notities
Ingrid Lenaerts
notities
regendagRuw en rauw de regen in je gezicht
paraplu's waar het water afdruipt
in beekjes druppelt op je voeten
bestrating glimmend nat weerkaatst
autolichten als morselamp bij vaal duister
alleen een natte code nalatend
wolken als jachtige paarden
wind die het water rimpelt in plassen
niet van het weer om u tegen te zeggen
alleen voor de prullenbak deze dag
te denken dat het toch ook anders kan.
Ingrid Lenaerts

Hou de windHou de wind uit de broze nerven van mijn handen .Ze hebben zoveel gevraagd op de bedeltocht warmte in het verschiet.Ze hebben zoveel gevoeld in de omklemming van een witte raaf.
Tweeling opweg naar de landing wat de spiegel verzuimt aan de achterwand.Zij hebben mij gevat in het harnas van doordrijvers zij hebben mij vervaagd tot diep in de misten , dan weer het woord een terugtocht gevonden en gekoesterd in tuinen van stilte.
Ingrid Lenaerts
het kind schildert
en ik wil die ritus niet meemakenHet ruikt hier muf naar aardappelschillen
voor het varken van de boer van hiernaast
het is zijn laatste exemplaar dat hij koestert
alvorens de slacht weer onder ons zal zijn
En ik wil deze ritus niet meemaken
het brullen van het arme beest naar een waarom
zonder antwoord de laatste gil zoals
een stoomfluit van een ouderwetse trein
Nu kan het nog dromen van de boomgaard
toen het op zijn flanken lag
onder modder te drogen in de zon
met een margriet tussen de bek
als een zalige nietsdoener
Hij weet niet wat hem te wachten staat.
Ik wel en ik gruwel daarvan
Ingrid Lenaerts
Zij, de del
de bloemen
verdriet
WolkenVeel winterwolken
drijven laag over de akkers
naast sompig weiland
Ingrid Lenaerts
de winter vertrekt
rijzende sterEen rijzende ster
schittert over land en zee
tot de gloed uitsterft
Ingrid Lenaerts
regendagTrieste regendag
met zesentwintig letters
hoop op zonneschijn
Ingrid Lenaerts
ons nestje

vrouw met winkelwagentje.De oude vrouw van hierboven
zoals een triestige regendag
haar niet spaart
sjokt de straat op
met haar lege winkelwagentje.
ze loopt traag en moeilijk
Wagens zonder enige enige menselijkheid
in hun borstkas
scheren voorbij als wilde mannen
schurend door de plassen
In een waterstraal van modder
en smeurie wordt zij ondergedompeld
balt de vrouw haar vuisten
als een gewond dier.
Ingrid Lenaerts
bladeren
schoppen