Nr 3.
Cyriel Verschaeve
In onze reeks over prominente figuren uit de Vlaamse Beweging kunnen we niet om een aantal omstreden figuren heen. De Zeer Eerwaarde Heer Cyriel Verschaeve is er zo één. Jarenlang gold hij als één van de voornaamste geestelijke voormannen van de Vlaamse Beweging. Als priester-dichter produceerde hij heel wat essays en poëtische werken .Hij schreef ook bijdragen voor diverse Vlaamsgezinde tijdschriften voor en tijdens beide wereldoorlogen.
Cyriel Verschaeve werd geboren op 30 april 1874 in Ardooie in een katholiek West-Vlaams gezin. Hij studeerde aan het Klein-Seminarie in Roeselare waar hij in contact kwam met de Vlaamsgezinde studentenbeweging en de erfenis van Albrecht Rodenbach. Rodenbach zou voor Verschaeve een waar idool worden. Na zijn studies theologie in Brugge werd hij in 1897 priester gewijd. Het jaar daarop kreeg hij de kans om gedurende een semester aan de universiteit van Jena de colleges van filosoof en Nobelprijswinnaar voor de Literatuur Rudolf Eucken te volgen. Hij raakte er zo onder de indruk van de Duitse cultuur en mentaliteit, dat hij er een levenslange bewondering aan over hield.
In 1911 werd hij onderpastoor in Alveringem, een dorp dat tijdens de Grote Oorlog net achter de frontlinie kwam te liggen. Tijdens de oorlog werd hij de geestelijke raadsman van de Frontbeweging. Hij stelde in 1917 de aan koning Albert I gerichte "Frontbrieven" op met de verzuchtingen van de Vlaamse frontsoldaten. Koning Albert had immers bij de Duitse inval van 4 augustus 1914 de Vlamingen gelijkheid in rechte en in feite beloofd als zij gevolg gaven aan zijn oproep om zich te melden bij het Belgisch leger. Toen die gelijkheid na de oorlog uitbleef en de Frontbeweging en de Aktivisten de repressie door de Belgische staat moesten ondergaan, kwam Verschaeve tot de conclusie dat er van België niets meer te verwachten viel.
Tijdens het interbellum evolueerde hij steeds meer in anti-Belgische en anti-democratische zin. Toen de Belgische bisschoppen in 1925 een bekend mandement uitvaardigden waarin zij het Vlaams-nationalisme veroordeelden, was Verschaeve woedend. Aan zijn vriend Dirk Vansina schreef hij “Ik zal er voor zorgen dat België mij na mijn dood verafschuwe.”
Cyriel Verschaeve legde de eerste steen van de IJzertoren die in 1930 zou ingehuldigd worden. Hij is ook de auteur van het bekende vers "Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op den oogst O Vlaanderland" dat ook op de eerste IJzertoren voorkwam. De priester distantieert zich kort nadien echter van de IJzerbedevaart, die hij niet radicaal genoeg vindt. De priester zocht steeds meer toenadering tot Joris Van Severen en diens Verdinaso. Toen er echter binnen het Verdinaso een conflict losbrak over de zgn. Nieuwe Marsrichting haakte Verschaeve af. Zowel bij Dinaso’s als VNV’ers had het imago van Verschaeve nu een ferme deuk gekregen. Ook het feit dat hij meer en meer aanpapte met de Duitse nationaal-socialisten zorgde voor wenkbrauwengefrons in Vlaanderen.
Na de Duitse overwinning in 1940 geloofde Verschaeve dat zijn levensdroom, Vlaams zelfbestuur, eindelijk in vervulling zou gaan. Hij werd meteen een overtuigd collaborateur, iets waarvan de Duitse bezetter graag gebruik maakte in zijn propaganda. Toen Nazi-Duitsland in 1941 de oorlog verklaarde aan de Sovjets, koos Verschaeve onvoorwaardelijk de kant van de Oostfrontstrijders. In Vlaanderen slaagde Verschaeve er echter niet in zich op te werpen als leidersfiguur van het VNV of de DeVlag.
In augustus 1944 werd Verschaeve naar Duitsland overgebracht, waar hij raadgever werd van de Vlaamse regering in ballingschap, de Vlaamsche Landleiding onder leiding van Jef Van de Wiele. Na de capitulatie van Duitland vond hij een onderkomen in Oostenrijk, waar hij nog enkele artikelen en brieven schreef. In december 1946 veroordeelde de Brugse krijgsraad hem bij verstek tot de dood. Verschaeve overleed op 8 november 1949 in ballingschap.
Cyriel Verschaeve produceerde een omvangrijk literair oeuvre waarvoor hij meermaals in de prijzen viel. Zo kreeg hij in 1920 voor Judas en in 1937 voor Elijah de staatsprijs voor letterkunde. Nog in 1937 kreeg hij van de K.U.Leuven een eredoctoraat.
Ondanks zijn antidemocratische ideeën en zijn foute parcours tijdens de oorlog blijft Verschaeve van grote betekenis voor de Vlaamse beweging. Tot lang na de oorlog kende Verschaeve in Vlaamse kringen een grote populariteit. In een aantal gemeenten werd zelf een straat naar hem vernoemd, nota bene nadat hij veroordeeld was voor collaboratie. Een extreme vorm van bewondering stelden de leden van de VMO ten toon toen zij in 1973 onder de codenaam “operatie brevier” het lijk van Verschaeve in Oostenrijk opgroeven en het naar Alveringem overbrachten.