Een nacht
Een nacht.
========
Op een koude winternacht.
Werd ze buiten opgewacht.
Ze was zo vrolijk frank en vrij.
Iets heel ongewoons zo dacht hij.
Heel stil en rustig zoals hij was.
Niemand die in zijn ogen las.
Hij was een gestoord mens.
Die zocht naar maar een wens.
Vernietigen moest hij wat hij zag.
Waar het van kwam en aan lag?
Wie zou het kunnen weten.
De familie heeft het zeer gespeten.
Zoveel verdriet heeft hij gebracht.
Zoiets hadden hun ook niet verwacht.
Nou het te laat is gaat men werken.
Wat er gebeurt is gaat buiten de perken.
Niets kan er worden ongedaan.
Hoe heeft hij zoiets kunnen begaan.
Als het te laat is gaat men werken.
Voordien liet men nooit iets merken.
Zulke zaken moeten worden voorkomen.
Durft er niemand dan voor uitkomen?
Al stopt men ook de ogen in het zand
Eens dan valt men er toch mee door de mand.
CvdB

