whow
De nacht heeft een tapijt gelegd in wit en wit .
Ik heb \'whow\' gezegd bij het eerste zicht.
whow
De nacht heeft een tapijt gelegd in wit en wit .
Ik heb \'whow\' gezegd bij het eerste zicht.
de feestsigaar
Een feestsigaar hield van roken.
Wist echter niets van stoken.
Werd toen echt 'dé sigaar'
Kom nu, leeg die asbak maar.
De toespraak
ik wou dat ik zijn woorden plukken kon.
maar ze hangen daar als een feestballon,
te hoog tegen het plafond.
de toespraak
uit mijn stadhuisverzen
De steenMarmerbeeldhouwen in Toscane.
De steen.
Ik heb me moe naast je neergezet .
Praat met je. Maar je luistert niet.
Koppig hard als je bent.
Al weet ik dat je iets moois verbergt.
Angstvallig voor me omklemt.
Toch wil ik weten.
Die bolster breken.
Ik hamer, ik tik.
Hoor nu hoe je klinkt .
Slag na slag met me zingt.
Tot ik tenslotte mezelf in je vind.
lijntjes
een ander paden ik ga alvast inpakken
met het lichtdat nog aarzelend komt
ontluikt toch de wens
om weer op weg te gaan
en verlicht
als een ander menseen nieuw pad in te slaan
het toefjedie winter toch !
het toefje
er ligt daar nog één toefje
wit-winterse sneeuw
wellicht vergeten
wateren ik mag de zeep aangeven
warm water vloeit
glad over haar huid
een zachte streling
waarvoor ze zalig
haar ogen sluit
vreemde tekens
vreemde tekens in de sneeuw
getrokken met een chinees penseel
de tenen van een merel
of misschien wel een late spreeuw
nieuwjaar
dag na dag schuift de tijd
onmerkbaar langs ons heen
van tot naar tot en tot
heel even staat hij stil
we kijken naar elkaar
en wensen een goed jaar
van tot naar tot en tot