De kersenslingers
takken vol rode vruchten
zomerweelde
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
annanas
Annanas-stekels
onder de bast lekker fris
gele tropendroom
Ingrid Lenaerts
appels
Veel appels blozen
van rijkdom onder hun schil
eet smakelijk
Ingrid Lenaerts
kantlijn
heeft zijn wallen rond elk versierd woord
heeft vaak scherpe tanden als een wolf
de kantlijn huivert meer dan het midden
heeft meer kou en zelden warm
de kantlijn heeft geen verdere ruimte
naast haar zijn valt ze in het niets
de valkuil de afgrond de ravijn
zijn nochthans haar vrienden niet
Ze verlegt haar zinnen liever naar het centrum
hoopt soms op meer begrip van grotere goden
De kantlijn is geen zacht konijn of halve gare
maar ook niet die harde tante of boosdoener
waar zij ook de wereld begrenst
kantlijn blijft ieders metgezel
Ingrid Lenaerts
winterwoud
Berghelling met woud
naaldbomen onder de sneeuw
verwondering wenkt
een prentkaart belicht
dit knusse dorp in winter
oostenrijks rijkdom
rood en groen verhaal
rode oortjes rond de haard
geluk op schoot warmt.
Ingrid Lenaerts
schouwenlijn
De huizenrij draagt haar schouwenlijn
als een winterlast op haar daken
Ze weerspiegelt zich glashelder
in de vensters van een bovenbouw
der zwervende gedachten van oneindig
Ze zit midden in de taal der wolken
met al haar rokende pijpen
net niet genoeg om een cirkel indianen te kneden
die voor vrede de vlam aanmaken
k
raaien meeuwen en mussen verzamelen er
alsof ze er vergadering houden
een wereld van gemeenschap waar ik buiten sta
waar ik kan van dromen
met nog één raakpunt tussen de dolenden
alvorens ik naar mijn nest vertrek
ik wou leren vliegen
Ingrid Lenaerts
de vloedlijn
spotlachend en hautain klinkt hun schreeuwen
alsof ze elkaar voortdurend de les spellen
ze twisten om resten die langs de vloedlijn liggen
als starndjutters avant la lettre
de zee schuimt en spat uiteen
het licht breekt in regenboogkleuren
de romantiek van het vroege uur
de golfbrekers gedogen dit spel zonder meer
alsof het hun granieten ziel niet raakt
onze hond blaft tegen de aanrollende golven
uit volle overtuiging van het naderend gevaar.
toch keert hij kwispelstaartend weer
alsof ook zijn goede luim er weer bijhoort.
Ingrid Lenaerts
loodgrijs
kladden eksters en kraaien scheren over het veld
kinderen breken hun hart en woord achter ramen
Ingrid Lenaerts
sprokkelhout
Op het pad der vergankelijkheid
dwars door het plassenbos
ritselt blad en tak herfstgezind
verkleurd en verfomfaaid doorschijnend
sprokkelhout knispert onder de voet
het ruikt naar verdunning in de bast
het leven gaat op welverdiende rust
de bomen zijn als kloosterlingen
in hun wintermeditatie
Ingrid Lenaerts
novembermiddag
Achter glas lijkt de wereld zonovergoten
om het hoekje huilt de noorderwind zijn deuntje
draait er zijn klaagbobijntje af
dat je verstijft in merg en been
alsof verloren zielen wachten op vrede
de lucht is iel en leeggezogen
de schaduwen laag bij de grond
de laatste stokrozendoen hun best
om nog roos te zijn in rood en geel.
ik duik diep in min kraag
op zoek naar warmere gedachten
dan buitenwerelds ' suggestie
Ingrid Lenaerts
liede aan tafel
Laat ze los met open oog
vol verwondering met tedere hand
zachte woorden als dons van engelenvleugels
wellicht springt ze uit haar zadel
van een vurig ros
zal ze ons bekoren
zal ze ons innemen en veroveren
voert ze ons mee op hetzelfde paard
naar dromerige nachten
in maannachtlichte tuinen
dat wij een "wij verbond "mogen worden
als een duurzaam vuur in de haard
Ingrid Lenaerts
vorst
velden en boomgaarden koud
de zon heel ver weg
Ingrid Lenaerts
kermispaard
er zijn leven op en neer
dezelfde rondjes
met plezier gebracht
een lachend kind op de rug
in alle eenvoud.
geen te groots verhaal
toch raakt je verwondering
op het oog gemerkt
Ingrid Lenaerts
stad aan zee
Een stad aan zee spreekt
van wind en kou op haar strand
haar hart blijft steeds warm
Ingrid Lenaerts
op een soldatenkerkhof
Rijen witte kruisen
duizendmaal de onschuld van jonge levens
rustend in weer en wind tussen groen
oorlogsmonument van winter en zomer
herinnert ons voor wie beschouwt
dapperheid of zinneloos geweld
dood en verdriet met onomkeerbare sporen
na jaren afstand en gelatenheid
van de grote oorlog die als een tijger raasde
door deze vlakte
ik voel de weemoed van de tijd
het lijden blijft een open wonde.
Ingrid Lenaerts
gebroken licht
licht weerkaatsend in scherven
gebroken spiegel in het ruige wolkenspel
onderworpen aan macht
totaal willoos in de capriolen van wind
het steekt me de ogen uit
hoe verblindend is de zon op de weg
slechts een moment
als een surrealistiche openbaring
en dan volgt weer donker de dreiging
het gehuil van de wind
als woorden voor een klaagzang.
Ingrid Lenaerts
storm
Wat je ziet op zee het is al voorbij
de wind baast over het water
blaast torenhoog golven over de dijk
sleept zijn staart na vol gekke kronkels
verjaagt man en macht van het strand
zelfs de meeuwen vliegen ter plaatse
als gekken windvogels aan een touw
regen striemt tegen onze kuiten
paraplu's keren hun gespan onderste boven
uit noordwesten de ijskoude dood op zee.
Ingrid Lenaerts
Hortus conclusus
Ingrid Lenaerts
wachten
Wachten op de grote zon
de belofte van vrijheid
die lonkt als een wilde deerne
je dromen uitholt
voor grijnzend kaarslicht
in een bietenkop
het toevluchtshuis
achter prikkeldraad
ik dacht het beeld weg
ver weg uit onze tijden
maar het duikt weer op
zolas een hersenschim
uit de beemden bij mist.
Ingrid Lenaerts
duisternis
het kreueplhout kraakt
van zijn bewoners
vogels die beschutting zoeken
voor de nacht
knaagdieren op zoek naar eten
nachtvlinders en motten
dansen er hun luchtballet
de maan glimacht
nu de hemel helder is
nachtblauw voorvertrouwelingen
de aarde waakt en verdampt
in weinig woorden
het verhaal van haar donkere kant
zij gaat rusten en slapen
op haar lappen deken der velden
Ingrid Lenaerts

