Dit is dokter Daelemans De huisarts van de home


Dit is dokter Daelemans De huisarts van de home

15) Dr Daelemans
14) Mevrouw Hublou : mijn godsdienstlerares
Rita (niet dezelfde)
De externen helpen.
Ongepelde garnalen
Wafelen bak
13) De fietsIk weet niet hoe hij er gekomen is (ik denk dat wij hem gewonnen hadden met zaken te sparen" maar plots was er een fiets en die ging de kelder in. Er was immers niemand die er kon op rijden.
Telkens als ik in de kelder moest zijn zag ik hem staan en probeerde ik even.
En als ge iets maar hard genoeg wilt, dan lukt het wel !
Ik kon een of andere "tante" er op een zondag toe overhalen om de fiets uit de kelder te halen en er mij te leren op rijden. Nu was dat geen sinecure want de fiets had geen remmen, geen gewone altans, maar torpedo "een terugtraprem".
In het begin wst ik dat niet en liet mij uitbollen tot een of andere boom of struik zodat ik wel tot stilstand kwam maar mijn benen bont en blauw werden van het vallen.
Maar met vallen en opstaan leert ge en ik gaf niet op, eerst moest ik op de grasmat blijven, onder toezicht maar omdat fietsen op gras nogal moeilijk is kreeg ik later de toelating om de paden te gebruiken die de homes onderling verbonden en dat was toch een kilometer of 3, 4.
Oefening baart kunst en ik was mijn grenzen aan 't verleggen , want binnen de 4 maanden kon ik fietsen en zo kwam het dat ik later een grotere fiets kreeg van thuis en hem mocht meenemen naar Brussel.
Er kwam zelfs een "tante" af met een antieke fiets, met een heel groot wiel en een heel klein wiel.
Wij hebben daar nogal wat mee afgelachen toen.
De rol schaatsen.
Omdat het mij gelukt was om te leren fietsen, wat toch met evenwicht te maken had, besloot men mij te leren roschaatsen. Dat was een ander paar mouwen ! Maar durf-al die ik was probeerde ik het toch. Ik kon mij echter niet recht en stil houden en het werd gauw afgeblazen voor ik iets zou breken.
De vrienden van mijn ouders
Henry en Fabienne waren een koppel waar mijn ouders mee bevriend waren en zij kwamen soms mee de zondag avond wanneer ik terug moest naar de Fraiteur. We moesten om 18 uur binnen zijn. Dan begon ik later altijd te fantaseren dat ze nog uit geweest waren nadat ik weg was.
Zij verzekerden mij van niet, maar ik geloofde dat niet.
Ik dacht altijd dat zij plezier maakten terwijl ik op school zat.
Mijn vader zei nochtans altijd : dat hij 2 bleiters had, ééntje in het vertrek en ééntje bij het naar huis terug keren.
Nog een bevriend koppel waren Robert Van Suyt en Simonne Dobbelaere uit Maldegem-Donk.
Robert kende mijn vader van in 't leger en ze zijn met elkaar in kontact gebleven.
En gezien de grote afstand bleven ze als ze kwamen soms slapen.
Dan was het altijd grote pret.
Ik had dat graag, dat bracht leven in brouwerij.
Ze kwamen met kermis en soms eens tussendoor.
Ook zij hebben het ganse groeiproces doorgemaakt van mijn eerstestapjes tot en met het grote Brusselse avontuur en nog later mijn trouwen.
Robert was een legermakker van Pa, en ze staken mekaar soms de loef af.
Zo was afgesproken dat ze allebei hun dochters Marleen gingen noemen.
En bij Robert was 't van moetens dus was hij de eerste die een Marleen had. Pa volgde 2 jaar later met het bekende gevolg: Marleen n° 1 stierf na 3 maand en daarna kwam ik.
12 (bis)Het ravijn
12) De muurtekening in de hall
De broers en zus van pét jef
11) Mijn grootouders langs vaders zijde
Onze vrijetijdsbesteding (thuis)In de zomer gingen we na het eten buiten zitten op een stoel om de mensen te groeten die op straat passeerden ( er was nog niet zoveel op TV te zien als nu) en de mensen praatten nog met elkaar !
Pet Jef zat dan wat hij "scarlabeen " noemde op de stoel, dat is achterste voren met zijn armen op de rugleuning en ik deed hem na natuurlijk.
Het was een tijd dat iedereen een bijnaam had: de rosten, de neus, de langen, de beuze, den bok, den bïer, de krommen, de fijnen ... en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.
Zo was Jeanne beirmoa (te vertalen als Jeanne mestrups) een boerin op een vuil boeren hof.
De meeste mensen kenden elkaar soms enkel maar met hun bijnaam, dat was de normaalste zaak van de wereld. En het was Djeur van hier en Hoi Jef ! van ginder.
Dat was ons tijdsverdrijf toen. Met Pa en Ma ging ik soms naar de Donk (Het Donkmeer in Overmere) op zaterdagavond, dat was altijd de uitgaansdag bij ons.
Dan mocht ik zondagse kleren aan.
Ook wanneer Robert en Simonne langs kwamen met hun kinderen. Soms gingen we naar de "Riva" in Deurle, "De Pigalle" in Berlare, "Den Dierentuin" in Lokeren, maar eindigden soms ook wel eens met een bezoek aan de het café "het acht uren huis" in Zele zelf. Het werd uitgebaat door de zus van mijn Peter Piere. Ester en Rudolf en hun 2 grote dochters die mee de dienst uitmaakten. De 3 andere kinderen van het gezin, waarvan de middelste even oud was als ik,waren ook altijd in de buurt. Ik weet nog dat in het super vond, dat ik mee naar achter mocht, als familie zijnde, terwijl de gewone klanten in het café bleven. Het was er steeds ambiance doordat de jukebox altijd volle bak stond te spelen. En hoewel er eigenlijk niet mocht gedanst worden werd er af en toe wel eens gehuppeld op de tonen van: Jai pleuré..., Tom Pillibi..., Moustapha...
Dat was de goede oude tijd nog ! En het zal wel geen toeval zijn dat het net 3 franse liedjes zijn die als eerste in mij opkomen.
10) Naar Lourdes FrankrijkMét en Maria verblijven in een hotel ik en Paul gaan naar het hopital St Pierre.
Doordat wij als zieken meegaan worden wij in een soort van grote zaal ondergebracht met bedden en stoelen. We krijgen geen kans meer om te praten want Paul moet aan de andere kant van de zaal gaan slapen. Wij liggen met 30 kinderen naast elkaar, alle nationaliteiten ondereen.
Gelukkig praat ik frans en kan ik mij verstaanbaar maken; En Paul , tja maar die kent het hier al wel, het is immers niet de eerste keer voor hem.
Bij het eten zit ik wel naast Paul, bij de kinderen die een dieet menu hebben. Paul mag geen vet eten, dus geen friet, geen vet vlees enz.
En soms denken ze dat ik ook geen friet mag hebben, maar dat help ik wel uit de lucht.
Maria doet nogal stoeferig tegen Mét vanwege die communie morgen van Paul.
En soms laat ze mét staan wachten en komt niet opdagen.
Maar zo ben ik dan het slachtoffer want Mét verstaat geen frans en weet ook de weg niet alleen naar mij toe.
Maar ik trek mijn plan wel en ik heb het naar mijn zin. Ze verstaan mij en ik versta hen; meer moet dat niet zijn! En ik ben het immers gewoon dat ik er alleen voor sta.
9(bis) Mijn eerste regelsIk kreeg mijn eerste maandstonden toen ik negen was, vrij vroeg ja. Nu had ik in de badkamer ook al wel gezien dat sommige van de grote meisjes soms een witte doek in een emmer smeet en er dan wat soda 'witte korrels' op deden. bij navraag werd er altijd hééél geheimzinnig over gedaan. Niks voor kleine kinderen heette het dan.
Groot was hun verbazing toen ik als negen jarige aankwam met de melding dat ik bloedingen had zonder dat ik wist waarvan. De Dokter zag en vond niks speciaals en dus werd ik tot grote meid gebombardeerd en moest ik die avond met nog een aantal meisjes bij Tante Marie op haar kamer komen. Tante Marie droeg een pruik, dat wisten we, maar toch was ze soms anders gekapt en dan wisten we het niet goed meer ! En dat raadsel werd zowaar opgelost toen we die avond naar de voorlichting gingen, want daar stond Tante Marie haar coiffure op een staander, terwijl ze toch haar op haar hoofd had tot onze grote verbazing. Tante Marie had dus meer dan één pruik.èn in verschillende lengtes. Van de voorlichting herinner ik mij niet veel meer, want het nieuws sloeg in als een bom (het Tante Marie raadsel opgelost)
Ik weet nog wel dat wij allen (met 4 geloof ik) op haar bed mochten zitten en zij zelf op een stoel zat.
9) Mijn eerste liefde Michel (Michou)

8) VerlorenToen ik zo'n 9 jaar was werd het stort achter ons verblijf plots opgeruimd en de geruchten deden de ronde dat er een spiksplinter nieuw internaat zou worden gebouwd.
En ja hoor binnen het jaar konden we er in terecht, nu hoefden we niet meer naar de klas in het andere gebouw, we konden van in de living naar de klas bij wijze van spreken.
Er was een grote inkomhall en vlak daarnaast de bureau van de directrice.
Nu was de oude Directrice al een tijdje vervangen door Tante Marie en dat was geen gemakkelijke, Die had niet het lieve uitzicht van een oude dame die Tante Gaby was. Het was even wennen;
Er waren nog veranderingen.: nu verbleven de Tantes allen in een daartoe private gang in aparte kamertjes, net aan de inkomhall, en bleef er nog eentje (om beurt) op het eind van de gang van onze kamers, in geval van nood of ruzie.
Wijzelf werden per 3 te slapen gelegd en wel steeds zo; dat 1 van de 3 goed te been was om de anderen te helpen en 1 waarvan we niets konden verwachten en de 3de daartussen in. En nog steeds: grote jongens, kleine jongens, grote meisjes, kleine meisjes.
Er was ook een cabinet voor dokter en tandarts. er was een feest zaal, die tevens dienst deed als TV zaal, ja ondertussen hadden we televisie. maar enkel voor franse zenders.
Ik ben heel lang de enige vlaamse geweest in het internaat, Er waren er nog in mijn klas maar die waren extern of verbleven in een ander home omdat ze niet gehandikapt waren;
7) CultuurEens per maand gingen we naar concerten in een nabijgelegen home "Het centre Jamblinne de Meux" soms waren dat plezante dingen zoals goochelaars en jongleurs maar soms ook saaie bedoeningen zoals pianoconcerten en fluitserenades. Dat ging gepaard met een hele volksverhuis voor ons, immers de meesten van ons zaten in een rolstoel, konden amper praten, laat staan dat ze genoten van het spectakel, maar soit.
Zij die konden lopen gingen met begeleiding met de tram dat was eerst een eindje lopen van het foyer en dan namen we de tram aan de Gentsesteenweg tot in het centrum van de stad.
De rest kwam met Polleke in zijn bus.
We kwamen dan voorbij een snoepwinketje en soms mochten we daar naar binnen, dat was afhankelijk van de begeleidster. We kregen soms al eens 5 frank mee van thuis en mochten daar dan snoep mee kopen. Nu is daar voor mij een anekdote aan verbonden die ik nooit meer vergeet. Ik stond dus in het winkeltje " die winkeljuf keek altijd zo wantrouwend naar ons "
en ik wou het laatste nieuwe snoepje kopen nl. "een Zip" dat koste 5 frank en ik had er maar 4 meer,naast mij stond een oud madammeke en toen de winkeljuf zei dat ik geen Zip kreeg aan 4 fr.
stopte het mensje mij 1 frank toe, ik zei: merci madamme en legde de frank bij de rest onder het afkeurend oog van de winkeljuf die tegen het menske protesteerde: Mais enfin, madamme !
Het heeft mij de waarde van het geld geleerd.
En op de terugweg 's avonds keken we onze ogen uit naar de neon reclame van de "Martini" en "Bastos Filtre" en zoveel andere. Dat maakte grote indruk op ons. Al die lichtjes die aan en uit floepten in een onveranderd tempo en dat gedraai om zijn as. waw
Omdat we soms de zondagen in het home doorbrachten konden we lid worden van de wolfjes, dat was een groep zoals de scouts en dat doorbrak voor ons de sleur een beetje op de zondagen dat we in het home moesten blijven.
We gingen er heen met Pol en vertrokken na de middag in ons uniform; dat bestond uit een donkerblauwe rok en een donkerblauw hemd met lange mouwen en opgestikte zakken en epauletten.
We gingen dan in een klein huisje ergens in Watermael-Bosvoorde* midden in een bos zoals in de sprookjes, het rook er heerlijk naar een mengsel van afgevallen bladeren en rot fruit . Daar speelden we, leerden we knopen leggen en soms deden we een achtervolging .
Dan vertrok de ene groep een half uurtje vroeger dan de andere en verstopte dan allerlei zaken waar we dan moesten naar zoeken of eerst raadsels oplossen of dingen opzoeken.
Alles stond in verband met Mogli en het jungleboek en Baaden Powell :de stichter van de scouts Het draaide rond regels en plichten, we leerden speciale knopen leggen en leerden bloemen en planten kennen en herkennen. Wij voelden de koning te rijk Die namiddagen waren altijd veel te gauw voorbij!
En eens per jaar gingen we naar een bijeenkomst in het Terkameren Bos met scouts en Gidsen van over gans Belgie. Meestal vertrokken we dan al van 's morgens met een lunchpakket, de drankjes kregen we ter plaatse. Heel indrukwekkend allemaal voor ons was die algemene groet: met ons hand op de boezem riep de leiding iets en allen riepen wij iets terug, maar ik weet niet meer wàt ?
Onze verjaardagen werd met de groepen per maand gevierd, er was wel elke maand iemand jarig en dat vierden we meestal op een woensdagamiddag in de grote living die ronde tafels had en waar we meestal mochten gaan zitten bij wie men wou. Er werd dan één taart met kaarsjes voor de jarigen gebracht en de rest kreeg dezelfde taart maar zonder kaarsjes.
we kregen er chocomelk bij. en mochten kiezen warme of koude en nadien rozijnenbrood toe.
De jarige was vooraf reeds gepolst wat hij graag zou hebben voor zijn verjaardag en in de mate van het mogelijke werd dat dan gekocht.
Wij hadden een aantal rijke weldoensters die ervoor zorgden dat dit in orde kwam, dat waren onze meters en peters.
Ik herinner mij vooral dat ik steeds een plaatje van Will Tura vroeg en het nooit gekregen heb. Ze waren waarschijnlijk niet van gedacht om mij als vlaamse te laten voortbestaan. Ik kreeg plaatjes van Michel Polnaref en Marc Arian, van Sheila en Hermans Hermits. Nu was dat voor mij al lang goed want dat waren de liedjes die wij samen zongen en die in de Salut les Copains stonden afgedrukt. Ik kon ondertussen zowel vlaams als frans lezen en spreken. Zelfs met de vlamingen onder ons (er waren er intussen toch al een mondjesmaat) spraken wij frans onder elkaar.
hier zijn enkele namen : Jean Veugelen, Danny Lenseclaes, Renee Geerooms.
En dan 's avonds mochten we soms bij ons op de kamer naar muziek luisteren. Le chemin mène à la fontaine
Tu voudrais remplir ton seau
Arrête-toi Marie-Madeleine
Pour eux ton corps ne vaut pas l'eau Inch Allah ! Inch Allah
We mochten ook naar Tv kijken tot het nieuws. we keken vooral naar :"Sebastien parmi les hommes" met het bekende liedje: " Je connait... les brümes claire, La neige rose des matins d'hiver ..." dan kwam het zandmannetje op zijn wolk de kindjes, goud glinsterend zand in de ogen strooien en moesten we slapen gaan.
6) Het Home als deel van...

Mijn Lievelingslied was dit.:
Dit zong meter om mij rustig te krijgen, wat altijd wonderwel lukte. Al bij het 3 de couplet sliep ik.
Er liep een aap door bos en velden (2x)
Toen liep dat a-a-aapje in een strik (2x)
Er liep een boer door bos en velden (2x)
Die nam dat a-a-aapje mee naar huis (2x)
Het aapje mocht met de kind'ren spelen (2x)
Die dachten da-da-dat het een broertje was (2x)
Het ging somtijds ook mee ter schole (2x)
En allen aap, aap, aapten 't aapke na (2x)
Maar toen de kind'ren groter werden (2x)
Toen moest dat a-a-aapje aan het werk (2x)
Het aapje moest toen pannen schuren (2x)
En ook nog ka-ka-kamermeisje zijn (2x)
Op een nacht toen allen sliepen (2x)
Toen ging dat a-a-aapje er vandoor (2x)
Nu had het weer zijn vrije leven (2x)
En kon hij klim-klim-klimmen in een boom (2x)
MOEDERKE ALLEEN.
Wie zal er ons kindeke douwen
en doet het zijn moederke niet?
Wie zal er zijn dekentjes vouwen,
dat 't schaars door een holleke ziet?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Wie zal naar ons kindeke kijken,
dien bleuzenden stouten kapoen?
Wie zal er zijn hemdekes strijken,
zijn haarken in krullekes doen?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Wie zou voor ons kindeke derven
haar laatste kruimelke brood?
Wie zou er, wie zou er voor sterven,
en lachen op kind en op dood?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Onder de lantaarn,
die op gas moest gaan.
stond Lily te wachten
op heure Amerikaan
Heur polshorlogeke stond stil
‘t was koud en donker in April
ze knauwde tutterfrut , ze knauwde tutterfrut. (allen)
Z’ad hem leren kennen
In de zoologie,
tussen 'd olifanten van Montgommery,
T’ was just Clark Gable , en der stak
In zijne zak , een fles cognac
hij knauwde tutterfrut , hij knauwde tutterfrut (allen)
Hij had is gebonken,
en daarmee was’t kleir,
samen al kabassend
trokke zo’ver de Meir.
« Y love you darling » zei hij « yes »
« ik ook » zei zij « hedde geen doos kaas »
Hij knauwde tutterfrut, hij knauwde tutterfrut. (allen)
Nog een paar maanden later
kocht Lily n’n spruit
Zij zei « zulle we trouwen ? »
mor hij zei « loat het uit »
« gij zé toch jonkman » zei ze kuis
« das right » zei hij « mor ni bij mij thuis »
ze knauwde tutterfrut, ze knauwde tutterfrut. (allen)
Nee, nee, ze knauwde bonen ! ! ! !
Dees was dan ‘d historie
Van Lily Marleen
Yankee Doodle dandy
Is na ribbedebie
Ter nagedachtenis van haar
Stel ik aan iedereen hier voor
Te knauwen tutterfrut, te knauwen tutterfrut (allen)
‘T LEVEN DAT IS GEEN PRETJE
IK WEET ER ALLES VAN
BEN JE BEDRUKT, VERZET JE !
MAAK ERVAN WAT JE KAN
ALS JE ‘T GELUK WIL ZOEKEN
‘T HANGT AAN EEN ZIJDEN DRAAD
EN JE SUCCES WIL BOEKEN
LUISTER DAN NAAR MIJN RAAD :
BRENG EENS EEN ZONNETJE
ONDER DE MENSEN
EEN BLIJ GEZICHT TE ZIEN
DOET JE ZO GOED
VERVUL ZO NU EN DAN
HUN LIEFSTE WENSEN
EEN BEETJE LEVENSVREUGD
SCHENKT NIEUWE MOED
BRENG EENS EEN ZONNETJE
ONDER DE MENSEN
EEN BLIJ GEZICHT TE ZIEN
DOET JE ZO GOED
VERVUL ZO NU EN DAN
HUN LIEFSTE WENSEN
HET SPREEKWOORD ZEGT :
WIE GOED DOET, GOED ONTMOET !
KAN JE WAT OVER SPAREN
GAAT HET JE ZAKELIJK GOED ?
BLIJF DAN NIET AAN ‘ T VERGAREN
MAAR GEEF WAT UIT, DAT MOET…
LEVEN EN LATEN LEVEN
DAAR KOMT HET HIER OP AAN
KAN JE EEN ANDER GEVEN
DOE HET GUL EN SPONTAAN !
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
IK WEET EEN HEERLIJK PLEKJE GROND
DAAR WAAR DIE MOLEN STAAT
WAAR IK MIJN ALLERLIEFSTE VOND
WAARVOOR MIJN HARTJE SLAAT
IK ZAG HEM VOOR DE EERSTE KEER
AAN D’OEVER VAN DE VLIET
EN SINDS DIE TIJD KOMT HIJ STEEDS WEER
DIE PLEK VERGEET HIJ NIET…
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
EENS ZAL DE MOLEN ZIJN VERSIERD
DAN STA JIJ AAN MIJN ZIJ
HET HELE DORP DAT BRUILOFT VIERT
WEET : JIJ BENT NU VAN MIJ
EN DAN NEEM IK ME VOOR
TERWIJL JE MIJ KUST OP MIJN MOND
NOOIT GA IK BIJ DE PLEK VANDAAN
WAAR IK MIJN LIEFSTE VOND !
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
IK HAD GEHOOPT, DAT JIJ OP MIJ ZOU WACHTEN,
MAAR JIJ KREEG PLOTSELING, AND’RE GEDACHTEN
‘K HEB ME VERGIST IN JOU, MIJN MARJOLEIN,
HET VALT NIET MEE, OM WEER ALLEEN TE ZIJN ! ! !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
BIJ DE KAZERNEPOORT, STA IK NU STIL TE DROMEN,
IK ZIE DE MEISJES GAAN, EN OOK WEER KOMEN,
JIJ BENT ER NIET MEER BIJ, MIJN MARJOLEIN…
ZOALS HET WAS, ZO ZAL HET NOOIT MEER ZIJN !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
==================================“Mooi is het zonlicht”
Als je in stemming bent moet je genieten
’t Leven is kort en ’t is gauw weer voorbij
Kun je nog vrolijk zijn, wees dan tevreden
Grijp het geluk, als je kunt, voel je vrij
Lap aan je laars wat ze ook van je denken
Kletsen ze van je, blijf in je humeur
Zoek al het mooie wat er is in dit leven
Zet van je af dat kleinzielig gezeur!
Refrein: Mooi is het zonlicht dat schijnt voor ons allen
Mooi zijn de sterren in flonk’rende pracht
Laat toch je leven door niemand vergallen
Lach en vergeet, zorgen en leed!
Zit niet te piek’ren voor wat nog moet komen
Zie toch geen bergen die er nog niet zijn
Wees niet jaloers en naijverig op anderen
Want dat bezorgt je het meeste chagrijn
Als je gezond bent, dank dan maar de hemel
Want je gezondheid die is alles waard
Niets op de wereld, geen rijkdom of weelde
Kun je vergelijken met die schat op aard
Refrein
Als het je meeloopt, wees niet overmoedig
Denk niet dat j’ alles kan want dat is fout
Zelfs van de hoogste top val j’ín de afgrond
Als je teveel op jezelven vertrouwt
’t Leven is rijk aan gedachten en daden
Vol energie en voortdurende strijd
Als je moet vechten voor ’t dagelijks bestaantje
Doe dat met eerlijke wapens altijd!
Refrein
Lieber Gott, lass die Sonne wieder scheinenLieber Gott, lass die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!
Alle Leute, die großen und die kleinen,
haben Sehnsucht nach Sonne wie ich.Wenn die Wolken, die grauen, weiter weinen,
ja dann weine bald auch ich.
Darum lass doch die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!Häschen auf der Wiese, Vöglein auf dem Baum,
schauen in den Regen, träumen einen Traum.
Träumen daß die Sonne lacht vom Himmelszelt
und mit ihren Strahlen glücklich macht die Welt.Und Ochs und Kuh die machen "muh" im grünen, grünen Gras,
die armen Tiere sind ja pitschenaß!Lieber Gott, lass die Sonne wieder scheinen,
für die Muh, für die Mäh und für mich.
Alle Tiere, die großen und die kleinen,
haben Sehnsucht nach Sonne wie ich.Wenn die Wolken, die grauen, weiter weinen,
ja dann weine bald auch ich.
Darum lass doch die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!
Het geschenk
I
Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, Grootvader, geef het mij!’
- ‘Ik zal ‘t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,’
Zeî de oude, - ‘wij zullen zien.’
‘Toekomend jaar!’, zei ‘t knaapje,
‘O, Grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’
En de oude stond te peinzen,
Hij dacht: ‘het is wel waar!’
En zijn lange vingeren streelden
Des knaapjes krullend haar.
Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes:
”t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.
II
Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar de grond.
Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!
Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer,
En lei het zilveren uurwerk
In ‘t oude schuifken weêr.