Hondenslagers

We durven wel eens kankeren op de overreglementeringen tegenwoordig. Honden bijvoorbeeld moeten aan de lijn blijven eenmaal ze buiten in het openbaar lopen. Hondenpoep moet opgeraapt worden door de begeleider van de hond. Niet elk hondenbaasje houdt zich daar allemaal strikt aan, maar kom, meestal loopt (dankzij de reglementeringen) weinig uit de hand in dat verband. Dat was tot eind de 19de eeuw wel enigszins anders. Loslopende wilde honden in de steden (ook Brugge) waren er zo overvloedig dat hondenvangers aangesteld werden. Om maar enkele cijfers te geven: in 1455 waren er in Brugge 8 hondenslagers die in dat jaar samen 1121 honden neerknuppelden. Om u een idee te geven over de toestand vroeger volgt hier een grappig artikel uit de Gazette van Brugge van 31 januari 1880."Onze moedige hondenvangers
doen by voortduring goede vangsten. De steekkar, die ze volgt is dagelyksch zeer goed gevuld. Het schynt echter, dat die vierpootige straet loopers, 't zy kleine of groote, de zelfde zoete vreugde niet gevoelen, wanneer zyn, zooals kleine kinderen, een wandelingske in een of ander rytuig mogen doen. Over eenige dagen ving men in de Carmersstraet eenen hond zoo groot als een schaap. De opening van den hondentrein was te klein om den huilenden "Garibaldi" erin te krygen. Men was verpligt die opening grooter te maken: maer die vergrooting was de oorzaek dat al de gevangenen uit de kas sprongen en het op een loopje stelden. De de heeren hondenvangers een aengezigt van eene el lang trokken, hoeft niet gezegd te worden. Een voorbyganger een weinig by dranke, die ooggetuige was van die snelle vlugt, zegde by zyn zelven "O wat is de vryheid toch een aengenaem en schoon ding!"
De netwerpers waren door dit onvoorzien geval zoo bitter getroffen, dat iedereen aldaer meende dat zy hunne netten in de Lange Rei zouden geworpen hebben. Maer toch kwam hun moed weder, en weldra mieken zy nieuwe slagtoffers, die dan met meer zekerheid in de kar werden gesteken."





















1 reactie op dit bericht
Hondenslagers