Naar de inhoud

dammieroosa

akke.beakke.be

Archief

de berg af en weer op


Ik loop de berg af, zoals iedere ochtend, met hoop in mijn  hart.
Ik ben op weg naar het internetcafé, op weg naar mail van jou.
Na een half uur kom ik daar aan en wacht tot er een pc vrij is.
Met een mengeling van angst en hoop log ik in..........
om te ontdekken.........
alweer geen mail van jou.........
Ik zeg tegen mezelf, dat je misschien niet hebt kunt mailen omdat je pc stuk is, of omdat er is storing op het internet, of omdat je het te druk hebt............
Ik stuur je een lief mailtje, log uit en loop de berg op.
Tranen wellen in mijn ogen en ik voel wat ik niet wil weten...............je bent me vergeten.
Dammie

op engelenvleugels

Vannacht kom ik op engelenvleugels naar je toegevlogen.

Voorzichtig land ik op het dak.

Je raam staat, als vanouds, een stukje open.

Stilletjes glip ik naar binnen.

Ik blijf een tijdje naar je kijken;

je ligt zo lief te slapen;
het is zo lang geleden dat ik hier nog was.

Zachtjes schuif ik naast je in het grote bed.

Teder sla ik een arm om je heen.

Liefdevol streel ik je over je lief bolleke.

Je nestelt je tegen me aan;
het is alsof ik nooit ben weggeweest.

Zo liggen we samen, heel de nacht, intens gelukkig.

Ik ben zo blij, dat ik je teruggevonden heb, mijn lief,

zo blij, dat je al die tijd op me bent blijven wachten.

Dammie

alleen op mijn berg

Ik ben geboren op de top van een berg.

Ik koesterde mij overdag in het licht van de zon

en ’s nachts in het licht van de maan en de sterren.

Zo’n duizend meter onder mij begon een dicht en donker bos.

Daaronder was een dal, met mensen.

Zij waren samen en dat wilde ik ook.

Ik wilde samenzijn met andere mensen, niet langer alleen op de berg,

Dus trok ik door het donkere, dichte bos, naar het dal.

Ik struikelde en viel, doorstond pijn en angst en bereikte het dal.

Eindelijk niet meer alleen........

maar de mensen waren heel anders dan ik had verwacht.

Ze vonden mij niet aardig, hielden niet van mij,

ze bedrogen, mishandelden en bestalen mij.

Ik dacht dat ik iets fout deed en probeerde almaar om dingen beter te doen,

maar wat ik ook deed, niets hielp, de mensen mochten mij niet.

Dus ging ik de weg terug, door het dichte,donkere bos, omhoog naar de top.

Heel tevreden zit ik daar nu, helemaal alleen, in het licht van de zon en van de maan.

Ontsnapt aan de hel, die mensen heet.

Dammie

veranderend perspectief

Vandaag is de dag, waarop ik jou zal ontmoeten.

Al jarenlang chatten we met elkaar.

Ik heb je stem al gehoord, en je gezicht gezien via de webcam,

maar een ontmoeting in het echte leven is er nog niet geweest.

Ik ben erg zenuwachtig, heb angst dat je me helemaal niet leuk meer zult vinden, dra je me in het echt ziet.

Het wordt een ontmoeting tussen vier personen.

Jij en je vrouw ontvangen mij en mijn man.

Ik heb mijn mooiste kleedje aangetrokken en een prachtig boeket bloemen voor je vrouw uitgezocht.

Dankzij routeplanner vind ik je huis, dat verscholen ligt tegen een beboste heuvel, moeiteloos.

Je komt naar buiten, samen met je vrouw, we geven elkaar een hand.

Ik vind het heel leuk je te ontmoeten.

We drinken koffie met een Mattentaart, heerlijk smaakt die.

Je hebt een hartstikke leuke vrouw, heel sympathiek.

Al gauw merk ik, dat ik het veel gezelliger vind om met haar te praten, dan met jou.

Mijn man voelt zich, zoals altijd en overal, direct op zijn gemak.

Ik zie dat je vrouw regelmatig naar mijn man kijkt, om zijn grapjes lacht,

ik denk dat zij het misschien leuker vindt om met hem te praten, dan met mij,

dus geef ik haar de ruimte en richt me tot jou.

Je bent heel anders, dan ik had verwacht, niet zo sprankelend als op Messenger.

Ik zie mijn man praten met jouw vrouw en het valt me op hoe leuk hij is, charmant, onderhoudend, belangstellend.

Mijn gesprek met jou kabbelt voort, maar ik heb meer oog voor mijn eigen man.

Als we aan het eind van de middag terugrijden naar huis, weet ik dat mijn sprookje met jou voorbij is.

Mijn sprookje gaat verder, maar nu met mijn eigen man in de hoofdrol.

dammie

 

eikenblad en beukenblad

Het eikenblad verlangde heel de zomer hartstochtelijk naar het beukenblad.

Hij vond haar zó mooi, zo sierlijk, zo lief.

Hij wilde haar aanraken, voelen, ruiken, maar telkens als de wind hem naar haar toe waaide, waaide zij van hem af en als zij naar hem toe waaide, waaide hij bij haar vandaan.

De zomer ging voorbij, het werd herfst en op een kwade dag rukte de wind het eikenblad van zijn tak, hij draaide almaar sneller rond en rond, toen schoot hij omhoog en daarna viel hij op de grond……… meters bij zijn geliefde beukenblad vandaan. Hij kon haar nog nét zien. Wat een ellende, wat een verdriet, hij was verder van haar verwijderd dan ooit.

Hij huilde bittere tranen…….. maar het lot was hem gunstig gezind….. want toen de storm was gaan liggen, dwarrelde het beukenblad voorzichtig naar beneden……… en landde bovenop het eikenblad, zij kuste al zijn tranen weg……. en die nacht hadden zij elkander hartstochtelijk lief.

Dammie

 

gedachtebriesje

Het is vroeg in de morgen, het is nog donker, je zit in de auto op weg naar je werk en je denkt aan mij.

Ineens voel je een zacht, warm briesje....... en even later zit ik naast je.

Ik kijk je stralend aan en zeg: "Wat fijn, dat je me geroepen hebt!"

"Deed ik dat dan?" vraag je verbaasd.

"Ja zeker wel" zeg ik, "als je heel sterk aan me denkt, kom ik vanzelf naar je toe, ik kan niet anders........en ik wíl niet anders. Ik ben blij, heel blij, dat je me geroepen hebt. Het is fijn om bij je te zijn."

Ik leg mijn hand op je dijbeen en mijn hoofd op je schouder.

We rijden rustig door de donkere ochtend. Je voelt je gelukkig en je wilt dat deze rit heel lang duurt. Als je de parkeerplaats van je werk opdraait, vraag je: "Blijf je bij me?"

"Graag!" antwoord ik, "ik zorg ervoor dat alleen jij mij kunt zien, ik zal onzichtbaar zijn voor alle anderen."

Je lacht en zegt: "Mooi zo, dat spaart een heleboel uitleg."

We lopen samen naar binnen. Mensen groeten je, hebben je nodig, je moet dingen oplossen en onder al die drukke werkzaamheden,  zie ik je regelmatig naar me kijken, met een liefdevolle blik; je bent blij dat ik bij je ben.

Aan het eind van de werkdag zitten we weer samen in de auto.

Ik zie dat je moe bent en stel voor om even te stoppen op een rustige plek.

Ik masseer je nek, je rug, streel je lieve gezicht, je zachte haren, geef je  kusjes en knuffels,

tot je je weer helemaal fit en gezond voelt.

Daarna rijden we verder. Bij jouw huis aangekomen, moet ik afscheid nemen.

"Tot morgen?" vraag je. "Als je me roept......" antwoord ik.

Met hetzelfde zachte, warme briesje waarmee ik die ochtend gekomen ben, ga ik nu weg.

Je weet, dat je me altijd roepen kunt.........
dammie

Meer van dammieroosa

↑ Terug naar de berichten