
Carod-Rovira, praat met ETA
27 januari 2004
Op 27 januari 2004 halen de Spaanse media zwaar uit naar Josep-Lluís Carod-Rovira. De Secretaris Generaal van Esquerra Republicana de Catalunya (ERC), die bij de grote winnaars van de voorbije Catalaanse verkiezingen hoorde, werd “conseller en cap” (regeringschef). Hij streek heel Spanje tegen de haren in door eerst naar de Baskische Lehendakari, Ibarretxe, te trekken.
Nu blijkt dat hij recent een ontmoeting had met de leiding van ETA. De “krant” ABC zegt meteen dat hij een pact is gaan sluiten met ETA om niet meer “op te treden” in Catalonië. Zelf zegt hij dat zijn objectief er enkel uit bestond ETA over te halen te stoppen met moorden. (Het is in Spanje moreel verboden met ETA te praten.) Carod-Rovira zegt nu dat hij deze kans niet kon laten voorbijgaan en dat “praten nooit waardeloos is”, hoewel het ditmaal tot niets geleid heeft. De ultrarechtse krant “La Razón” laat op de voorpagina een foto van hem verschijnen terwijl hij als boezemvriend de hand schudt van een Etarra.
Behalve Carod-Rovira wordt ook zijn coalitiepartner, de Catalaans Socialistische president, Pasqual Maragall aangevallen en, waarom ook niet, de leider van de Spaanse Socialisten Rodríguez Zapatero! De PP eist zelfs van Zapatero dat de Catalaanse coalitie wordt opgezegd. Om deze eis kracht bij te zetten wordt het hele stelletje Ministers van het Regime Aznar uit de kast gehaald: God zélf (Aznar), zijn opvolger, Rajoy, verder Zaplana (Minister Woordvoerder), Piqué (Ex-minister en voorzitter van de Catalaanse PP) en Angel Acebes. Maragall wordt onder druk gezet het aangeboden ontslag van Carod-Rovira te aanvaarden. In Catalonië wordt meteen verwezen naar vertegenwoordigers van het Kabinet Aznar die in 1999 naar Zürich, Zwitserland, trokken, niet om er chocolade te kopen maar om er contact op te nemen met ETA.
Duidelijk spelen de op handen zijnde Spaanse verkiezingen een grote rol. Zo komt Aznar op TV zeggen dat zijn opponent bij de Spaanse verkiezingen, Rodríguez Zapatero, een té onbetrouwbare figuur is om Spanje te besturen, terwijl Zapatero de ontmoeting met alle kracht afkeurde en geen uitstaans heeft met Catalonië!
Een dag later geeft president Pasqual Maragall toe aan de immense druk en velt een Salomonsoordeel. Hij aanvaardt het ontslag van Carod-Rovira maar zet hem (voorlopig) niet uit de Regering (waarin hij geen portefeuille had.) Maragall looft Carod die hij “één der architecten van de tripartiete” noemt. Tevens zegt hij dat Carod te goeder trouw een zware fout maakte.
Ook Carod verscheen voor de microfoons: “Nooit heb ik zoveel aanvallen vanuit Madrid te verwerken gekregen als tijdens de voorbije 24 uur, maar ik kreeg ook nog nooit zoveel steun, zowel vanuit Catalonië als van daarbuiten, onder andere van alle Baskische partijen, behalve van de PP. Ik verloochen niet wat ik deed, noch doe ik afstand van mijn daad of vraag ik vergiffenis, want ik geloof in de vrede en de dialoog omdat de mensen elkaar enkel begrijpen door met elkaar te praten. Ik wens niet nog meer slachtoffers noch aanslagen van ETA. Wij prediken niet de angst zoals de PP dat doet. Wij staan waar we steeds stonden, aan de kant van de vrede en van de vrijheid.” Tot slot klaagde hij de hypocrisie van zowel de PP als van de PSOE aan die met ETA samenkwam, zoals ik dat nu deed.”
Carod werd op de persconferentie bijgestaan door de hoogste leiders en de overige ministers van zijn partij die zijn verklaring regelmatig met applaus onderbraken. Carod besloot zijn toespraak met een leuze uit de Burgeroorlog: “No pasarán!” (Ze zullen er niet door komen) en “Visca Catalunya” (Leve Catalonië!)
Aznar, schipper naast God, drukte zich nog maar eens uit zoals enkel échte staatsmannen dat doen: “Carod had de pretentie aan een terroristische bende te kunnen zeggen op wie een aanslag gepleegd kan worden en op wie niet.”
29 januari 2004
Nadat verschillende Spaanse communicatiemedia gewag maakten van het feit dat de Spaanse geheime dienst CNI (Centro Nacional de Inteligencia) (voorheen “Cesid”) vooraf van de samenkomst van Carod-Rovira met ETA op de hoogte zou zijn geweest, weigert president Aznar op de vraag hieromtrent te antwoorden. Aznar zou enkele dagen vóór de samenkomst, begin januari, op de hoogte zijn gebracht. Verschillende Spaanse geheime agenten die in Frankrijk verblijven om de stappen van ETA-leden te volgen, zouden via Antza en Urrutikoetxea in Perpignan terecht gekomen zijn en daar foto’s gemaakt hebben van de ontmoeting met Carod. In december waren ze een eerste keer bij elkaar gekomen en toen werd de afspraak gemaakt voor een tweede ontmoeting op 4 januari. De stappen van Carod zouden zelfs al sinds 2001 gevolgd zijn. Hij is nochtans lid van een democratische partij.
Vroeger werd de Spaanse Geheime Dienst, Cesid, al veroordeeld voor het jarenlang bespioneren van Herri Batasuna in hun Zetel in de Baskische hoofdstad Gasteiz.
30 januari 2004
Joseba Permach en Juan Joxe Petrikorena van Batasuna klagen op een persontmoeting in Donostia de schaamteloosheid aan waarmee persorganen als “El Mundo”, “Abc” en “El País” de vertegenwoordigers van het linkse nationalisme in één adem betrekken bij de ontmoetingen tussen ETA en Josep-Lluís Carod-Rovira, en ze wijzen op de zware consequenties die dit voor de betrokkenen kan hebben. Permach en Petrikorena vragen zich af van waar deze “geruchten” komen en wie ze “gelekt” heeft. Het lijkt een unieke gelegenheid om de vertegenwoordigers van Batasuna even mee te “beschadigen” in deze zaak van politieke spionage terwijl het eigenlijke debat toch over de noodzaak van een politieke dialoog zou moeten gaan. Nadat er gedurende vele jaren een uitzonderingstoestand gecreëerd en onderhouden werd in Baskenland lijkt nu Catalonië aan de beurt te komen.
Volgens de nieuwe voorzitter van de PNV, Josu Jon Imaz dient Magistraat Generaal, Cardenal, dringend een onderzoek te starten of er spionage van democratische partijen in het spel was en of de Spaanse “intelligence” ten dienste stond van de verkiezingspolitiek van de regerende PP. Of is het de PP die beslist wie met ETA gaat praten, op welke manier dit moet gebeuren en waar die gesprekken moeten doorgaan?”
De Baskische ministers Joseba Azkarraga (EA) en Javier Madrazo (IU) zeggen dat indien ETA in de toekomst een aanslag zou plegen, de PP-regering mede verantwoordelijk is omdat ze de ETA-leden die ze bespioneerden niet gearresteerd hebben!
De ERC van Carod eist het ontslag van Aznar wegens “illegale spionage”. “Indien er een onderzoek tegen Carod moet geopend worden dan moet dit eveneens tegen de UCD (regerend na de dictatuur) de PSOE en de PP omdat die, in de loop van de recente geschiedenis, eveneens met ETA gepraat hebben.
Aznar verscheen in Madrid voor de microfoons, (samen met “Het Joenk”, Guy Verhofstad) en zei dat het een schandaal zou geweest zijn indien een lid van de Geheime Dienst of een lid van de strijdkrachten die de gelegenheid had een ETA-commando op te rollen dit zou nagelaten hebben.
Federico Trillo, de opgeblazen kikker die aan het hoofd van de Spaanse strijdkrachten staat, verklaarde, zonder rood te worden, dat Democratische Partijen in zijn land niet geschaduwd worden.
Wat dan te zeggen van de Spaanse pers, die haar nieuws rechtstreeks vanuit “Madrid” krijgt? El Mundo spreekt openlijk over “bronnen vanuit de Geheime Dienst”, terwijl ze er bij zeggen dat er foto’s bestaan van de ontmoeting. Volgens El País heerst er zelfs ongenoegen binnen de CNI over het uitlekken van de gegevens omdat dit “de anti-terroristenstrijd” in gevaar kan brengen.
31 januari 2004
De samenkomst van de Catalaanse Republikein, Carod-Rovira, met vertegenwoordigers van ETA blijft de "talk of the town" in Spanje, Baskenland en Catalonië. De Spaanse generale verkiezingen van maart zijn daar zeker niet vreemd aan. De president van de Catalaanse Generalitat, Pasqual Maragall, toont heel wat meer ruggengraat dan zijn Baskische socialistische partijgenoten, waaraan het enige Baskische vaak enkel hun voornaam ("Patxi" of "Txiki") is… Gisteren verklaarde Maragall dat de deur van het Catalaanse Kabinet voor de ontslagnemende Carod open bleef staan. Hij vergeleek bovendien de "argeloosheid en de goede bedoelingen" van Carod-Rovira met die van de Ier John Hume, één van de auteurs van het Ierse vredesproces die later de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Maar Maragall zegt "de goede bedoelingen van Carod te prefereren op de passiviteit van de Spaanse Regering tijdens de voorbije 8 jaar". Carod verklaarde daarna dat hij als "zich vergist had in de vorm, als regeringschef", maar "niet in de kern, als Secretaris Generaal van de partij." Verder eiste hij "met opgeheven hoofd" de dialoog met de gewapende organisatie "indien hiermee één enkele dode kan vermeden worden".