vriendschap


ware vriendschap kent geen rang of stand
ware vriendschap maakt geen onderscheid
want ware vriendschap is blind
als het om het uiterlijke gaat
vriendschap

ware vriendschap kent geen rang of stand
ware vriendschap maakt geen onderscheid
want ware vriendschap is blind
als het om het uiterlijke gaat
zelfs als ik niet meer besta

Zelfs wanneer ik niet meer besta
Als ik er morgen niet meer zou zijn
vergeet dan niet uw deur
op een kiertje te laten openstaan
Vergeet dan het kleed niet te ontplooien
Als ik er morgen niet meer zou zijn
Zaai dan nog het zaad
van die ene roos waar ik zoveel
van hou
Ontdoe dan nog het kruin van zijn bruin gewaad
Werp niet weg wat mij toebehoort
En als ik er morgen niet meer zou zijn
waad dan in het licht
loop doorheen het duister
en wees niet bang voor wat de dag
van morgen jou brengen zal
Als ik er morgen niet meer zou zijn
Want jij moet weten
ik laat een stukje van mijn aanwezigheid
hier liggen
Neem niet mee waaraan jij steun
en troost vinden kan
Een schriftje
een boekje
een doodgewoon blaadje
met wat onzinnige uitspraken op neergekrabbeld
Als ik er morgen niet meer zou zijn
zal het blauw van oceanen
het geel van boterbloemen
het rood van avondraad
nog steeds aanwezig zijn
Een veulen zal nog dartelen van blijdschap in de weide
het kalf zal nog schuilen bij zijn moeder
en ergens zal het duister een lied ten horen brengen
Zie je
zelfs wanneer ik niet meer besta
zal het leven gewoon zijn eigen
tempo blijven volgen
Seizoenen zullen elkander nog steeds kruisen
Regenbuien en zonestralen zullen nog steeds voor afwisseling zorgen
En de roos zal nog steeds schitteren in het
vroege ochtenduur
zelfs wanneer ik niet meer besta
in vogelvlucht

in vogelvlucht
mag ik met jou meelezen
terwijl een vlucht zwaluwen hun tocht aanvangen
mag ik met jou het licht zien ondergaan
terwijl elkander beminnend aankijken
zou het mogen
jij en ik tot een geheel samen gesponnen
ik wil jouw partituur zijn
jouw meesterwerk
ik wil voor even het notenbalken zijn
even het muzieknootje
gewoon even jouw lied zijn
kan het zijn dat jij stilstaat
waar ik beweeg
kan dat licht in je ogen
schijnen als dat vuurvliegje
wat midden in de nacht mijn vensterraam
komt beschijnen
zodat ik mijn weg naar jou steeds terug vinden zal
kom mijn allerliefste
laat ons vannacht den hoogste toppen betreden
van dit magisch land
kom mijn allerliefste
bespeel op mijn naakte huid het lied wat ons ooit samen bracht
want weet dat ik jou nooit vergeten zal
dat ik steeds wederkeren zal
al sta ik ergens mijlen ver van jou verwijdert
want spreek mijn naam uit
en in vogelvlucht kom ik tot bij jou
om samen dan de kijken naar die vlucht zwaluwen
daar hoog in de lucht
anatomie

Anatomie
wij mochten dit aardse betreden
mochten aanzien het wonder
konden waden doorheen het veld
van madeliefjes
wij kregen toegang tot het perspectiefgelijke
van vreemde oorden
wij ontwaakten bruisend met nieuwe energie
om een nieuw kwartaal binnen de lopen
en ik was als een paradijsraaf
wat vloog doorheen het luchtruim
zocht achter een nog laatste plekje op aarde
waar ik mijn eieren bevruchten zou
een kapucijn wandelde overheen het monniken velt
zaaide en oogstte
liet rijpen om dan de plukken
de vele vruchten
en ik was een van diegene
die vrucht na vrucht verorberen mocht
zonder ook maar eenmaal te vragen
waar de oorsprong lag van die ene vrucht
wij vinden het zo normaal
zo doodgewoon
wij kijken niet naar de oorsprong
maar naar het doel tot wat het kan benuttigt worden
wij streven naar een vooruitgang
zonder ons eens af te vragen
waarvandaan komt dit nu toch vandaan
en wij waden doorheen het licht
denken dat wij het licht kunnen aanschouwen
wij snuiven de geur op van een pas ontluikend anemoon
want vinden het zo gewoon
zo doodgewoon dat die plant daar uit de aarde
gekropen komt
bevroren droom

Bevroren droom
De koude spreid zijn armen rond mij heen
even vergeten
Het kind laat zien wat reeds verloren was
een gedachte
Het laatste blad bleef hardnekkig volhouden
de kracht
De regen laat een spoor na op het vensterraam
ik ben thuis
Verlost van buitenhuiselijk gedachten
‘k leef in mijn eigen wereld
Verloren die ene brief wat ik ontvangen mocht
een stil gemis
Het hout knettert in het haardvuur
een boom verloor zijn stam
En buiten is het de koude wat zijn armen wagenwijd opent
het vangt mij
Stil geruis doorheen het vertrek
mijn muziek zwijgt
Geknars van kleine tandjes
de poes eet zijn laatste korrel
Een stuk gesprongen lamp
alweer een streepje duister
En binnen voel ik een aanwezigheid
van een of ander onbekend wezen
En de koude
de koude blijft hardnekkig vastgeklemd
zitten in mijn huid
krijg het maar niet warm
De dag zit er alweer op
‘k zoek mijn donzen laken op
en laat mij wegglijden in een sneeuwdiepe kuil
van bevroren dromen
mijn streefdoel

Mijn streefdoel
Mijn geest bevind zich in iets achromatisch
Zie licht
Aanschouw kleuren
Bekijk iets wonderbaarlijkst
Mijn gevoelens zijn loslatende activiteiten
Zwevend in het spectrum van de kosmos
Hoog boven het aardse
Losstaand bewegingloos
En toch verplaatsbaar
Zonder mijn lichaam
Zo betreed ik menig plaats
Op verre planeten
Met een souplesse als een pasgeborene
Zo wring ik mij tussen de miljoenen sterren
Daar boven in dit onmeetbare
Dit grensloze
Om dan als een komeet rond mijn eigen as de draaien
Ik voed mijn gedachten met een Spartaanse druk
Want Godvruchtig wil ik leven
Godvruchtig wil ik sterven
Daarom eis ik van mezelf het allerhoogste schavot
Der aardse oppervlakten de betreden
Met mijn eigen dwangmatigheid
Zo leg ik mij neder in het uur van licht en duister
En zie ik dan mezelf daar hoog
In dit achromatische dan weet ik dat ik alweer
Een trede hoger sta
Dat ik opnieuw een stap minder verwijderd ben van
mijn eigenste streefdoel
happy valentijn
depri

Eenzame depressiviteit
depri, wat is depri?
dat is denken dat het buiten koud is en dan
de warmde binnen niet aan kunnen zien als gezellig
depri is denken dat een strogalm zwaar is
terwijl het toch maar de gedachte is die zwaar om dragen zal zijn
depri is denken dat het leven hoogstand verwacht van jou
terwijl dat het jij bent die hoogstand eist van het leven
depri is geen aandoening
het is een zwak moment in het leven
waar jij de realiteit niet meer onder ogen kunt komen
want je schaamt je van uzelf
dat is depri
wie elke dg met een glimlach ontwaken zal
zal het woord depri gebruiken om zijn .............. mee af de vegen
depri dat is een woord geen werkelijkheid
geen tastbaar iets
het werd uitgevonden om even op adem de kunnen komen
om aandacht de trekken
(verkeerde aandacht)
Iemand die depri is zegt dan ook vaak ik ben eenzaam
Maar net zomin bestaat eenzaamheid
Want eenzaamheid dat is er niet
Dat creëer je zelf
Een mens is namelijk nooit alleen
Laat ons dus ophouden met onszelf aan te praten dat men depri of eenzaam zijn
En gewoon leren aanvaarden datgene wat er op je afkomt
Om er dan een les uit trekken
En je zult zien dat een mens zoveel zaken over het hooft zien wat geluk creëren kan
Een poesje word geboren en word na zes weken al bij zijn moeder
weggehaald, denk jij dat dit poesje zich eenzaam zal gaan voelen
Nee
Het zal spelen genieten
Het zal zich vrij voelen
Want een complete nieuwe wereld opent er zich voor hem
Wees dat poesje
Leer de zien wat er is, en leer er mee om de gaan
En is het dan even wat minder weet dan dat na elke regenbui
Alweer een zon zal schijnen
ramen van tranen

Ramen van tranen
Nu de avond langzaam terug binnenkomt in het huisje
waar een eenzame, een alleen staande onophoudelijk zat de wachten op die ene
Valentijn groet
voor diegene wil ik nu even halt houden
Voor diegene die alleen maar de nutteloosheid inziet van Valentijn
voor wie Valentijn slechts een naam een woord is
voor diegene wil ik even al mijn geliefden al mijn vrienden
even opzij schuiven
Want ook die eenzame, die alleen staande
heeft het recht op een Valentijn groet
op een teken van leven
Nu de avond stil naderbij sluipt
en die vele miljoenen tranen verbergen zal
daarom wil ik even een lichtje zijn
wil ik even een bron van warmde wezen
wil ik even mijn eigen geluk in kleine stukjes verdelen
om zo dan vele anderen elk een stukje geluk aan de bieden
Want ik heb niets tekort
Kom geen geluk de kort
kom geen glimlach tekort
kom geen groet tekort
Mocht ieder mens een stukje van zijn eigen geluk
zomaar zonder iets in ruil terug de wensen
delen met een ander
en dat niet alleen vandaag of morgen maar elke dag van zijn bestaan
dan zouden er geen eenzame Valentijn dagen meer bestaan
Nu het avond word bezie ik mijn eigen leven
en merk op dat ik niets tekort kwam
Ik kreeg een zoen een knuffel
Kreeg een glimlach een klein woordje van liefde
Ik kreeg een presentje een geschenkje
Ik kreeg zelfs datgene waar ik reeds zolang op wachtte
Maar ik kreeg niets wat ik anders ook krijgen kan
Ik kreeg niet een bewijs van minder verdriet of eenzaamheid
voor diegenen die nu daar staan uit de kijken
van achter hun vensterraam
Daarom schenk ik vanaf nu elke dag een seconde
van mijn geluk aan de mens daar aan de andere zijde van het raam
En mochten wij dit nu met z’n allen eens gaan doen
dan zouden er geen ramen meer bestaan met tranen.
elk stukje van dit bestaan.................

Elk stukje van dit bestaan…………….
Opeens zal ik weg zijn
weg van die plaats
weg van die stoel
Opeens zal ik er niet meer staan
aan dat blad zijn boom
in de schaduw van de nacht
Want ik zal ergens zijn
waar slechts een stilte heersen zal
Maar dat meesje
die krekel
zullen er nog zijn
Dat meisje
die jongen
zullen nog van elkander gaan houden
Het groen zal nog verbruinen
Het water word nog ijs
En achter de regen schuilt er dan nog steeds een
zonnebui
En toch zal ik er niet meer zijn
waarmee jij praten kunt
waarmee jij slapen zal
Toch zal ik niet meer zeggen
hoe mooi ik je vind in dat strakblauwe rokje
Wat achterblijft zullen sporen zijn
van mijn belopen weg
Enkele verhalen
een gedicht
en wie weet een foto
van ons tweeën samen
Opeens zal ik weg zijn
weg van die aardkorst
weg van dat brandend verlangen
Opeens zullen mijn lippen
ophouden met kussen
mijn handen met strelen
Maar weet dat ik toch nog aanwezig zal zijn
in dat stukje behang
op dat kleed op de vloer
Weet dat ik nog steeds zal drijven
in dat kopje
in die tas
Want aan elk stukje van mijn bestaan
haf ik een teken van mijn ooit
aanwezigheid mee.
mens van vlees en bloed

Mens van vlees en bloed
Je bent niet eerlijker dan de wind
trouwer dan de regen
Gij volgt niet als een rivier
zijn stroom
en zwaait niet als die kruin
Gij zijd niet zoals de weg
navolgbaar en vertrouwenswaardig
en gij zijd zeker niet de lucht wat ik inadem
niet het water waarmee ik mee reinig
het brood wat ik eet
Gij zijd een mens
door twee doodgewone mensen in vorm gesneden
door een doodgewoon liefdesspel
werd jij geschapen en gevormd
Gij zijd gewoon een mens zoals zo velen
Maar ik zal van je houden
je beschermen
je behoeden voor het kwade
Ik zal jou verwarmen
laten slapen in mijn schoot
Want eveneens ben ik een mens
van vlees en bloed
Je bent geen bloem, geen boom
Je bent geen druppel, geen korreltje zout
Je bent evenmin een reiger
een arend of een pauw
Wat jij bent
is een breekbaar twijgje
aan een machtig boom
Gij kunt bergen beklimmen
rivieren overbruggen
Gij kunt vliegen tot boven de blauwe regenboog
en duiken tot aan de zeebodem
Maar een ster plukken
nee dat kun je niet
Maar ik zal van je houden
je koesteren, je behagen
Zal jou met warmde omarmen
met liefde betasten
Want net als jij ben ik en mens
van vlees en bloed
de waarheid

De waarheid
Ik ben de sleutel tot de liefde
het licht naar verlossing
Ik ben de bloem wat nimmer verwelken zal
het vuur wat niet doven kan
Ik herstel wat anderen breken
vergeef wie anderen vergeten
Ik vergeet mijn aards bestaan
om tot u de komen
De waarheid is schoonheid
Schoonheid is waarheid
Ik bemin wie anderen haten
ik haat wie zichzelf eren zal
Verafgood het zondige
aanbid de waarheid
zonder achter de waarheid aan de rennen
Want slechts een is de waarheid
slechts een bezit het schone
Niet een zal ooit kunnen opstijgen
boven de waarheid van het woord
Daarom blijf ik voor nu en altijd
de onwetende, de stervende
De waarheid heeft vele kanten
maar slechts een bezit er een kracht
Het heilige woord
Het sacrament
De eeuwigheid
Waar men drachten de vinden wat zich in de
waarheid herbergt
daar vinden wij datgene wat geen levende ooit
zal kunnen dragen
Want geen mens is in staat
de handelen naar de waarheid
Niet een levende, niet een sterfelijke
kan zoals de waarheid ons gebied
in totale zondeloosheid leven
Ik ben het wezen wat men mens noemen
maar ben ik dat wel
Wie kan er mij met honderd% zekerheid zeggen
jij bent een mens
Ja ik huil, ik lach
Ik schuil, ik slaap
Ik eet, ik drink
Ik haat, ik bemin,
Maar ben ik daarom dan een mens?
land van papier

Land van papier
na het falen van de nacht
sloom de ochtend binnentreden
om dan even de kunnen vergeten
wat de nacht steeds binnenbracht
na het sluiten van het uur wat stil had blijven
kijken naar de woorden een na een
wat zich een weg baande overheen het landschap
van papier zo zie ik mezelf
zoeken achter die ene weg wat mij een
volwaardige zin zou laten terugvinden
in non-compleetheid aanbeland
met betraande ledematen
zo beloop ik het land van honderd wegen
van papier
om straks wederom te ontwaken
midden in die ene illusie
wat nooit een werkelijkheid zou kunnen zijn
letterland daar is alles mogelijk
letterland waar elke droom een werkelijkheid
worden zal
in letterland is het waar ik verdwaalde
om de angst steeds een stapje voor de blijven
in het falende uur laat ik mij glijden naar de
met inktpatroon getekende zijwegen
en een coma als richtingaanwijzer
want de realiteit is steeds het tegenovergestelde
van wat het is wezen had moeten zijn
Levenswerk
daar op die stoel had jij gezeten
aan die tafel nam jij plaats
om dan even uw gewrichten
los te maken daar in dat portaal
gezeten had jij onder die notelaar
aan dat kappelende water
gevreeën had jij naast de pastoor
zijn nederige woonst
geschopt heb jij tegen die steen
geduwd degen de stam van die es
gezaaid dat zaad van menig bloem daar in die
bloeiende bloementuin
daar op die bank had jij zitten genieten van de rust
dat zwanenpaar daar haf jij kruimels oud brood aan
in het vijvertje had jij uw eigen gezicht bekeken
om dan de ontdekken dat er sleet kwam op de zitten
daar in dat gras had jij geslenterd
in die schaduw zocht jij afkoeling
in die regenbui liep jij met frutselende vingers
die steeds maar weer die ene naam
schreven in de dauw van jouw adem
je sliep in dat bed
droeg dat nachtgewaad
las het boek wat nu door mij gelezen word
luisterde naar het getjilp van de nachtzwaluw
maar nu is het allemaal zo leeg zo kil
nu jij afstand nam van jouw eigen verhaal
nu lijkt elk gebeuren op een of ander ansichtkaart
wat maar niet uitverkocht lijkt te raken
want steeds als ik mijn ogen sluit
zie ik hoe jij daar zit de schrijven aan het boek zonder
begin, of einde
want nog voor het laatste woord zijn weg vond
naar omlaag
kwam het laatste hoofdstuk van uw bestaan
neer de liggen daar op de balustrade wat het leven
en de dood elkander een hand toe rijken
de pessimist en de optimist

De pessimist en de optimist
De pessimist zal zeggen
Mijn glas is alweer half leeg
De optimist daarentegen zal zeggen
Mijn glas is nog half vol
*************************************************************************
laat het gezegd zijn
men kunnen den wereld niet
draaiend houden
zei de pessimist
maar niemand wil nog zijn handen
uit de mouwen steken
zei de optimist
*******************************************
men creëren een berg
waar er een kuil was
een kuil waar er een berg stond
en het parallelle lopende is verleden tijd
*******************************************
wees zuinig met uitzaaien
wees zuinig met besproeien
maar wees hul in uitschenken
********************************************
laat het lichte samen met het zware
en men creëren een gelijk opgaande
lijn van gewicht
want geen onderscheid zal er nog
heersen in die overdaad
en onderdaad
************************************************
een lichtgewicht is vaak sneller
dan het zwaargewicht
wijsheid is niet steeds het aantal
wijsheid wat men verharen in
de jaren die zijn gepasseerd
maar wel datgene wat men elke dag
beleven en meemaken
wijsheid is sneller uitgeblust
dan voorzichtigheid
wanneer men enkel maar handelen naar de wijze lessen
van de meester en onze eigen gedachten
onze eigen opinies steeds opzijschuiven
************************************************
pachamama

Pachamama (moeder aarde)
Leer om te gaan met het natuurelement, leer het de begrijpen, de fatten. Leer om je een de voelen met de natuurlijke wetten, met de oerknal, het fenomeen rondom u. Begrijp het, omvat het, en een totaliteit zal zich openbaren. Wees als een kind voor moeder aarde, maar zorg als een kind voor moeder aarde zoals een kind haar pop beschermt, zoals een kind zijn knuffelbeer beschermt. Tast zo niet langer in de onwetendheid, maar begrijp elk gebeuren rondom jou. Door het aardse los te laten kun je meer grip krijgen op datgene wat moeder aarde jou geven zal, wat moeder aarde zal inschenken in een rivier van leven. Door u een totaliteitsbeeld voor ogen de halen zul jij een complete nieuwe belevenis beleven waarvan jij nog veel zal kunnen leren. Creëer lijfelijke tastbaarheid, creëer nieuw begrip nieuw vermogen om dat wat aarde word genoemd beter in u te laten doordringen. Wij zijn namelijk allemaal een stukje aarde, en dat omdat de aarde eigenlijk een stuk Goddelijkheid bezit, en wij allen een deel van dat Christelijk lichaam in ons meedragen. Als kind word jij belicht en verlicht geboren, ben jij een Goddelijk wezen, maar het is vanuit de buitenwereld waar het Gods ontlastende ervoor zorgen zal dat dit kind snel in het duister lopen zal. Men kunnen kinderen bewust laten worden van het Goddelijke wezen wat in hun lichaam zit door hen te laten tasten, te laten aanraken, de strelen, vat de pakken, vast de grijpen, en vooral datgene dan vast de houden. Schenk een kind iets waar leven in zit, een blad van een boom, een veder van een vogel, een twijgje van een kruin, een ochtenddauw druppel, en nog zoveel meer bijzonderheden zijn er aanwezig op de aarde waardoor een kind zich kan voor honderd% gewaar laten worden van het goddelijke wezen wat het in zich bezit. Maar men behoren een kind in een positieve manier de stimuleren om dat pad waar zij werden op neergezet niet zomaar af de dwalen. Men moeten als volwassen mens een voorbeeld zijn, wij moeten met het kapmes doorhang maken in dit oerwoud van leugens en bedriegerijen, van wrok en haat. Men moeten hun een spoor aanbieden waarop zij zich kunnen baseren, en waardoor zij niet zouden verdwalen in die metropool van schijn en bedrog. Een kind word ongeletterd geboren, woordeloos zijn ze, maar spraakloos nog zoveel meer mochten zij hun ware goddelijkheid kunnen blijvend aanschouwen. In hun verdere ontwikkeling van het kind zijn naar volwassen zijn ligt er een weg langs waar vele verleidingen hen staan op de wachten, waar velen zullen staan lonken, er vele geschenken in hun handen zullen gestoken worden, maar het zijn stuk voor stuk onbenulligheden, waardeloosheden, vergankelijkheden, niets van al datgene wat er hen word aangeboden is blijvend, want elk aards materie wat de mens zelf creëert is niet in staat om eeuwig mee te laten gaan.
de kalligrafie van het levende

'de kalligrafie van het levende'
verberg mijn gelaat onder een steen
laat mijn mond zwijgen
stop mij onder zwart der aarde
ontdoe mij van mijn hartslag
het leven begint dan pas
vertaalt
en tot zijn tekenen behoort, dat hij jullie uit stof heeft geschapen.
en ziet! jullie zijn mensen die zich verspreiden.
verzonken in gedachten
dwaalt mijn ziel doorheen het onmeetbare
om dan bij het begin van een nieuw
eindtijdperk aan de belanden
lasso's van rivieren
kronkelen doorheen het deinende landschap
elke waterdruppel vind er zijn eigen weg
los van herinneringen
los van materies
los van het aardse
los van dit lichaam
zo zal ik los zijn van het
vergankelijke
los van het schilderij wat als
titel aarde mee kreeg
ik verlucht mijn leven
met een lach een traan
ik omlijst het met
blijheid en verdriet
om dan in het midden met een kunstige
hand elk verhaal neer de schrijven
mijn leven bezit de kalligrafie om woorden de creëren
vertaalt
allaah alleen is de almachtige, de schepper de soeverein en
de onderhouder van alles in het gehele heelal
verlicht

Op een dag zal je wel begrijpen
Waarom er verdriet bestaat
Waarom er soms meer tranen
dan een lach aan je raam komen staan
Ooit zul jij wel begrijpen
Waarom jij niet altijd
Blij kunt zijn
Waarom jij vaker wel dan niet
Zult lopen treuren
Er komt een dag waarop jij zult zeggen
Heb uit elk gebeuren een les gehaald
**********************************
Morgen mag jij zorgen vergeten
Mag jij opnieuw ervaren wat het betekent
Om gelukkig de zijn
Morgen mag jij opnieuw
Lachend doorheen de straten
Rennen
Mag jij opnieuw iedere zoemende bij achtervolgen
Net zoals in het verleden
Maar vandaag is het tijd om even stil te staan
Om even uit de kijken overheen
Het land van miljoenen tranen
Vandaag behoort een dag de zijn waar jij
Zult inzien dat jij uw lach van morgen
Moet kunnen delen met miljoenen anderen
Want alleen dan kunnen uw vreugde uitspattingen
Van morgen een totaliteit uitstralen
****************************************
Er is een deur wat open zal gaan
Een deur van gouddraad
Van zilvergrijs
Ergens zal er een poort wagenwijd
Worden geopend om jou
Dan naar binnen te loodsen
Gij moet zien
Horen
Gij moet voelen
Gewaarworden
Gij moet dan begrijpen dat je dit
Hier allemaal
Moet achterlaten
Want achter die deur
Achter die poort van gouddraad
En zilvergrijs wacht er u
Een glorieuze openbaring
Een totaal aanzicht van God de Vader
Van Maria en Josef
Maar vooral
Een land van totale afwezigheid
Van rijkdommen en sieraden
*******************************************
Er is geen einde omdat er geen begin is
Er is geen begin omdat er geen einde is
Er is enkel en alleen steeds dat eigenste moment
Wat zich steeds wat meer uitrekt
********************************************
Ooit zul jij ervaren wat het is om
De zijn wie je bent
Wat je bent
Ooit zul jij voelen wat het is om mens de zijn
In een complete ledigheid
Ooit zul jij weten hoe het aanvoelt
Om ledig de zijn
Om nooit meer pijn de moeten meedragen
Om nooit nog alleen de zijn
Om steeds omringt de zijn
Met een zee van leven
****************************************
om wat nog komen zal

Om wat nog komen zou
Om wat nooit gezegd kan worden
laat ons samen komen
Om wat nooit genomen zal worden
laat ons samen knielen
Om wat nooit betast kan worden
laat ons samen bidden
Om al het leed wat voorbij marcheert
als een uitgelaten stoet
van dronken matrozen
laat ons daarom in stilte samen
dat ene woord herhalen
wat ons werd aangeleerd
Om wat nooit bekent zal worden
Om wat nooit gecreëerd zal worden
Om wat nooit vergeten mag worden
laat ons daarom nu even onze handen vouwen
en vragen aan de Heer
Heer mogen wij nog een laatste
bloem beminnen
Mogen wij nog een roos een tulp
bemesten
Mogen wij elkeen wie ons nabij is
nog een hand toereiken
met de wetenschap dat het met uw toevertrouwende
medewerking zal zijn
Heer mogen wij nog een lach aanschouwen
mogen wij nog een traan zien overgaan in blijdschap
Heer mogen wij nog een groet ontvangen
een wees welkom in ons midden
Heer mogen wij nog wel gelukkig wezen
nu ik besef heb van mijn zondige daden.
levenslessen

‘k voel de aanwezigheid van God
Door een zuchtje wind wat langs mij heen strijkt, door een regendruppel wat op mijn wang zich een weg baant naar beneden, door het kriebelen van een grassprietje aan mijn neus. ‘k voel de aanwezigheid van God, door een aanraking van een bloem, door het voelen van warmde en koude, door gewoon een hand wat op mijn schouder word neergelegd. ‘k voel de aanwezigheid van God doorheen het spiegelglas, in het deinende water van die rivier, bij het neer dwarrelen van een bruin geworden blad. ‘k voel zijn aanwezigheid elke seconde van de dag, wanneer ik buiten loop in de snijdende koude van een gure herfstwind, wanneer ik languit liggen mag in het deinende akkerland van mijn peetovergroot vader, wat hij ooit jaren terug met veel liefde had aangelegd, wanneer ik zomaar even mezelf aanraak met mijn vingertoppen. Ik voel dat hij bestaat, bij het krieken van de dag, bij het striemen van een snijdend halmblad, bij het aanraken van een boomschors. ‘k voel de aanwezigheid van God, wanneer ik mijn eigen bekijk in het faal geworden spiegelbeeld, wanneer ik een vreemde een hand heef zomaar om even dank u wel de zeggen, wanneer ik een vleugelloos vogeltje tracht de verzorgen zodat het wederom vliegen kan. ‘k voel de aanwezigheid van God in het betasten van een kromgetrokken aanbeeld van een of andere oude krijger, bij het aanraken van een vlinder zijn schaduw, bij het betasten van iets in het duister. Ik voel dat God alom aanwezig is, want elk deeltje van dit bestaan straalt Goddelijke krachten uit. En zit ik dan ‘s avond voor het tv scherm en ik moet al die afschuwelijke beelden een na een naar binnen zien komen in dit zo vredige huis dan voel ik mij opeens zo klein en nietig, want al is mijn wil nog zo groot, ik kan geen leed afwerpen van die honderdduizend onschuldige slachtoffers hun schouders. Maar ik weet dat God aanwezig is, dat hij die taak op zijn schouders nemen zal, ‘k vraag me alleen soms af, God wanneer neem jij weg van aarde al die onnodige leedverdragen? Wanneer laat jij het gedonder ophouden met kinderen ouderloos maken? Maar dan besef ik opeens, het is niet aan Hem om dit kwaad van de aarde uit de roeien, want Hij haf ons ooit een eigen wil, dus zijn wij het die moeten inzien en aanvoelen wat God nu in werkelijkheid bedoelde met, “daal niet af naar Egypte. Verblijf in het land dat ik u aanwijs. Vertoef als vreemdeling in dit land, en ik zal met u blijven en u zegenen, want aan u en aan uw zaad zal ik al deze landen geven, en ik wil de beëdigde verklaring die ik aan uw vader Abraham heb gezworen” en ik voel de aanwezigheid van God als een verkwikkende levensbron diep in mij. Mijn hart dat slaat, mijn lichaam wat tintelt, mijn haren die rechtop gaan staan. Ja, God is aanwezig, zelfs dichterbij dan enig mens ooit beseffen zal, want Hij zit in elk van ons. En buiten snijd de wind nog een stukje van de tijd, het snijd zo hard dat niet een restje overblijven zal. Buiten hoor ik een late passant langslopen bij de buren, hoor ik een lach, een vriendelijk woord, een afscheidsgroet, en dan besef ik hoe nabij Hij in wezen is. ‘k neem nog een laatste slok een laatste hap en duik onder het deken waar mijn geliefde vredig ligt de slapen. Heb de dag alweer gehad.
***********************************************************************
Klein lief wezentje
O gij klein lief schepsel wat gebogen loopt door striemende regen, wat trotseren zal het snijden van de winden, jou wil ik bij mij nemen om de verzorgen en je wonden af de likken. O gij nietig klein schepsel met die vleugels van papier, waarheen zul jij dan vliegen wanneer ik mijn deur achter mij sluit? Hoever van mij ben jij verwijderd, als de nacht zijn kleed uitspreid op aarde, en er enkel nog straatverlichting zal overblijven zodat wij niet in het donker moeten tasten? Waarheen ga jij wanneer ik mijn ogen sluit voor het duister van de nacht, want al schijnen nog zoveel lichten langs te straten, duister blijft het rondom ons. Toe gij kleine schepsel met uw veelkleurige gewaad waarheen vlieg jij wanneer de dag den einde zal zijn? Slaap jij ook, zoals wij, rust jij ook uit van een dag hardlabeur? Of vlieg jij het licht achterna om zo niet de moeten verdwalen in het donker zijn gewaad? Zeg mij lieve kleine waterjuffer, waar kan ik jou vinden mocht ik vannacht niet slapen gaan?
******************************************************
we weten dat we bij de dood alles moeten
achterlaten, hoe meer we ons aan alles hechten,
des te pijnlijker zal dit achterlaten zijn.
Wees vrij als de tijd
Wij moeten leren loslaten wat wij bezitten, geen gehechtheid voelen aanwakkeren wanneer wij iets krijgen, niet die drang voelen opkomen naar meer wanneer het blijkt om een of ander onbenulligheid te gaan. Maar aanvaard het met een hoedanigheid van liefde dat jij even alles rondom u vergeet. En wie weet, wanneer jij dan alles loslaten zal wacht er jou nog een veel mooier geschenk. Wij weten dat wij ooit moeten sterven, en wij weten dat wij niets van onze vergaarde rijkdommen zullen kunnen meenemen naar te plaats waar wij dan heen zullen gaan. Waarom jou dan zodanig aan iets hechten dat jij er geen afstand meer van nemen kan. Hecht u aan de liefde in uw hart, hecht u aan het leven wat jij hebt gekregen, niet om uw eigen leven de leren waarderen maar om de waarderen hoe een ander leeft. Hecht u aan een vergankelijkheid, aan de tijd wat nooit stil zal blijven staan, aan elke seconde apart wat jij geschonken word, want het mooiste geschenk wat jij als mens ooit werd aangeboden was het eerste levenlicht de zien stralen in uw ogen. Het eerste vlindertje wat neer kwam de zitten op uw voetjes, de eerste sneeuw wat jij als kind mocht bewonderen, misschien zelfs die eerste vogel wat zich kwam nestelen voor uw kinderkamers vensterraam. Dit en nog miljoenen andere voorbelden zij er om u te laten inzien dat niet het tastbare alleen als een geschenk moet aankeken worden. Wie dit kan zal beseffen dat het leven een schatkamer van pronkstukken bezit. Wij behoren ooit afstand de doen van dit leven, en wij weten dus dat wij niets kunnen meenemen van die tastbare rijkdommen op aarde en wie dit beseft zal met een veel grotere vreugdegevoel kunnen afstand nemen van dit leven op aarde, want hij zal reeds op voorhand beseffen, van al de rijkdommen wat ik ooit mocht aanschouwen zit de grootste en meest waardevolste rijkdom diep in mijn eigen hart en dat draag ik mee waarheen ik ook zal mogen gaan. Dus leef als een tijd, bezit een seconde om dan die ene seconde alweer los te laten, want na die ene seconde ligt er alweer een nieuwe seconde op u de wachten. Doe dit uw complete leven en u zult vrij zijn wanneer u afstand nemen zal van dit aardse lichaam, jij zult u niet gehecht voelen aan iets wat jij niet meenemen kunt, jij zult u niet als een gevangene gaan voelen van dit lichaam wat jij nu achterlaten moest, maar jij zult vrij zijn, vrij als de wind, vrij als de tijd want komt en gaat en nooit maar dan ook nooit omziet naar iets wat het achterlaten moet.
*******************************************
Ik wil vrij zijn
Vrij als een blad
Vrij als het water
Vrij als een dauwdruppel
Vrij als de tijd wat alles meeneemt om dan ook los te laten
Zo vrij wil ik wezen
Zo vrij wil ik zijn
Want ooit komt er een dag waar ik dit hier allemaal achterlaten zal
En dan wil ik niet gebonden zijn aan dit aardse lichaam
Wil ik niet als een vluchteling zijn op zoek naar zijn aardse bezittingen
Wil ik niet mezelf zien treuren om iets wat toch niet echt bestaat
Dus ik wil vrij zijn
Vrij in elk moment
Vrij op elk pad wat ik beloop
Vrij van mijn eerste tot mijn laatste dag op aard
Want alleen zo zal ik vrij zijn nadat ik verlost zal zijn van dit
Wat toch slecht een illusie blijkt de zijn
****************************************
Ik wil nog even kind zijn
Ik wil als een kind dwalen door het bos, door het landschap wat deinend zich een weg baant overheen het uitgestrekte van weilanden en akkers. Ik wil geïnspireerd worden door een simpele waterplas, door een doodgewone krekel, een alledaags tafereel. Ik verlang om te laten groeien wat een ander als onkruid aanziet, om te laten stromen dat blauwe water doorheen de dakgoot van mijn eigen droomkasteel. Ik wil terug kunnen lachen als een peuter van vier spelen als een kleuter van zes en stoeien als een tiener van vijftien. Verlang nogmaals die interesses te voelen opkomen als lang geleden, nogmaals geïnterresseerd zijn in iets kleins iets onnozels. Ik verlang nogmaals geboeid de kunnen zijn door het eerste meiklokje wat omhoog schiet, door een eerste meikevertje wat neerkomt gestreken in mijn heg in mijn achtertuin. Nog even wil ik gewoon niets hoeven maar alles krijgen. Ik wil nogmaals op ontdekkingstocht gaan in onze tuin waar die reuzengrote eik trots voor zich uit stond te staren, o god was me dat een belevenis, die eerste hazelnoten zien vallen, die eerste herfst zien de zomerse kleuren inkleuren. Was me dat een wonder die eerste ijskegel wat aan die eik zijn takken hing de bengelen, die eerste kikker wat vrolijk kwaakte. ‘k zou dit toch zograag nog allemaal eens mogen meemaken. Die eerste schram, dat eerste builtje op mijn achterhooft, die eerste pijn na het vallen van mijn veel te kleine fietsje. Zou het willen omdat ik groot zijn niet steeds als een ervaring meer kan aankijken. Groot zijn is een vaste routine volgen, is een gestaag in de zelfde richting lopen “en dat zonder even halt de houden bij iets wonderbaarlijks” groot zijn is steeds maar kijken naar het kind wat iets van kattenkwaad uithaalt, en snel schreeuwen, nee doe dat niet, men zouden beter even terug kijken naar ons eigen kind wat in ons verloren is gelopen, en daardoor niet meer zo gemakkelijk de weg naar buiten weet terug te vinden. Ik wil nogmaals die basisinteresses gewaarworden waarmee elk kind geboren word, geïnspireerd zijn in dagdagelijkse gebeurtenissen alsof het allemaal een wonder is wat geschiet. Kinderen zijn geneigd om de leren, om voorwaard de lopen in dit leven, om wijsheden de verharen. Kinderen verlangen van de oudere mens dat zij een pasklaar antwoord weten op elke gebeurtenis wat er zich afspeelt rond zijn mega grote leefwereld. Waren wij dit na het kind zijn nog steeds dan zoude wij inzien hoe onwijs wij in wezen zijn. Dan zouden wij inzicht krijgen in het werkelijke leven rondom ons . maar wij denken dat bij achttien de schoolpoorten zich voorgoed sluiten en wij niet meer behoeven meer wijsheden de verharen. Ik wil nog even dat kind zijn wat nu begraven ligt ergens onderaan dit opgetrokken standbeeld waar ik ooit zat de spelen met mijn autootjes, en mijn memoblokjes, waar ik ooit een tunnel groef waardoor ik “zo dacht ik” aan de andere kant van die globe uit de komen. Ik wil nog even verwonderd staan kijken bij het eerste meiklokje wat omhoogschiet, bij het eerst sneeuwvlokje wat naar omlaag dwarrelt. ik wil gewoon nog eens kind zijn, zoals ik dat ooit was. Nog even wil ik in die belevingswereld binnentreden van dat belhameltje wat ik toen wel zal zijn geweest. En waarvan ik weet dat er nog steeds een stukje achterbleef diep in dit nu grote lichaam.
jouw naam

Jouw naam
Ik zal jouw naam nooit doorstrepen
Maar hem in tederheid dragen;
Soms droevig, soms blij,
Doorheen al de dagen van dit leven,
Tot we in ’t grote Licht staan;
Jij en ik, zij aan zij.
Martin vanhee
1 reactie op dit bericht
zo is dat........

liefs