AMSTERDAM – Het geheel weegt slechts 14 gram en het dier ondervindt er nauwelijks hinder van. Over de eerste testresultaten van hun GPS–rugzakje voor vogels zijn Nederlandse wetenschappers in de wolken. De volgende uitdaging? „Een cameraatje mee laten vliegen.”
Wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) hebben een minuscuul GPS-systeem ontwikkeld, dat vogels op hun rug mee kunnen nemen. Tot nu toe was het niet mogelijk om tot in de kleinste details het gedrag van vogels te volgen, terwijl dat wel belangrijke gegevens oplevert.
Het hightech-apparaatje bestaat uit een zendertje en een opslagmedium en werkt op een piepklein zonnepaneel. Het geheel weegt slechts 14 gram en kan al op de rug van vogels ter grootte van een postduif worden aangebracht. Door het GPS-systeem zijn allerlei gegevens draadloos uit te lezen, zodat het niet nodig is het dier telkens te vangen.
Vliegbewegingen van vogels zijn onder meer van belang voor de luchtvaart, voor het analyseren van de risico’s voor vogels bij het aanleggen van windmolenparken in zee, of voor kennis over de verspreiding van door vogels overgebrachte ziekten, zoals de vogelgriep.
De onderzoekers testten het ‘rugzakje’ het afgelopen jaar uit op een groep wilde kleine mantelmeeuwen. De zes zeevogels, afkomstig van een broedkolonie op Texel, verlieten Nederland in de zomer van 2008 en keerden vorige maand terug op het Nederlandse vasteland. Met een schat aan informatie over hun trekgedrag bij zich.
Kees Camphuysen, marien ornitholoog van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en betrokken bij het onderzoek, noemt het trackingsysteem een doorbraak. „Het is voor het eerst dat een groep vogels zo gedetailleerd is gevolgd. Het brengt de hele trekweg in kaart en laat hun dagelijkse activiteiten op zee zien. Het geeft ons ongekende mogelijkheden om het gedrag te bestuderen.”
Zo laten de GPS-loggers om de seconde zien waar en wanneer de individuele vogels vissersboten volgen, voedsel zoeken, of zich simpelweg op de zeestroming laten meevoeren. „Dit is een detailniveau dat tot nu toe onbereikbaar was.”
De meeuwen, die in Nederland veelal op en bij zee leven, blijken in de wintermaanden graag op land te verblijven. Zo was een favoriete pleisterplek het dak van de Renaultfabriek in het Franse Douai. In Spanje bezochten de dieren stortplaatsen. „Alleen in de Golf van Biskaje visten zij, maar toen waren ze alweer onderweg terug naar hun zomerstek, hier op Texel."
Het systeem volgt vogels niet alleen op de voet, maar legt ook vleugelslagfrequenties, de omgevingstemperatuur en de luchtdruk vast. De volgende stap is volgens Camphuysen de vogels uitrusten met een mini-camera. „Proeven met aalscholvers hebben uitgewezen dat dat mogelijk is. Als onderzoeker wil je immers precies weten wat een vogel onderweg allemaal uitspookt.”
bron;refdag.nl