
Op het tegeltableau in de Poitevinstraat staat, tussen de andere pestheiligen in, Sint Antonius abt. Tot omstreeks 1955 werd deze heilige in Brugge als pestheilige vereerd. Voor alle duidelijkheid, het is de Sint Antonius met zijn \"zwientje\". In de Onze-Lieve-Vrouwkerk bevindt zich heel wat dat verwijst naar deze heilige. Maar eerste een beetje geschiedenis...
Sint Antonius was een Egyptische kluizenaar die in verschillende woestijnen leefde en door zijn levensstijl indruk maakte. Hij werd 105 jaar. Zijn lichaam werd in de woestijn begraven en later opgegraven. Zijn relieken verhuisden naar Frankrijk. Maar ook Brugge bezit (waarschijnlijk sinds 1212) een reliek van Sint-Antonius: een deeltje van zijn arm, meegebracht vanuit Constantinopel. Sint-Antonius zijn volgelingen gingen in de middeleeuwen rond om de mensen te helpen (ook in perioden van pest) en hadden varkens die een belletje om hadden bij zich.
Dat \"Toontje\" ook in de twintigste eeuw nog - en vooral door de boeren - erg vereerd werd had vooral te maken met het geloof dat de heilige de veestapel behoeden kon voor bijvoorbeeld runderpest. Zijn naamdag is 17 januari en rond die tijd was het in en rond de O.L.V.-kerk een drukke bedoening. Tijdens de \"Toontjesdagen\" werden duizende kaarsen, broden en speciale Sint-Antoniuskoeken verkocht. De boeren mengden die koeken in hun zwijnenvoer en aten er zelf een stukje van. Ook werden er wassen ex-voto\'s verkocht: zwijntjes, kindjes of ledematen.
Die Sint-Antoniusdag werd in de volksmond ook nog genoemd \"viggetjesommegang\", \"koppeldag\" of \"teentjestert\". Waarom dat zo genoemd werd is gauw te verklaren: het volk stond in de kerk opeengepakt omheen de pilaar (zie foto) voor het Sint-Antoniusbeeld. De mensen hadden gauw een kwartier nodig om, voetje voor voetje, al biddend omheen de pilaar te wandelen. En dat moesten zij DRIEMAAL doen en daarna nog de kruisweg.
Welwel, de tijden zijn veranderd zeg!