Mijn levenskrans


Ik pak wat van 't wit
van een donzig sneeuwtapijt
en vraag die stralende lentelucht
wat van haar blauw,
misschien wil die boom ook nog wel
één van z'n groene blaadjes kwijt
of schraap ik zowaar nog een ietsje
zilver van de morgendauw
Graag pluk ik een fluwelen blaadje
uit de knop van een rode roos
voorzichtig hunker ik naar 't goud
van die felle zomerzon
daarbij nog een pluisje van de
paardebloem, heel vluchtig en broos
dan iets van 't flinterdunne uit het web
dat de spin zojuist spon
Nu nog wat roze van de appelbloesem
plus 't gele van de boterbloem,
het purper van een viooltje
het grijs van een fikse regenbui,
wat honing van het bijtje met haar
zalig gonzend gezoem,
het heerlijke gevoel dat je hebt
in een zelfgebreide trui
Het zwart van de nacht voeg ik
er noodgedwongen aan toe,
evenals een ietsie-pietsie
van de kilte van 't ijs,
want eens zal 't er toch moeten
van komen als wij allemaal moe
maar hopelijk heel tevreden
beginnen aan onze allerlaatste reis
©





















1 reactie op dit bericht
mooi