Naar de inhoud

Reizen door Europa

Met de motor op reis
akke.beakke.be

Archief

Reisverslag van Bulgarije naar Roemenie

Tulcea
Niet te best geslapen, dikwijls wakker geweest. En de naald is terug gevonden. Ik vertrouwde het niet erg om in bed te stappen, na een grondige inspectie heb ik de naald tussen de lakens uit gehaald. Het is redelijk mistig maar droog en niet koud. Normaal zou de garage van het hotel pas open gaan om negen uur. Eerder is er niemand aan de receptie. Dit was echter veel te laat voor de Oostenrijkse fietser. Hij had de manager van het hotel aangesproken, deze heeft er voor gezorgd dat er iemand om half acht de garage zou komen openen. Daar heb ik natuurlijk van mee geprofiteerd. Klokslag halfacht stond ik beneden voor een gesloten deur van de garage. Enkele minuten later was de Oostenrijker er ook. Volgens mij een redelijke ongeduldige man. Hij kwakte zijn bagage op de vloer, vraagde aan mij om even op zijn bagage te letten en verdween. Hij ging de persoon zoeken die de poort moest openen. In een tik en een wip was hij terug met die persoon. Ik zette mijn bagage buiten voordat ik Guz ging halen. De man met de sleutel had geen tijd om te wachten tot ik alles fatsoenlijk had ingeladen. Ook de Oostenrijker moest buiten zijn fiets optuigen. Hij was redelijk snel klaar, een ontbijt nam hij niet. Ik steek mijn rugzak in de topkoffer, gesp mijn tank tas op de tank en rij naar de gelegenheid waar ik kan ontbijten. Het is een tweehonderd meter voorbij het hotel. Ik geef de bon van het hotel die me recht geeft op een ontbijt. Binnen een paar minuten had ik thee, een grote omelet, en natuurlijk de gesneden komkommer en tomaten, zonder deze groenten gaat het hier niet. Al bij al zag het er smakelijk uit. Ik nam een hap van de omelet en viel bijna van mijn stoel. Jongens was dat kreng zout, maar echt niet doen he. Ik probeer de omelet een beetje te mengen met de groenten maar een echt succes was het niet. De helft is blijven staan. Voor ik vertrek rook ik nog een sigaartje, er is tijd genoeg. Vandaag een ritje van 235 km. Ik zet de helmcamera op mijn helm, en het draadloos systeem van Garmin. Dit is een blokje dat op de helm geschoven wordt en er voor zorgt dat ik Garmien kan horen. Normaal zit dit blokje in mijn tank tas, ik neem het elke dag mee naar de kamer om de batterij op te laden. Niet te vinden. Zal het deze keer waarschijnlijk bij de laptop hebben gestoken. Zijkoffer open waar de laptop altijd in zit, en lap, niets laptop. De laptop heeft al die tijd buiten aan de poort van het hotel gestaan. Open en bloot op straat, het zal toch niet waar zijn he? Neen, hij stond er nog, wat een ongelooflijk opluchting. Eerlijke Bulgaren.

Aangezien Silistra tegen de grens met Roemenië ligt waren we rond acht uur aan de grensovergang Bulgarije-Roemenië. Een paar dagen geleden was het juist anders om, alleen toen was de overgang met een ferry. Normaal gezien verwacht je dan ook geen problemen. Amai, dat liep wel even anders af. Als ik aan de beurt ben wordt mijn paspoort gevraagd en het inschrijvingsbewijs van Guz. Dit is de eerste keer dat ze dat vragen op deze reis. Klakmans gaat met de documenten een kotje in en blijft nog al redelijk lang weg. Ondertussen staan er een zestal auto’s achter mij te wachten. Opeens wordt ik aan het loket geroepen, of ik mijn rijbewijs kon laten zien. Voor mij geen probleem, voor de ondertussen twee klakmannen wel. Ik heb onlangs mijn rijbewijs moeten laten verlengen. Het rijbewijs voor diabeten is maar drie jaar geldig. De nieuwe rijbewijzen zijn een soort geplastificeerde kaartjes ter grote van een bankkaart. Dat vonden de klakmannen maar niets, nog nooit gezien. Ondertussen is de rij wachtenden achter Guz tamelijk lang geworden. Ik word dan ook gesommeerd om Guz aan de kant te zetten. Guz aan de kant gezet en terug naar het kantoor. Geloof het of niet, er stonden twee klakmannen met een loep dat rare kaartje te bekijken. Ze keken me ongelovig  aan en mompelden iets van dit klopt niet. De tweede klakmans vraagt triomfantelijk waarom er op mijn paspoort Nederland staat en op mijn rijbewijs België. Dit allemaal in brabbel Engels van  een jewelste. Ik leg hem uit dat ik in Nederland ben geboren maar al vijftig jaar in België woon. Of ik dit even wil bewijzen vraagt klakmans. Natuurlijk heb ik mijn Belgische verblijfsvergunning bij, maar rampzalig genoeg is dit ook weer zo’n rot kaartje. De klakmannen konden er niet meer mee lachen, ondertussen is het kwart voor negen. Met een grapje “kan ik hier misschien blijven slapen” probeer ik het er wat gemoedelijker aan toe te laten gaan. Niet goed dus, You have a big problem was het antwoord. Ho, ho zo niet he mannen. Ik haal uit de tank tas de telefoonnummers van de Nederlandse en Belgische ambassade in Bulgarije en vraag hen één van de ambassades te bellen. Dit zagen ze echter niet zitten. Ik neem mijn gsm en ga zelf dan maar bellen. Dit hadden ze liever niet. Na nog wat discussie en gemekker lieten ze me gaan. Het is dan kwart over negen. Welkom aan een grensovergang in 2013.

Het voorval is direct vergeten. Het landschap is prachtig en het wegdek perfect. We snorren langs de Donau door eindeloze velden met druiven. Mooie vergezichten, jammer voor de foto’s hing er redelijk wat nevel over de Donau. Om er door te rijden gaf het wel iets mysteriues.

Een schildpad heeft het einde van de oversteek gehaald, zijn laatste meter blijf ik op de baan staan, zou echt wel zonde zijn moesten ze hem/haar nu nog in de soep rijden.

Het delta gebied begint te naderen. De Donau krijgt steeds meer vertakkingen, we rijden voorbij enorme rietvelden. Hier overheerst de stilte, boven het gekwaak van de talrijke kikkers en eenden klinkt de roep van een koekoek, en dat is het. Eer we echter definitief in de delta zitten leidt de weg ons terug naar het binnenland. Het wegdek is zo goed dat ik al rijdend een paar foto’s kan nemen. Ook hier is er weer de overgang naar enorm onoverzichtelijk landbouwgebied. We rijden over kilometers lange kaars rechte weg met aan beide kanten alleen maar landbouw. Ik betrap me er op dat ik begin te zijlen, hiervoor had ik Kris gewaarschuwd toen hij uit Boedapest vertrok. Je rijdt met de motor en kijkt nog wel maar eigenlijk registreer je de beelden niet meer. Je begint eigenlijk te staren en ongemerkt van je lijn af te wijken. Met een schok realiseer je dat je danig uit aan het wijken bent. Het is dan hoogtijd om even te stoppen. Ondanks dat ik nog maar 50 kilometer moest rijden ben ik toch maar even gestopt. Iets eten en een sigaartje roken helpt al heel wat. Te drinken was er niets, wegens geen water meer. Normaal koop ik altijd een paar flessen water in een benzinestation. We hebben nu echter 150 kilometer gereden en nog niets van benzinestation tegen gekomen. Tijdens deze stop komt er in de verte weer een van de vele paardjes met wagen. Het is een geroep en getier in het karretje. Ik pak mijn verrekijker en zie dat het paard flink wordt afgebeuld. De voerman brult zich de longen uit het lijf, naast hem zit een manneke van hooguit een jaar of tien die constant met een lange stok flinke meppen geeft op de rug van het paard. Als de dierenbeulen wat dichter bij komen wordt de stok schijnheilig in de kar gelegd.

Eenmaal uit het landbouwgebied zijn de herders er ook weer. Meer en meer komen er grote stilstaande plassen in het landschap. Een koppel ooievaren is er aan het foerageren.

Eindelijk kom ik op kilometer 220 km bij een benzinestation zelfs een redelijk groot. Ik vraag of ik met een credit card kan betalen maar die vlieger gaat niet. Prospot kilomét zegt de uitbater, daar heb ik niet heel veel aan. Voor Guz is er geen probleem, die heeft nog bijna een kwart tank benzine. Ik begin nu toch wel ferme dorst te krijgen. Het eerste bord duikt op waarop de richting naar Tulcea wordt aangegeven. Het is nog een 30 tal kilometer mooie wegen. In Tulcea kan ik eindelijk tanken en water inslaan. Guz heeft 345 km gereden met 19 liter benzine. Lang niet slecht. Door het centrum van het stadje rijden we naar het hotel. Het hotel is omringd door water. We gaan een bruggetje over en staan bij de receptie. Het is nu klokslag half drie. Rap een douche gepakt en op verkenning. Grote boten varen de Donau op en af. Er liggen talrijke bootjes en boten waarmee tochten gedaan worden door de Donaudelta. De tochten variëren van 1 uur tot 8 uren per tocht(incl. lunch op een eiland in een vissersdorpje.) Van uit mijn kamer heb ik zicht op de fontein.

Ik heb voor morgen een excursie gereserveerd van 6 uren incl. lunch. Vertrek om halfelf.

Morgen dus een verslag over het bezoek aan de Donaudelta, als ik hier niet opgevreten wordt door de muggen. Ben benieuwd of ik veel zwaluwen tegen zal komen. J

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
3 reacties Reageer op dit bericht

Reisverslag Roemenie

Donaudelta

Oké, we zijn weer boven water. Wat was ik gisterenavond moe zeg. Niet te doen, wilde de foto’s nog op de blog zetten maar viel voor mijn laptop in slaap. Halfelf in bed gesukkeld en doorgeslapen tot deze morgen zes uur.

Eindelijk wordt het lang verwachte bezoek aan de Donaudelta werkelijkheid. Om half negen loop ik al over de kade, de ticketverkoper is ook al aanwezig. Hij heeft gisteren nog een paar man kunnen vinden die mee gaan. In plaats van half elf wordt er gestart om kwart over tien. Ik gebruik de resterende tijd om het stadje in te gaan op zoek naar een handtasje. Ik heb geen zin om al de rommel die ik als diabeet onderweg nodig heb in mijn broekzakken te proppen. Na wat gezoek vind ik iets dat perfect aan mijn wensen voldoet 25 Lei (6 €) Het is negen uur en ik wandel op mijn gemak naar het hotel. Ruim op tijd ga ik gepakt met mijn nieuwe aanwinst naar de kade. Rond tien uur ben ik ter plaatse. Oei, geen boot te zien, ik ben er zeker van dat ik op de juiste plaats ben. Ik loop wat rond te drentelen. Iemand komt vragen of ik een Deltatrip wil maken, hij kan voor een reservering zorgen. Ik leg hem uit dat ik een reservering had voor vandaag. Nu blijkt dat die meneer die mij aansprak de vader is van de man die mij gisteren de reservering heeft verkocht. Je was er niet zei de vader, ze hebben nog gewacht maar konden niet blijven wachten. Hallo, zeg ik, een kwartier voor tijd is dat niet lang genoeg? Ondertussen is de zoon aangekomen. Waar bleef je nou, vraagt hij. Ik ben er toch zeg ik. Ja zegt hij, maar een uur te laat. Wat blijkt nu, ik had vergeten mijn horloge een uur verder te zetten. In Roemenië hebben ze lak aan het zomeruur. Daar stond ik dus. Geen probleem zegt de zoon. Hij haalt er iemand bij die een snelle speedboot heeft liggen en vraagt of hij mij naar de boot wil brengen die aan de rondvaart van de Delta bezig is. De zoon belt de bootsman en geeft opdracht om te wachten. In een sneltreinvaart word ik als een V.I.P gast naar de boot gebracht. Ze waren nog niet in de Delta dus heb ik niets gemist. Als ik aan boord kom excuseer ik me tegenover de andere drie personen die aan boord waren en het probleem was opgelost. Dus zolang ik in Roemenië verblijf en er in het verslag over tijden wordt gesproken dan zit ik een uur later dan In België.

Bezoek de Donaudelta, op honderden folders staat het met prachtige foto’s beschreven. In elke reisgids wordt er vol lof overgeschreven en als niet te missen activiteit aangeschreven. Is het een toeristenval? Neen, maar toch. We zijn inderdaad zes uur onderweg, maar we zijn natuurlijk niet de enigen die daar met een bootje rond liggen te dobberen. Tientallen speedboten knallen door het gebied dat is toegewezen aan de toeristen. Er worden hotelboten door het gebied gesleept met keiharde disco muziek aan boord. Ik denk er dan ook het mijne van.

Een groot deel van de Delta is verboden gebied, zeker de broedplaatsen. Een maatregel die ik alleen maar toe kan juichen. Natuurlijk zitten daar de meeste vogels? Ze zouden wel gek om aan een waterkant te gaan waar tientallen boten voorbij komen terwijl ze honderden hectaren stil gebied voor zich hebben. De schipper doet zijn uiterste best om vogels te vinden. Op de grote meren zijn er ook meestal pelikanen te zien. Over de meren mag niet gevaren worden. De schipper zet de motor af en laat de boot door de stroming een eindje op de meren drijven. Maar omdat de natuur de natuur is en zich niet laat bevelen moet je gewoon geluk hebben dat er vogels te zien zijn op die meren. Ik kan jullie vertellen, als je rond deze tijd twee uur over het Veerse Meer vaart je meer vogels gezien zult hebben dan hier op zes uur in de Donaudelta. Ik was en paar jaar geleden in Griekenland, ook met Guz en ook in mei. Daar viel je over de pelikanen. Armin kan dit getuigen want hij was er bij. Tussen de meren door wordt er met grote snelheid door het gebied gevaren. Ze moeten wel, ze bieden aan de kade de rondvaart aan rit en deze is best groot. Aangezien het zo’n uitgestrekt gebied is heb je de snelheid nodig om de verkochte rondvaart te kunnen maken. Het zou beter zijn om kleinere rondvaarten aan te bieden, maar die krijgen ze niet verkocht. Voor Jan toerist kan het nooit genoeg zijn. Later op de dag kom ik nog aan de praat met de ticketverkoper. Hij vertelde me dat onder de druk van de concurrentie de rondvaarten nog altijd uitgebreid worden, natuurlijk met nog snellere boten. Je hebt er eigenlijk weinig aan, want de rondvaartboten mogen niet buiten een bepaald gebied komen in de Delta. Maar wat doen de slimmeriken, ze varen gewoon meer kilometers over de Donau. Die is toch lang genoeg.

Heb ik er spijt van, of is het de moeite niet om te doen? Neen, zeker niet. Het is een prachtig gebied met enorme rietvelden en talloze eilandjes. Als de hotelboten gepasseerd zijn is de stilte ook weer terug. De koekoek is dan weer heel helder te horen. Hebben we helemaal geen vogels gezien? Niets is minder waar meer het gaat allemaal zo snel dat je amper een fatsoenlijke foto kunt maken. Om iets of wat beelden te hebben heb ik het toestel in sportstand moeten zetten. Ik heb voor de eerste keer in levende lijve het prachtige ijsvogeltje gezien, verschillende witte lepelaars en mooi gekleurde eenden die bij ons niet te zien zijn. Dus spijt zeker niet. Was het naar mijn verwachtingen? Niet helemaal, het ging allemaal net iets te snel.

Rond de middag leggen we op een klein eilandje aan. De ongeveer vierhonderd bewoners van het eiland leven van de toeristen en de visvangst. In een mooi huis staat de lunch die in de prijs was meegerekend klaar. Er staat een fles zelfgestookte Roemeense wodka op tafel, en een grote schaal met klaargemaakte moten van diverse soorten vis. Na de schaal krijgen we een enorm bord vissoep die best lekker was. Het is hier traditie om de soep als tussengerecht te nemen. Na de soep een enorme schaal gebakken vis die zeer lekker was. Na een goede kop koffie is het tijd om verder te varen. We varen nog een stuk door de Delta om dan over de Donau terug nar Tulcea te varen. Als we van de lekker frisse Donau aan wal komen blijkt het bloedheet te zijn. Op een terras een lekkere frisse halve liter gepakt en daarna naar het hotel. In het meer liggen de kikkers lekker in het water te zonnen. In mijn kamer aangekomen begin ik direct met het sorteren van de foto’s. Jullie zullen het niet geloven, maar ik viel toch weer in slaap zeker. Het is dan vijf uur. Om zeven uur schrik ik wakker van een geluid in de kamer         naast mij. Etenstijd dus. Gisteren heb ik in het restaurant van het hotel gegeten. Niet slecht, maar veel lawaai en onvriendelijk obers. Het voorgerecht en de hoofdmaaltijd werd tegelijk op tafel gesmeten? Heb deze dagen dikwijls aan de reis naar Syrië moeten denken, daar kwamen we dit dagelijks tegen.

Op aanraden van de ticketverkoper ga ik naar een restaurant in het stadje. Terwijl ik nog aan de praat ben met de verkoper scheert er een oud dubbeldek vliegtuig over ons. Het blijkt een muggenjager te zijn. Er wordt met het vliegtuig verdelgingsmiddel tegen de muggen boven de stad gesproeid. Een tiental jaren geleden werden de toeristen in het hotel gewaarschuwd dat ze op een bepaal tijd binnen moesten blijven. Het verdelgingsmiddel was toen nog zeer ongezond. Tegenwoordig is het blijkbaar zo verfijnt dat het voor mensen niet ongezond meer zou zijn. We zullen het maar geloven. Om de stank van het middel wat te ontlopen steek ik een sigaartje op. Weet ik tenminste zeker dat dit niet gezond is. Als ik het restaurant heb gevonden krijg ik een plaats toegewezen op de eerste verdieping op een mooi terras.  Ik bestel en krijg een fantastische Bulgaarse salade, twee mooie botermalse biefstukjes van de gril met frieten en een coupe ijs met drie bollen, slagroom en een pak vers fruit Met fooi inbegrepen betaal ik € 22.

Terug naar het hotel, niet voor ik de prachtigste uitvinding van de eeuw heb bezocht. De geldautomaat. Vindt het nog altijd prachtig hoe je in alle landen met zo’n simpel kaartjes de bankbiljetten uit dat ding zie komen.

Morgen de zwembroek in de koffer, Guz van stal halen en de Zwarte Zee gaan bezoeken.

Morgen op de blog: een terugblik op deze reis en de planning om terug te keren.

Bedankt voor de vele reacties die nu toe stromen, zowel via mail als via de blog.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Reizen door Europa

↑ Terug naar de berichten