
Guido Gezelle was bij wijze van spreken dag en nacht met taal bezig. Wat die man allemaal gelezen en geschreven heeft, dat grenst aan het ongelofelijke. Neen, ... dat
overschrijdt het ongelofelijke. Gezelle was zoals u misschien weet een vurige voorstander voor één Westvlaamse taal, een taal die lange tijd onderdrukt geweest was, en hij schreef vooral in die taal. Over de schrijfwijze van de woorden heeft men zich lange tijd niet beziggehouden. Elk schreef het neer zoals hij dacht dat het kon zijn. Vandaar dat we tot op de dag van vandaag bijvoorbeeld opgescheept zijn met soms tientallen schrijfwijzen van één en dezelfde familienaam, maar aangezien die verschillende schrijfwijzen thans bindend zijn bestaat daarin geen uniformiteit. Uniformiteit heeft men wel proberen te scheppen in onze Nederlandse taal zelf. Woordenboeken zoals Van Dale hebben daarvoor gezorgd, maar sinds 1954 vooral de '
Officiële Woordenlijst der Nederlandse Taal'. Daarom weten we nu dat het beter is dat we ton en tonnetje schrijven. Mochten we ons tegenwoordig bezondigen aan een tekst met daarin een woord als 'thonneke(-n)', dan vermoed ik dat we voor ouderwets uitgemaakt zouden worden. En toch heb ik het hier over iets wat onze voorouders spraken en wat we helaas hopeloos aan het afleren zijn: ons sappig (West-)vlaams. Als ik het onlangs had over die h die enkele decennia terug weggelaten mocht worden in woorden, dan sloeg dat vooral op woorden van Griekse oorsprong (marathon, apotheek, ...) waarbij het plots als progressief beschouwd werd om in teksten maraton of apoteek te gebruiken. Progressief was toen bijvoorbeeld ook om kreatief of kwis te schrijven in plaats van creatief en quiz. En plots mocht dat allemaal niet meer.
't Is geen quizvraag, maar weet u soms waar in Brugge deze tekst af te lezen valt?
1 reactie op dit bericht
Die kikker heeft ook gezelschap
En onder die kikker zit nog een stelletje witte, gipsen, poezen in de vensterbank.