Zaterdag 28 april 2007
Gaan werken in het 'œatelier'

Eind juni 1950 Eigenlijk ben ik een luiaard, ... tenminste dat is toch wat mijn ouders zeggen.
Volgens hen zou ik graag moeten werken maar hoe hard ik ook probeer, het lukt mij niet om dit soort werk graag te doen.
Iemand die dertien geworden is kan je nog moeilijk een kind noemen maar toch voel ik mezelf nog helemaal geen volwassene.
Eind juni 1950 heb ik het 8ste leerjaar achter de rug en mag dus officieel de school verlaten.
De hoofdonderwijzer heeft me nog gevraagd of ik verder ging studeren maar ik wist dat daar geen sprake van kon zijn.
Mijn ouders hebben een eigen zaak (zinkbewerking) en ze verwachten dat ik hen vanaf nu zal helpen in hun atelier te Brussel.
Verleden jaar had pa me twee van de zes weken vakantie gegund om samen met mijn broer nog eens veertien dagen bij Tenne te logeren maar nu was het definitief gedaan , voor altijd ...
Het bewuste 'atelier' is eigenlijk alleen maar een garage onder één van de vele flatgebouwen in de straat. Onze werkplaats bestaat dus uit een gang van twaalf bij drie meter en achteraan een brede donkere voorraadkamer van vijf bij vijf meter.
In het midden is die gang half overdekt met glazen ruiten waardoor het schaarse daglicht dat tussen de omliggende gebouwen door kan, naar binnen valt.
Elke ochtend, om 7u 20, nemen we met ons drieën het blauwe trammetje van Wezembeek naar Etterbeek waarna we nog tien minuten te voet verder moeten.
Om klokslag 8uur beginnen we te werken en om klokslag 17 uur wordt er gestopt. Drie keer houden we pauze om een boterham te eten: vijftien minuten om 9u 30 en om 16 uur, en dertig minuten om 12 uur.
Dit gaat ononderbroken door, zes dagen in de week, tweeënvijftig weken per jaar. Behalve de week van 21 juli - nationale feestdag - dan hebben we 'congés payés'.
Op zondag wordt er niet gewerkt.
Het werk bestaat uit het in verschillende stukken snijden van grote zinken platen van 2,20m bij 1m en ongeveer 0,5 mm dikte. Deze stukken worden op hun beurt geplooid of gevormd tot ronde of vierkante buizen van 1m lengte. Met andere, kleinere stukken worden dakvensters gemaakt.
Uiteindelijk moeten alle losse naden van buizen en dakvensters aan mekaar gesoldeerd worden en bekomen we een afgewerkt product.
Na enige maanden ken ik het werk al vrij goed en één jaar later moet ik er zelfs niet meer bij nadenken en wordt het pure routine, echt als bandwerk.
Ik kan nog steeds niet geloven dat ik daar, vóór ik getrouwd ben, tien jaar heb gewerkt! Honderdduizenden meters buizen en duizenden dakvensters hebben wij gemaakt.
Het was saai, saai werk en de dagen gingen trààààg voorbij.
Tien uur maandagochtend, ... en ik trachtte al naar de zondag.
Toen mijn broer, drie jaar later, ook bij ons kwam werken ging het iets beter.
Veel praten konden we echter niet door het niet aflatend lawaai van de soldeerbouten.
Als er dan toch eens kon gepraat worden op een stil moment, zei mijn vader steevast; ' Zwijg een beetje en doe eens wat 'attentie' of jullie snijden nog jullie vingers af.'
Het gebeurde inderdaad regelmatig dat we een diepe snede of schaafwonde opliepen aan de scherpe randen van de zinken platen.
Toen mijn oproepingsbevel voor het leger kwam, kon ik het wel uitschreeuwen van vreugde omdat de spiraal van slapen, eten, werken, eindelijk eens ging doorbroken worden.
Luidop durfde ik echter niets zeggen want ik was bang om weer uitgescholden te worden voor luiaard.
Op 1 juni 1955 ging ik in de Baron Michel kazerne te Mechelen bij de transmissietroepen, 'onder de wapens' zoals dat heet. Hier startte voor mij een heel nieuw leven waarvan ik voordien het bestaan niet eens vermoedde.
Geschreven door Fikske om 00:00
Reageer op dit bericht



















2 reacties op dit bericht
Nog..nog..nog
Het was terug heel prettig en aangenaam om lezen.
Zie dat is't hee, Nu dat ik dit heel goed geschreven verhaal gelezen heb, wil ik het vervolg al weten. Dat is hoe dat het moet zijn zeker?
De spanning erin houden..
groetjes uit Merida
de tijd van toen
Wel proficiat jong, doe zo voort.
jeronimo