Reisverslag naar Baja

Vandaag rijden we weer met twee, Guzzi en ik. Hoeveel kilometers ik al afgemaald heb met mijn Guzzi's is onvoorstelbaar aan het worden. Ik ben al maanden aan het piekeren om naar een ander merk over te stappen maar het zal er niet van komen vrees ik. De Guzzi is betrouwbaar, heeft een heerlijk geluid en rijdt ongelooflijk goed. Elke man zo toch zoiets in huis willen hebben, niet?Vanmorgen het laatste ontbijt in Boedapest genomen, een mooie stad maar drie dagen in een stad is genoeg voor de Kees. We blijven het kalm aan doen. Om negen uur is mijn trouwe maat vol geladen en met een tikje tegen de startknop klinkt onmiddellijk het typische geluid van Guz over de parking.
Het duurt een vol uur eer we helemaal uit Boedapest zijn. Tussen Boedapest en Kecskemet is er weinig te beleven. De meeste spanning kwam van een chauffeur die teken deed dat de arm der wet stond te controleren. Geen probleem, we rijden tegenwoordig niet meer boven de wettelijk toegelaten snelheid. (de leeftijd?) Hier en daar een stinkende walm van een oud Trabantje en ook het paard en zijn onafscheidelijke kar komen meer in het straatbeeld voor. Leuk om te zien maar geen stof om een lekker spannend verhaaltje te maken.
In Kecskemet, we zitten dan aan de rand van de Poesta (Puszta in het Hongaars) wordt de middagpauze gehouden. Veel honger heb ik niet dus neem ik mijn eerste ijsje van vandaag. De dorst wordt weggespoeld met een frisse Lemon. Tijdens de wandeling in het stadje kom ik op een pleintje twee daklozen tegen die zitten te schaken.
Na Kecskemet, een stadje dat vroeger midden in de Hongaarse laagvlakte (Poesta) lag is er nu kilometers aan een stuk landbouw, voornamelijk mais omdat er bijna niets anders groeit op de schrale grond. Dit is gebeurd onder het Communistische regime. Wie er het fijne van wil weten kan hierover veel informatie vinden op Google.
In Bugac ligt nog een groot stuk ongerepte Poesta, het is gelukkig beschermd gebied geworden. Jan toerist mag er niet met een voertuig in. De enige manier is te paard of een rondrit met paard en kar. Hier heb ik echter geen tijd voor. Ik parkeer mijne Guz vlak voor het bord dat voertuigen verbiedt om verder te rijden en trek er een uurtje te voet op uit. Kan ik ook het belachelijke verhaaltje ontkrachten dat je de Poesta moet gezien hebben om te zien dat er niets te zien is. Natuurlijk is er niets te zien als je als een dolle groep op hol geslagen toeristen door het gebied rent om zo vlug mogelijk in de schaduw op een terrasje te zitten. De weidse zichten, de stilte, de kudden koeien en schapen, de vuurrode klaprozen, de mooie blauwe korenbloemen, de gele vinken, de water putten ,schaapsstallen en boerderijen aan de horizon, dat heb ik op een klein uurtje gezien. Je moet dan wel onder een hete zon door het losse zand baggeren. Je zweet je te pletter maar ik heb het er graag voor over. Na de wandeling eet ik een heerlijke Goulash soep die in een ketel boven een houtvuurtje hangt te pruttelen. Net iets meer, net iets pittiger dan die ik in Boedapest kreeg.
Na deze prachtige pauze stop ik nog een keer om de eerste ooievaar die ik deze reis zie te fotograferen.
Na deze foto rijden we non stop naar Baja om te overnachten. Om 16 uur parker ik Guz voor het hotel. Op een tik en een wip ben ik ingechecht en sta ik onder de douche. Wie van de jaren dertig stijl houdt is hier zeker op zijn plaats. Het hotel straalt die stijl helemaal uit? Hoge plafonds, in de grote hal prachtig versierdt en glanzend parket op de kamer. Ik heb een kamer aan de voorkant van het hotel met uitzicht op een groot plein. Vroeger was dit plein de haven van Baja.
Indien er ooit iemand in dit hotel komt, zeker hier geen avondeten bestellen. In het restaurant gaat het er nog aan toe zoals in het Communistisch tijdperk. Alles is belangrijk behalve de klant. Aan de balie wordt Engels gesproken en dat was het dan. Het personeel in het restauant spreekt geen woord Engels, alles gebeurd in het Hongaars. De helft van wat op het menu staat is er niet. De tomatensalade zijn grof gesneden tomaten met een berg rauwe ajuin er op. Voor het vlees hebben ze volgens mij de oudste koei van de Poesta gehaald. Het vlees smaakt als of deze oude knar dertig keer heeft gekalfd en daar na nog en jaar of tien is gemolken. Hoe kan vlees zo droog en taai zijn vraag ik me af. Toppunt van al was dat de lekkere frieten zwommen in een soort championsaus. De halve liter donker bier was het beste van de maaltijd. Dit kwam dan ook uit een fles.Nadat ik een stuk of vijfien muggen had doodgeslagen hield ik het voor bekeken.
We zitten nu 27 kilometer van de Servische grens.
Morgen overnachten we in Novi Sad, een Servische stad die natuurlijk aan de Donau Ligt.
































































3 reacties op dit bericht
M.
Met de motor op reis
Ik was toch blij dat Kris weer thuis was, gisteren om 14u arriveerde hij hier. Hij heeft natuurlijk een fantastische ervaring achter de rug. Zo te zien is er nog veel moois te beleven. Het eten in dat hotel moet je er dan maar bij nemen. De foto's zijn ook heel mooi en natuurlijk het verhaal,....ik kijk uit naar beide, Mieke
Poesta