Het Genografisch Project. Deel 2: de haplogroep R1b(M343).
DE HAPLOGROEP R1b (M343).
Afstammingslijnen worden genetisch herkend aan de mutaties die in het DNA voorkomen. Sommige mutaties zijn van recentere datum, andere heel oud. Deze aangetroffen in Y chromosomaal DNA worden aangeduid door een M gevolgd door een getal. Deze codes noemt men genetische markeerders. De genetische markeerders, die mijn (onze) voorvaderlijke geschiedenis bepalen gaan ongeveer 60.000 jaar terug tot de eerste gemeenschappelijke markeerder van alle niet-Afrikaanse mannen M168 en volgen een lijn tot vandaag om te eindigen met markeerder M343
Alle leden van de haplogroep R1b dragen volgende chromosomale markeerders:
M168 > M89 > M9 > M45 > M207 > M173 > M343
Vandaag behoren tot deze haplogroep R1b, 70 % van alle inwoners van Zuid-Engeland. In delen van Spanje en Ierland omvat deze groep 90 % van de bevolking.
Migratiedagboek van mijn (onze) voorouders.
M168: onze vroegste voorouder.
Tijdstip van de mutatie: ongeveer 50.000 jaar geleden.
Klimaat: tijdelijke terugtrekking van de ijstijd. In Afrika stijgt de gemiddelde temperatuur.
Geschat aantal Homo Sapiens: 10.000.
Gereedschappen en vaardigheden: stenen gereedschap en vroegste getuigen van kunst en ontwikkelde begripsvorming.
De man bij wie de eerste markeerder in onze afstamming tot uiting kwam leefde waarschijnlijk in Noordoost Afrika, in de regio van de Rifftvallei, misschien in het huidige Ethiopië, Kenia of Tanzania, ongeveer 31.000 tot 79.000 jaar geleden. Wetenschappers stellen meestal dat hij ongeveer 50.000 jaar geleden leefde.
Zijn afstammelingen vormen de enige afstamming die buiten Afrika overleefde. Dit maakt hem tot de enige gemeenschappelijke voorvader van elke vandaag nog levende niet-Afrikaan.
Het besluit uit het vertrouwde jachtgebied te vertrekken naar onbekend en onontgonnen gebied heeft waarschijnlijk te maken met klimaatveranderingen. Ongeveer 50.000 jaar geleden begonnen de ijskappen van Noord Europa te smelten. Dit ging gepaard met een vochtiger en warmer klimaat in Afrika. Daardoor werden delen van de onherbergzame Sahara voor korte tijd bewoonbaar. Wanneer dit droge gebied veranderde in een savanne breidden de dieren, waar onze voorouders op jaagden, hun graasgebied uit naar de nieuw ontstane graslanden. Onze nomadische voorouders volgden de dieren waar ze sinds altijd op hadden gejaagd. De exacte route die ze hierbij volgden zal door verder onderzoek moeten worden bepaald.
Rond dezelfde tijd werd er een grote stap voorwaarts gezet in de intellectuele mogelijkheden van de moderne mens. Vele wetenschappers zijn van mening dat het ontstaan van taal onze voorouders een beslissend voordeel bezorgde op de vroegere menselijke soorten. Betere werktuigen en wapens, de mogelijkheid te plannen (vooruit te denken) samen te werken en nieuwe hulpbronnen te gebruiken maakten het de moderne mens mogelijk andere “mensachtige” te vervangen.
M89: de tocht door het Midden-Oosten.
Tijdstip: de man, drager van markeerder M89 werd geboren ongeveer 45.000 jaar geleden in Noord Afrika of het Middenoosten. Deze markeerder wordt gevonden bij 90 tot 95 % van alle niet-Afrikanen.
Plaats: Noord Afrika of het Midden-Oosten.
Klimaat: semi-dorre grasvlakten.
Aantal Homo Sapiens: tienduizenden.
Werktuigen en vaardigheden: stenen, ivoren en houten gereedschap.
Onze voorouders “overstroomden” het Midden-Oosten en verder gelegen gebieden. Zij maakten deel uit van de tweede grote migratiegolf “out of Afrika”.
Ongeveer 40.000 jaar geleden veranderde het klimaat opnieuw en het werd kouder en droger. De droogte trof Afrika en de graslanden van de Sahara werden opnieuw woestijn. Hierdoor was voor de komende 20.000 jaar de terugweg afgesloten. De nomaden konden niet terug naar hun thuisland.
Vele van de afstammelingen van M89 bleven in het Midden-Oosten, anderen volgden de grote kudden buffels, antilopen en mammoets door wat vandaag Iran is, naar de uitgestrekte steppen van Centraal-Azië.
De semi-dorre grasvlakten vormden een “supersnelweg” die reikte van Oost-Frankrijk tot Korea. Onze voorouders, die Afrika Noordwaarts hadden verlaten, richting het Midden-Oosten, trokken zowel oost- als westwaarts verder langs de Midden-Aziatische “supersnelweg”.
M9: De euro-asiatische stam verspreid zich breed en ver.
Tijdstip van de mutatie: 40.000 jaar geleden.
Plaats: Iran of Zuid- en Midden-Azië.
Geschat aantal Homo Sapiens: tienduizenden.
Werktuigen en vaardigheden: van het late steentijdperk (jongpaleolithisch).
Onze volgende voorouder, geboren ongeveer 40.000 jaar geleden in Iran of Centraal-Azië, lag aan de basis van de genetische markeerder M9. Deze gaf ontstaan aan een afstamming die zich afsplitste van de M89 Midden-Oosten stam. Zijn afstammelingen, waartoe wij behoren, zullen de volgende 30.000 jaar het grootste deel van onze planeet bevolken.
Dit grote geslacht, gekend als de euro-asiatische stam zal zich geleidelijk verspreiden in de loop van de volgende duizenden jaren.
Geharde jagers volgden de kudden altijd oostwaarts, langs de uitgestrekte “supersnelweg” van de euro-asiatische steppe. Uiteindelijk werd hen de weg versperd door de massieve bergketens van Zuid Centraal-Azië: de Hindoekoesj, de Tiensjan en de Himalaya. Deze drie ontmoeten elkaar in de regio gekend als de knoop van Pamir in het tegenwoordige Tadzjikistan. Hier splitsten de jagersstammen zich in twee groepen. Sommigen trokken in de richting van Noord Centraal-Azië, anderen trokken naar het Zuiden naar wat thans Pakistan en het Indiase subcontinent is. Dit leidde tot twee verschillende van elkaar onderscheiden afstammingen.
De oorsprong van de meeste bewoners van het Noordelijk halfrond is terug te voeren tot de euro-asiatische stam. Bijna alle Noord-Amerikanen en Oost-Aziaten, evenals de meeste Europeanen en Indiërs zijn afstammelingen van de M9.
M45: De tocht doorheen Midden-Azië.
Tijdstip van de mutatie: 35.000 jaar geleden.
Plaats: Centraal-Azië.
Klimaat: de gletsjers rukken op en bedekken een groot deel van Europa.
Geschat aantal Homo Sapiens: ongeveer 100.000.
Werktuigen en vaardigheden: van het late steentijdperk.
De volgende markeerder van onze genetische erfenis manifesteerde zich rond 35.000 jaar geleden in een man geboren in Centraal-Azië. Hij behoorde tot de euro-asiatische stam (M9) die naar het Noorden van het Hindoekoesj gebergte was getrokken in de richting van de kudderijke steppen van hedendaags Kazakstan, Uzbekistan en Zuidelijk Siberië.
Hoewel rijkelijk voorzien van grote kudden jachtwild werden de euro-asiatische steppen in steeds grotere mate onherbergzaam door het opnieuw oprukken van de gletsjers. De vermindering van de regenval bevorderde het ontstaan van een woestijnachtige omgeving in de zuidelijke steppen. Aldus werden onze voorouders verplicht de kudden jachtwild te volgen in Noordelijke richting.
Om in dergelijke ruwe omstandigheden te kunnen leven leerden ze draagbare, van dierenhuid gemaakte tenten, te maken. Ze ontwierpen eveneens wapentuig en jachttechnieken die succesvol bleken bij de jacht op de grotere dieren die ze ontmoetten in het koudere klimaat. Hun gereedschapskist omvatte nu ook benen naalden, waarmee klederen van dierenhuiden konden worden genaaid. Deze beschermden hen tegen de bittere koude en stelden hen in staat de verre afstanden af te leggen die noodzakelijk waren om op rendieren en mammoeten te jagen teneinde hen van voedsel te voorzien.
De vindingsrijkheid en vaardigheid van onze voorouders waren beslissend voor hun overleven in de laatste ijstijd in Siberië, een gebied waarin geen andere mensachtige, voor zover bekend, ooit had geleefd.
Uit de Centraal-Aziatische stam ontstond nog veel meer. Deze M45 is de gemeenschappelijke voorouder van de meeste Europeanen en van bijna alle Indiaanse mannen (Native Americans).
M207: het vertrek uit Centraal-Azië.
Tijdstip van de mutatie: 30.000 jaar geleden.
Plaats: Centraal-Azië.
Klimaat: de gletsjers rukken op over een groot deel van Europa en West Eurazië.
Geschat aantal Homo Sapiens: 100.000.
Werktuigen en vaardigheden: het late steentijdperk.
Na lange tijd in Centraal-Azië te hebben verbleven en daar hun vaardigheden te hebben verfijnd in harde en ongekende omstandigheden en nieuwe hulpbronnen te hebben aangeboord begon de Centraal-Aziatische stam de trek westwaarts in de richting van het Europese subcontinent.
Een individu in deze stam was drager van de nieuwe M207 mutatie van zijn Y chromosoom. Zijn afstammelingen splitsten zich uiteindelijk in twee groepen. De ene groep trok verder richting Europees subcontinent, de andere groep zwenkte in zuidelijke richting en bereikte uiteindelijk India. Onze afstammelingen behoren tot de eerste haplogroep en waren de eerste moderne mensen die Europa binnentrokken en tenslotte het hele continent koloniseerden.
M173: kolonisering van Europa. De eerste moderne Europeanen.
Tijdstip van mutatie: rond 30.000 jaar geleden.
Plaats: Centraal-Azië.
Klimaat: ijstijd.
Geschat aantal Homo Sapiens: 100.000.
Werktuigen en vaardigheden: van het late steentijdperk.
Toen onze voorouders verder westwaarts trokken werd, rond 30.000 jaar geleden, een man geboren die drager was van de genetische markeerder M173. Zijn afstammelingen maakten deel uit van de eerste grote golf van mensen die Europa bereikten.
Gedurende deze periode strekte het euro-aziatische steppenland zich uit van het tegenwoordige Duitsland, mogelijk zelfs Frankrijk, tot Korea en China. Het klimaat bevorderde het ontstaan van een omgeving rijk aan hulpbronnen en opende een venster naar Europa.
De aankomst van onze voorouders in Europa kondigde het einde aan van het tijdperk van de Neanderthalers, een mensachtige soort die Europa en delen van West-Azië bewoonde om en bij de 29.000 tot 230.000 jaar geleden.
Betere communicatieve vaardigheden en wapens evenals grote vindingsrijkheid maakten het onze voorouders waarschijnlijk mogelijk de Neanderthalers uit te schakelen in de concurrentiestrijd om de schaarse hulpbronnen.
Deze migratiegolf, West Europa in, betekende het verschijnen van wat de antropologen noemen de vroeg-paleolitische cultuur. Deze onderscheid zich door betekenisvolle vernieuwingen in de methode van het vervaardigen van werktuigen, grotere standaardisatie van gereedschappen zoals schrapers voor het bewerken van dierenhuiden en gereedschappen voor houtbewerking.
Naast steen gebruikten de eerste mensen die Europa bereikten ook been, ivoor, gewei en schelpen als deel van hun werktuiguitrusting. Armbanden en halssnoeren, gemaakt van schelpen, tanden, ivoor en ingekerfde beenderen verschijnen op verschillende plaatsen. Het grote aantal archeologische vindplaatsen in het Europa, daterend van 30.000 jaar geleden, wijzen er op dat er tevens een toename was van de bevolkingsdichtheid.
Rond 20.000 jaar geleden sloot het klimaatvenster zich opnieuw en oprukkende ijstapijten dwongen onze voorouders verder te trekken naar Spanje, Italië en de Balkan. Wanneer het ijs zich terugtrok, vanaf ongeveer 12.000 jaar geleden, trokken vele afstammelingen van de M173 terug naar het Noorden en herbevolkten de plaatsen die onbewoonbaar waren geworden gedurende de ijstijd.
Het is dus alles behalve verbazingwekkend dat het aantal afstammelingen van de man die aan de oorsprong ligt van markeerder M173, zeer hoog ligt in West Europa. De dragers van de markeerder M173 vinden we vooral geconcentreerd in Noord-Frankrijk en de Britse eilanden waar de markeerder naartoe is gebracht door afstammelingen die de ijstijd hadden doorstaan in Spanje.
M343: directe afstammelingen van de Crô-Magnon.
Tijdstip van de mutatie: rond 30.000 jaar geleden.
Plaats: West-Europa.
Klimaat: ijstapijten kruipen verder Noord-Europa in.
Aantal Homo Sapiens: ?
Gereedschappen en vaardigheden: van het late steentijdperk.
Rond 30.000 jaar geleden deed zich een mutatie voor in het Y chromosoom van een afstammeling van de stam die door Europa trok. De M343 is de slot-markeerder van onze haplogroep. Wij zijn rechtstreekse afstammelingen van het volk dat de menselijke verspreiding in Europa domineerde: de Crô-Magnon. De Crô-Magnons zijn de makers van de beroemde grotschilderingen gevonden in Zuidwest Frankrijk, in het Vézèredal in de Dordogne. Deze muurschilderingen leverenden het archeologische bewijs van de plotse opbloei van artistieke vaardigheden toen onze voorouders Europa binnentrokken. Tot dan toe beperkte de artistieke inspanning zich tot juwelen gemaakt van schelpen, been en ivoor, primitieve muziekinstrumenten en bewerkte stenen. De grotschilderingen van de Crô-Magnons echter beelden dieren af zoals bizons, herten, neushorens en paarden en normale gebeurtenissen van groot belang in het paleolithische leven, zoals de lenterui, het jagen en de zwangerschap. De schilderingen zijn complexer, gedetailleerder en kleurrijker dan wát ook dat voorafgaat aan deze periode.
Deze voorouders wisten hoe geweven kledij te maken door het gebruik van natuurlijke vezels van planten en ze hadden relatief ontwikkelde gereedschappen van steen, been en ivoor. Hun juwelen, bewerkte voorwerpen en complexe en kleurrijke muurschilderingen getuigen van de ontwikkelde cultuur van de Crô-Magnons gedurende de laatste ijstijd.
Hier eindigt, voorlopig althans, ons genetisch pad. Het onderzoek naar nieuwe gegevens, over de mannen en vrouwen die als eersten de aarde bevolkten, gaat verder en dus ook het onderzoek naar onze voorouders en onze plaats in de geschiedenis. Als het geneografische project tot nieuwe informatie leidt zullen we deze op onze webstek publiceren.
Paul Blyweert








