Ergens in een tuin stonden vele bloemen.
Zomaar van alles onder elkaar, er zat natuurlijk wel beetje structuur in,
maar toch niet zo direct zichtbaar als je niet zo goed keek.
Het leek een beetje op een verwilderde tuin.
Toch kwam de eigenaar van de tuin alle dagen kijken,
haalde onkruid weg en knipte verdorde bloemen eruit.
In een hoekje stond een bosje rozen, heel vredig naast elkaar.
Ja, dat zou je op het eerste gezicht wel denken.
Maar zo was het helemaal niet,
één van de rozen, stond eigenlijk een beetje eenzaam
achter een bosje vergeet-me-nietjes,
ze was nog maar klein en heel onzeker,
haar vader zei "sta eens wat rechter,
je mag best een beetje meer je best doen",
haar moeder zei "kijk eens wat vrolijker,
zo kan je niet groeien",
haar zusjes die plaagden haar
en niemand die de kleine roos eens bemoedigde.
Daarom voelde de roos zich vreselijk verdrietig.
Alleen zag niemand dat want ze verstopte haar tranen achter haar lachende gezichtje.
Maar haar hartje weende stille tranen omdat ze zich ellendig en overbodig voelde.
Dapper verstopte ze haar verdriet en groeide en groeide.
Op een dag kwam er een klein meisje in de tuin samen met haar oma.
Eerst was ze zo'n beetje aan het spelen en ravotten op het grasveldje
in het midden van de tuin.
Maar toen kwam ze recht op het bloemenveldje af
en ging de bloemen stuk voor stuk gaan bekijken.
Toen opeens zei ze "wat een ontzettend mooie roos".
Oma volgde haar vingertje en zei: "bedoel je die daar?,
die is helemaal niet zo bijzonder,
kijk maar eens naar die daarnaast,
die heeft een hele mooie steel met bijna geen doorntjes aan.
Maar het kleine meisje hield vol en zei: "die daar is de mooiste".
Het kleine roosje kon haar oren bijna niet geloven,
ze hadden het over haar,
zij die zich zo klein en nietig voelde, vond het kleine meisje de mooiste.
Schuchter kwam er een blosje op haar wang,
en toen nog een aan de andere kant,
haar oogjes begonnen te twinkelen en
toen ja, toen was ze helemaal supermooi geworden.
Het meisje plukte de kleine roos,
die nu blij en gelukkig zichzelf staat te wezen
in een prachtige vaas bij het meisje in de kamer.
© Patricia