Engelen
Engelen
======
Ze geloofde in engelen en wonderen.
Niemand kon haar bedonderen.
Ze had ook haar kruisjes gekregen.
Daar was ze niet om verlegen.
Veel liefde gaf ze om haar heen.
Kinderen die had ze zelf geen.
Ze hadden en grote plaats in haar hart.
Maar mensen gaven haar wel eens smart.
Niet een ieder was er goed en aardig.
Ook al was zij heel hulpvaardig.
Allen namen het niet aan in dank.
Heel vaak kreeg ze ervoor stank.
Als dan iemand tegen haar zei.
Waarom ben je toch altijd zo blij?
Dan zei ze ik word door engelen geholpen.
Zonder hun liefde en steun heel onbeholpen.
Hun waren haar grote toeverlaat.
De engelen waren er onverlaat.
Vandaar dat ze was een gelukkig mens.
En had ze verder ook geen wens.
Want als je door engelen word omgeven.
Lijd je een bevoorrecht leven.
CvdB

