
Het was daar bijna altijd opstaan met de geur van vers gebakken eieren op de leuvense stoof.
Mét kon ook iets maken dat ik nergens anders nog gezien heb: Als ik verkouden was maakte ze thee van iets wat zij begijnenbout noemde (een soort drop) en samen met zoethout en grove kandijsuiker liet trekken tot een zwarte drank (net koffie) Ik luste dat wel .
We zongen oude liedjes mét en ik zoals "Marleentje" Dat ging zo:
Ik pakte dat mrleentje al bij de hand
Marleentje,mareentje vond dat plezant
Ze liet zich leiden,langs groene weiden
Och, wat zijn er toch meisjes in t land.
Ref.:
Maar mijn marleentje, marleentje, marleentje
Zo is er maar eentje (x2)
Ik kuste dan marleentje op hare mond,
marleentje,marleentje vond dat gezond
Ze zou niet gèren, zich tegenwèren
Och , wat lopen hier meisjes in 't rond
Ref.:
Maar als mijn marleentje,marleentje, marleentje
zo is er maar eentje
Ik trouwde met marleentje een tijd nadien
Marleentje, marleentje werd graag gezien
Dra zong mijn vrouwke een douwiedouwke
Ach, er zijn er nog schoner misschien,
Ref.:
Dan mijn marleentje, marleentje, marleentje
alzo, is er maar eentje ! (x2)
Ik wilde dat marleentje niet vervenkon
marleentje, marleentje is mijne zon
want viel ik zonder, ik ging ten onder
geen meisje wie ik mijn harte nog jon (gunde)
Ref.:
Als mijn marleentje marleentje, marleentje
Zo is er maar eentje (x2)
----------------------
En ook:
Mooi is het zonlicht dat schijnt voor ons allen
mooi zijn de sterren aan het firmament
laat ons het leven door niemand vergallen
leef en vergeet, zorgen en leed
----------------------
En in mijn kamer kwam klokke (de paasklok) altijd iets op tafel zetten naast mijn bed en nooit was ik er wakker van geworden.
Ook Sint Maarten wist die weg te vinden.
Tot ik die keer zo nieuwsgierig was dat ik mijn innerlijke wekker had gezet en wakker was toen ze kwam. Het betekende meteen ook de laatste maal dat de klok kwam.
Liedjes die we samen zongen.
===================
Mijn grootvaders klok
+++++++
Mijn grootvaders klok was een deftige klok
Met haar uurwerk zo fijn en secuur
Zij tikte geregeld, al negentig jaar
verkondigde eerst hem steeds het uur
En met vrolijke slag, riep de klok steeds goeden dag,
als een gast in ons kleine huis verscheen,
Maar opeens was 't met haar gedaan
en voorgoed is ze stil blijven staan
En zij tikte altmaar door
tikke-tak tikke-tak
Altijd maar, dag en nacht
tikke-tak tikke-tak
Opeens was 't met haar gedaan,
en voorgoed is ze stil blijven staan.
Mijn grootvaders klok was een statige klok,
nooit liep zij een seconde maar voor
Zij zag heel wat getreur, heel veel liefs en veel leed,
maar haar slinger, die slingerde door
En zo tikte zij voort, door geen enkel ding gestoord,
deed zij negentig jaren lang haar picht
Maar opeens toen was 't met haar gedaan,
en voorgoed is ze stil blijven staan
En zij tikte altmaar door
tikke-tak tikke-tak
Altijd maar, dag en nacht
tikke-tak tikke-tak
Opeens was 't met haar gedaan,
toen mijn grootvader heen was gegaan.
En zo tikte zij voort, door geen enkel ding gestoord,
deed zij negentig jaren lang haar picht
Maar opeens toen, was 't met haar gedaan,
en voorgoed is ze stil blijven staan
En zij tikte altmaar door
tikke-tak tikke-tak
Altijd maar, dag en nacht
tikke-tak tikke-tak
Opeens was 't met haar gedaan,
toen mijn grootvader heen was gegaan.
============================
Mijn Lievelingslied was dit.:
Dit zong meter om mij rustig te krijgen, wat altijd wonderwel lukte. Al bij het 3 de couplet sliep ik.
Er liep een aap door bos en velden (2x)
Toen liep dat a-a-aapje in een strik (2x)
Er liep een boer door bos en velden (2x)
Die nam dat a-a-aapje mee naar huis (2x)
Het aapje mocht met de kind'ren spelen (2x)
Die dachten da-da-dat het een broertje was (2x)
Het ging somtijds ook mee ter schole (2x)
En allen aap, aap, aapten 't aapke na (2x)
Maar toen de kind'ren groter werden (2x)
Toen moest dat a-a-aapje aan het werk (2x)
Het aapje moest toen pannen schuren (2x)
En ook nog ka-ka-kamermeisje zijn (2x)
Op een nacht toen allen sliepen (2x)
Toen ging dat a-a-aapje er vandoor (2x)
Nu had het weer zijn vrije leven (2x)
En kon hij klim-klim-klimmen in een boom (2x)
MOEDERKE ALLEEN.
Wie zal er ons kindeke douwen
en doet het zijn moederke niet?
Wie zal er zijn dekentjes vouwen,
dat 't schaars door een holleke ziet?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Wie zal naar ons kindeke kijken,
dien bleuzenden stouten kapoen?
Wie zal er zijn hemdekes strijken,
zijn haarken in krullekes doen?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Wie zou voor ons kindeke derven
haar laatste kruimelke brood?
Wie zou er, wie zou er voor sterven,
en lachen op kind en op dood?
Kleine, kleine
moederke alleen,
douw-douw-douwderideine,
kleine, kleine
moederke alleen
kan van uw wiegske niet scheên.
Onder de lantaarn,
die op gas moest gaan.
stond Lily te wachten
op heure Amerikaan
Heur polshorlogeke stond stil
‘t was koud en donker in April
ze knauwde tutterfrut , ze knauwde tutterfrut. (allen)
Z’ad hem leren kennen
In de zoologie,
tussen 'd olifanten van Montgommery,
T’ was just Clark Gable , en der stak
In zijne zak , een fles cognac
hij knauwde tutterfrut , hij knauwde tutterfrut (allen)
Hij had is gebonken,
en daarmee was’t kleir,
samen al kabassend
trokke zo’ver de Meir.
« Y love you darling » zei hij « yes »
« ik ook » zei zij « hedde geen doos kaas »
Hij knauwde tutterfrut, hij knauwde tutterfrut. (allen)
Nog een paar maanden later
kocht Lily n’n spruit
Zij zei « zulle we trouwen ? »
mor hij zei « loat het uit »
« gij zé toch jonkman » zei ze kuis
« das right » zei hij « mor ni bij mij thuis »
ze knauwde tutterfrut, ze knauwde tutterfrut. (allen)
Nee, nee, ze knauwde bonen ! ! ! !
Dees was dan ‘d historie
Van Lily Marleen
Yankee Doodle dandy
Is na ribbedebie
Ter nagedachtenis van haar
Stel ik aan iedereen hier voor
Te knauwen tutterfrut, te knauwen tutterfrut (allen)
BRENG EENS EEN ZONNETJE
‘T LEVEN DAT IS GEEN PRETJE
IK WEET ER ALLES VAN
BEN JE BEDRUKT, VERZET JE !
MAAK ERVAN WAT JE KAN
ALS JE ‘T GELUK WIL ZOEKEN
‘T HANGT AAN EEN ZIJDEN DRAAD
EN JE SUCCES WIL BOEKEN
LUISTER DAN NAAR MIJN RAAD :
BRENG EENS EEN ZONNETJE
ONDER DE MENSEN
EEN BLIJ GEZICHT TE ZIEN
DOET JE ZO GOED
VERVUL ZO NU EN DAN
HUN LIEFSTE WENSEN
EEN BEETJE LEVENSVREUGD
SCHENKT NIEUWE MOED
BRENG EENS EEN ZONNETJE
ONDER DE MENSEN
EEN BLIJ GEZICHT TE ZIEN
DOET JE ZO GOED
VERVUL ZO NU EN DAN
HUN LIEFSTE WENSEN
HET SPREEKWOORD ZEGT :
WIE GOED DOET, GOED ONTMOET !
KAN JE WAT OVER SPAREN
GAAT HET JE ZAKELIJK GOED ?
BLIJF DAN NIET AAN ‘ T VERGAREN
MAAR GEEF WAT UIT, DAT MOET…
LEVEN EN LATEN LEVEN
DAAR KOMT HET HIER OP AAN
KAN JE EEN ANDER GEVEN
DOE HET GUL EN SPONTAAN !
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
IK WEET EEN HEERLIJK PLEKJE GROND
DAAR WAAR DIE MOLEN STAAT
WAAR IK MIJN ALLERLIEFSTE VOND
WAARVOOR MIJN HARTJE SLAAT
IK ZAG HEM VOOR DE EERSTE KEER
AAN D’OEVER VAN DE VLIET
EN SINDS DIE TIJD KOMT HIJ STEEDS WEER
DIE PLEK VERGEET HIJ NIET…
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
EENS ZAL DE MOLEN ZIJN VERSIERD
DAN STA JIJ AAN MIJN ZIJ
HET HELE DORP DAT BRUILOFT VIERT
WEET : JIJ BENT NU VAN MIJ
EN DAN NEEM IK ME VOOR
TERWIJL JE MIJ KUST OP MIJN MOND
NOOIT GA IK BIJ DE PLEK VANDAAN
WAAR IK MIJN LIEFSTE VOND !
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WOONT HET MEISJE
WAAR IK ZOVEEL VAN HOU
DAAR BIJ DIE MOLEN
DIE MOOIE MOLEN
DAAR WONEN WIJ : EENMAAL ALS MAN EN VROUW ! ! !
IK STA OP WACHT
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
IK HAD GEHOOPT, DAT JIJ OP MIJ ZOU WACHTEN,
MAAR JIJ KREEG PLOTSELING, AND’RE GEDACHTEN
‘K HEB ME VERGIST IN JOU, MIJN MARJOLEIN,
HET VALT NIET MEE, OM WEER ALLEEN TE ZIJN ! ! !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
BIJ DE KAZERNEPOORT, STA IK NU STIL TE DROMEN,
IK ZIE DE MEISJES GAAN, EN OOK WEER KOMEN,
JIJ BENT ER NIET MEER BIJ, MIJN MARJOLEIN…
ZOALS HET WAS, ZO ZAL HET NOOIT MEER ZIJN !
IK STA OP WACHT
EN DENK AAN JOU
JIJ SCHREEF MIJ AF
BLEEF MIJ NIET TROUW
OOK EEN SOLDATENHART
IS NIET VAN STEEN
WAAROM SCHREEF JIJ DIE BRIEF
EN LIET MIJ ZO ALLEEN ?
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
IK STA OP WACHT
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
MIJN HART DOET PIJN
ALS IK VERLOF KRIJG
STAAT ER NIEMAND AAN DE TREIN ! ! !
==================================“Mooi is het zonlicht”
Als je in stemming bent moet je genieten
’t Leven is kort en ’t is gauw weer voorbij
Kun je nog vrolijk zijn, wees dan tevreden
Grijp het geluk, als je kunt, voel je vrij
Lap aan je laars wat ze ook van je denken
Kletsen ze van je, blijf in je humeur
Zoek al het mooie wat er is in dit leven
Zet van je af dat kleinzielig gezeur!
Refrein: Mooi is het zonlicht dat schijnt voor ons allen
Mooi zijn de sterren in flonk’rende pracht
Laat toch je leven door niemand vergallen
Lach en vergeet, zorgen en leed!
Zit niet te piek’ren voor wat nog moet komen
Zie toch geen bergen die er nog niet zijn
Wees niet jaloers en naijverig op anderen
Want dat bezorgt je het meeste chagrijn
Als je gezond bent, dank dan maar de hemel
Want je gezondheid die is alles waard
Niets op de wereld, geen rijkdom of weelde
Kun je vergelijken met die schat op aard
Refrein
Als het je meeloopt, wees niet overmoedig
Denk niet dat j’ alles kan want dat is fout
Zelfs van de hoogste top val j’ín de afgrond
Als je teveel op jezelven vertrouwt
’t Leven is rijk aan gedachten en daden
Vol energie en voortdurende strijd
Als je moet vechten voor ’t dagelijks bestaantje
Doe dat met eerlijke wapens altijd!
Refrein
Lieber Gott, lass die Sonne wieder scheinenLieber Gott, lass die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!
Alle Leute, die großen und die kleinen,
haben Sehnsucht nach Sonne wie ich.Wenn die Wolken, die grauen, weiter weinen,
ja dann weine bald auch ich.
Darum lass doch die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!Häschen auf der Wiese, Vöglein auf dem Baum,
schauen in den Regen, träumen einen Traum.
Träumen daß die Sonne lacht vom Himmelszelt
und mit ihren Strahlen glücklich macht die Welt.Und Ochs und Kuh die machen "muh" im grünen, grünen Gras,
die armen Tiere sind ja pitschenaß!Lieber Gott, lass die Sonne wieder scheinen,
für die Muh, für die Mäh und für mich.
Alle Tiere, die großen und die kleinen,
haben Sehnsucht nach Sonne wie ich.Wenn die Wolken, die grauen, weiter weinen,
ja dann weine bald auch ich.
Darum lass doch die Sonne wieder scheinen,
für Mama, für Papa und für mich!
Het geschenk
I
Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, Grootvader, geef het mij!’
- ‘Ik zal ‘t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,’
Zeî de oude, - ‘wij zullen zien.’
‘Toekomend jaar!’, zei ‘t knaapje,
‘O, Grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’
En de oude stond te peinzen,
Hij dacht: ‘het is wel waar!’
En zijn lange vingeren streelden
Des knaapjes krullend haar.
Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes:
”t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.
II
Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar de grond.
Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!
Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer,
En lei het zilveren uurwerk
In ‘t oude schuifken weêr.




