haar zusters volgen
Ingrid Lenaerts

appels op zolder
gekromd
wie zou?Er was geen held die op me wachtte
er was geen schaap dat ik troosten kon
ik was alleen een deel van een meute
die mekaar voorbij raasde in schemerdonker
de wind porde ons in de rug
er was geen weg terug
verstikt in het alleen-zijn
deed ik de gekste kuren
wie zou me dan wel opmerken ?
Een hond op doortocht
twee katten in bronstig spel
gunden me zelfs nog geen aandacht
Ik ben mezelf maar gaan troosten
met een nieuwe dag en een ander stilte
bij zonsopgang
Ingrid Lenaerts
middag
handen
ogen
zonder
verdriet
rood
valse winterWinter heeft zijn vel verkocht
verloor zijn ware aard
heult met herfst of lente
wind en regen aan zijn lijf
we moeten hem herscholen
Ingrid Lenaerts
kortgedicht
geen droomwagen
ontmaskeren
brussel noord
de kuren van de windkom ik bij de brug onderuit
grijpt hij me bij de keel
blaast mijn hoedje weg
ik loop en loop
probeer het ding te pakken
maar wind drijft het weer verder
tot het in een balk haakt
ik kan het weer bemachtigen
maar dewind is nog niet tevreden
bij blaast me in het gezicht
terwijl hij mij mijn rokken optilt
als een scharrelkerel
die blote willen wil zien
en zelfs meer
hij port me vooruit
draait mijn paraplu binnenste buiten
Ik ben voor niets veilig
bij deze schobbejak.
Ingrid Lenaerts
het woord was nog niet koud
stormwind
vals