PAASZATERDAG

De schemering gaat beginnen.
Zij staan bijeen geschaard
waar bleek in het witte linnen
hun dode ligt opgebaard.
Nu zijn gelaat en zijn leden
gebet en gewassen zijn,
nu is hij blank van vrede,
nu blijft er geen zweem meer van pijn.
De specerijen geuren.
“’t Is tijd”, zegt zacht een stem.
Tedere handen beuren
de baar en dragen hem
met innig voorzichtige schreden
omlaag, de heuvel af.
De stille stoet daalt mede
naar het nieuwe, koele graf.
Zij dragen hem daar binnen.
Als zij, laat, huiswaarts gaan,
zien zij met stille zinnen
de maan van Pasen staan.
Deze tekst van Gerard Wijdeveld maakt de overgang naar Pasen















