Zelfgemaakte Corel Paint

¨VISSEN
Zelfgemaakte Corel Paint
¨VISSEN
Bieslog

|
Twaalf jaar lang hebben ze rond het Bieslogredactielokaal gescharreld - drie kippen en een haan. Eerder deed ik hier verslag van hun dagelijkse besognes (zie het dossier BiesBeesten) en daarom mag ik u het recente drama niet onthouden. Gisterochtend om zeven uur wilde ik het kippenhok openen om de bruine vrienden vrij te laten, zodat ze hun urenlange voedselzoektochten door de tuin konden beginnen, toen ik bij het zien van het hok op slag wist dat het gevreesde was gebeurd. Ik was kennelijk de avond tevoren vergeten de deur van de buitenren te sluiten (laat geworden, hoofd niet helemaal fris). Niet alleen die deur, maar ook de deur van het binnenhok stond wagenwijd open. En dat hoort niet. Dat is een heel slecht teken. Ik kwam met knikkende knieën dichterbij. Er lag zaagsel op de grond. In het binnenhok had een gevecht plaatsgevonden. Van de kippen restten een paar uitgerukte veren. Bezoekers wilden het vaak niet geloven, als ik vertelde dat het hok voor de nacht zorgvuldig gesloten moest worden, vanwege de rondsluipende vossen. Vossen? In een bebouwde kom, met veel huizen rondom? De pootafdrukken elders in de tuin namen alle twijfel weg. Ik voel me schuldig. Ik had bescherming moeten bieden. Eén vergeetachtigheid en het noodlot sloeg onverbiddelijk toe. Hoe ze op het warmst van een zonnige dag zandbaden namen. Hoe ze water dronken - kleine, delicate slokjes nemend, die ze proevend, met geheven kop, naar beneden lieten zakken. Hoe ze aan het eind van de middag om een boterham kwamen vragen. Hoe ze op hun stok zaten te dommelen als ik \'s avonds het hok ging sluiten. Vanmiddag zag ik op RTL4 een kookshow van \'topkok\' Jamie Oliver, waarbij hij voor een zaal vol van adoratie kwijlende huisvrouwen een gebraden kip in stukken brak. Hij en ik, we zijn allebei even grote klootzakken. | |
|
Van kip op mens
| ||
|
In de medische wereld wordt stress niet beschouwd als een overdraagbare aandoening. De veronderstelling dat het eten van ophokeieren leidt tot stressklachten bij de mens, moet dan ook met spoed nader worden onderzocht. | ||
|
De poema is onder ons
| ||
|
Nu blijkt de poema al jaren vrij rond te lopen en op vele plekken in Nederland gesignaleerd. Van Maastricht tot Ooltgensplaat. Zie je wel! Krijg ik toch gelijk. Sinds vier jaar klaag ik over poema-overlast. Uitgesloten!, zeiden de autoriteiten, we hebben de poema\'s in Nederland goed onder controle. Een ontsnapte poema is ons niet bekend. Als ik de politie belde omdat de poema weer eens aan mijn voordeur krabde, wilden ze niet eens komen. De afgelopen nacht sliep de poema onder mijn bed. | ||
Een zelfgemaakte collage
©
Valentijnsdag 14 februari

Valentijnsdag is een dag waarop geliefden elkaar extra aandacht geven met cadeautjes, bloemen, of kaarten. Valentijnsdag wordt gevierd op 14 februari. Oorspronkelijk was valentijnsdag bedoeld voor mensen die anoniem de liefde wilden verklaren aan iemand. Door middel van een valentijnskaart werd deze heimelijke liefde dan bekend gemaakt.
Valentijnsdag is in Vlaanderen en Nederland in korte tijd, sinds midden jaren \'90, een groot commercieel succes geworden. Etalages van cadeauwinkels in Nederland en België liggen vol met rode harten (uitgevoerd als kussens, ijsblokjes, ballonnen, snoepjes). Boekwinkels etaleren allerhande kaarten, van minuscuul tot enorm groot. De bloemenwinkels hebben enorme aantallen rode rozen in hun zaak. Zelfs hebben de Nederlandse posterijen eens een valentijnspostzegel uitgebracht.
Het is niet duidelijk waar de Valentijnsdag op gebaseerd is. Er bestaan twee heiligen met de naam Sint Valentijn. De een was priester in Rome, de ander was bisschop van Ternis. Beiden werden in de 3e eeuw op 14 februari gedood. Mogelijk gaat het hier zelfs om één persoon. Hun levensgeschiedenissen geven geen aanknopingspunt met het liefdesleven van jonge mensen.
Volgens de legende was Valentijn tevens arts. Als mensen hem om raad vroegen, gaf hij hen een bloem. Na zijn dood ontving een blind meisje een brief van hem, waaruit een bloem viel: ze kon meteen zien. Het bloemen-geven op Valentijnsdag zou op deze legende gebaseerd zijn. De detailhandel heeft vervolgens de \"middeleeuwse monnik\" Valentijn bedacht, die in zijn Italiaanse kloostertuin bloemen kweekte om ze aan verliefde stelletjes te geven.
Rond de 14e eeuw werd 14 februari een feestdag van verloofden, die al voor hun huwelijk elkaar trouw beloofden. De huidige cultus rond Valentijnsdag is begonnen in de Verenigde Staten van Amerika. Critici noemen Valentijnsdag enkel een methode om enorme sommen geld op te brengen, terwijl aanhangers van de feestdag het een prachtig symbool vinden. Deze reputatie kan vergeleken worden met die van moederdag.
Film: Me and You and Everyone We Know

Over Me and You and Everyone We Know is inmiddels al veel gezegd. Niet alleen op het International Filmfestival Rotterdam waar de film momenteel een enorme publiekstrekker is, maar ook op het Filmfestival van Cannes (Gouden Palm), het Sundance Festival (Juryprijs voor originaliteit) en andere Amerikaanse filmfestivals waar het prijzen won voor onder andere beste regie en beste debuut. Hoewel de film in Rotterdam nog steeds uit het niets leek te komen, geeft een blik op de site het beeld van een keurig getimede hype, inclusief een persoonlijke weblog van kunstenares/regisseuse Miranda July en merchandising die alleen begrijpelijk is voor de insiders.
Mogelijke hype of niet: ook zonder deze extra’s was het wel goed gekomen met de film. Alleen al vanwege de ronduit prachtige reeks vondsten in het scenario. De goudvis die per ongeluk in doodsstrijd raakt, het elfjarige meisje dat met kalme vastberadenheid haar toekomstige uitzet bij elkaar spaart door staafmixers en handdoeken te kopen, het vogelschilderij in de boom: allemaal net iets te surrealistische vindingen om zomaar even zelf bij elkaar te verzinnen, maar tegelijkertijd stuk voor stuk ontroerend en herkenbaar.
Miranda July kan het kennelijk wel allemaal bedenken, en dat doet ze goed ook. Me and You and Everyone We Know is doordrongen van haar persoonlijke achtergrond als succesvol kunstenaar via de rol van Christine Jesperson, een dromerige, vriendelijke en wat eenzame videokunstenares. Zij probeert een relatie te beginnen met de sombere schoenverkoper Richard (John Hawkes), die weer twee curieuze zoontjes heeft (onwaarschijnlijk sterk neergezet door Brandon Ratcliff en Miles Thompson), die ook weer allerlei mensen leren kennen. En daarmee is in ieder geval de titel gedekt.
Voor de rest van de film worden dergelijke verklaringen wat onwenselijker. Niet omdat de stoet aan komische en/of excentrieke personages en situaties dat niet toelaat want daar is Me and You and Everyone We Know van vergeven. Wel omdat het tekort zou doen aan het terugkerende gevoel dat in de film zit, iets dat zich wellicht nog het best laat omschrijven als een combinatie van onschuldig en pervers, grappig en wrang, hoopvol en desolaat tegelijkertijd. Het devies daarom: ga zelf kijken, ook als je eigenlijk niet meedoet aan hypes. De kans is groot dat je bijzonder aangenaam verrast wordt.
Goud
Goud
Bill Gates
|
Bill Gates te rijk voor belastingcomputers Rijkste man op aarde krijgt betalingsherinneringen |
W F Hermans

Elk nummer van Hermans-magazine bevat biografisch materiaal van Willem Frederik Hermans. Onderstaand korte levensoverzicht is gebaseerd op de respectieve afleveringen van Hermans-magazine waarin een bepaalde levensfase of activiteit van Hermans aan de orde kwam. Zie de cijfers tussen [vierkante haken].
1921-1933: Jeugd
Willem Frederik Hermans wordt op 1 september 1921 geboren in Amsterdam. Hij is de zoon van Johannes Hermans [19, 35, 36] en Rika Eggelte [33]. Er is ook een ouder zusje, Corry [29]. Van vaderskant stamt de familie Hermans uit Brielle [19, 20]. Regelmatig logeert het gezin ook bij een oom en tante in Almelo[19, 20]. Hermans\' moeder komt uit Amsterdam. Háár familie had haar wortels in en om de Jordaan [33].
Het onderwijzersgezin Hermans woont eerst in de Brederodestraat en vanaf 1929 in de Eerste Helmersstraat in Amsterdam Oud-West [7, 8, 12, 31, 37]. Voor het basisonderwijs gaat Wim Hermans naar de Pieter Langendijkschool.
1933-1940: Puberteit
In 1933 gaat Hermans naar het Barlæus Gymnasium. Anders dan op de lagere school verkeert hij nu tussen kinderen uit de hogere standen. Hij wordt redacteur van het schoolblad Suum Cuique. Kort voor het afstuderen moet hij maanden het bed houden wegens pleuritis. Zijn levenlang blijft hij last houden van zwakke longen en luchtwegen. Niettemin wordt hij een verstokte roker.
Hermans heeft al vroeg belangstelling voor de natuur. Hij wordt lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) [34].
1940-1945: Oorlogsjaren
In 1940 gaat Hermans sociale geografie studeren, in 1941 schakelt hij over naar fysische geografie [17, 21, 23]. In 1943 staakt Hermans zijn studie, hij tekent de loyaliteitsverklaring aan de Duitsers niet, maar als wetenschappelijk assistent van dr. J.P. Bakker [22] blijft hij nog geruime tijd doorwerken.
Hoe passief Hermans ook is in de oorlogsjaren, hij let goed op, wat zijn weerslag vindt in romans als De tranen der acacia\'s [4, 9, 11, 22, 23, 25, 35] (1949), De donkere kamer van Damokles [3, 4, 16, 30, 31, 32] (1958) en Herinneringen van een engelbewaarder (1971) en in het Boekenweekgeschenk [Madelon i]n de mist van het schimmenrijk [6, 7, 8, 9, 12] (1993). In de loop van de oorlog legt hij, o.a. op enkele clandestiene salons, zijn eerste literaire contacten. Hij leert Charles B. Timmer [15], Adriaan Morriën [2, 3, 4, 5] en Oey Tjeng Sit [34] kennen. In het clandestiene Parade der profeten [4, 22] publiceert Hermans gedichten. Zijn eerste verhalen, waaronder \'Loo-Lee\' [19, 20] en \'Elektrotherapie\' [19] worden na de oorlog gebundeld in Moedwil en misverstand.
1945-1950: Overgangsjaren
Hermans is in de oorlogsjaren en kort daarna aanvankelijk vooral bekend als dichter [26]. In 1946 wordt Hermans redacteur van het gerenommeerde literaire tijdschrift Criterium. Hij legt contact met gevestigde schrijvers zoals F. Bordewijk [6] en S. Vestdijk [12, 17]. Niettemin heeft Hermans een moeizame start in de literatuur. Na afwijzingen van andere uitgevers verschijnt zijn debuutroman Conserve (1947) bij W.L. Salm [3]. Op verzoek van uitgever John Meulenhoff schrapt hij enkele erotisch getinte passages in een voorpublicatie van De tranen der acacia\'s [4, 9, 11, 22, 23, 25, 35] in Criterium. Het samengaan in 1949 van Criterium met Libertinage [18] leidt tot een levenslange vete met mederedacteur Adriaan Morriën [2, 3, 4, 5]. Ook H.A. Gomperts [18] van Libertinage rekent Hermans tot zijn literaire vijanden.
Hermans staakt zijn studie en probeert van de pen te leven. Noch zijn literaire activiteiten noch zijn wetenschappelijke carrière komen in deze overgangsjaren echt van de grond. De liefde voor Juus Hartman brengt hem evenmin geluk. In 1948 gaat Hermans op verzoek van Charles B. Timmer [15] als houtcontroleur werken in Canada [15, 26]. In New York [5] bezoekt hij o.a. Leo Vroman [16].
In deze jaren manifesteren Hermans en G.K. van het Reve [14, 20] zich naast de Vijftigers al snel als de grootste jonge literaire talenten van Nederland.
1950-1958: Opgang
Op 4 juli 1950 trouwt Hermans met Emmy Meurs [24] (1923). Het zijn jaren van woningnood. Hij verhuist uit Amsterdam en trekt in bij zijn vrouw en schoonmoeder in Voorburg [16]. Het jonge paar blijft er tot eind 1952 wonen.
In 1951 wordt Hermans justitieel vervolgd wegens een antipapistische passage in zijn roman Ik heb altijd gelijk. Tot zijn tegenstanders horen Anton van Duinkerken [16, 18] en de r.k. Informatie-Dienst Inzake Literatuur (Idil) [16]. Zijn inzending voor de (toen nog bestaande) prijsvraag van de Boekenweek [2, 6] wordt afgewezen. Naam maakt hij wél met Het behouden huis [3, 9] (1952).
Eind 1952 vestigt Hermans zich met zijn vrouw in Groningen [13, 27] waar hij aan de Rijksuniversiteit [1, 22, 37] (aanvankelijk nog op contract) een betrekking krijgt als docent. Hij gaat wonen aan de Spilsluizen 17a [13, 27]. Op 6 februari 1955 wordt zijn eerste en enige zoon geboren, Ruprecht.
In deze jaren doet Hermans veldonderzoek in Luxemburg [5] voor zijn proefschrift [5, 31, 32, 33] waarop hij in 1955 cum laude promoveert bij prof. dr. J.P. Bakker [22, 37].
Naast zijn wetenschappelijke bezigheden blijft Hermans in andere opzichten actief. In 1953 houdt hij een radiopraatje over experimentele poëzie voor de Regionale Omroep Noord [32]. Hij houdt lezingen voor Groninger studenten [25] en is verder o.a. betrokken bij de literaire activiteiten van De Bijenkorf [30]. In 1951 neemt hij met de novelle \'De schoorsteenveger\' [29]deel aan de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn veelzijdigheid blijkt ook uit zijn filmscenario\'s [18, 19, 20, 21] en uit zijn eigen uitgeverij De Mandarijnenpers [10, 11, 12, 13]. Zijn Mandarijnen op zwavelzuur worden berucht.
Verder manifesteert Hermans zich af en toe als beeldend kunstenaar [21]. Hij exposeert foto\'s [11], fotomontages en pentekeningen. Met E. van Moerkerken [10] ontstaat een jarenlange vriendschap.
1958-1973: Doorbraak
De publicatie van De donkere kamer van Damokles [3, 4, 16, 30, 31, 32] (1958) betekent de literaire doorbraak van Hermans. In 1962 wordt de roman verfilmd. Opschudding veroorzaakt hij met de novelle \'Het grote medelijden\' [24] (1962), waarin hij zich behalve tegen de familie van zijn vrouw afzet tegen Menno ter Braak. So wie so is hij omstreeks 1960 buitengewoon actief. Hij schrijft o.a. toneelstukken, polemieken, romans en verhalen. In 1962 verruilt hij na een meningsverschil uitgever G.A. van Oorschot voor De Bezige Bij die hij tot aan zijn dood trouw blijft.
Een aantal wetenschappelijke ervaringen en enkele reizen in 1960 en 1961 naar Zweden en Noors Lapland verwerkt hij in de roman Nooit meer slapen [13, 14, 20] (1966). Zijn werk verschijnt in steeds meer talen [10]. In 1971 wordt hem de P.C. Hooftprijs toegekend die hij weigert.
Vanaf het eind van de jaren vijftig brengt Hermans jarenlang met zijn gezin de vakantie door op Terschelling [34]. Pas later gaat hij met de auto op vakantie [25]. In 1967 verblijft hij o.a. in Hollywood [10] (1970).
1973-1991: Consolidatie
Na een conflict neemt Hermans in 1973 ontslag aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Eind 1973 vestigt hij zich met zijn vrouw in Parijs [34, 35, 36, 37]. In Onder professoren [16, 20] (1975) en Uit talloos veel miljoenen (1981) legt Hermans veel van zijn ervaringen in Groningen en met de RuG vast. In felle polemieken trekt Hermans jarenlang van leer tegen de vermeende verzetsstrijder Friedrich Weinreb en diens volgelingen [4].
Zijn buitenlandse reizen reiken steeds verder. Hij bezoekt o.a. Kenya, Tanzania, Sri Lanka en Argentinië. Op diverse plekken in zijn werk verwerkt hij zijn reiservaringen. Met zijn sportauto [25] bezoekt Hermans Turkije, wat zijn weerslag vindt in de novelle Homme\'s hoest [25] (1981). Veel opschudding veroorzaakt zijn bezoek aan Zuid-Afrika in 1983 waar dan nog het blanke apartheidsregiem aan de macht is [28, 30].
In Parijs schrijft hij romans als Au pair [21] (1989). Hermans is inmiddels een gevestigde schrijver. Sylvia Willink-Quiël [12] maakt zijn kop in brons, Erik van Straten [8, 9] maakt een portretschilderij van hem. In 1977 neemt hij de Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst uit handen van Koning Boudewijn.
1991-1995: Laatste jaren
In 1991 verhuist Hermans met zijn vrouw naar Brussel. In 1993 schrijft hij het Boekenweekgeschenk [6, 7, 8, 9, 12]. Hij heeft bepaald niet altijd gelijk. In 1994 beschuldigt hij ontwerper Helmut Salden [18] er ten onrechte van in de Tweede Wereldoorlog te hebben gediend bij de Wehrmacht.
Tegen het eind van zijn leven verschijnen steeds vaker roofdrukken van Hermans\' werk. In 1993 wint hij een civiele procedure tegen mystificator Bob Polak [9]. Hermans treedt steeds vaker op voor publiek. Door het vele roken zijn zijn longen onherstelbaar aangetast. Niettemin moet het publiek vaak lachen om zijn enorme hoestbuien. Op 27 april 1995 overlijdt hij.
Hermans\' verzameld werk [36] verschijnt tussen 2003 en 2013 in circa 20 delen.
Maharishi - Nieuws

| LELYSTAD - Een middelbare school in Lelystad begint een aparte brugklas met kinderen die Transcendente Meditatie beoefenen. Voor het TM-dorp niet meer dan logisch. |
| ||||||||||||||||||||||||||||||
VIDEO
![]() De Maharishi Methode ‘Een toilet? Nee, maar er is wel een put. En witte puntmutsen. Daarin lopen we ’s nachts, met fakkels’, zegt Sjoerd Vos, directeur van de Maharishi basisschool De Fontein in Lelystad. Let op: Sjoerd Vos maakt een grapje. ‘We zouden de gekste dingen doen hier.’ Gek zijn de bewoners van het Sidhadorp, die de transcendente meditatietechniek (TM) aanhangen, misschien niet. Maar ze leven wel opvallend. Ze doen boodschappen in de TM-winkel, wonen via de TM-woningbouwvereniging, eten in het TM-restaurant en betalen met de Raam, de TM-munteenheid (1 Raam = 10 euro, gedrukt bij euro-drukker Joh. Enschédé). De kinderen gaan naar TM-basisschool De Fontein en mediteren door het Woordje. Dat wil zeggen: tweemaal daags maken ze een wandeling, binnensmonds hun mantra – het Woordje – herhalend. Wat het Woordje is? ‘Een niet-bestaand woord dat door de TM-docent geschikt wordt geacht voor het kind. Dat hou je je hele leven’, zegt Vos. Kalvin uit groep 6 wil het zijn Woordje wel verklappen, maar zijn klasgenoten wijzen hem erop dat de Maharishi, de TM-wereldleider, dat niet zou willen. En Maharishi, die kent Kalvin. ‘Dat is een oude man met die baard. En volgens mij is hij ook heel wijs.’ Vanaf september kunnen ook middelbare scholieren transcendent mediteren in Lelystad. Scholengemeenschap De Rietlanden wil het vak aanbieden, nadat het dorp het had gevraagd. ‘De oudere TM-kinderen die al bij ons op school zitten vinden de meditatie prettig’, zegt directeur Hans Terbach. ‘We hebben het ze gevraagd of ze gedwongen worden tot TM, maar dat is niet zo.’ TM zal niet worden geleerd op De Rietlanden, alleen worden beoefend. Tijdens een mentoruur toetsen de kinderen de lesstof aan de TM-leer, ook wel vedische leer. Terbach: ‘De kinderen zouden erachter kunnen komen dat de vedische ideeën niet kloppen.’ Alleen als er vijftien aanmeldingen zijn, komt er een TM-brugklas. Als die niet komen, en dat verwacht Terbach, komt er een beperkt programma. Fay (12) zou later zelfs naar de TM-universiteit kunnen, die in oprichting is. Daar moeten volgens Maharishi de ‘nieuwe sterke leiders van Nederland’ worden opgeleid. Als vierhonderd mensen tegelijkertijd mediteren, wordt Nederland ‘onoverwinnelijk.’ Maar onoverwinnelijkheid kost wat, en dat merkt men in het Sidhadorp in Lelystad. Wie wil wonen in het Sidhadorp, betaalt woningbouwcorporatie 2300 euro, dat was 400 tot 800 euro. En het vegetarische restaurant verkoopt Maharishi-honing. Een potje kost 46 euro. De bijen in India die de honing maken, zijn via geluidsinstallaties blootgesteld aan recitaties van veda’s, levensbrengende trillingen van de aarde (CD á 100 euro). Dat levert tophoning. Dit soort organische en biologische landbouw wil de De Maharishi grootschalig opzetten. Daar is nog eens 8 biljoen euro voor nodig. En daarom, zegt TM-woordvoerder en dorpeling Bert Zijlstra, zijn de tarieven gestegen. ‘Maar de vedische kennis van Maharishi is dan ook uitermate waardevolle kennis.’ | |||||||||||||||||||||||||||||||
Loesje
