttelen in verse groentjes en kruiden. Maar het denken aan zo’n walgelijk slijmerig kruipend beest houdt me er toch telkens weer van af ze op te eten.

Bovendien zijn die dingen zo taai als wat en heb je een half uur kauwwerk om er eentje binnen te spelen. Tegen dan heeft mijn walging het al lang gewonnen van mijn goesting.

Fred daarentegen was er gek op, en kon de winkel niet voorbij. Hij kocht er dan ook een portie van in een plastic doosje. En heerlijk kauwend en smekkend liep hij door. Tussen twee wulken door liet hij me weten:

- Zeg, als we nog iets moesten tegenkomen neem jij wel het woord hé? Want met zo’n beest in mijn mond gaat het praten me niet af.

- Geen probleem! Maar er begon zich al een duiveltje te manifesteren in mijn hoofd. Zo eentje helemaal in het rood en met een vervaarlijke drietand in de hand.

En mijn kans kwam. Van ver zag ik een meisje afkomen op een onverlichte fiets. Ik stootte Fred aan en wees naar haar.

- Jij doet het woord hé? Vroeg Fred.

- Natuurlijk!

Gerustgesteld stak hij de laatste hete wulk in de mond, stapte van het voetpad en deed het meisje stoppen. Ze stopte en keek hem vragend aan. Hij draaide zich om, keek waar ik bleef, maar ik had me omgekeerd en stond belangstellend een etalage te bestuderen. Het duiveltje in me was de oesters van enkele weken geleden aan het wreken.

Achter me hoorde ik een gestamel en gestotter…

Beschamend! Echt beschamend dat ze bij de politie geen personeel nemen dat behoorlijk kon praten vond ik. Daar zouden ze toch wel eens iets aan mogen doen!

Beter maar doen of ik die vent niet kende leek me de enige mogelijke strategie.

Na afloop, toen het meisje alweer was doorgereden, mét verlichting dit keer, kwam hij op me af.

- Ehwel kieken? Jij zou toch het woord voeren?

Ik negeerde de vraag, keek hem vrolijk aan en lachte:

- Weet je waar ik nu eens écht goesting naar heb zie? Naar een hele grote schotel vol met oesters! En óf die zouden smaken!

En toen snapte hij het. Heeft me nooit nog oesters laten aansmeren.

Willy.

Geschreven door Willy om 08:30 1 reactie Reageer op dit bericht

Sexueel misverstand.

De zoon van een heel gekende kunstschilder woonde in een villa in onze gemeente. Hij was ook al een vijftiger, en zoals het in de high society hoort, gaf hij af en toe wel eens een receptie. Waarop dan de schilderijen van zijn beroemde pa, en ook enkele van hemzelf, ‘toevallig’ tentoongesteld werden.

Of er ook van verkoop sprake was zou ik niet weten. Die lui laten immers hun rechterhand niet zien wat de linker doet.

Ter gelegenheid waarván de receptie doorging wist ik niet, maar hij verwachtte heel veel gasten en had ons gevraagd een oogje in het zeil te houden. De laan waar hij woonde was niet zo breed en bij voorgaande recepties waren verkeersproblemen gerezen door wildparkeerders. Dus vroeg hij ons of we de wagens reglementair wilden helpen parkeren. Was dat tot 1 km ver van de villa, dan moest dat maar. De high society liep dan wel niet graag te voet, maar als het moest, dan moest het maar.

Toen we aankwamen stonden al een achttal wagens geparkeerd op zijn grote oprit, en we hoefden niet te kijken welke het waren. Die waren we al meer tegengekomen bij andere gelegenheden, en de nummerplaten kenden we zowat uit het hoofd. En inderdaad, een paar Nederlandse en enkele Belgische nummerplaten op Mercedessen en BMW’s. Eén ervan was ons echter vreemd. Een nieuw eendje in de bijt?

Fred en ik keken mekaar even grijnzend aan. Gewiekste luxehoertjes die een graantje kwamen meepikken bij de aanwezige mannen, al dan niet vrijgezellen. ‘escortdames’ heette dat dan in de hogere kringen. En ja, die konden toch niet met een Trabantje of ‘deux-cheveautje’ afkomen hé? Zou veel te veel opvallen tussen al dat chique gedoe!

Ze moésten dus beroepshalve wel met dure auto’s rijden.

Maar al spoedig hadden we onze handen vol aan het netjes laten parkeren van de ‘normale’ genodigden en schonken er verder geen aandacht meer aan, al viel het wel op dat het pubiek hoofdzakelijk mannelijk was.

Toen iedereen binnen was belden we aan om te melden dat we vertrokken.

- Knap gewerkt, heren! Mag ik jullie een glaasje champagne aanbieden?

- Dank u wel, meneer, maar dat lijkt ons geen goed idee. Zo in uniform tussen al uw gasten!

- O maar, jullie hoeven niet bij mijn publiek te komen hoor, kom, ik wijs even de weg.

We volgden hem rond de villa naar achter, waar de keukendeur wijd open stond.

- Dat is mijn zoon, zei hij, wijzend op een jongeman in witte kokskledij en dito muts.

- Een prima kok. Hij zal jullie wel even bedienen. Laat het u smaken en doe alsof jullie thuis zijn.

En na deze woorden verdween hij weer naar zijn gasten. De zoon bleek erg goed mee te vallen, maar was licht gehandicapt hoorden we aan zijn trage manier van spreken en zijn eigenaardige, wat slepende gang.

Toch bleek hij een koksdiploma te hebben behaald aan een bekende school, want het diploma hing aan de muur naast het imposante fornuis.

- Een glaasje champagne, heren? Nodigde hij uit.

- Ja, dat zal wel smaken. Onze dienst zit er toch op!

951551-dde929217d5c9c105c198fb27dc6f113.jpg
Maar oei! De champagne bleek vergezeld te gaan van de obligate oesters, en als er nu één ding is dat ik niet moet, dan zijn het wel die ‘fluimen van de zee’! Bah!

Ik nipte wat aan de champagne om tijd te winnen en liet toen met veel weerzin één zo’n fluim door de keel glijden, moeite doende hem niet onmiddellijk terug uit te spuwen. Het ergste van al was dat ik moest doen alsof het me heerlijk smaakte, want de jongen stond erbij en keek er belangstellend naar. Fred keek er ook naar, maar eerder met leedvermaak. Hij wist wel dat ik die dingen niet lustte.

Maar toen klonk luid rumoer in de gang achter de keuken, waarop de trap naar de bovenverdieping uitkwam. De jongeman opende nieuwsgierig de deur, en ik maakte snel van de gelegenheid gebruik om mijn overgebleven oesters in de vuilbak te gooien. Saved by the bell! Zonde van die dure dingen, maar ja, als je het niet binnenkrijgt, dan gaat het niet hé?

Het rumoer was ondertussen heviger geworden en de jongen stond een beetje beteuterd in de open keukendeur te kijken. Een koppel kwam ruziënd, deels in het Engels, deels Frans en deels héél slecht Nederlands de trap af. De heer kreeg ons in het oog en stevende recht op ons af!

- What do you think abouth this, gentlemen…?

- Ah non hein! Tat kaat zo niet! Sneed ze hem de pas af en kwam naar ons toe.

- C’est vraie quandmême messieurs? Beetje poep en nie betaal! Dat kan tok niet?

Nadat we ze allebei, elk in hun eigen taal want ze begrepen elkaar niet, wat hadden kunnen kalmeren, bleek dat de Engelse heer even van haar ‘diensten’ gebruik had gemaakt, maar deed of zijn neus bloedde toen ze wou betaald worden.

Tja… daar stonden wij dan! Hoe konden we tussenkomen als prostitutie sowieso verboden is?

Maar we werden een tweede maal gered door de bel. De jongen was om zijn vader gelopen en nu verscheen die in de keuken. En uiteindelijk bleek alles op een misverstand te berusten.

Hij had aan de ‘gegadigden’ onder zijn gasten uitgelegd dat ze ongestoord met de dametjes konden rollebollen, en dat hij de rekening achteraf wel zou betalen.

Aan de dames zélf had hij dat niét uitgelegd, want die kenden zijn werkwijze wel. Helaas was hij vergeten dat er een nieuwkomertje tussenzat. En nog wel een behoorlijk keffertje!

Ze excuseerde zich bij de Engelsman en bij ons en droop een beetje beschaamd af, op zoek naar ander cliënteel.

En eindelijk konden we ongestoord van onze Champagne genieten.

- Nog een glaasje en snackje, heren?

- Graag, zei Fred. Maar geef mijn portie oesters maar aan mijn collega. Die is daar verzot op.

Mijn blikken schoten vuur naar de heel onschuldig kijkende Fred. Hadden mijn ogen hem kunnen wurgen, dan was hij zéker ter plekke gesneuveld.

Wat wél lukte was mijn:

- Eh… sorry, neen, liefst geen oesters meer. Ik moet namelijk nog naar een familiefeestje!

- Maar Willy toch, jij die zo graag oesters lust! Probeerde Fred nog. Maar het lukte hem lekker niet!

- Nou ja, als hij naar nog een feestje moet, dan maar niét hé? Of toch?

- Neen hoor! Dankjewel!

Oef! Op wraak zinnend reed ik even later achter Fred aan. Zwerend het hem betaald te zetten. En óf me dat lukte, en nog wel heel spoedig daarna! Maar dat is weer een ander verhaal dat jullie nog tegoed hebben.

Met alle Chinezen, maar niet met dendeezen!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:07 Reageer op dit bericht

Meer van Bewust_zijn

↑ Terug naar de berichten