Terug in de tijd 5
| 15 november 2000 |
| 15 november 2005 |
Gisteren dienden de beklaagden die op 21 november 2005 terecht zullen staan in het megaproces 18/98, tegen alles en iedereen die in Baskenland iets te ver met zijn kop boven het korenveld uitsteekt, zich in Madrid op het Hooggerechtshof aan te bieden. Ze moesten zich naar Madrid begeven om de dagvaarding in ontvangst te nemen, omdat in Spanje de postkoetsen al geruime tijd zijn afgeschaft.
“We zijn naar Madrid moeten komen voor een gril van het Hooggerechtshof”, aldus de advocaat van de verdediging, Iñigo Elkorro. De zondaars boden zich in grote meerderheid aan met hun Baskische identiteitskaart om zo te kunnen genieten van enig leedvermaak. Deze identiteitskaart is in Spanje natuurlijk niet geldig en bovendien begrijpen ze in Madrid geen enkel woord van wat erop staat! Toch waren ze allemaal zonder moeite met dat document geraakt tot waar ze moesten zijn en daarover werd in de Spaanse media meteen zoveel ophef gemaakt dat de Spaanse Minister van Interieur, Alonso, moest komen verklaren “dat het enige geldige identiteitsdocument het Spaanse was”.
Omdat de pers er tóch was maakten de beklaagden van de gelegenheid gebruik om “het politiek karakter” van het proces aan te klagen dat niet enkel tegen henzelf werd gevoerd maar tegen de “politieke activiteit van eenieder en tegen Euskal Herria.” Vier beklaagden waren er niet omdat ze alsnog in de gevangenis zitten. Eén beklaagde was eerder al thuis verwittigd. Wie er evenmin was dat was de bekende advocaat Txema Matanzas. Meteen werd de Spaanse politie erop uitgestuurd om te onderzoeken of Txema nog op hetzelfde adres woonde. Meteen kregen ze een opsporing- en arrestatiebevel mee voor het geval hij er niet was.
Dit proces, dat op 21 november van start zal gaan en waarin een bepaald deel van politiek Spanje de vrijheid van mening en de vrijheid van identiteit wil kortwieken van een land dat véél ouder is dan Spanje, gaat er mogelijk in lukken de Spaanse Justitie belachelijk te maken tot in het buitenland.
Enkele opmerkelijke vaststellingen.
Al deze zaken worden behandeld door de uitzonderingsrechtbank, de “Audiëncia Nacional”, met enkel een zetel in Madrid. Zij behandelt enkel gevallen van terrorisme en ze stamt nog uit de Franco- dictatuur. Soms lijkt het erop dat ze zelfs nog afstamt van de Bloedraad, ten tijde van Alva. Als een jongere in Sevilla een steen naar een politiegebouw gooit dan wordt hij voor een provinciale rechtbank in Sevilla gebracht. Gooit een Bask een steen, dan wordt die naar Madrid versleept, want een Bask die een steen gooit moét wel een terrorist zijn!
“Terrorisme” gebeurt in het geheim. Al de zaken die nu voorliggen, gebeurden in het openbaar. Iedereen wist wie verantwoordelijk was voor de (gesloten) kranten, tijdschriften of de radio, Egin Irratia. Onder de artikels stonden namen. Iedereen kende de burgemeesters en raadsleden die Udalbiltza bestuurden. Iedereen die terecht staat is bekend omdat hij gewoon over straat liep. Van de ene dag op de andere werden de ideeën en de doelstellingen illegaal omdat ze dezelfde waren als die van ETA. “Omdat ze de doelstellingen van ETA hielpen verwezenlijken.” Maar de manier van actievoeren was toch niet dezelfde!
De mediamagistraat Garzón vond altijd steun bij de Spaanse desinformatiemedia. Rechters met enig gevoel voor rechtvaardigheid werden uit hun functie ontheven.
Opmerkelijke reactie in het proces 18/98 kwam er van de Socialistische burgemeester van Donostia, Odón Elorza, die niet van enige nationalistische reflex kan verdacht worden: “Vanuit het respect voor de onafhankelijkheid van de rechters, hoop en vertrouw ik erop dat deze rechtzaak méér in de toekomst zal kijken dan in het verleden.” De burgemeester wees erop “dat ETA mogelijk een bestand afkondigt en dat de conjunctuur onmogelijk beter kan zijn.” “Dit proces moet rustig verlopen en er kunnen geen fouten gemaakt worden. Het verloop van het proces is net het tegendeel geworden.
















