Woensdag, 16 maart 2011.
Al om 6u45 wakker, meteen gedoucht, Giel na mij, komt goed uit, want vandaag willen we naar Nicosia of zoals ze het hier noemen Lefkosia.
Na het ontbijt nog even koffie drinken in de tuin en dan en route, ’t is toch zo’n 154 km vanaf het hotel.
In Pafos begint de enige snelweg en die gaat via Limassol = Lemesos naar Nicosia. We rijden, links, door een best groen gebergte, rechts, de zee. In Lemosos duiken we het binnenland in, hier is het een stuk kaler.
Onderweg zien we een aantal Byzantijnse kerken staan en wat opvalt is dat ze er allemaal heel goed onderhouden uitzien.
In Nicosia rij je zo van de snelweg de binnenstad in, in de nieuwe stad, zo’n 300 m van de oude stad raken we gemakkelijk de auto kwijt.
We lopen de Laika Geitonia binnen, een wirwar van steegjes die grensen aan de Venetiaanse Wallen. De huizen zijn zo van rond 1920 en veel daarvan zijn rond 1980 opgeknapt, onderin bevinden zich de winkels en horeca gelegenheden. Rechtdoor lopen en dan kom je vanzelf aan uit bij de grenspost die Nicosia in tweeën deelt, om het Turkse deel te bezoeken moet je een visa halen, dit is zo gepiept.
De herinnering aan de grensposten tussen Oost en West Berlijn komen hier wel meteen naar boven, ook omdat er hier een kleine zone niemandsland is, maar de behandeling is minder streng. Het Turkse deel ziet er meteen een stuk armmoediger uit en overal zie je Turkse vlaggen, de auto’s rijden weer rechts.
We lopen naar de grootste Moskee, die duidelijk een Byzantijnse kerk is geweest. Schoenen uit, het loopt zacht op het tapijt, veel is er niet te zien, één grote ruimte met een soort kansel voor de imam. Buiten, de kraantjes om je te wassen.
Terug naar het Griekse deel. In ons boekje staat een wandeling en die gaan we nu volgen. Via de Omeriye Moskee naar het Aartsbisschoppelijk Paleis, dit laatste is een reconstructie van een neo byzantijns origineel uit 1960, het oorspronkelijke paleis werd verwoest in 1974 tijdens de Grieks Cypriotische burgeroorlog van 1974, in een glazen garage zie de auto’s staan van voormalig aartsbisschop Makarios.
Naast het paleis staat de Agios Joannes = St. Johannes kathedraal, de orthodoxe kerk van Nicosia. De sobere, vrij kleine kerk aan de buitenkant heeft een duizelingwekkend interieur. Iconen, vergulde decoraties en lampen op de muren schitterde fresco’s, een sierlijke troon voor de aartsbisschop, een bronzen katheder in de vorm van een tweekoppige adelaar…echt overweldigend.
Toen we buiten kwamen even in ’t zonnetje gezeten om bij te komen van alle pracht en praal.
Achter de kerk ligt het Byzantijns Museum, ook hier hebben we een tijd doorgebracht en genoten van de indrukwekkende collectie iconen, ze beslaan een periode van 1000 jaar van de 8ste tot de 18de eeuw en komen bijna allemaal uit de kerken van Turks Cyprus.
Een heleboel van deze schatten werden gestolen door de Turk Aydin Dikmen en verkocht in Duitsland, toen ze door Interpol en de Duitse politie ontdekt werden zijn ze teruggeschonken aan Cyprus.
Na genoten te hebben van al dat moois nog even langs het vrijheidsmonument en de bastions gelopen en verder op een terras gezeten om alles te laten bezinken. We hebben hier natuurlijk niet alles gezien maar voor 1 dag wel genoeg om een goede indruk te krijgen.
Voor we wegrijden uit de stad moet Giel nog even tanken…en 2 maal staat Giel verkeerd voor de pomp…heb je met links rijden en rechts zitten!
Anderhalf uur terugrijden, de snelweg is hier nog een en al rust, al hadden we 1 kleine file omdat ze aan de weg bezig waren.













