Vakantie
Vakantie
=======
Een mooi en prachtig vakantie land.
Door de zon werd je verbrand.
Zoveel mensen genieten er daar.
Van de zon zo kant en klaar.
Zwemmen in de blauwe zee.
Met de golven zweef je mee.
Wat was zo een vakantie toch fijn.
Je wou er wel blijven en altijd zijn.
Zo een leven vrij en vol genot.
Het maakte je zenuwen niet kapot.
Waren de vakantie weken verstreken.
Werd er weer op huis aan gestreken.
Dacht je dan met weemoed.
Wat is zo een vakantie toch goed.
Er is dan weer een jaar te gaan.
Voordat vakantie weer kan bestaan.
CvdB

