Een gruwelijke getuigenis


21 jaar en 4 maanden cel
José Maria Etxaniz verbleef 21 en 4 maanden in de cel. Hij werd gearresteerd op 19 februari 1980 en na 10 dagen “incomunicado” (totaal afgezonderd van iedereen, ook advocaat) bij de Spaanse politie, heeft hij bijzonder ernstige folteringen aangeklaagd. Zonder resultaat natuurlijk. Hij bracht zijn bijzonder streng gevangenisregime door in 10 verschillende gevangenissen, waarvan de meerderheid op meer dan 1000 km van zijn woonplaats. De Audiencia Nacional had hem tot 25 jaar veroordeeld, en met in acht name van de voorziene strafverminderingen, moest hij normaal gezien vrijomen in 1998. Het heeft langer geduurd. Hij kwam pas vrij op 17 juni 2001.
Op 17 juni 2001, de dag dat hij vrij kwam,
had de Baskische gevangene, José Mari Etxaniz uit Bergara, er de meeste dienstjaren op zitten van alle gevangenen. Hij werd nog extra zwaar gestraft door van gevangenis naar gevangenis gesleept te worden. Zo kwam hij terecht in zowat alle Spaanse gevangenissen die hiervoor in aanmerking komen. Bovendien zat hij meestal in isolatie. Daarbij kwamen nog de dagelijkse vernederingen van de functionarissen.“Gedurende 9 maanden mocht ik de cel niet uit, zelfs niet om te luchten. Er was geen licht in mijn cel. Als ik wat wilde lezen, moest ik dit doen met behulp van een aansteker. Gedurende 13 jaar moest ik alleen eten, totaal geïsoleerd. Soms lukt het de beulen om op die manier iemand moreel stuk te krijgen, maar meestal reageren de gevangenen met waardigheid. Je weet dat er mensen en actiegroepen achter je staan en dat houdt je recht. De gevangenenspreiding heeft gefaald. We staan sterker dan ooit. Ik wil je dit staaltje van menselijke wreedheid niet onthouden. Op een bepaalde dag, 9 juni 1986, opende een cipier mijn cel en droeg mij op een massage aan mijn vriend te geven. Ik rook onraad en vroeg wat er gaande was. Ik kreeg geen antwoord en werd naar de cel van Joseba Asensio Artaraz “Kirruli” gebracht. Hij lag dood voor mijn voeten. Ze hadden niets, maar dan ook niets ondernomen om hem bij te staan toen hij ernstig ziek was.”



















