Uit mijn jeugd zo vrij en blij.
Trekken somtijds kalm en rustig,
aan mijn peinzend oog voorbij.

foto van mij en Eric en ... Bijou
1) Hoe het allemaal begon
2) Het eten in de Fraiteur
3) Mijn vriendjes en vriendinnetjes uit het internaatIn de home was het zoals in elk gezin waar meerdere kinderen zijn, soms prettig en soms niet.
Omdat ik thuis enig kind was vond ik het wel fijn om te kunnen praten met leeftijd genootjes maar het probleem was dat we soms zoveel verschilden qua handiap, dat we weing konden doen samen.
Het merendeel van de kinderen zat in een rostoel, en zij die konden lopen hadden meestal van alles mee te sleuren zoals ijzeren beugels aan de benen en speciale bottines.
Desalnietemin hebben we toch fijn kunnen spelen met elkaar. We kwamen uit alle hoeken van Belgie en toch kan ik mij niet herinneren dat we ooit veel tegen elkaar vertelden over thuis.
Hier was thuis ! en thuis was op logement.
Ik weet bijgevolg heel weinig over hen. Argiro Delchiopo was franstalig maar van Griekse origine, Jean Veughelen was van Tienen, en Marie-Therese Drooghaag was van Moeskroen, Laurette Marchal was van La Louviere, Michel Cools was van Anderlecht, Anny Janssens ( die prachtig kon tekenen) was van Duisburg. Anny Louesse was franstalig, Jean-Pierre Leclerc ook franstalig. Renee Geerooms van Aalst. Martine Paree: franstalig, Nadine Malotto franstalig. Geatana Talutto van Italiaanse afkomst: franstalig en er was zelfs op een gegeven moment een zwartje in ons midden: Apôtre.
Eduard Van Zwol Nederlands talig Extern
Viviane Reniers Nederlands talig Extern
Johnny Vercammen Franstalig
Jean-Marie Guillaume Franstalig
Danny Lefevre was van Poperinge ( hebben ze de eerste jaren in een verkeerde groep gestopt, bij de franstaligen terwijl hij nederlandstalig was van origine)
Danny Lenseclaes Nederlandstalig
een zekere Daniel Laidèr Franstalig
Marie-françoise Dubois (eentje van het eerste uur)
Josephe (kleine dreumes van 3 jaar)
En natuurlijk Nicole Jacqmain
sommige waren er al toen ik aankwam
anderen zijn na mij binnen gekomen.
Ik zal proberen om elk van hen te beschrijven en/of er iets over te vertellen.
4) Enkele kinderen van FraiteurDanny Lenseclaes
Danny (nederlandstalig) kwam in het home toen ik er zo 'n 2 à 3 jaar was.
En zoals ieder van ons was hij verdrietig toen zijn ouders vertrokken.
Nu wilden wij hem troosten, we wisten immers allemaal hoe het voelde .
Wat we niet wisten was dat Danny heel agressief was en terwijl er een paar kinderen, onder wie ikzelf hem meetroonden om hem af te leiden begint die daar toch in het wild te slaan en te schoppen dat wij allemaal op de grond lagen. Amaai ! die had een oerkracht in zich, niet normaal.
Hij was bovendien heel explosief; we moesten er maar naar wijzen en opla, hij begon te slaan.
Met zijn ene vuist in zijn mond in een gekke uitdrukking en een gezicht vol haat (hij beet dan in zijn hand van koleire) kwam hij dan op ons af. Hij had ook epilepsie geloof ik .
Zelfs de opvoedsters hadden er moeite mee om hem te kalmeren.
Het gevolg was dat we hem beter links lieten liggen, hij wou altijd de baas zijn en dat dwong hij dan af met zijn kracht, die was echt niet op zijn plaats bij ons!
André Lemmens
Andre was een leeftijdgenoot van mij en had kinderverlamming gehad (dacht ik toch)
Hij had een ijzeren beugel aan zijn been tot zijn grote ergernis.
Hij was een stoer manneke waar niemand echt vat op had, hij was de durfal van de home.
Durfde al eens tegen de opvoedsters in te gaan, was beslist niet op zijn mond gevallen.
Ik weet eigenlijk heel weinig over hem, hij was nederlandstalig en zat bij mij in de klas, maar van waar hij afkomstig was weet ik niet.
Nicole Jacqmain
Als er iemand was die de moeite van het vermelden waard is, dan is het dit meisje wel.
Nicole Jacqmain uit Kaggevinne bij Diest.
Nicoleke kwam bij ons in de fraiteur op een moment tussen mijn negende en 11 de verjaardag.
Het was een bijzonder kind, Ze had een gezwel aan de linkerkant van haar hoofd, tussen haar kaaksbeen en haar oor. Ze had een mentale achterstand.
Ze was ongeletterd maar sprak binnen de kortste keren frans net als wij.
Ze kon razernij crises krijgen en had epilepsie, ze draaide met haar ogen.
Ze was heel lichtgeraakt, we moesten haar op kousenvoeten benaderen.
Ze slikte medikatie zonder water.
Soms kon ze ook heel lief zijn.
We plaagden haar soms om haar naam, dan zeiden wij: Jacqmottte.
Daar kon ze heel kwaad om worden "je ne suis pas Jacqmotte": zei ze dan.
Nicoleke hield haar hoofd altijd zo 'n beetje schuin net als een vogeltje.
Ze werd geopereerd aan het gezwel en was een paar maanden uit onze omgeving. Maar ze kwam terug zonder gezwel maar met een flinke snee.
Later kwam het gezwel terug en moest ze weer onder het mes. Toen namen ze haar schedel er af om het gezwel opnieuw te verwijderen.
Het drukte blijkbaar op haar gezichtzenuw want ze werd blind. Toen ik al een tijdje uit de instelling was heb ik een artikel gezien in de krant. een kreet om hulp vanwege haar moeder.
Het menske was altijd in 't zwart gekleed, en zo mager, maar in haar ogen blonk een nooit geziene vechtlust om het beste voor haar dochter.
Ze vertelde dat Nicole met alles smeet wat ze kon vastkrijgen en ze het niet aankon om haar thuis op te vangen. en terwijl gaan werken. Het was geen leven.
Het mens smeekte om een goede instelling te vinden voor haar dochter die de leeftijd had om de Fraiteur te verlaten. Ze was een paar jaar jonger dan ik
Waar ze zich nu bevindt en of ze nog leeft weet ik niet
Dominique Flabat
Dominique was van mijn leeftijd, misschien iets jonger, Ze had een dubbel probeem, Ze was spastisch en ook nog eens doofstom. En daarmee was ze de enige in onze instelling die moest schoollopen buiten het internaat. Men kon immers geen doven klas oprichten voor 1 persoon.
Dominique was pienter hoor, want ze kon perfect mee, met de groep maar als het op converseren aankwam, tja dan werd ze kwaad omdat ze voelde dat er over haar gepraat werd en ze niks kon terug zeggen.
Ze had ook nog moeilijkheid van de zenuwtrekkingen die zo kenmerkend zijn voor spastische patïenten, Die moest zij onder bedwang zien te houden voor de gebarentaal.
Ik hield zo van die naam: "Dominique" dat ik haar zei dat als ik ooit een kind zou hebben het een Dominique zou wezen. (mede door het liedje van Soeur Sourire)
En ik heb woord gehouden !
Mijn jongste zoon heet Dominique !
Ik heb haar nog eens gezien op een Fancy Fair later, en heb het haar verteld en glunderen dat ze deed.
Jean-Marie Giullaume
Jean Marie zat in een rolstoel en kon helemaal niks, maar was wel bij zijn volle verstand, maar praten lukte hem moeizaam.
Was enige zoon van rijke ouders, dat zagen we als ze op bezoek kwamen. Hij had nog een zus geloof ik.
Ik verstond hem bijna nooit, hij maakte zo'n grimassen wanneer hij wou praten, Ik verstond hem bijna nooit, hij had een soort afkeer voor mij, ik zou echt niet weten waarom.
Hij was de kamergenoot van Michouke, misschien daarom dat hij van mij niks moest hebben.
Ik heb onlangs vernomen dat hij reeds overleden is.
Marie-Therese Drooghaag
Zij had precies dezelfde handikap als Jean-Marie maar kon wel normaal praten.
Zij zaten dikwijls in elkaars gezelschap, alsof ze verkering hadden. De Tantes konden gerust zijn, ze konden niks doen.
Zij is ooit eens geopereerd geweest aan haar liezen, omdat haar benen altijd gekruist waren.
Dan moest zij een aantal maanden een ijzeren corset met beugels aan doen die haar benen gewoon recht moesten houden.
Ook schuurde zij haar duim kapot door er met de wijsvingernagel steeds tegen te schuren, in een krampachtige onkontroleerbare beweging.
Martine Paree
Martine was redelijk normaal net als ik, maar had polio gehad en daardoor was haar ene been niet volgroeid en droeg ze een schoen met een beugel. Martine was mijn boezemmaatje. Zij kon soms zo gek doen. Wij hebben veel plezier gemaakt samen.
Jean Veughelen
Voor Jean begon de dag steeds hetzelfde, Met het aftrekken van zijn bed en met lakens en al verdween hij dan in de badkamer.
Jean plaste elke dag in zijn bed. Nu bestaan er Panpers maar toen nog niet.
Hij kon zijn water niet ophouden. een enkele keer gebeurde het eens dat hij droog opstond, maar dat was dan eerder uitzondering dan regel.
Hij kon er niks aan doen, maar kinderen onder elkaar, lachten wij hem uit .
Hij droeg ook een beugelschoen geloof ik.
Geatana Talutto
Zij is pas de laatste 2 jaar van mijn verblijf binnengekomen in de home, Zij was dus al boven de 10 jaar.
Ook zij was mijn boezemvriendin. Met haar heb ik ook veel plezier gemaakt. Zij leerde mij enkele woordjes italiaans.
Zij had een verlamde hand geloof ik. Misschien door een accident ?
Het is vreemd maar over onze handicaps hebben wij nooit gepraat of zelfs maar bij stilgestaan; iedereen had iets! nou ja en dan ?
We accepteerden elkaar zoals we waren en maakten er samen het beste van. voila !
Nadine Maloto
Klinkt grieks vindt ik nu !
Had eigenlijk niks speciaals, maar was een beetje labiel.
Zij was mijn kamergenote, samen met Laurette Marchal. Omdat wij nogal vroeg moesten gaan slapen nam ik altijd boeken mee naar bed, die ik verstopte onder de matras.
Ik trok het rolluik dan zo omhoog dat er door de kleine gaatjes genoeg licht binnenkwam om te lezen tot ongeveer 9 à 10 uur.
Soms kwam de tante nog even kijken en zag het rolluik, dan deed ze het volledig naar beneden, pas was ze weg of het stond weer op de gaatjes.
Laurette Marchal
Haar heb ik de eerste jaren dat ik weg was uit de home nog geschreven via haar moeder, want Laurette zelf kon niks, maar ze was lief.
Zij was een beetje mijn zusje, doordat ik voor haar moest zorgen op de kamer.
Ik ben haar uit het oog verloren nadat ze verhuist was. Ik was het adres kwijt; en het was niet makkelijk om haar te schrijven in 't Frans.
Toen kon ik het wel lezen en praten maar schrijven ? dat was een ander paar mouwen!
Woont ze nog steeds in La Louvière ? ik weet het niet.
Jonnhy Ducarme
Was een blonde robuuste gast. Franstalig. Wat ik mij vooral van hem herinner is dat hij soms met houten skilatten aan zijn voeten moest rondopen en al schuivend bewegen. Vooral om te draaien had hij het moeilijk . hij stootte dan ook overal tegenaan.


Mijn Lievelingslied was dit.:
Dit zong meter om mij rustig te krijgen, wat altijd wonderwel lukte. Al bij het 3 de couplet sliep ik.
Er liep een aap door bos en velden (2x)
Toen liep dat a-a-aapje in een strik (2x)
Er liep een boer door bos en velden (2x)
Die nam dat a-a-aapje mee naar huis (2x)
Het aapje mocht met de kind'ren spelen (2x)
Die dachten da-da-dat het een broertje was (2x)
Het ging somtijds ook mee ter schole (2x)
En allen aap, aap, aapten 't aapke na (2x)
Maar toen de kind'ren groter werden (2x)
Toen moest dat a-a-aapje aan het werk (2x)
Het aapje moest toen pannen schuren (2x)
En ook nog ka-ka-kamermeisje zijn (2x)
Op een nacht toen allen sliepen (2x)
Toen ging dat a-a-aapje er vandoor (2x)
Nu had het weer zijn vrije leven (2x)
En kon hij klim-klim-klimmen in een boom (2x)
MOEDERKE ALLEEN.
Wie zal er ons kindeke douwen
en doet het zijn moederke niet?
Wie zal er zijn dekentjes vouwen,
dat 't schaars door een holleke ziet?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Wie zal naar ons kindeke kijken,
dien bleuzenden stouten kapoen?
Wie zal er zijn hemdekes strijken,
zijn haarken in krullekes doen?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Wie zou voor ons kindeke derven
haar laatste kruimelke brood?
Wie zou er, wie zou er voor sterven,
en lachen op kind en op dood?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Onder de lantaarn,
die op gas moest gaan.
stond Lily te wachten
op heure Amerikaan
Heur polshorlogeke stond stil
‘t was koud en donker in April
ze knauwde tutterfrut , ze knauwde tutterfrut. (allen)
Z’ad hem leren kennen
In de zoologie,
tussen 'd olifanten van Montgommery,
T’ was just Clark Gable , en der stak
In zijne zak , een fles cognac
hij knauwde tutterfrut , hij knauwde tutterfrut (allen)
Hij had is gebonken,
en daarmee was’t kleir,
samen al kabassend
trokke zo’ver de Meir.
« Y love you darling » zei hij « yes »
« ik ook » zei zij « hedde geen doos kaas »
Hij knauwde tutterfrut, hij knauwde tutterfrut. (allen)
Nog een paar maanden later
kocht Lily n’n spruit
Zij zei « zulle we trouwen ? »
mor hij zei « loat het uit »
« gij zé toch jonkman » zei ze kuis
« das right » zei hij « mor ni bij mij thuis »
ze knauwde tutterfrut, ze knauwde tutterfrut. (allen)
Nee, nee, ze knauwde bonen ! ! ! !
Dees was dan ‘d historie
Van Lily Marleen
Yankee Doodle dandy
Is na ribbedebie
Ter nagedachtenis van haar
Stel ik aan iedereen hier voor
Te knauwen tutterfrut, te knauwen tutterfrut (allen)
‘T LEVEN DAT IS GEEN PRETJE
IK WEET ER ALLES VAN
BEN JE BEDRUKT, VERZET JE !
MAAK ERVAN WAT JE KAN
ALS JE ‘T GELUK WIL ZOEKEN
‘T HANGT AAN EEN ZIJDEN DRAAD
EN JE SUCCES WIL BOEKEN
LUISTER DAN NAAR MIJN RAAD :
BRENG EENS EEN ZONNETJE
ONDER DE MENSEN
EEN BLIJ GEZICHT TE ZIEN
DOET JE ZO GOED
VERVUL ZO NU EN DAN
HUN LIEFSTE WENSEN
EEN BEETJE LEVENSVREUGD
SCHENKT NIEUWE MOED
BRENG EENS EEN ZONNETJE
ONDER DE MENSEN
EEN BLIJ GEZICHT TE ZIEN
DOET JE ZO GOED
VERVUL ZO NU EN DAN
HUN LIEFSTE WENSEN
HET SPREEKWOORD ZEGT :
WIE GOED DOET, GOED ONTMOET !
KAN JE WAT OVER SPAREN
GAAT HET JE ZAKELIJK GOED ?
BLIJF DAN NIET AAN ‘ T VERGAREN
MAAR GEEF WAT UIT, DAT MOET…
LEVEN EN LATEN LEVEN
DAAR KOMT HET HIER OP AAN
KAN JE EEN ANDER GEVEN
DOE HET GUL EN SPONTAAN !
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
IK WEET EEN HEERLIJK PLEKJE GROND
DAAR WAAR DIE MOLEN STAAT
WAAR IK MIJN ALLERLIEFSTE VOND
WAARVOOR MIJN HARTJE SLAAT
IK ZAG HEM VOOR DE EERSTE KEER
AAN D’OEVER VAN DE VLIET
EN SINDS DIE TIJD KOMT HIJ STEEDS WEER
DIE PLEK VERGEET HIJ NIET…
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
EENS ZAL DE MOLEN ZIJN VERSIERD
DAN STA JIJ AAN MIJN ZIJ
HET HELE DORP DAT BRUILOFT VIERT
WEET : JIJ BENT NU VAN MIJ
EN DAN NEEM IK ME VOOR
TERWIJL JE MIJ KUST OP MIJN MOND
NOOIT GA IK BIJ DE PLEK VANDAAN
WAAR IK MIJN LIEFSTE VOND !
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
IK HAD GEHOOPT, DAT JIJ OP MIJ ZOU WACHTEN,
MAAR JIJ KREEG PLOTSELING, AND’RE GEDACHTEN
‘K HEB ME VERGIST IN JOU, MIJN MARJOLEIN,
HET VALT NIET MEE, OM WEER ALLEEN TE ZIJN ! ! !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
BIJ DE KAZERNEPOORT, STA IK NU STIL TE DROMEN,
IK ZIE DE MEISJES GAAN, EN OOK WEER KOMEN,
JIJ BENT ER NIET MEER BIJ, MIJN MARJOLEIN…
ZOALS HET WAS, ZO ZAL HET NOOIT MEER ZIJN !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
==================================“Mooi is het zonlicht”
Als je in stemming bent moet je genieten
’t Leven is kort en ’t is gauw weer voorbij
Kun je nog vrolijk zijn, wees dan tevreden
Grijp het geluk, als je kunt, voel je vrij
Lap aan je laars wat ze ook van je denken
Kletsen ze van je, blijf in je humeur
Zoek al het mooie wat er is in dit leven
Zet van je af dat kleinzielig gezeur!
Refrein: Mooi is het zonlicht dat schijnt voor ons allen
Mooi zijn de sterren in flonk’rende pracht
Laat toch je leven door niemand vergallen
Lach en vergeet, zorgen en leed!
Zit niet te piek’ren voor wat nog moet komen
Zie toch geen bergen die er nog niet zijn
Wees niet jaloers en naijverig op anderen
Want dat bezorgt je het meeste chagrijn
Als je gezond bent, dank dan maar de hemel
Want je gezondheid die is alles waard
Niets op de wereld, geen rijkdom of weelde
Kun je vergelijken met die schat op aard
Refrein
Als het je meeloopt, wees niet overmoedig
Denk niet dat j’ alles kan want dat is fout
Zelfs van de hoogste top val j’ín de afgrond
Als je teveel op jezelven vertrouwt
’t Leven is rijk aan gedachten en daden
Vol energie en voortdurende strijd
Als je moet vechten voor ’t dagelijks bestaantje
Doe dat met eerlijke wapens altijd!
Refrein
Lieber Gott, lass die Sonne wieder scheinenLieber Gott, lass die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!
Alle Leute, die großen und die kleinen,
haben Sehnsucht nach Sonne wie ich.Wenn die Wolken, die grauen, weiter weinen,
ja dann weine bald auch ich.
Darum lass doch die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!Häschen auf der Wiese, Vöglein auf dem Baum,
schauen in den Regen, träumen einen Traum.
Träumen daß die Sonne lacht vom Himmelszelt
und mit ihren Strahlen glücklich macht die Welt.Und Ochs und Kuh die machen "muh" im grünen, grünen Gras,
die armen Tiere sind ja pitschenaß!Lieber Gott, lass die Sonne wieder scheinen,
für die Muh, für die Mäh und für mich.
Alle Tiere, die großen und die kleinen,
haben Sehnsucht nach Sonne wie ich.Wenn die Wolken, die grauen, weiter weinen,
ja dann weine bald auch ich.
Darum lass doch die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!
Het geschenk
I
Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, Grootvader, geef het mij!’
- ‘Ik zal ‘t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,’
Zeî de oude, - ‘wij zullen zien.’
‘Toekomend jaar!’, zei ‘t knaapje,
‘O, Grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’
En de oude stond te peinzen,
Hij dacht: ‘het is wel waar!’
En zijn lange vingeren streelden
Des knaapjes krullend haar.
Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes:
”t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.
II
Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar de grond.
Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!
Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer,
En lei het zilveren uurwerk
In ‘t oude schuifken weêr.
6) Het Home als deel van...
7) CultuurEens per maand gingen we naar concerten in een nabijgelegen home "Het centre Jamblinne de Meux" soms waren dat plezante dingen zoals goochelaars en jongleurs maar soms ook saaie bedoeningen zoals pianoconcerten en fluitserenades. Dat ging gepaard met een hele volksverhuis voor ons, immers de meesten van ons zaten in een rolstoel, konden amper praten, laat staan dat ze genoten van het spectakel, maar soit.
Zij die konden lopen gingen met begeleiding met de tram dat was eerst een eindje lopen van het foyer en dan namen we de tram aan de Gentsesteenweg tot in het centrum van de stad.
De rest kwam met Polleke in zijn bus.
We kwamen dan voorbij een snoepwinketje en soms mochten we daar naar binnen, dat was afhankelijk van de begeleidster. We kregen soms al eens 5 frank mee van thuis en mochten daar dan snoep mee kopen. Nu is daar voor mij een anekdote aan verbonden die ik nooit meer vergeet. Ik stond dus in het winkeltje " die winkeljuf keek altijd zo wantrouwend naar ons "
en ik wou het laatste nieuwe snoepje kopen nl. "een Zip" dat koste 5 frank en ik had er maar 4 meer,naast mij stond een oud madammeke en toen de winkeljuf zei dat ik geen Zip kreeg aan 4 fr.
stopte het mensje mij 1 frank toe, ik zei: merci madamme en legde de frank bij de rest onder het afkeurend oog van de winkeljuf die tegen het menske protesteerde: Mais enfin, madamme !
Het heeft mij de waarde van het geld geleerd.
En op de terugweg 's avonds keken we onze ogen uit naar de neon reclame van de "Martini" en "Bastos Filtre" en zoveel andere. Dat maakte grote indruk op ons. Al die lichtjes die aan en uit floepten in een onveranderd tempo en dat gedraai om zijn as. waw
Omdat we soms de zondagen in het home doorbrachten konden we lid worden van de wolfjes, dat was een groep zoals de scouts en dat doorbrak voor ons de sleur een beetje op de zondagen dat we in het home moesten blijven.
We gingen er heen met Pol en vertrokken na de middag in ons uniform; dat bestond uit een donkerblauwe rok en een donkerblauw hemd met lange mouwen en opgestikte zakken en epauletten.
We gingen dan in een klein huisje ergens in Watermael-Bosvoorde* midden in een bos zoals in de sprookjes, het rook er heerlijk naar een mengsel van afgevallen bladeren en rot fruit . Daar speelden we, leerden we knopen leggen en soms deden we een achtervolging .
Dan vertrok de ene groep een half uurtje vroeger dan de andere en verstopte dan allerlei zaken waar we dan moesten naar zoeken of eerst raadsels oplossen of dingen opzoeken.
Alles stond in verband met Mogli en het jungleboek en Baaden Powell :de stichter van de scouts Het draaide rond regels en plichten, we leerden speciale knopen leggen en leerden bloemen en planten kennen en herkennen. Wij voelden de koning te rijk Die namiddagen waren altijd veel te gauw voorbij!
En eens per jaar gingen we naar een bijeenkomst in het Terkameren Bos met scouts en Gidsen van over gans Belgie. Meestal vertrokken we dan al van 's morgens met een lunchpakket, de drankjes kregen we ter plaatse. Heel indrukwekkend allemaal voor ons was die algemene groet: met ons hand op de boezem riep de leiding iets en allen riepen wij iets terug, maar ik weet niet meer wàt ?
Onze verjaardagen werd met de groepen per maand gevierd, er was wel elke maand iemand jarig en dat vierden we meestal op een woensdagamiddag in de grote living die ronde tafels had en waar we meestal mochten gaan zitten bij wie men wou. Er werd dan één taart met kaarsjes voor de jarigen gebracht en de rest kreeg dezelfde taart maar zonder kaarsjes.
we kregen er chocomelk bij. en mochten kiezen warme of koude en nadien rozijnenbrood toe.
De jarige was vooraf reeds gepolst wat hij graag zou hebben voor zijn verjaardag en in de mate van het mogelijke werd dat dan gekocht.
Wij hadden een aantal rijke weldoensters die ervoor zorgden dat dit in orde kwam, dat waren onze meters en peters.
Ik herinner mij vooral dat ik steeds een plaatje van Will Tura vroeg en het nooit gekregen heb. Ze waren waarschijnlijk niet van gedacht om mij als vlaamse te laten voortbestaan. Ik kreeg plaatjes van Michel Polnaref en Marc Arian, van Sheila en Hermans Hermits. Nu was dat voor mij al lang goed want dat waren de liedjes die wij samen zongen en die in de Salut les Copains stonden afgedrukt. Ik kon ondertussen zowel vlaams als frans lezen en spreken. Zelfs met de vlamingen onder ons (er waren er intussen toch al een mondjesmaat) spraken wij frans onder elkaar.
hier zijn enkele namen : Jean Veugelen, Danny Lenseclaes, Renee Geerooms.
En dan 's avonds mochten we soms bij ons op de kamer naar muziek luisteren. Le chemin mène à la fontaine
Tu voudrais remplir ton seau
Arrête-toi Marie-Madeleine
Pour eux ton corps ne vaut pas l'eau Inch Allah ! Inch Allah
We mochten ook naar Tv kijken tot het nieuws. we keken vooral naar :"Sebastien parmi les hommes" met het bekende liedje: " Je connait... les brümes claire, La neige rose des matins d'hiver ..." dan kwam het zandmannetje op zijn wolk de kindjes, goud glinsterend zand in de ogen strooien en moesten we slapen gaan.
8) VerlorenToen ik zo'n 9 jaar was werd het stort achter ons verblijf plots opgeruimd en de geruchten deden de ronde dat er een spiksplinter nieuw internaat zou worden gebouwd.
En ja hoor binnen het jaar konden we er in terecht, nu hoefden we niet meer naar de klas in het andere gebouw, we konden van in de living naar de klas bij wijze van spreken.
Er was een grote inkomhall en vlak daarnaast de bureau van de directrice.
Nu was de oude Directrice al een tijdje vervangen door Tante Marie en dat was geen gemakkelijke, Die had niet het lieve uitzicht van een oude dame die Tante Gaby was. Het was even wennen;
Er waren nog veranderingen.: nu verbleven de Tantes allen in een daartoe private gang in aparte kamertjes, net aan de inkomhall, en bleef er nog eentje (om beurt) op het eind van de gang van onze kamers, in geval van nood of ruzie.
Wijzelf werden per 3 te slapen gelegd en wel steeds zo; dat 1 van de 3 goed te been was om de anderen te helpen en 1 waarvan we niets konden verwachten en de 3de daartussen in. En nog steeds: grote jongens, kleine jongens, grote meisjes, kleine meisjes.
Er was ook een cabinet voor dokter en tandarts. er was een feest zaal, die tevens dienst deed als TV zaal, ja ondertussen hadden we televisie. maar enkel voor franse zenders.
Ik ben heel lang de enige vlaamse geweest in het internaat, Er waren er nog in mijn klas maar die waren extern of verbleven in een ander home omdat ze niet gehandikapt waren;