Door de
verlaten Souks lopen we om 04.30 uur naar Place Jemaa-El-Fna, hier en daar
komen we een vroege Marokkaan tegen…het plein ligt er doods bij…al is er al een
schilder bezig een pand te schilderen?? en rijden er taxi’s heen en weer die
ons allemaal willen wegbrengen…maar dat hoeft niet, we worden opgehaald door
een busje.
Tien
minuten staan we te wachten voor het café de France en aanschouwen de leegte.
Ons
vliegtuig stijgt om 07.00 uur op, precies op tijd, om 11.15 uur landen we in
Zaventem.
Het is hier
5 graden…dat valt tegen…maar het was een heerlijke vakantie en daar kunnen we
nog lang op teren.
Wat vliegt de tijd als je het naar je zin hebt. Vandaag alweer de laatste dag.
We gaan op tijd op stap want we willen nog naar het Dar Si Saïd museum, ligt op 10 minuten afstand van onze riad. Het museum is ook weer gevestigd in een prachtig paleis, 3 verdiepingen en19de eeuws, met mooi tegelwerk, weelderig pleisterwerk en beschilderde houten koepels. De collectie bestaat uit tapijten, deuren, kisten, wapens, keramiek, kostums en juwelen, allemaal afkomstig uit Zuid Marokko. Vanaf hier ook een aardig uitzicht op het Atlasgebergte
Om 13 uur hebben we alles gezien en besluiten te profiteren van het heerlijke zonnetje op het dakterras. De hond , Jack, van de eigenaresse houd ons gezelschap…wat een druk baasje.
We genieten van dit toch wel Marokkaanse sfeertje, zo om en nabij de 2 uur gaan alle moskees de mensen weer oproepen voor het gebed (5 maal per dag) en de ene roept nog harder dan de andere….en als je dan weet dat er zo’n 40tal, grote en kleine, moskees staan alleen al in de medina dan kan je, je voorstellen dat het een aardig geluidje is.
Voor het laatst naar het Jemaa-El-Fna plein om te genieten van het gekrioel van de mensen…nog een laatste foto maken van de waterverkopers en andere bezienswaardigheden.
Terug in riad, inpakken en alvast afscheid nemen van de 2 meisjes die er werken en het andere Nederlandse stel dat er verblijft.
Vanmorgen na het ontbijt lekker genoten van het zonnetje, op het dakterras van ons riad.
Om 12 uur gaan we op pad, onze bestemming is vlakbij,net achter de souks, maar het wordt toch nog even zoeken omdat het plan wat we hebben van de souks maar minimaal is. Een jonge gast wil ons weer op sleeptouw nemen maar daar hebben we helemaal geen zin, hij blijft ons maar aanklampen tot ik, na eerst 10 keren te hebben gezegd dat we het zelf wel uitzoeken, in een franse colère moet schieten om het hem echt duidelijk te maken…eindelijk druipt hij af.
We komen langs een aftands groentemarktje, waar Giel een paar foto’s van wil maken, maar dat wordt niet op prijs gesteld.
Vlak hierachter ligt ons doel, Musée de Marrakech, Medersa Ben Youssef de koranschool en Koubba Ba’Adiyn restant van een Moskee.
Voor het museum is nog een gelegenheid om koffie te drinken…de prijzen zijn hier wel Westers.
We beginnen met het museum, dat is gevestigd in Dar Menebhi, een paleis dat aan het eind van de 19de eeuw door een grootvizier is gebouwd. Het heeft de traditionele Moorse stijl. De bewerkte deur, zoals in bijna alle Moorse huizen hier, de enige opening in de verdere sobere gevel leidt weer naar een binnenplaats met zellijtegels (= geometrisch tegelwerk, volgens bepaalde ingewikkelde en kleurrijke patronen neergelegd) in de kamers kan je gewaden, sierraden, mooie houtsnijwerkdeuren e.d. bewonderen.
Dan naar de koranschool, schijnt één van de grootste te zijn, hij heeft een capaciteit van 900 studenten, werd halverwege de 14de eeuw door een sultan gesticht, in de 16de eeuw herbouwd door een andere sultan, de school was ooit verbonden aan de Ben Youssef moskee, vandaar zijn huidige naam nog. De school bestrijkt 1720 vierkante meter en lijkt nog steeds op zijn oorspronkelijke ontwerp.
Beneden ziet het eruit als een standaard Moors paleis, beneden grenzend aan de binnenplaats en boven bevinden zich de studentencellen. E gemeenschappelijke ruimtes zijn prachtig bewerkt en het houtsnijwerk van deuren en leuningen ook imponeerend.
Vlakbij deze school en recht tegenover bestaande moskee is er nog een restant te zien van een de Almoravidenmoskee gebouwd in 1100, de Koubba Ba’Adiyn , Ook deze moskee werd verwoest door een andere stroming moslims nml. de Almohaden en de koepel die er nu te bewonderen is, is pas in 1948 weer herontdekt en uitgegraven.
Zo, voor vandaag weer onze portie cultuur gehad, tijd weer om de terrasjes op te zoeken.
Vandaag flink bewolkt, maar koud is het niet, het blijft 20 graden.
Na ons ontbijtje gaan we op pad, eerst door de soek om wat souvenirs bij elkaar te sprokkelen. Prettig kopen is het niet want ik vind de Marokkanen veel te opdringerig, ze geven je niet de tijd om eens rustig te neuzen, ze staan altijd iets aan te prijzen, ergerlijk. Ook het afdingen is aan mij niet besteed…dat is werk voor Giel.
De buit bedraagt theekannetjes, theeglazen en magneten…voor meer heb ik geen puf. Jammer, want er zijn zo te zien zat leuke dingen te koop.
Na onze aankopen even op terras voor koffie, deze is hier heerlijk, Giel is tegenwoordig aan muntthee verslaafd.
Het is droog , maar het duurt niet lang, er volgt een heftige bui. Wat dan wel weer leuk is aan hun verkooptechniek is dat bij de 1ste regendruppels ineens een heel stel jongens op straat lopen die paraplu’s verkopen.
We bezoeken vandaag het Badi - Paleis. Sultan Mansoer liet het paleis bouwen, er werd in 1578 mee begonnen en duurde tot zijn dood in 1603. El-Badi, “de Onvergelijkbare” werd als een van de wonderen van de islamitische wereld beschouwd. Voor de decoratie van de muren en plafonds van de 360 vertrekken werden Italiaans marmer, Iers graniet, Indiase onyx en bladgoud gebruikt . Ismaïl Moulay sloopte het paleis echter in 1683 en gebruikte de materialen voor zijn stad Meknès. De sloop duurde 10 jaar. Wat nu overblijft zijn een grote hof,2 bassins, funderingen, 2 torens, muren en nog 2 kamers.
In 1 van die kamers is nu een prachtige bewerkte minbar (=spreekstoel, meer spreektrap, vanwaar de imam het vrijdaggebed leidt) te bewonderen.
Op de hoge ommuringen van het complex hebben tig ooievaars hun nesten gebouwd en al blijft er dan weinig van het paleis over de grootsheid is wel te voelen.
Als we eenmaal op ons favoriete terras zitten, aan een flink ijsje aan het werken, steekt er een warme zuidenwind op en verdwijnt de regen als sneeuw voor de zon. De drukte op het plein wordt weer groter en uit het niets verschijnen de mensen, de brommers, de karren met of zonder ezel…
Het weer is
weer prachtig, zo’n 20 graden, na ons Marokkaans ontbijtje, yoghurt,
pannenkoek, verse sinaasappelsap, geroosterd brood met jam en koffie,
vertrekken we helemaal in voor een lange wandeling.
We gaan lopend naar het Musèe d’Art Islamique en Jardin
Majorelle.
Eerst via de
Koutoubia Moskee of de moskee van de boekhandelaren, de naam kreeg hij omdat
van oudsher boekhandelaren hun markt in de nabijheid van de moskee hadden. De
moskee zelf mag je niet binnen…we zijn geen moslims. De minaret is uit 1195, de
toren is 68 meter
hoog en heeft een grondvlak van 13 bij 13 m, is versierd met dubbele dennenappel rij
en tegeltableaus, bovenop een staaf met 3 bollen.
Hierna lopen we via tuinen naar de Bab (=poort) Nkoben
volgen de ommuring tot Bab Moussoufa.
Onderweg sinaasappel
geplukt, de Marokkaan die het zag gebeuren trok er een zuur gezicht bij, toen
op een bankje gaan opeten, erg sappig maar zuuuuuur, enfin een half uur later
had je er wel nog een frisse mond van.
We komen
ook langs de Gare Routière, een heel groot verschil met het station wat we
zagen in de nieuwe stad, dat zag er modern uit. Dit station doet rommelig en
slordig aan, op het plein ervoor zitten allemaal mannen met een verfpot en
kwast aan de fiets, materiaal om verstoppingen op te lossen of andere
gereedschappen om klusjes te doen, klaar om ingehuurd te worden.
Via de
Boulevard Allal El fassi, waarvan het 1ste deel ook erg rommelig is
naar een vrij leuk pleintje om even iets te drinken.
De Jardin Majorelle
is na even zoeken gevonden, het museum wat op hetzelfde terrein ligt is jammer
genoeg wegens werkzaamheden gesloten.
Jacques
Majorelle was een franse schilder geboren te Nancy in 1886, nam schilderlessen
in Parijs, reisde naar Spanje, Italië en Egypte, maar toen hij in 1917 TBC
kreeg ging hij herstellen in Marrakech, daar werd hij verliefd op het intense
licht en kreeg een grote fascinatie voor de soeks en dorpen in de Atlas, hij
besloot er te blijven en schiep zijn eigen moorse felblauwe villa met er omheen
een weelderige tuin.
Hij
overleed hier in 1962.
Later werd
het huis gekocht door Yves Saint-Laurent en Pierre Bergé. Yves is intussen ook
overleden.
Er lopen 4
wandelpaden door de tuin, naast yucca’s, bougainville, hibiscussen, bamboe en
cipressen zijn er zo’n 400 palmen in de tuin en 1800 cactussoorten…een klein
paradijs.
Na al dat
moois, geen zin meer om terug te lopen…terug met de taxi, om daarna weer te
genieten van al het bijzonders op het plein.
Vandaag willen we het Badi-paleis bezoeken, maar als we daar aankomen blijkt het dicht.Geen nood, dan gaan we naar het Bahia – paleis.
Terwijl we op onze plattegrond kijken om te zien hoe we er moeten komen worden we aangesproken door een Marokkaans mannetje, hij wil ons door de oude Joodse wijk (=Mellah) loodsen en naar de Synagoge brengen, we vragen wat dat moet kosten …niks, alleen iets geven aan de bewaker van de synagoge.Dus vooruit maar,
De voormalige Joodse wijk van Marrakech had ooit 16.000 bewoners. Tot de onafhankelijkheid was het de grootste Mellah in Marokko, vroeger tot 1936 werd de wijk omringd door een muur met 2 poorten, de ene poort leidde naar de begraafplaats en de andere naar de stad.
Marokko kent sinds de oudheid al een joodse gemeenschap, de meeste sultans boden hun een bescherming, nu kent Marokko nog steeds een kleine joodse gemeenschap.
Toch wel aardig om in zo’n islamitisch bolwerk nog een ander geloof te ontdekken.
Na het bezoek aan de synagoge willen we onze trip verder zetten naar het Bahia-paleis, maar eerst moeten we van het mannetje nog even een kruidenwinkeltje binnen…en daar draaide het hem om, de eigenaar is zijn zoon. Hebben we ons laten overhalen om thee en wat kruiden te kopen….wou Giel toch al.
Op naar Bahia (=Favoriet), dit paleis werd aan het eind van de 19de eeuw gebouwd door 2 grootviziers, vader en zoon. Het bestaat dan ook uit 2 delen. Het oudste deel heeft appartementen rond een met marmer geplaveide binnenplaats, verder is er een open binnenplaats met cipressen, sinaasappel en jasmijnbomen.
Het nieuwere deel heeft niet echt een plan, het bestaat uit luxueuze appartementen met uitzicht op lommerrijke binnenplaatsen. De ontvangstruimte is versierd met cederhout, verder veel mooie tegels en marmer, allemaal even mooi om te zien.
Ook is er een moskee en een medersa (=koranschool) maar deze zijn niet te bezoeken.
Hierna gaan we ons weer vergapen, lekker op terras, aan alles wat er op het Jemaa-El-Fna plein gebeurd.