Bij de bokken en de geiten
lopen kippen en een haan
en vijver vol met eenden
in hun midden pronkt een zwaan
schapen en wat hangbuikzwijnen
scholen samen bij de sloot
een pauw ziet met zijn scherpe oogjes
op het grintpad stukjes brood
het hert laat zich gewillig aaien
konijnen neuzen met elkaar
een ezeltje met witte sokken
schudt wat bladgroen uit zijn haar
duiven koeren in de dakgoot
van de grote grijze til
zeven witte ganzen kwetteren
luidkeels scherp en schril
aan de strakke blauwe hemel
vliegt een vogel ergens heen
in de verte rijden treinen
zondagmiddag tien voor een
zit ik zalig op een bankje
linker over rechterbeen.