
Joxe Arregi Izagirre
+13 februari 1981
De tragische dood van Joxe Arregi Izagirre op 13 februari 1981 schudde de Baskische gemeenschap geweldadig door elkaar.
De inwoner van Zizurkil werd op 4 februari 1981 gearresteerd en overgebracht naar de Dirección General de Seguridad de la Policía te Madrid. Hij verbleef hier 9 dagen “incomunicado” (volledig afgezonderd, geen advocaat, enz…), overgeleverd aan willekeur.
De vooravond van zijn overlijden werd hij naar het Hospital Penitenciario van Carabanchel, de ziekenboeg, overgebracht. Het medische rapport zal ik niet aanhalen, want het is te verschrikkelijk.
Drie politieke gevangenen, Iñaki Agirre ETA (pm), Xose Lois Fernández González (GRAPO) en Lois Alonso Riveiro (PCE), waren getuige bij zijn aankomst in de ziekenboeg. Het relaas werd op een kladbriefje door de tralies naar buiten gegooid: “Fysisch totaal afgemaakt, onherkenbaar, hevig rillend over het gehele lichaam, nauwelijks in staat te ademen, mompelende Joxe Arregi enkel zinnen, waardoor we hem konden identificeren. Zijn ogen waren bont en blauw geslagen. Het rechteroog vertoonde een enorme bloeduitstorting. Armen en benen waren angstwekkend opgezwollen. ‘Ik heb verschrikkelijke dorst’, mompelde hij. Op hun vraag hoe het er aan toegegaan was, antwoordde hij: “Oso latza izan da, het was verschrikkelijk”. Ze hebben mij onderste boven gehangen aan de ijzeren staaf, en sloegen er vrijwel overal op los, maar vooral op de onderkant van mijn voeten. Ze verbrandden (tot in de tweede graad) mijn armen en benen en lichaam. Waarmee ze dat deden, weet niet. Op de grond sprongen zij om beurten op mijn borst…”
Hij kon niet meer verder praten en stortte in elkaar. De 3 gevangenen hielpen hem omkleden, waarbij ze verscheidene bloeduitstortingen overal op het lichaam zagen. Vele plaatsen waren zwartgeblakerd (ernstige brandwonden), en veel brandwonden begonnen te verzweren.
De volgende ochtend was zijn toestand nog verergerd. Hij murmelde: “Nik uste diat hiltzekotan nagoela, ik denk dat ik sterf.”
Ik stop hier het huiveringwekkende getuigenis, want er is niets menselijks aan, maar het komt wel op de palmares van de “Benemérita” zoals de Guardia Civil genoemd wordt (vertaling van benemérita: verdienstelijk, prijzenswaardig).
De directeur-generaal van de Politie, José Manuel Blanco, verklaarde dezelfde dag van het overlijden van Joxe Arregi Izagirre aan Radio Nacional, dat de gevangene nooit voorwerp geweest was van slechte behandeling tijdens de ondervraging.
Volgens de Commissie voor de Mensenrechten te Madrid hebben 73 politieagenten deelgenomen aan, wat ik noem, de “lynchpartij”. Slecht twee werden in staat van beschuldiging gesteld en beide werden vrijgesproken. Later kregen zij toch 7 maanden cel (vergelijk met het volgende: een Baskische jongere die een papiercontainer op straat in brand steekt, krijgt maar dan 7 jaar cel.)