Het Genografisch Project. Deel 1: onze verre voorouders.

De migratieroute van
onze voorouders.
Haplogroep R1B(M343).
IN DE NEVELEN VAN DE TIJD
Genealogen gaan op zoek naar hun voorouders in geschreven bronnen. Sommige zoeken al hun voorouders (ouders, twee grootouders, vier overgrootouders, enz). Dit noemen we een kwartierstaat. Anderen, zoals ikzelf, zochten maar de rechtstreekse mannelijke voorvaders en van de voorvader in elke generatie ook alle afstammelingen via mannelijke lijn en hun echtgenotes om zo een stamboom samen te stellen. In deze stamboom hebben alle leden dezelfde familienaam omdat in West-Europa familienamen via de mannelijke lijn van ouders op kinderen doorgegeven worden.
Dit onderzoek gebeurt aan de hand van geschreven, meestal burgerlijke of kerkelijke bronnen. Dit onderzoek is in grote mate afhankelijk van de, in de verschillende archieven, nog beschikbare bronnen. Ontbreken sommige van deze bronnen omdat ze verloren zijn gegaan door oorlogen, brand, verwaarlozing of omdat een bepaalde bron gewoon niet verder gaat dan loopt het onderzoekingsspoor dood. De verdere voorouders situeren zich dan in de “nevelen van de tijd”.
De meeste genealogen kunnen opklimmen tot in de 17de eeuw, het tijdstip waar men voor het eerst begon met het systematisch optekenen in kerkelijke registers van de dopen, huwelijken en begrafenissen. Als men geluk heeft geraakt men tot de helft van de 16 de eeuw. In sommige parochies begon men reeds in het vierde kwart van de 16 de eeuw met het bijhouden van parochieregisters. Voor mijn onderzoeksgebied, het Land van Waas, is dit voor de parochie Kruibeke, waar onze stamvader Michiel Blijweert leefde, voor de dopen het geval vanaf 1 juni 1586. De eerste geboorte die werd genoteerd “Den eersten junij 1586” klinkt als volgt “het kind adriaan de witte was kersten gedaen den 1en junij moeder Elisabet van vij… het kind heet adriaan. Peters jacob de laet en de huysvrouw van Gillis van w..”. Hier nog genoteerd in het Nederlands wat uitzonderlijk kan genoemd worden.
Vlug gebeurt de inschrijving alleen nog in het latijn.
Voor de eerste helft van de zestiende eeuw en voor de vijftiende eeuw neemt de moeilijkheidsgraad van het onderzoek sterk toe. Er zijn nog wel bronnen maar ze worden zeldzamer. Vaak is het moeilijk nog verbanden te leggen tussen de verschillende generaties. Steunend op doorgedreven onderzoek in de bronnen van deze periode kan ik enkel met grote waarschijnlijkheid stellen dat Michiel Blijweert de zoon was van Joos en deze de zoon van Jan. Jan Blijweert zou dan geboren zijn op het einde van de vijftiende eeuw. Het blijft echter een waarschijnlijkheid omdat ik nergens een vermelding vond Michiel zv Joos zv Jan. Ik heb enkel een reeks onrechtstreekse bewijzen en dat is onvoldoende.
Vanaf de veertiende eeuw worden de geschreven bronnen zeldzaam. We naderen de limieten van de genealogie. Wij vonden slechts enkele vermeldingen in de baljuwsrekeningen van de 14 de eeuw. De oudste is gedateerd 1374 en vermeldt een boete te betalen door Jan Blideweert. Daar moeten we het dan mee doen. Zeker, het is een voorouder maar in welk verband we met hem staan zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen.
Onze verst bekende voorouders hadden echter ook voorouders. Zoeken in de volle middeleeuwen naar individuele voorouders is slechts weggelegd voor hen die afstammen van de absolute toplaag (adel) uit deze periode. Wij stammen daar niet van af en moeten verder onderzoek richten op het volk waartoe we behoren. En daar kan men de verre afstammingsgeschiedenis van leren kennen. Dit onderzoek behoort tot het terrein van de antropologie.
Rond 1950 vatten wetenschappers het idee op om via genen verwantschap tussen volkeren te meten en van daaruit ook, zoals reeds in de taalkunde was gebeurd, een omvattende stamboom van volkeren te reconstrueren.
Daaruit bleek dat genen, volkeren en talen zich op eenzelfde manier vanuit Afrika verspreid hebben over Azië, Europa, de Nieuwe Wereld en het gebied van de Stille Oceaan. Ook paleontologen waren op basis van fossiele resten van de mens al tot het besluit gekomen dat de menselijk soort haar wieg in Afrika had staan.
Op basis van het onderzoek van Alan C. Wilson te Berkeley (Californië) bleek dat de hele mensheid afstamt van één enkele voormoeder die zo’n 150.000 tot 200.000 jaar geleden leefde in Afrika. Op basis van onderzoek van het Y chromosomaal DNA, dat enkel bij de man voorkomt en dat door vaders enkel aan zonen doorgegeven wordt, kwamen de wetenschappers tot het besluit dat de hele mensheid afstamt van een “genetische Adam” die ongeveer 60.000 jaar geleden eveneens in Afrika leefde.
De vroegste migraties vanuit de Oost-Afrikaanse savanne begonnen zo’n 60.000 jaar geleden.
Het Genografisch Project.
Om onze kennis over de verspreidingwegen van de mens vanuit Afrika over heel de wereld te verfijnen werd op 13 april 2005 het meest ambitieus genetisch-antropologisch onderzoeksinitiatief gestart dat ooit werd ondernomen. De National Geographic Society en IBM willen één van de grootste DNA verzamelingen ter wereld samenbrengen. Het geheel wordt gefinancierd door de Waitt Family Foundation. Het doel is het in kaart brengen hoe de aarde aanvankelijk werd bevolkt.
Het Genografisch Project bestaat uit drie componenten. Veldonderzoek: het verzamelen, via bloedstalen, van 100.000 DNA monsters bij inheemse volkeren. Deelname van het publiek en een bewustmakingscampagne.
Iedereen kan aan dit project deelnemen door een set aan te kopen (126,50 $) waarmee men een eigen DNA monster kan nemen. Na opsturen en analyse wordt het anoniem aan de genografische databank toegevoegd. Het staal is in de databank bekend door een unieke code waarmee men op de webstek van het genografisch project de migratiegeschiedenis van zijn eigen (heel) verre voorouders kan volgen. Met het DNA monster worden dus de migratie routes zichtbaar gemaakt van onze heel verre voorouders. Naarmate er meer en meer stalen verwerkt worden, zal die route steeds verfijnder kunnen uitgetekend worden.
Eind maart 2006 kreeg ik de bestelde DNA set thuis bezorgd. Midden april kon ik de gegevens reeds raadplegen op de webstek van het project. Het bij dit artikel gevoegde kaartje geeft de migratieroute van onze voorouders weer. Op de webstek staat ook uitvoerige informatie m.b.t. de resultaten van het DNA onderzoek en tevens van de verschillende migratieroutes die onze voorouders volgden. Ik kom in een latere bijdrage hierop terug.
Ik doe een oproep aan de naamdragers die het zich financiëel kunnen veroorloven om deel te nemen aan dit belangrijk wetenschappelijke project.
Bronnen:
P. Donche, “Vaststelling van verwantschappen via moderne DNA-technieken, in Vlaamse Stam, jg. 34, nr. 5, mei 1998, pg. 179-189.
P. Donche, “Y-chromosomaal DNA onderzoek voor de vaststelling van patriarchale verwantschap”, in: Vlaamse Stam, jg. 36, nr. 5, mei 2001, pp. 193-205.
P. Donche, “Op zoek naar uw heel verre voorouders. Het Geneografisch project”, in Vlaamse Stam, jg. 41, nr. 6, november-december 2005, pp. 485-494).
Nederlandstalige editie van National Geographic Magazine (november 2005), “Waar komen we vandaan ? Sporen in ons DNA vertellen hoe onze verre voorouders zich over de aarde hebben verspreid”.
Webstekken:
http://www.nationalgeographic.com/genographic
http://www.nationalgeographic.be (Nederlandstalig). Doorklikken naar The Genographic Project.
Paul Blyweert








