Weerspreuken
Weerspreuken.
September
Als de zwaluwen vertrekken,
vluchten ze voor de naderende kou
De septemberregen komt de boer goed gelegen.
Een warme september, een droge oktober.
Zo het in september dondert, leveren de granen wel honderd.
Vorst in september, een zachte december.
Als in september de donder knalt;
met Kerstmis de sneeuw in hopen valt.
Door deze 5e wordt bewezen, wat september voor
maand zal wezen.
Het weder van Maria Geboort,( 7 ) duurt nog acht weken voort.
Op Maria Geboort, trekken de zwaluwen voort.
Kruipen de mieren diep in de grond,
zo maken zij een strenge winter kond.
De eerste donder bromt, alsGeen wolkje op de
kruisverheffingsdag (14 )
geeft een winter van woest gedrag.
Treezkes zomer kan vijf dagen duren. (15)
Graaft de mier een diepe gang,
wordt de winter streng en lang,
maar nog erger zal het ons berouwen,
als de mieren hoge nesten bouwen.
Sint-Mauritius klaar (22) veel stormen verwacht u maar.
Die van Leuvenkermis keren,
dragen de winter onder hun kleren.
Als in september eel spinnen kruipen,
ruiken ze een strenge winter.
Sint-Michiel (29 ) heeft de winter onder zijn kiel.
Sint-Michiels zomerke duurt één week.
Trekvogels in septembernacht,
zij maken de kersttijd zacht.
*****







