Naar de inhoud

Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

Geraardsbergse gedachten en gedichten
akke.beakke.be

herfst


136802-8bdebab9aba0801e489c85fc5759e3e5.jpg

 


herfst

 

 

vliegjes zwermen in

een windballade een luchtballet,

ik strek de armen, hef een hiel

en wentel in cirkels

van een pirouette

 

lage zon legt koperlagen

in kruinen, ik krijg vleugels

en in het wieken camoufleert

het volleerde goud

het grijs van de dagen

 

het spreekt voor zich

herfst legt niets uit

als zomer napraat

hij schakeert onkruid

tot stoepbloemen van de straat

 

© Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Dirk spreekt voor zich...


112634-56364f8ddcc2e6d012e1105c5f78e5c6.jpg  


 

Ik voel me goed

 

 

Mens ik leef,

Ik huppel en spring door de dag

Mijn ogen twinkelen

Een glimlach…

Ik steek het tranendal over

Ik zit vol vertrouwen

Laat verdriet achter me liggen

Ik kan liefhebben en houen…

 

De zon breekt elke dag door

Elke wolk heeft een gouden rand

Koester elke goede herinnering

Neem me vast, geef me een hand…

 

Hier sta ik op dit kleine stukje aarde

kijk naar de sterren, doe een wens

adem de lucht van de woeste zee

ik ben een gelukkig mens…

 

© Dirk

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Zoete zomerzoen


112627-5a6a207721d0ecb994f0ec37e286c816.JPG 
 

 

Zoete zomerzoen

 

 

Eilanden weilanden

Oneindige einder

Eindeloze droom

Tomeloze droom

Koude zee

Zilte zee

Zoute zee

 

Samen zinken     in de zilte zee

Samen zinken     in de kille zee

Samen zinken     in de kilte van de zilte zee

Samen zinken     in de wilde kilte van de zilte zee

Samen zinken     in de koelte van de zoute zee

Samen zinken     in de koelte van de koude zee

Samen zinken     in de zoete koelte van de zoute zee

 

Wandelen wil ik        met jou

Dwalen wil ik            met jou

Dwandelen wil ik       met jou

 

Op het strand

    Op het natte strand

        Op het natte zand

            Op het zanderig strand

 

Terug wil ik ons herrijzen uit die ijzige wijzige zee

 

De zee

            De zon

                        Isis en Osiris

 

't Strand als zand ademt de zee in

't Zand als strand ademt de zee uit

 

 

© Wim Paul De Clercq

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

De Onkerzeelse kerkhofmuur



106593-f38161ad829a754d1e5b242c25a2957a.jpg

(rij vooraan, van links naar rechts
: voorzitter Daniël De Ron en de winnaars
Mireille Berkenbosch, vertegenwoordiger van Christiane Desitter en Arlette Delvoy)




De Onkerzeelse kerkhofmuur

 

drie nieuwe gedichten sieren de kerkhofmuur van de Geraardsbergse deelgemeente Onkerzele

 

 

“De beroemde dichter Johann Wolfgang von Goethe zal nooit hebben geweten dat één van zijn gedichten ooit op de kerkhofmuur van Onkerzele zou prijken. Veel minder nog dat hij enkele jaren later daar het gezelschap zou krijgen van drie Oost-Vlaamse dichters,” schrijft Daniël De Ron (voorzitter van de Onkerzeelse kerkraad) in het voorwoord van de verzamelbundel van de deelnemende dichters. En hij gaat verder:

 

“Toen de kerkraad Sint-Martinus Onkerzele twee jaar geleden een gedichtenwedstrijd uitschreef, hadden wij geen flauw vermoeden hoeveel respons we zouden mogen verwachten. Groot was onze verbazing én tevredenheid dat we héél wat inzendingen mochten ontvangen.

 

De jurering was niet eenvoudig. De kerkraad liet zich daarom bijstaan door enkele mensen die zich beter thuis voelden in poëzie en Nederlandse taal. Uit hun selectie kozen we dan de drie gedichten die nauw verbonden waren met de onmiddellijke omgeving.”

 

De winnaars:

 

Christiane Desitter met “Rust”

Arlette Delvoy met “Stilte”

Mireille Berkenbosch met “Ode aan de lindebloom”.

 


Het is helaas niet mogelijk de gedichten zonder de toelating van de kerkfabriek op de blog te publiceren.

MarLeen

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Urbain De Gelas schrijft zoals hij spreekt


87782-0ac71e1d59beb1ee3b60b825a798f501.jpg


In de schaduw van het dikke lover

van struiken en bomen

zitten de vogels over de voorbije

winter na te dromen.

 

 

 

Urbain De Gelas schrijft zoals hij spreekt

 

 

 

Urbain mag dan voor velen een onbekende zijn, voor mij is hij dat helemaal niet. 17 was ik toen ik voor het eerst de rustige man ontmoette. In zijn meubelzaak, die hij destijds runde aan de kerk te Deftinge, was iedereen welkom. Hij ontving je met een lach en bood je een pintje of een koffie aan.

 

Inmiddels verhuisde Urbain naar Geraardsbergen. Hij praat traag en graag en filosofeert. Geen mens die hem niet begrijpt. Hij geniet van elk moment en nog liefst van grappen en grollen. Nooit kon ik vermoeden dat achter zijn fruitige humor een portie dichterlijke ernst verscholen lag.

 

Urbain geniet van wat hij schrijft. Neen, voor hem geen hoogdravende woorden noch het forceren van gedachten. Hij blijft zijn eenvoud trouw en schrijft zoals hij het je zou willen vertellen. Zo ook zijn streektaal. Let op de Vlaamse ‘ge’.

 

‘Urbain, ge zij ne crack, ‘k wiste kik nie da ge zo veelzijdig waart. En ’t is waar: wie weinig spreekt, zal ni zeveren. Een onuitgesproken woord draagt sowieso de kracht van een veelzeggende blik.’ 

 

 

De zon

 

 

’s Morgens als ge ontwaakt,

straalt de zon al door het raam.

Ze is al begonnen aan haar dagtaak,

ze doet gras en korenvelden groeien

en laat de rozen bloeien.

In de schaduw van het dikke lover

van struiken en bomen

zitten de vogels over de voorbije

winter na te dromen.

De fazant met haar kroost

zoekt miereneitjes aan de rand van het bos,

met een oog uitkijkend naar de vos.

Tegen de avond wordt de zon weer moe

en doet zoals de mens haar oogjes toe.

 

© Urbain De Gelas

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

herinneringen tussen de oevers


76517-704f013d4462fdaf128e380d5ec876b5.jpg


herinneringen tussen de oevers

 

 

daar waar mijn herinneringen drijven

in kleine beken door mijn dorp

daar ging ik vroeger vissen

naar avontuur en rust

 

tussen beddingen met fluisterende populieren

hollen de jaren de oevers uit

en breed monden ze uit

in stromen vol verhalen

 

maar soms staan ze droog

en ziet men nog juist graten

wachtend naast dikkoppen

tot sluizen openen

 

niet wetend of ik halverwege ben

turend naar vroeger

waar het verleden nog helder stroomde

golvend rimpelend tot vandaag

 

© chauffeurke

Geschreven door Marleen De Smet om 22:04 Reageer op dit bericht

Freya's haren & Wim Paul De Clercq


74684-5a6a207721d0ecb994f0ec37e286c816.JPG

…

stille stad en natte nacht

Freya’s haren oh zo zacht.

…

 

© Wim Paul De Clercq

 


 

Freya’s haren…

 

 


“Adembenemende verschijning” titelt De Beiaard, het weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen.

 

“Jaren geleden kwam ik terug van een voorstelling in ’t stad,” mailde Wim mij.

“Het was winter, februari, koud en regenachtig. Ik was helemaal alleen, keerde huiswaarts doorheen de binnenstad. Ik was een verkleumd, een beetje eenzaam, een beetje overmand door dichterlijke tristesse tot van achter de straathoek plotseling een adembenemend verrukkelijke verschijning opdook. Een jonge dame met lange blonde haren: een magisch moment. Onze passen vertraagden en stil en traag kruisten onze wegen en heel even was er dat moment van intens en veelzeggend oogcontact. Heel even stonden we stil: geen woord werd gewisseld, geen daad gesteld. We vervolgden beide onze wegen.”

 

Thuis gekomen vatte Wim dit unieke, magische moment in volgende woorden:

 

 

kilte stapte stilte stad

tred betrapte trieste straat

stille stad en natte nacht

en doelloos lopen

want niemand op mij wacht

 

Freya’s haren oh zo zacht

bevangt mijn hart en onverwacht

zingt de wind en lacht de nacht

 

© Wim Paul De Clercq

 



 

Beste vriend Wim,
 
Tijdens een intens moment van schijnbare verlatenheid ontmoet poëzie haar zielsgenoten. Of is het: krijgt poëzie een ziel?

Freya was een vreemde en blijft een vreemd. Poëzie is vreemd en blijft vreemd. Freya werd poëzie.

 

Het gedicht is ritmisch en zingt door de alliteraties ‘kilte, stilte/tred, trieste straat, enz..., hoor de 'i' en de 't'.

 

Ik zou het op prijs stellen als je hierop reacties zou ontvangen. Ik werp een stok in het hoenderhok door me te wagen aan een pietluttige opmerking waardoor je gedicht geenszins aan kracht zal inboeten. In de eindregel van de eerste strofe wringt het ietwat: “want niemand op mij wacht”. Ik zou opteren voor:

want niemand die op mij wacht

 

of

 

want niemand wachtte op mij.

 

In het laatste geval blijft je eerste strofe in de verleden tijd (flashback) wat m.i. prima is.

 

De twee strofe mag heerlijk in de tegenwoordige tijd want die gedachte blijft hangen in het nu.


Vergeef me de opmerking. Wees verrast dat ik het doe want dat betekent dat ik hét de moeite waard is. Jij begrijpt het wel.


Mijn felicitaties, Wim!

 

MarLeen

Geschreven door Marleen De Smet om 08:25 2 reacties Reageer op dit bericht

Arlette Vanderstocken: letters werken als een magneet...


69435-796b8c8ba291a8aa34ad7d46311bfb8c.jpg



Arlette & dochter Jolien

 

 

 

Fragmenten uit

 

De kunst van het woord

 


Frons tussen de ogen

schrijft hij over wat hem beroert,

bezielt, raakt, ontroert,

hem kwelt,

liefde en geweld.

 

Het vlot bijwijlen

soms met kunst en vliegwerk,

zoeken naar het juiste woord

want kunst gaat om brood,

met beeldspraak,

zijn geesteskind geboren.

 

© Arlette Vanderstocken

 

 

 

Arlette Vanderstocken

 


Arlette Vanderstocken werd geboren op 22 november 1960 en groeide op in Moerbeke. De lagere school volgde ze in het  Sint-Catharinacollege dat toen nog naast het MPI te Viane gevestigd was. Daarna vertrok ze op internaat naar het Sint-Vincentiusinstituut te Deftinge, waar ze haar Sociaal-technisch diploma behaalde.

 

“Nederlands is altijd mijn beste vak geweest,” zegt ze, “en tijdens mijn jeugdjaren heb ik veel gelezen.Toen ik las vergat ik alles om mij heen. Op internaat werden de lichten  om 22 uur gedoofd maar ik las dikwijls tot middernacht met zaklamp onder de lakens opdat de zusters niets zouden merken. Het gevolg was dat ik ’s ochtends hoofdpijn had.”

 

Toen Arlette bijna 20 jaar was ontmoette ze haar man Stefaan. 5 jaar later werd haar zoon Jeroen geboren en 6 jaar later haar dochter Jolien. Gedurende 25 jaar woonde ze in Viane tot ze 2006 verhuisde naar mijn oude roots, Moerbeke.

 

Eind 2005 werd echter haar dochter zwaar ziek. Haar leven hing aan een zijden draad. Meer dan een jaar waren ze dag en nacht samen en kregen een hechte band. Nu gaat het gelukkig beter met haar en is zij fier op haar 2 kinderen die zich ontplooiden tot sociale en meevoelende jonge mensen.

 

Na de ziekte van Jolien schreef Arlette een gedicht en ging beseffen dat schrijven therapeutisch werkte. Door toedoen van een goede vriendin nam ze deel aan de poëzievoordracht op het werk en nam ook deel aan de gedichtendag georganiseerd 2008 in Geraardsbergen. Zo is de bal gaan rollen en kreeg ze de microbe stevig te pakken. Het werkte aanstekelijk want ook haar dochter kreeg de smaak te pakken.

 

Letters werken als een magneet. Tijd om haar te vervelen is er dus niet, temeer ze na de ziekte van haar dochter besefte dat het leven niet uit werken alleen bestaat. Ze leerde genieten van de kleine dingen die het leven zo mooi maken en hun bestemming vinden op papier.

 

 

Lava

 

 

Het borrelt in mij.

Rusteloosheid verstoort mijn slaap.

Boosheid, angst,

zitten aan mijn ziel

te knagen.

 

Lava vloeit tergend langzaam

door mijn aderen,

hitte verschroeit mijn ziel,

rook beneemt mij de adem.

 

Ik stik.

Vecht tegen de lavastroom

die mij verplettert.

De hitte wordt ondraaglijk.

 

Uitgebarste vulkaan.

 

Emoties exploderen,

gevoelens slaan op hol,

tranen banen zich een weg

over mijn wangen.

 

Gebluste brand,

ogen roodomrand,

door zilt doordrongen,

tranendal bedwongen

 

Bevrijding,

afgeblazen stoom.

Het is als een droom.

De opstand is gesmoord.

 

© Arlette Vanderstocken

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Ontmoeting

 


65663-56364f8ddcc2e6d012e1105c5f78e5c6.jpg 


Ontmoeting

 

 

Waar zielen elkaar ontmoeten

Is waar bergen uit de grond rijzen

Is waar zeeën het land strelen

Is waar de avondzon staat te kijken…

 

Voor eeuwig raken ze verwikkeld

Verstrengeld in elkaar

Een deel van ieder ander…

 

Waar zielen elkaar ontmoeten

Is waar leven begint…

 

© Dirk

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Twee Geraardsbergenaars worden Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee



... voor even alle bescheidenheid laten varen...

MarLeen


58005-dec0d65c3ec2e4b8c0acf7509539a22a.jpg 

Dichter/schrijver en voorzitter '50 Meesterdichters...' Thierry Deleu.
http://www.geletterdemens.blogspot.com 
 


De 50 Meesterdichters van de Lage Landen
bij de zee

onder het voorzitterschap van Thierry Deleu

Zandzeggelaan 18-102

B-8670 Oostduinkerke (België)

GSM: 0478/745498

E-mail: thierry.deleu@skynet.be

 



Toch even een overzicht



Aanvankelijk

 

“De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin 2000 op initiatief van “The Order of the Razorblades” (“De Orde van de Scheermesjes”), de eerste online ridderorde in Vlaanderen en Nederland. Het idee kwam van enkele “geridderde” dichters.

Het initiatief beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van hun gedichten, het respect voor elkaar en een welkome promotie van hun poëzie.

 

Nu

 

Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen.

 

“De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” werd een feit.

 

 

Wie zijn zij en wat zijn de modaliteiten

 

Het aantal werkende leden “Meesterdichters” werd vastgesteld op maximum 50 leden.

Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie waarvan twee Geraardsbergenaars in vetgedrukte tekst):

 

Marcella Baete

Bert Bevers

John Brookhouse

Marc Bungeneers

Gunnar Callebaut

Martin Carrette

Greta Casier

Frans Claus

Jeannine Debbaut

Frans de Birk

Lidy De Brouwer

Pierre Declerck

Leni De Goeyse

Jenny Dejager

Marleen De Smet

Thierry Deleu

Luc Demiddele

Ferre Denis

Gwen Deprez

Astrid Dewancker

Germain Droogenbroodt

Fernand Florizoone

Ludo Geloen

Hejatomsma

Patricia Lasoen

Paul van Leeuwenkamp

Frédéric Leroy

Cathy Mara

Mark Meekers

Peter Motte

Edith Oeyen

Ruud Poppelaars

Eric Rosseel

Annmarie Sauer

Maurits Sterkenburg

Pien Storm van Leeuwen

Ina Stabergh

Annemieke Steenbergen

Jet van Swieten

Henri Thijs

Annette van den Bosch

Guy Vandendriessche

Yerna Van Den Driessche

Eric Vandenwyngaerden

Jozef Vandromme

Jan Van Loy

Dirk Vekemans

Katelijn Vijncke

Pom Wolff

Peter Wullen

 

Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Die periode omhelst één jaar.

De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.

“Razor’s Edge Editions” stelt een jaarboek in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”. Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden (de proefperiode), kan die bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen.

 

 

Wij zijn zo ver!

 

 

INTERNATIONAAL NEDERLANDSTALIG DICHTERSGENOOTSCHAP

DE 50 MEESTERDICHTERS VAN DE LAGE LANDEN BIJ DE ZEE

 

STELT HET EERSTE JAARBOEK VOOR

 

HOE DE DICHTER ZICH EEN WEG GESELT TEGEN WIND


op woensdag 3 december 2008, om 16.30 u., in de raadzaal van het

 

Waar en wanneer:


Gemeentehuis van Koksijde

Zeelaan 303

8670 Koksijde

 

Programma:

 

16.30 u.  Verwelkoming door burgemeester Marc Vanden Bussche

16.45 u.  Voordracht gedichten door Ilse Chamon, woordkunstenares

17.20 u.  Kort referaat over “De kleine auteur in de grote wereld van de (Nederlandstalige) literatuur” door Thierry Deleu, auteur

17.45 u. Overhandiging van de jaarboeken + receptie aangeboden door het gemeentebestuur van Koksijde.

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Albert Schrever galmt een woord



51187-a1cc31fdc41db4158098bb3fcb33cc19.JPG

Albert Schrever

 


 

Albert Schrever galmt een woord


Galmaardse dorpsdichter



Toen ik op Pinkstermaandag op de radio hoorde dat de Sint-Pie­terskerk de voorbije nacht volledig in de vlammen was opge­gaan was ik er, zonder het goed te beseffen, een gedicht over aan 't schrijven.

Als dorpsdichter voel ik me nauw betrokken met wat in Galmaarden gebeurt en, uit onweerstaanbare drang, moest ik het drama verwoorden.


 

51187-1f265a8f6f1ec7dae15ec94ceb404568.jpg

(Bovenstaande foto is eigendom van fotograaf Marc Colpaert.)



 

Het Inferno van de Sint-Pieterskerk

 

 

Pinkstermaandag werd een zwarte dag

voor Galmaarden en zijn kerk.

Het vuur had echt voor niets ontzag

en verslond genadeloos dit mensenwerk.

 

Zevenhonderd jaar belangloos werk

verdween in minder dan twee uur.

Enkel de buitenmuren bleven sterk:

de rest verschroeide in het vuur.

 

Orgel, meubels en altaren

verdwenen in de vlammenzee.

De brand was echt niet te bedaren:

hij sleurde zelfs de klokken mee.

 

Hoeveel geslachten vierden in dit gebouw

de pieken in hun kerks bestaan:

van doopsel, communie en trouw

tot ze er uit dit leven zijn gegaan?

 

De relieken van het Heilig Kruis

al eeuwen in de kerk bewaard

trotseerden er het hels gedruis

en werden uit de brand gespaard.

 

Zal de kerk weer uit haar as herrijzen

in haar schoonheid van weleer?

Dan zullen we de Hemel prijzen

in een lofzang tot de Heer!

 

© Albert Schrever

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Zintuiglijk avontuur


50384-043ad44908ab9a268c2525b93ac4c16f.jpg 




Zintuiglijk avontuur



Samengepakt in rechtover elkaar staande duozitjes worden de reizigers door de verzengende hitte gespoord. Er hangt een broeierige hitte in de wagon waardoor de tocht beslist niet zonder bezwaren verloopt. En toch lijken de passagiers windstille levens beschoren. De trein zwiept pijlsnel door het Vlaamse landschap waar verschroeide graskanten als een bruin lint voorbijglijden. Een onweerstaanbare neiging naar het scheppen van een luchtje onder de blauwe hemel voert me naar exotische oorden. Maar twijgentakken met daarin het hinderlijk spelend licht brengen me terug naar waar ik me bevind.

 

Door het monotoon maar vertrouwd cadansen over de rails gapen enkele slaperigen als koeien naar elkaar. Mijn overbuur naast het raam -een boom van een vent- doch ietwat te kort afgezaagd, is inmiddels ingeslapen. Het zweet parelt langs zijn neus in zijn snor en kwijl sijpelt in zijn baard die als een sjaaltje om een laagje halsvet ligt. Met gekruiste armen zakt hij onderdoor. Naast hem zit een lezende dame, blootsbeens met melkwitte borsten. Na elke bladzijde die zij omslaat, wipneust zij haar afzakkend kettingbrilletje op de juiste plaats. Ik slaap niet, ik lees niet, maar observeer en noteer alles wat zich rondom mij afspeelt met een innerlijke wanhoopskreet een passend woord te vinden. Een briesje door het halfopen venstertje hindert een donkerharige furie met een middelvinger. Uitgebroed op de zonnebank verzoekt zij met een spervuur van woorden het venster te sluiten. Een sirene op poten zo lijkt het mij.

“Rails worden stevig door de dwarsliggers,” mompel ik naar de lezende dame, terwijl ze bedenkelijk in mijn richting staart.


Snerpend ritsen de wagons door de wissels. Mijn overbuur ontwaakt en met een oogopslag als van een roofdier loenst hij naar mijn boezem. Hij rekt zich, buigt voorover en leunt op het tafeltje dat ons scheidt. Ongeremd probeert hij mijn geschrift ondersteboven te lezen. Geraffineerd trek ik mijn bloesje wat hoger en schrijf verder: “hij moest eens weten… de gluiperd geeuwt luidruchtig. Zijn opengesperde bek blaast een zilte zeelucht in mijn gezicht. Help, het venster is dicht!”

 

Als hij tenslotte houterig rechtveert, merk ik dat zijn buik zich een weg naar buiten vreet. Luttele seconden later stopt de trein bruusk en met heel zijn reutemeteut wordt de overbuur weer in zijn hoek geworpen. De lezende dame wipt een standje hoger en knipoogt. Hij verontschuldigt zich niet als hij de trein verlaat, maar bromt binnensmonds in de overtuiging dat mijn oren alleen maar mijn gezicht omlijsten.

 

Het geschal van een binnenrijdende trein aan de andere kant van het perron boort door de lucht en trekt mijn aandacht. Ik kijk naar buiten. De lichtsterkte drukt mijn ogen dicht en turend schuift mijn blik over het perron dat door drommen mensen een benepen sfeer uitademt. In de hoop door een toeval of een verdwaalde passant te worden geïnspireerd, kijk ik roerloos door het venster in de tegenoverstaande trein. Ik observeer weer en het peinsparcours begint.

 

Ogen priemen op mijn voorhoofd, ik voel me bekeken. Een man aan het venster? Of is het een vrouw? Ik geef me het voordeel van de twijfel en kies voor haar.

Ik knipper met mijn ogen. Zij lijkt wel versteend, een standbeeld, gesculpteerd met strakke lijnen, haast vormeloos. Ik blijf star in haar richting kijken. Zij verpinkt niet, ik evenmin. Haar hand ondersteunt onmiskenbaar haar zware hoofd. Waaraan denkt zij?

 

Aan de overkant van het perron ziet ook zij een gedaante als een beeldhouwwerk zonder contouren. Zij staart strak naar de trein aan de overkant. Zij beweegt niet, de andere evenmin. Haar hand torst duidelijk de hele aardbol. Waaraan denkt zij dan?

 

Behoedzaam etaleer ik mijn pen op het tafeltje en vraag me af of zij een schim is. Misschien is zij een creatie van de zakkende zon. Zal ik toetsen naar een teken van leven, stiekem mijn wijsvinger opsteken of toch maar een paar vingers bewegen, een handzwaai? Nee, niet doen. Zoiets doe je niet naar een onbekende. Wat als zij dan toch een schim is, wat dan? Ik schuif mijn terughoudendheid aan de kant en maak toch maar een hoekig gebaar, terzelfdertijd doet de vrouw dat ook. Onverschrokken recht ik mijn rug, mijn houding staat niet in verhouding met wat ik wil bereiken. Mijn gebaar is zo doorzichtig dat de drang naar dominantie er zo doorheen schijnt. Ik vertrek geen spier meer. Zou zij aan de overkant er ook zo over denken?

 

Het heeft er alle schijn van dat ook zij met haar schaamteloosheid koketteert. Pfff, ja ze wuift en dan! Voor de rest beweegt ze geen krimp. Het is haar aan te zien, met een blik vol onbestemde zorgelijkheid, een beetje zoals je iemand aankijkt die na een lange periode van rouw of ziekte weer in het openbaar verschijnt. Wat wil zij? Ik zou ik niet zijn, ik wuif terug.

  

Ik trotseer haar blik, vragend, vrezend, verzoekend en grinnik als antwoord op haar gebaar. Zij grinnikt ook. Zijn wij gelijkgestemden? Is een treinreis dan toch een beetje avontuur? In een voortdurende stroom van waarnemingen wacht ik in alle rust op wat komen gaat.

 

De trein ontkoppelt en verplaatst zich een meter. Door de schaduw die er overheen glijdt, valt het doek. Het verblindend zonlicht verdwijnt, de vrouw verschijnt. Ik buig me naar haar toe met een uitdrukking van inzicht, mijn neus platgedrukt tegen het venster. Zij doet mij na! Het is geen zicht. Wij kijken elkaar aan, schieten tegelijk in een lach, schrikken samen en plots… niets meer. Het niet meer bewegen, de stilstand…, iets flitst door mij heen en zoals in een ogenblik van verheldering besef ik dat ik naar mezelf keek als naar een protserig monument dat telkens werd teruggeworpen in een weerspiegeling van vensters, niet meer en niet minder dan dat.

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Ann in lichterlaaie...


44029-ecc278167edd858f7da20b7f574291e5.JPG

Anneke, ik fotografeerde je stiekem...



licht

 

zo dichtbij

niet te vangen

ernaar zoeken

 

in de ogen is de schijn

 

plots bij nacht

de donkerste rit

van het bestaan

 

een vloed als room

zacht als perzik

niets meer voelen

zwemmen in wit water

als tijd heelt en licht vergeet

begint alles weer

 

© Ann Dhaenens

 

 

 

Ann in lichterlaaie

 

 

Als er een goed- of luidlachs dametje is waarvan ik denk: zij weet wat ze wilt, dan heb ik het over Ann Dhaenens.

 

Jaren terug leerde ik Ann kennen… en nu moet ik flink nadenken… tijdens een kunstenaarsvergadering van Home Art. Daarna deelden we een tijdje dezelfde trein in dezelfde wagon met bovendien de gedeelde rust. Zij oogt vriendelijk, spontaan, mooi ontspannen, toegankelijk en is ruimdenkend in de breedste betekenis van het woord.

 

Waarom ik haar bewonder? Omdat zij het gevoel geeft dat je rustig jezelf mag zijn. Maar niet alleen dat. Er is meer, zij heeft het hart op de juiste plaats en betuigt openlijk haar liefde voor mens, dier en kunst. Zij is een expressieve kunstenares in hart en nieren. Haar ideeën sprankelen en krijgen een plaatsje in haar ietwat excentrieke schilderijen of tekeningen die ze heel af en toe illustreert met gedichtjes van eigen hand. 
 

Ann werd geboren op 17 mei 1963 te Beernem. Het was in 1986 dat ze zich vestigde in Geraardsbergen om uiteindelijk te verhuizen naar Lierde… naar juist die straat die ik jaren terug verliet maar levenslang meedraag, naar juist dat huis waar ik als kind speelde met de kinderen des huizes. Haar atelier dat het imago van Ann en haar echtgenoot Geert uitstraalt in het landelijke Lierde is het verlengde van… haarzelf.

 

Zin in een bezoekje aan haar atelier (doe eerst een belleke of mailtje) of haar website?

 

Opstaldries 39

9572 Sint-Martens-Lierde

Tel.: 055/42.34.13

GSM: 0496/230.847

ann.dhaenens@skynet.be

www.anndhaenens.info

 



 

den Oudenberg en de Dender

 

 

blub blub

zegt de vis.

blub blub

doet de Dender

in november en december.

  

huizen in en aan het meer

in november en december

aan de Dender.

 

in de lucht

zweven

’s zomers

warme velden

stille wind

gezoef, geritsel,

alleen buiten,

droge geluiden

op de flank

van een reus.

 

’s winters nat

in het dal

kil en koud

als de dood!

rap weer droog

tot de grond

voor ons oog

scheurt en droogt!

 

’s winters, ’s zomers

in het dal

van de Dender

bovenal!

 

© Ann Dhaenens

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

applaus (met dank aan Steven en Ben)

 21969-809bfb59c365aed2eb8c0f439020be04.JPG

© Ben Lanoot

 

 


applaus

 

 

Half mei vroeg Steven De Schuiteneer, webmeester van Spoorvreter (reizigersverhalen tussen Geraardsbergen en Antwerpen ), of ik een gedicht wilde schrijven bij een foto van Ben Lanoot.

Beeld en woord zijn soms onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn te vergelijken met een stomende relatie. Maar deze keer werd het een kunstzinnige driehoeksverhouding die omwille van de samenwerking een ‘U’ verdient.

 

De twee mannen werden deels getuige van hoe een gedicht ontstaat. Ik maakte een uitzondering en betrok hen vanaf de ruwe schets tot op het moment dat ik het spoorvaardig vond.

 

De dag nadat ik het gedicht aan beide treinfanaten bezorgde, ontmoette ik Steven aan het station van Geraardsbergen. Het was een aangenaam treffen waarbij we in een paar minuten heel wat wilden vertellen. Dacht Steven dat wat Ben me mailde? Ik citeer:

 

‘Een teken dat je toch een beetje gebeten bent door de diepwortelende spoorwegmicrobe waartegen geen enkel antibioticum helpt, of is het de onmetelijk grote drang om die oude dampende zuchtende kolenverslindende vuurvreter in die o zo rustige omgeving in een paar zinnen te verstenen? De woordcombinatie loco-motief is origineel.
Je speelt meer in op de loc zelf en de hieraangekoppelde capaciteiten:  sterk, betrouwbaar.

Bovendien vergeet je het menselijke aspect niet: één met de machinist, om zo een echte levensnoodzakelijke symbiose te bereiken, nuttig voor het spoorwegvervoer. Geen menselijke handelingen vormen deze machine om tot een roestige waterketel zonder macht.’

 

Ik zuchtte toen ik dat las en dacht: ‘Wat schrijft die man prachtig en hoe sterk weet hij een gedicht te ontleden!’

 

Ik citeer verder:

 

‘Applaus heeft een sterk functionele realistische inhoud meegekregen overgoten met een flinke scheut vertedering (vogels die applaudiseren; de bomen die wuiven etc.), wat erin
gaat als een vers broodje met ambachtelijke hesp. Let wel, een plat overgeromantiseerd gedicht à la 'o zalige stoomloc, koningin der machines badende in uw heilig vuur dwepend met rijtuigen op een goudkleurige avond in een met rozengeur gevulde lucht' wordt bij mij direct van de rails geduwd en ontdaan van zijn wielen!

Stoerheid: ik ben wie ik WAS maakt het gedicht krachtig en geen rozenblaadje.Het hoort wel bij zo een stoomloc.’

 

Dank je wel, Ben en Steven!

 

Bekijk alvast de site van Ben Lanoot en Steven De Schuiteneer (http://spoorwegknooppuntfgra.be)


En nu de rails op.

 

applaus

 


raspend roest de prikkeldraad

in contrast de gladde vaart

van het glimmend groen

neen, niet het groen van de bomen

de bomen, zij reiken elkaar

de takken om de terugkeer,

het weerzien, het weleer

 

gebeiteld in het beeld

schalt de loco zijn motief

ik-ben-wie-ik-was

nooit van het spoor afgeweken

in beweging onherroepelijk

geliefd en wezenlijk

 

en als stro vat het stalen ros

vuur in de strijd tegen tijd

geen aarzeling die zich

een moment van zwakte toemeet

slechts rookpluimen rangeren

in de verte het zwoegzweet

 

van de machinist ’s nachts slipslapend

in de bedding van het spoor

hij labeurt overdag met lijf half ontbloot

het niet ontkomen aan de volharding

van de ijzeren weg

 

hoor hoe snelheid boort

door de geluidsmuur van stoom

hoor hoe elke vogel applaudisseert

hoog aan de hemelboog

 

© Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

De maneschijn van Arlette Delvoy



Verre horizonten

 


Op een dag vlieg ik weg

naar verre horizonten

 

Op een dag vlieg ik weg

hoog boven de wolken

 

Dan houdt niemand mij tegen

op die dag krijg ik vleugels

 

Toch zal ik nog eens wuiven

maar je zal mij niet zien

 

Je moet niet treuren

ik neem al jouw verdriet

met me mee

 

© Arlette Delvoy


21796-6017fc7f46711b3b9f381d6ef794e528.jpg  

 


De maneschijn van Arlette Delvoy


 

Arlette Delvoy werd geboren in 1950. Ongeveer 20 jaar woont ze in Idegem en

heeft intussen het mooie van de streek leren kennen en kan er ook van genieten.

Ze draagt Geraardsbergen in haar hart.

 

Tijdens haar schooltijd in de humaniora merkten de leerkrachten haar vaardigheid in tekenen en schrijven. De academie werd haar aanbevolen maar ten huize Delvoy dachten ze daar anders over. Niettemin kon ze zich tijdens haar schooljaren uitleven bij het maken

van een schoolkrant, organiseren van voordracht- en toneelnamiddagen.

In die periode was haar grootvader voorzitter van de Oudstrijdersbond en voor hem schreef ze destijds verschillende teksten die vervolgens door hem werden voorgelezen op 11 november.


Door het drukke leven met gezin en kinderen en haar werk als correspondente in een grote firma is alles wat op de achtergrond geraakt.

“Maar zo’n twee jaar geleden ben ik ziek geworden (ik kreeg levenslang),” schrijf ze mij, “en daardoor ben ik weer in de pen gekropen.”

 

“Misschien geen hoogstaande poëzie,” schrijft ze verder, “maar voor mij toch wel een belangrijke uitlaatklep.”  


Maar als je het mij vraagt, vind ik Maneschijn wel wat hebben. Oordeel zelf...
 

 

Maneschijn

 


de avond duwt de dag

vale maneschijn omsluit het land

wat de stralen raakt wordt platina goud

dwalen maar

heksen aan de macht

kabouters met een lach

een dierenbal

de wereld rust

speelt de nachtmuziek zijn gouden lied

krekel vooraan, met de nachtegaal

ze gaan van maneschijn naar dageraad.

 

© Arlette Delvoy

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

om stil van de te worden...


16005-772c2d03b948564334f59781a7a4e8d4.JPG


In een reactie onder Dirk-in-der-daad van Arlette Vanderstocken uit Geraardsbergen, staat een gedichtje dat haar dochtertje Jolien De Neef schreef. In 2008 is Jolien 15 jaar. Dat meisje schreef onderstaand gedichtje tijdens haar gevecht tegen het kreng dat kanker heet. Ik veroorloof me de vrijheid het zelf een titel te geven en de lay-out te verzorgen. Later zal een bijdrage van haar mama worden geplaatst… om stil van te worden… en na te denken over wat geluk betekent.

Persoonlijk vind ik het gedichtje prachtig omdat het heel dicht bij dat meisje aanleunt en gezien haar leeftijd het kwalitatief is. Laten we ook niet vergeten dat de thematiek elk mens met het hart op de juiste plaats raakt. Het is ontstaan uit pijn en dat temidden haar puberteit. Moet men lijden om waardevol te worden? Nee, dat zit sowieso in dat jonge mensje met een veelbelovende toekomst in zicht.


Je kan de volledig reactie van Arlette Vanderstocken lezen via de reageerknop rechts onderaan het artikel van Dirk-in-der-daad. Maar nu laat ik Jolien De Neef aan het woord. Lees daarna haar gedichtje. 


 16005-772c2d03b948564334f59781a7a4e8d4.JPG

 


Hallo,

Ik ben Jolien 15 jaar en ben geboren op 22 november 1992. Toen ik nog mama haar buikje zat besloot ik precies die dag eruit te klauteren en ik wist ook precies waarom. Ik wou het perfecte geschenk zijn voor mijn mama. Sinds jaar en dag zijn wij de beste maatjes, ik en mijn mama: twee handen op een buik.

 

Mijn ouders stuurden me als kleine peuter naar het Sint-Catharinacollege in Viane waar ik eindigde als een ondeugende tiener. Na deze jaren van onbezorgdheid kwam het afscheid van het kleine schooltje en dat viel me zwaar. Maar ik werd een fiere leerlinge aan het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen waar ik Moderne Wetenschappen studeer.

 

In november 2005 stortte mijn leuke leventje ineens in. Ik kreeg het slechte nieuws dat ik botkanker had. Een jaar lang uit mijn leven gegrepen zonder dat ik het wou maar het moest en zie me nu staan. Nog zelfverzekerder dan ooit ga ik door.

 

Natuurlijk heb ik ook nog een papa, mijn reddende engel, mijn steunpilaar en mijn broer Jeroen. Ook is er nog een woefke, onze Rani de hond. Zo een lief hondje heb ik nog nooit gezien. Altijd staat ze aan onze zij wat er ook gebeurt en dat is waarom ik zo van haar hou.


Mijn familie, waarom ik zo van ze hou? Ze staan gewoon altijd klaar voor mij, ALTIJD!

xxx
© jolien



om stil van te worden…

 

 

Af en toe willen opgeven,

af en toe mij laten gaan,

dood zijn voor maar even

tot de oorlog is gedaan.

 

Af en toe willen stoppen,

stoppen om door te gaan,

bang zijn af en toe,

bang om te hervallen

 

en te vallen heel erg ver

naar beneden toe

en dan

in de hemel belanden

om daar verder te gaan

zonder pijn en in vrede te zijn.

 

© Jolien De Neef

 
Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Frans De Beck - bijdrage van Albert Schrever


018%20Panorama.jpg
 
 


Frans De Beck

(1810-1879)

 

 

Frans De Beck werd geboren in Geraardsbergen op 13 oktober 1810. Hij was opsteller voor ‘de Gentsche dagbladen Journal des Flandres’ en ‘Constitutionel des Flandres’. Ook werd hij lid van den Provincialen Raad van Oost-Vlaanderen; van 1843-70 kantonaal opziener der lagere scholen, sedert 1840 vrederechter te Zottegem en van 1870 lid van de gemeenteraad. Hij overleed in Zottegem op 6 december 1879.

 

Van hem zijn de volgende gedichten uitgegeven: Geeraerdsberg (in het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje voor 1851); De Doofstomme, Zottegem, 1853; Het Vaderland, Zottegem, 1860; Slechte Tyd, Gent, 1860. Verder een aantal Kerstliederen, van welke er jaarlijks één werd uitgegeven onder de titel: ’Dertig Kerstliederen en andere gedichten’, Zottegem, 1852-1877. Het grootste gedeelte van zijn poëzie is nog in handschrift. In het jaar 1880 werd er te Gent het boek ‘Ter nagedachtenis van wijlen den heer Frans De Beck (1810-1879) binnen zijn leven vrederechter van het kanton Zottegem’ gepubliceerd.

 

(Bron: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.)

 

 

Het lange romantische gedicht ‘Geeraerdsberg’ van de nagenoeg onbekende Geraardsbergse dichter Frans De Beck (1810-1879) bevat verwijzingen naar de Oudenbergstad. Het werd geschreven in 1850 en is bijzonder lang. Amputeren zou zonde zijn omwille van de beelden en lokale verwijzingen. Naar mijn oordeel is dat een prachtgedicht.

Wat volgt is de letterlijke versie zoals die verscheen in het boek van Albert Schrever over “Geraardsbergen, zijn taalgebruik…”

 

 

MarLeen

 


 

 

Met oprechte dank aan Albert Schrever voor onderstaande bijdrage.

 

 

Zoals dr. Ada Deprez en Mario Baeck in hun studie o­ver het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje 1834-1875 schri­jven nam Frans Rens daar o.m. honderden gedichten van be­kende en minder bekende Vlamingen in op. In jg. XVIII (1851) van dit jaarboek verscheen het twintig kwatrijnen tellend stuk Gee­raerdsberg van de hand van de vrij onbe­kende Geraards­bergse dichter François De Beck (1810-1879) die, net als Rens, zijn voornaam François zou vervlaamsen tot Frans. We geven eerst de integrale tekst:

 

                

             Geeraerdsberg

 


O Berg, die Geeraerds stad, de wieg van myne kindschheid,

             Omschaduwt met uw hooge kruis,

Wanneer de gouden zon in 't blozend oosten opryst,

             En met heur glans uw top bestraelt!

 

Berg, dien ik in myn jeugd zoo gaerne heb bewandeld!

             Niet dikwyls ziet mijn oog u weêr:

Maer daeglyks komt uw beeld my voor het aenzicht zweven,

             En 'k zie het 's nachts in zoeten droom.

 

Hoe menigmael bezocht ik u, by d'avondschemer,

             met een gekozen vriendenpaer,

Na 't zwoegen van den dag! En met wat reine vreugde

             Genoten we uw bekoorlyk schoon

 

En 't schoone der Natuer! 't Zy dat de lieve Lente

             Den berg en 't wyde veld in 't rond

Met jeugdig groen versierde, of met den gouden bloesem

             Die ryken koolzaed-oogst belooft;

 

't Zy dat, in volle kracht, met weelderige vruchten,

             De milde zomer stond te pryk:

De lucht gaf balsemgeur, en 't stille ruim doorstroomde

             Eene onuitspreekbre harmony.

 

Maer somstyds, als Natuer by zomergloed moest smachten,

             Steeg uit het westen een gevaert

Van donderwolken, en hing over 't dal te dryven,

             Door d'ouden berg teruggekaetst.

 

Wat statelyk tooneel trof dan de ontroerde zinnen!

             Wy zagen 't onweêr in 't verdiep,

De wolken op elkander stooten, vuerge bollen

             En schichten slingren op de stad:

 

De donder kletterde, en zyn rommelend gedommel

             Dreunde in de holten van den berg;

Een zoele regen kwam de kwynende aerd' verfrisschen;

             Natuer hief 't dankend lied tot God...

 

De donder zweeg, de zon verdreef de zwarte wolken;

             De hemel blonk met nieuwen glans;

Met levendiger jeugd stond ook de berg te pralen,

             En lokte ons uit tot nieuw genot.

 

De herder dryft de kudd' van huppelende schapen

             Op 't zodengroen der hooge kruin;

't Gevogelte kweelt in 't loof der boomen; bronnen wellen,

             En hemelzuiver is de lucht.

 

Hoe lustig zien we ginds de wyde Denderbeemden,

             Bezet met welig horenvee!

Hoe lieflyk de rivier langs weide en velden kronklen!

             Hoe pronkt in 't veld de glansende oogst!

 

Het oog reikt uren ver. Daer ryzen vriendensteden

             Aen noord- en oost- en zuiderkim:

Hier, van den vlaemschen grond, blikt men in Henegouwen,

             En ziet men Lessen aen zyn voet.

 

O Berg! hoe dikwyls heeft uw statig zicht myn harte

             Verlustigd in de studiezael

Van stads latynse school, waer gy voor 't oog my zweefdet!

             Hoe dikwerf daer myn geest verkwikt!

 

En, by de wandeling, hoe stegen wy, studenten,

             Met drift op uwen steilen top!

Hoe lustig mogten wy daer klauteren en mallen,

             En liepen wy bergop, bergaf.

 

Wanneer ik, Geeraerdsberge, u weder kom bezoeken,

             Beklim ik graeg den berg ook weêr.

Allengs werd hy getooid: maer 't omgehangen tooisel

             Nam toch 't natuerlijk schoon niet weg.

 

Ik zie, en ik geniet... Wat is de berg toch heerlyk!

             Hoe spreidt de stad zich vóor my uit!

Daer ryzen boven haer de torens van haer kerken;

             En 't lang bekende klokgelui

 

Bromt in myn oor. De markt, waer 'k in myn kindschheid speel­de,

             Praelt daer, vóoraen, met keurgen bouw;

De school, waer myne jeugd aen wetenschap zich voedde,

             Praelt ginder in 't verschiet... En hier,

 

Ten top des ouden bergs, 't verheven kruis, het teeken

             Van 's menschen redding, in welks schaûw,

Na stillen bedegang, de menigt' neêr komt knielen,

             In tyd, der godvrucht toegedacht.

 

Hier de kapel, waer ik myne vreugde, leed en kommer

             Tot Godes Moeder spreken kwam;

Waer ryke gift betuigt de dankbaerheid er ryken,

             En de arme zyne krukken liet.

 

Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden:

             "O Moeder Gods! zy steeds myn troost!      

'k Vergete u nooit! Zoo volge uw magtige bescherming

             My op myn gansche levensbaen!"

 

Sottegem, 1850                                            F. DE BECK.

 

 

Omdat het uit (twintig) kwatrijnen bestaat, zouden we het gedicht, formeel gezien, klassiek kunnen noemen maar bij na­der inzien blijkt dit het enige klassieke kenmerk te zijn. De rijmloze verzen, de onregelmatige verslengte en de enjambe­menten maken er eerder een stuk moderne poëzie van.

 

Wat zijn inhoud betreft beschouwen we het als een roman­tisch -soms zelfs pathetisch- gedicht waarin sentiment, liefde voor de natuur en heimwee naar de jeugd domineren. Drie ele­menten willen we even toelichten.

 

In strofe 13 spreekt de dichter over zijn studiejaren in stads latynse school waarmee hij het koninklijk stadscollege (1824-1830) bedoelt dat tijdens het Hollands bewind werd ge­sticht in het vroegere miniemenklooster en dat pas na een overgangsregime van twintig jaar (1830-1850) het huidi­ge bis­schoppelijk Sint-Catharinacollege is geworden.

 

Voor velen onder ons heeft de in strofe 14 beschreven wandeling een andere betekenis dan voor de dichter voor wie ze blijkbaar een en al genot en ontspanning was. Bij de latere generaties mochten de internen op hun vrije namiddagen deel­nemen aan de wandeling in tegenstelling tot de externen die soms een wandeling als straf meekregen en dus moesten mee­wandelen.

 

Zinsstukken als 't dankend lied tot God..., 't verhe­ven kruis en Moeder Gods, wier magtige bescherming wordt afge­smeekt, in de laatste drie strofes (18-20), ten slotte wijzen op de christelijke levensvisie die we niet alleen aan­treffen in dit stukje poëzie van Frans De Beck maar ook in verscheide­ne gedichten van zijn stadsgenoot Frans Rens.

 

Albert Schrever

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Maurice Geeroms

 

68-2b04aadc8642bfe8c3bd6d9c95a5b9f4.jpg 
 

Maurice Geeroms zwijgt maar schrijft


 

Ik ga jaren terug. Als er een man is waarvan ik dacht: ‘ik lees hem maar verder weet ik niet wie hij is,’ dan was het wel Maurice Geeroms. Bovendien durf ik beweren dat hij de eerste was die zijn stad Geraardsbergen en haar gebeurtenissen trouw en gestaag verheerlijkte in een vers.

 

Maurice werd geboren op 17 november 1933 als dertiende van vijftien kinderen. Twee keer werd hij gelauwerd als laureaat Pauwelprijs. Ook kaapte hij de 3de Pauwelfotoprijs weg in hetzelfde dorp Galmaarden. Maurice behaalde tevens de 1ste prijs bij de aforismenwedstrijd in Gent. En we vullen het rijtje aan: hij behaalde de publiekprijs aforismen in Deinze en de 1ste prijs Hemelryckpoëzie waarvan ik helaas noch het jaartal, noch de achtergrond van ken.

 

Maurice is een stille en bescheiden man. Maar door middel van zijn gedichten vertelt hij jou wat hij te vertellen heeft. Hij is een dichter van en voor het Geraardbergse volk en maakt hierbij gebruik van een triviale taal. Er is niets dat hem ontgaat in zijn stad, waarna hij het neerschrijft. Dat gebeurde nog voor de Geraardsbergse dichters van vandaag hun woorden lieten vallen.

 

Het mag worden gezegd: Maurice was de eerste die via gedichtjes voortdurend ruchtbaarheid gaf en geeft aan Geraardsbergen. Hij is een blijver.

 

 

Een hoofdrol

 

 

Geloof speelt

in Geraardsbergen

een hoofdrol

omdat het kapelletje

op den Oudenberg

ze hoog staat.

Wat lager

het gouden Heilig Hart

dat met de armen gespreid

de stad zegent.

En op de markt

de kolossale

Sint-Bartholomeuskerk.

Een rots in de brand

Sint-Jozef en

Sint-Catharinacollege.
Zelfs de Dender

houdt geloof niet tegen.

De marbol

het Manneken Pis

het zijn fonteintjes

van zegen

 

© Maurice Geeroms

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Wim De Clercq











Nachtzoentje

Wanneer de stille slaap langzaam
je vermoeide leden bezwaart

In 't donker van de lange bange nacht

Misschien ben ik dan bij je in je lome droom tot de zon de hemel klaart.

 

© Wim Paul De Clercq

 



Wim De Clercq

 

 

We noteren Geraardsbergen. 13 Mei 1962. Het is moederdag. Wim De Clercq wordt door weeën aangespoord zich te laten uitglijden en hapt naar zuurstof. Een jonge moeder wordt verrast door het openzetten van Wims longen en een whleiiii. Hij is geboren en vrijwel onafgebroken zal hij in de stad blijven ademhalen. In de Wijngaardstraat.

 

12 jaar versleet Wim zijn lagere en daarna zijn Latijn-Griekse schoolbroek op het Sint-Catharinacollege te Geraardsbergen. Vervolgens behaalde hij een master in de Oosterse filologie & in Oost-Europakunde (interuniversitair) en een bachelor in bestuurswetenschappen te Gent.

 

Later huwde Wim met Hilde en werd vader van 3 zonen: Tijl (16 jaar), Brecht (13 jaar) en Wout (8 jaar).

 

Momenteel werkt hij als vakbondsverantwoordelijke en is in die hoedanigheid ook raadsheer in sociale zaken in het Arbeidshof te Gent.

 

In zijn vrije tijd doet hij aan sport: fietsen, zwemmen, joggen. En ah ja, zijn schoenmaat is 43.

 

 

Poëzie

 

Sinds zijn 13de voelt Wim de behoefte om de vrolijke dingen, de lelijke dingen en de dingen des levens van zich af te schrijven. Dit heeft geduurd tot zijn 26ste (het jaar waarin hij huwde met Hilde). Een paar maanden vóór zijn huwelijk heeft hij zowat alles -enkele uitzonderingen niet te na gesproken- verbrand.

 

Vandaag leeft het besef dat hij helaas enkele pareltjes vernietigde tussen de pakweg 150 weggegooide gedichten.

 

Na een writer’s block nam de muze hem weer bij de lurven en schrijft hij de vrolijke dingen, de lelijke dingen en de dingen des levens weer van zich af.

 

Niet onbelangrijk: hij beschikt ook nog over enkele werkjes in het Frans, Engels, Oud-Egyptisch en Sumerisch.

 

Uit de reeks gedichten die hij me mailde, werd ik het meest aangesproken door “Hooglied voor Hilde”. De titel is wijs en zonder poespas worden we getuige van intense en heldere gevoelens. Het is ‘meeslepend’ en ‘ongeremd’. En dat lust ik als zoetekoek. Overigens, door middel van poëzie opent de dichter wat hij dicht. ‘Hooglied voor Hilde’ is een naakt gedicht, een licht erotische liefdesverklaring waarvan de lezer wellicht denkt: “ach, schreef ik dat maar voor mijn liefje” en de lezeres “ach, kreeg ik dat maar van die kerel van mij.”

 

Of het gewaagd is zo persoonlijk te schrijven? Nee, ik kan dat alleen maar toejuichen! Poëzie heeft zoveel functies (of zijn het goede eigenschappen?) waaronder helen of bestendigen.

 

De hoofdletter aan het begin van elke zin (zonder leestekens) kan zijn veroorzaakt door de tekstverwerking “Word”. Maar schrik niet, het is in het dichterswereldje ook een modegril. In elk geval, het gedicht lees je zoals het me werd bezorgd. Ik ben de hoofdletters sinds jaren gewend…

 

 

 

HOOGLIED VOOR HILDE

 

 

Wat ik

Heel echt wilde

Was

 

Heel echt Hilde

Heel echt gehecht

Heel hartig hart

Heel lacht

Heel licht

Jouw gezicht

 

Zo hecht en heerlijk langzaam

Zo begeerlijk fijn en traagzaam

Zo mijn en minzaam

Zo zoetjes je te zoenen

Zo rustig je te kussen

 

Zoetjes je zoentjes

Rustig je kusjes

 

Mekaar graag ontdoen

Van vele kleren

Mekaar zoenend ontdoen

Van schone schroom

Om dan na zeven eeuwen

Stralen en strelen

Hebben en helen

Aaien en laaien

 

Zalig zachte aanrakingen

Strelende stille uitlatingen

 

Ogen gesloten

Armen omsloten

Tedere tongen

Rillingen trillingen

Rug en rood

Rood en bloot

 

Jij en wij

Halende handen

Varende vingers

Spel voor spel

Voorspel wel

Voelt zo wel

 

Zeemzoete zachte zotheid

Rillende stille trillingen

Teder, zacht en peis

In jouw paradijs

Sierlijk wiegende heupen

Deinende duinen

Duwende dijen

Draaiende dalen

‘t Stralende lachen

Kleurrijke kleine kreetjes

Fleurrijke fijne kreuntjes

 

Zondvloed van

Loffelijke liefde

Zondvloed door

Liefelijke liefde

Verenigde vochten

Vermengd verenigd

Enig tesamen lichamen

Belichamen innig bemin

Belichamen innig gezin

Belichamen enig gezin

 

Wat ik heel erg wil

Is

Heel echt liefde

Is heel echt Hilde

Heel echt

Heel oprecht

 

© Wim Paul De Clercq, 4 maart 2008

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

↑ Terug naar de berichten