en plots verspringt van tak naar tak
De beukenblaren zijn triest verwelkt
Ingrid Lenaerts

beukenlaanOp de beukenlaan
viert de herfst zijn kleuren bot
ademloze pracht
geel en rood palet
een kunstenaar aan het werk
elk jaar opnieuw raak.
Ingrid Lenaerts
illusie van één momentBosrand waar het licht voller wordt
de eiken dunner en vroeger kaal
slechts nu nog bij valavond een streepje klaarte
de krassende kraaien over de maisvelden
de verre lichten in de vallei van de Semois
Hier staat echter het huis van de boswachter
als een sprookje van weleer
met groene luiken en een rode deur
kabouters in de tuin en een terracotta ooivevaar
ze staan hun dagen uit zonder verpinken
Je zou geloven dat roodkapje hier ooit was
en een wolf die uit het bos loerde
maar het zijn gewone toeristen
die voor het donker wordt het bos verlaten
om in Café du Moulin het streekbier te proeven.
Ingrid Lenaerts
over mytheOver mythe,
Over distels
Over de kleine waarheid
of hoe je leert verzinnen
aandacht vragen
blijft hangen
in de schaduw
van je eigenste ik
de wereld
een stoofpot
Uit de dichtbundel "Achter rasters en rafels"
1999
Ingrid Lenaerts
Blijf bij mijBlijf bij mij tot de zon nooit ondergaat
Krimp die bleke dagen van weemoed
zoals chloor vervliegt naar iele lucht
van schade over een bunker stilte
Ogen vloeien nat als waterwegen
kroppen als duiven voor de vliucht
in het woord dat breekt ongenadig
op de rotsen van wijlen de zee
en wijlen vader en zijn barre aarde
in de mist als draaischijf om den brode gekromd
van onvoltooid verlangen van verleden
het heden nu tot de monenten des doods
Het punt. Schreef hij zijn troonrede
als parels voor de zwijnen eerbaar dier
van zijn goede dis waar hij thuis was
achter de dijk tegen de wilde riviercapriolen.
Ingrid Lenaerts

Men spreekt zacht in blauwe ogen
een monument van diepe stilte
dit bolwerk zondagavond valt alles te begrijpen
buiten angst en dan gebroken taal
Men verstopt jaren verzwegen nietigheid
als luis op de agora zwervend
ooit te ontmoeten dat zilverspoor
van een slankengang naar bestemming
Men twijfelt de werld op zijn kop
aan één realiteit of zij er is
en niet een andere , een spiegel die barst
van woorden in gestolde lava
Men hoort een misthhoorn op maandag
gewoon de gang der dagen binnen handbereik
In het kristal tintelt de zon eeuwig verder
vergeet dit kromme leven dat vastnagelt
Ingrid Lenaerts
verwennenIk wou je verwennen met zoveel
maar je hebt geen tijd om te blijven
koning voetbal wacht na de middag
topmatch en topprestaties te verwachten
voetbal is mijn concurrent
dan blijf ik maar bij de poes
die het nog altijd vertikt buiten te gaan
Zij begrijpt meer van een knuffel
en houdt trouw de wacht terwijl ik brei
aan je supporters-sjaal voor
alweer die voetbal
Wat ben ik toch te gek.
Ingrid Lenaerts
regendag
bleekBleek als iele lucht
pijn om het zijn dat niet mag
morgenzon brengt hoop
Ingrid Lenaerts
netelNijdig als netel
brandt ze je levensziel toe
vrouw van wrange haat
Ingrid Lenaerts

Windstil je ogen
Vaar ik door je wateren?
Knipoog heel even
Ingrid Lenaerts
en nog de zeeJe naamt veert in mij
spiraal gedragen op wind
ik ontvang een boom
Ingrid Lenaerts
ZeeDe zee is haar thuis
haar weerspiegeling die zingt
wij zijn verwanten
Ingrid Lenaerts
klimopKlimop klamt zich vast
op een monotone muur
wij observeren
Ingrid Lenaerts

vloei
droomZij droomde nog van haar kermismolen
zoals ze haar leven wilde beelhouwen
Op elk paard en kar zat een jaargetijde
jeugd met het manenpaard wilde haren
de kar volgeladen met hevig sentiment
de jonge merry met de hippe veulens
één en al zorg voor de kroost
samen duwden ze de kar kopstotend speels
vooruit met de toekomst die lachte
met open vizier reden ze hemelwaarts
het midlifepaard was iets trager
langzamer in de draf keurig uitgedost
de kar reed trager naar zijn herfst
de veulens waren paard geworden
verdwenen van het carrousel
de stokoude knol lag op zijn flank
de kar gestrand op de molen
toen stond de kermismolen plots stil
de droom lag stuk.
Ingrid Lenaerts

eksterTegen duisternis
scheert de ekster langs de heg
ze zoekt haar warm nest
Ingrid Lenaerts
en jij bent verwonderingen jij bent verwondering
voor de kleuren in de brandglasramen
terwijl wij samen het gekleurde licht
in onze herinneringen stapelen
als een overheerlijk aanbod
wat de zon vermag met haar reuzekracht
als een ode aan zichzelf.
Ingrid Lenaerts
blauwigBlauwig wolkendek
als een aquarel op doek
wie is je schepper?
Ingrid Lenaerts

Waterbleke zon
je bent nog aan de hemel
Staks striemt de regen
Ingrid Lenaerts
jacht
SomsSoms kolk ik als een wilde rivier
die donderend tegen haar oevers slaat
wanneer jij daar moeder alleen moet krimpen
in dat veel te hoge bed verstild en kil
wanneer je kinderen slechts de dagen tellen
dat je broze lichaam en smalle hoofd
nog te zien zullen zijn boven de dekens
De dagen en de nachten zijn zwart geschakeld
Ik voel zo met je mee in je magere hand
een leven van inzet voor je kinderen
slechts enkele woorden vriendschap
de herinneringen van toen aan groot plezier
wars van alle chagrijn en lauwe leemte
toen het goud nog straalde op de toverberg
en je glimlacht weer om de zon aan het raam.
de maan en de schitterende sterren daarboven.
Ingrid Lenaerts
doodZij zwijgt nu haar vaders dood
alsof ze zeepbellen waren zo
uit haar kinderjaren.Het aantal
begreep ze niet in het kwadraat
Hadden zij snorren of een baard
droegen zij broek kort of lang
voor de herberg van de troost
als een cowboy met sigaret
in het land van Sitting Bull
Bij God welk label had het vaderschap
in de droom van lieve Pappie
baba dad of gewoon een vader.
Ingrid Lenaerts

alcazar
leegteDe grote witte leegte in haar bestaan
heeft haar uitgehold tot een zwart gat
Moedeloos bleef ze achter
zonder enig initiatief dat leegte kon vullen
Het grote verzet werd haar aangeboden
maar ze liet het voorbijtrekken zoals
een inert gas dat geen reactie vertoonde
De grote witte leegte en het zwarte gat
er was nimmer iets meer.
Ingrid Lenaerts
ouderwetsEen leven lang een grote liefde klinkt heerlijk ouderwets
zeggen haar kleinkinderen nu zij meer dan oma is
het klinkt alsof het niet kan in deze moderniteit
waar cool zijn een must is er tussen differente relaties
als het eten van een bord pasta met Bolognaise saus.
waar het lijf zijn pure lusten volgt
waar je liefst de emoties naar het antiquriaat verbandt
Ze weet nochtans dat haar liefde en lijf geen fake zijn
terwijl ze nog altijd even enthousiast zijn schaduw volgt
op de vele wandelingen die ze nog kunnen maken
hun diepe liefde klinkt niet als rode revolutie der passie
maar ze blakert nog evengoed als toen
toen ze meer dan vijftig jaar geleden besloten
te goede en kwade dagen te delen.
Ingrid Lenaerts
een levenVader moeder heb ik nooit gekend
was een wees uit de afrikaanse droogte
de rode aarde barstte grote kloven
gapend in de diepte die nog verder barstte.
Ik liep maar rond te niksen in de wezenhut
die mij als een spook aangaapte
door de enge ramen zonder glas
we lagen ronduit tegen de muren
terwijl het gonsde van nare beesten
Namen ken ik niet ik had geen interesse
wou alleen smullen
en wachtte op een weldoener
die mij naar dat grote Europa zou voeren
het land der wonderen het paradijs
zoals men vertelde
Eten hadden we nauwelijks
soms wat zoete aaardappelen
of een deel maniok
Er werd gevochten om een kippebout
gemept om een portie noten
schoolgaan was me onbekend
we speelden met dierenknoken
aardkluiten of speren
En op zeker dag kwam een vader een moeder
om naar dat grote paradijs te vliegen
en ik ben er nog altijd
maar gewoon met heel veel heimwee
naar de blauwe geesten van de nacht
de zon van mijn oorsprong
wellicht lijk ik een beetje ontheemd
maar niet tenvolle
ik kan het niet onder woorden brengen
Ingrid Lenaerts
tuin in winter
rotjob
hartHart van peperkoek
deelbaar door ware liefde
klop bij hem thuis aan
Ingrid Lenaerts

is dit doemdenken?we trekken niet meer over de ijsblauwe vlakte
nu kan het al niet meer echt jammer
de lente komt steeds sneller over
een warme wind uit het zuidergat
beduvelt de seizoensverandering
het smeltwater vult de oevermonding
sleurt de losse schotsen mee stroomafwaarts
Zo vergaat het onze winterdromen
die sneeuw en ijs herinneren
weldrals het land van ooit
ergens uit een ver verleden
toen we medio december hier
nog niet onder de palmen zaten
ngrid Lenaerts
vijverJe kan me vinden
daar waar de vijver droomt
onder de grote treurwilg
die nu zijn blaren laat warrelen
in het water
Snaterende eenden in hun winterdons
peddelen door de vijver zonder zorgen
kikkers zijn verdwenen
wachten andere seizoenen.
De rietkragen dragen winterkleuren
wuiven hun gefluister
als een mediatie in open natuur
Ik beluister.
Ingrid Lenaerts
dorpsbluesHet dorp taant in zijn geschiedenis
de glorie van wat het was
drijft weg samen met de winterbeek
nu gekanaliseerd en gerecht
de meanders zijn nu dode kreken
waar stiekem vuil wordt gedumpt
de boerderijen liggen te wachten
op andere bestemmingen dan voorzien
ze zijn een beetje gedegenereerd
treuren in hun onmacht
het verdriet van het vierkantserf.
nu de pronksite van nieuwe rijken
het coccon der dagen
Nog lege velden worden bebouwd
flats schieten als brandnetels uit de grond
leegstand heeft zijn intrede gedaan
De grote kerk waakt nog over het plein
maar stilaan verschuift de ziel
van dit boerendorp
Ingrid Lenaerts
vroege morgenMorgen zet me uit het bed
regen roffelt ritmisch op het dak

eksterveldIn diepe voren
scharrelen eksters zaden
krassende drukte
dreigend de wolken
windvlagen jagen hen weg
zwermen ze uiteen
Ingrid Lenaerts

Stilte in het bos
vergeelde blaren zwijgen
tot een eikel ploft
vogels ritsen weg
verschrikt in eengedoken
op een kale tak
een eekhoorn hamstert
springt bedrijvig in het rond
vult wintergaten
Ingrid Lenaerts
v erweesdZij voelt zich verweesd
vecht tegen werldvreemde gedachten
die ze wil ontkennen
ze wordt gepest om haar onwrikbaarheid
ze wil niet niet buigen zegt hij
de aanvoerder van het ontij
zijn gezicht brandt op tekens van haat
Hij zal haar vinden wanneer de avond valt
als een grote laffaard.
Ingrid Lenaerts
guur weerGuur weer en een snijdende wind
bakken water over de wegen
omgeploegde velden eenzaam stil
volle grachten vol bruine smeurie
een lucht van varianten grijs benauwt
zoals een liftkoker even licht laat zien
de rivier zwelt aan dreigt over te lopen
de dijk wordt bedreigd door zware druk
een kolkende watermassa raast voorbij.
Laat het tij keren met grote spoed !
Ingrid Lenaerts
paddestoeleneters