Schooltje Longueval in 2002.
In de jaren 30 zat mama op dit schooltje.
Stamboomonderzoek Verhelst - Vervaeke
Schooltje Longueval in 2002.
Kachtemse schuwe Maandag (8)Deze tekst die uit een plaatselijke krant kwam (welke weet ik echter niet) , kreeg ik ooit van mijn pepé Alberic Verhelst...het is een deel van een tragische gebeurtenis die zich afspeelde in de oorlog en waar 2 van zijn broers bij betrokken waren nml.René en Camiel Verhelst.
Met de revolver in de vuist verplichtten ze iedereen eruit te komen en staken daarna de ast in brand. Allen werden op een rij geplaatst met de rug naar het huis van Haerinck. "Sie haben geschossen" klonk het ruw en dit betekende het doodsvonnis voor allen. De kleine jongen die naast zijn oudere broer stond, werd uit de rij gerukt met de woorden: "Du hast nicht geschossen !" Nadat allen afgetast waren en Julien Haerinck de zwachtel van zijn gewonde vinger werd afgerukt, werden de veroordeelden naar het einde van de koer gedreven alwaar de terechtstelling zou plaatsvinden. Weer was de "' kleine Marcel naast zijn peter gaan staan, niet begrijpende wat er gebeurd was en opnieuw werd hij uit de rij genomen en weggejaagd. Zo stonden ze dan op een rij voor het eksekutiepeleton. Van links naar rechts: Verhelst René, Haerinck Julien, Verhelst Camiel, Dejonckheere Pius, VandewaetereGodfried, Denolf Omer, Deleu Palmer en Deleu Cyriel. Toen de soldaten aanlegden om te vuren, stoof de rij uiteen. Cyriel Deleu vluchtte over de muur. De gebroeders Verhelst. Palmer Deleu en Julien-Haerinek vluchtten onder 't magazijn en de drie anderen renden in wanhoop de koer op. Deze laatsten werden op de koer door bajonettesteken afgemaakt en meester Denolf werd zelfs het hoofd gekloven. Cyriel Deleu werd achtervolgd en aan de achterdeur van Victor Coals neergeschoten en het hoofd gekloven. In de vlucht onder het magazijn werd Julien Haerinek door een kogel getroffen en hij stortte neer.
Hij trachtte zich nog '"op de vrachtwagen te tillen en zijn kreunen werd gehoord. Palmer was in de linkerhoek gevlucht en wist zich te verschuilen in de aalbak. Camiel Verhelst was naar de rechterhoek gevlogen en had zich laten vallen tussen het kippenrek en de muur. René Verhelst, getroffen door een kogel in de rechterhand, sprong achter zakken kolen die klaar stonden voor levering. Twee zakken keerden om en zo werd hij met kolen bedekt. Een soldaat kwam met een zaklamp nog even loeren onder 't magazijn. "Niets dan kippen", opperde hij, maar hoorde het kreunen van de stervende jongeling op de wagen. Twee revolverschoten stelden een einde aan zijn lijden. 't Werd langzaam stil op de koer. De rook van de brand in den ast sloeg tegen de grond en hield iedereen op afstand.
De soldaten gingen verder drinken in de goed voorziene herberg en in het huis van de juffrouwen Vandoorne dat ze opengebroken hadden. Zo trachtten ze nun verwijtend geweten het zwijgen op te leggen. De drie ontsnapten aan de moordpartij kregen hinder in hun schuilplaats door de rook van de brandende ast. Palmer vluchtte schichtig over de muur. Hij sprong onbewust over het lijk van zijn vader heen en rende als een bezetene naar 't Hoge.
Camiel Verhelst kroop voorzichtig vanonder de kippen die hem zo goed beschermd haddën. Hij hielp zijn gewondè broer, die reeds koorstig was, van onder de kolen en vluchtte dan verder over de muur. Op straat komen durfden ze niet. Ze kropen over handen en voeten door de aanpalende hovingen, bleven hier en daar een tijdje onder een haag liggen en geraakten eindelijk in het open veld waar ze tussen het loof de nacht doorbrachten.
Intussen moest gijzelaar Alberic Ostyn verder mee om plaats te zoeken voor manschappen en paarden. In 't Nieuw Gemeentehuis waren de soldaten lastig tegen hem. Ze hadden er immers de vlag en kepi der Leopoldisten gevonden. Alberic die welbespraakt was, maar toch geen Duits sprak, kon na heel wat inspanning de soldaten iets wijs maken dat deze dingen niet van het Belgische leger waren. Paarden werden geplaatst in de kongregatiezaal, op de speelplaats van de jongensschool en in de klassen.
Alberic begon het beter en beter te stellen met de soldaten en kreeg tenslotte ook nog drinkgeld en mocht na al zijn uitgestane angsten weer naar vrouw en kinderen terug.
De kleine Marcel Haerinck was het moordtoneel ontvlucht en had in zijn eenzame ellende een schuilplaats gezocht in het huis van Deleu. In de nacht kon het kind meermalen, in het vage licht van een lantaarn, opkijken tegen de hoge laarzen van aanzittende soldaten.' -
Mijn grootvader Alberic Verhelst. Sosa 6.
Broers en zussen van opa Verhelst met hun gezin.
Generatie 4. Overgrootvader Ivo Verhelst. Sosa 12.
Generatie 4. Overgrootouders Verhelst - Degrande. Sosa 12 en 13.
Alberic Verhelst, geboren te Oekene op 4 september 1898 en overleden te Roeselare op 26 juli 1986, op 88 jarige leeftijd,
De kant van mama..... Generatie 3. Grootouders Verhelst-Vervaeke. Sosa 6 en 7.
Mijn moeder Jeannette Angèle Simonne Verhelst werd geboren te Woumen op 23 juli 1923, ze trouwde op 10 december 1947 te Oostduinkerke met mijn vader Pieter Frans Nuytkens. Ze overleed op 19 augustus 1965 te Kortrijk.
clogie 2.