gerrit achterberg
aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.
gerrit achterbergaan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.
roel houwinkde leegte is groot
tussen mijn hoofd en mijn hart
een weids niemandsland
waar driftig het onkruid groeit
en de steekmuggen thuis zijn
marc graneller komt een dag,
zonnig en rustig als deze,
waarop je met
volkomen onschuld
het begin van het
einde kent, de
eenzaamheid van alles
die jou, in je verslagenheid,
omringt.
en dan ontwaar je
een naamloze
dagdagelijkse geur,
een dof gerucht dat je voordien
niet hoorde.
en je wordt overvallen
door een lichtende schim
die de einder
verbrandt.
hannah kuipers
als het winter wordt
snoei ik mijn dromen
op bruikbare lengte
met elfenverstand tot kaboutermaat
weg het weerbarstige wilde
het wulpse weelderige
en woeste woekerende
wat overblijft is standaard
orde en regelmaat
kastklaar gepakt met een smaak van kamfer
doe ik de luiken dicht
maar hoe sterk is de lente
de geur van hamamelis
de kleur zonder kleur
van helleborus en vrouwenmantel
ik barst uit mijn knoppen
en word opnieuw geboren
met dromen zoeter dan ooit tevoren
niet te verteren
hoogstens te genieten
wat een leven
jean-pierre rawiede hemelboog wordt sedert weken
slechts door jouw sterrenbeeld beheerst,
en of ik nimmer had gekeken,
zie ik de wereld voor het eerst
ik heb de straten en de stegen
waarvan ik elke tegel weet
om jouwentwille liefgekregen
en met betekenis bekleed
en alle nooit van mij geweken
en steeds ondragelijker druk
verliest zijn dreiging vergeleken
met dit onmogelijk geluk
wat is geweest is om het even,
wat wordt van geen belang, zolang
ik zulke liefde nog kan geven
en zulke liefde nog ontvang
ik weet niet of dit nieuwe teken
mijn noodlot wel of niet vervult,
maar hart, ik sta voor deze weken
voor eeuwig bij je in de schuld.
johan van cauwenberge
even beeft de nacht.
wilde hazen zijn wij
die door de ochtend scheuren,
het opgeschrikte wild
door het geblaf der honden.
een mistig vlies tussen de bomen
trilt.
elk schiet zijn eigen weg
naar een ander leger;
wat heeft ons geraakt?
wie is er gewond?
wanneer jij bent verdwenen
hangt jouw geur nog in mijn vacht,
mijn zinnen in jouw vel gesneden,
de struikelwoorden genesteld
in de holte van jouw arm;
weg, en toch nooit weg,
naar een wereld waar nog niemand kwam
luuk gruwezhet sierlijkste is niet de zwaan, maar het water
waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt
en de rimpeling van vriendelijke huiver
die zij door haar stil bewegen weeft
het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel
waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt
(en rimpels toont als rimpelen in water)
en hoe een hand ontastbaar haast
verschuift over je huid
en hoe een streling dan
als een omhelzing van zichzelf
op jouw lichaam liggen gaat
terwijl mijn blik die niet blijvend
vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,
zoals wie ééns genodigd tot genot
daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.
xkwetsbaar
is elk gedicht
gevoel verpakt
in enk'le zinnen....
keerzijde
van m'n gezicht
emoties uitend
diep van binnen.......
anna malibran
dan opeens
de knotwilg
eenzaam
in het landschap
mijn oude vriend
met zijn gewrongen torso
en rechte tenen
mandhout
en ik word stil
streel de verweerde schors
die niet ruw schraapt
maar zachtjes ademhaalt
ik leg mijn hoofd
even
ertegen
ik kijk de holte in
rose ausländermaak weer water
uit mij
stromen wil ik
in de stroom
in de zee opnieuw
uitmonden
rutger koplandonze kaarten hebben we achtergelaten,
ergens, niet boos, niet weemoedig:
ze vertelden ons wat we al wisten,
waar we vandaan kwamen.
niet waar we waren.
reine wellenslangs het bruidsluierpad
wandelde hij
haar wereld binnen
ze hulde hem
in geurende kleren
dekte zijn jonge tederheid
onder zijde
bewonderde
hij verliet
door bramen haar dagen
ze staarde
weer in de nacht
vol - ledig ontbloot
rutger kopland
zo dwalen gedachten, dwalen ze zich herhalend
als beken door bergwei, altijd een beetje anders,
altijd een beetje hetzelfde, allemaal naar iets
verlangend, een ergens, elders, een herinnering
zoekend daar naartoe, en hun verlangen is niets
dan kracht van water, hun herinnering niets
dan oevers; ergens, elders zijn ze de zee.
monda de munckde beproevingen
die wij op onze weg ontmoetten
zijn niet deze die wij verwachtten
en het geluk dat ons te beurt valt
hadden wij nooit vermoed
vrees dus niet de dag van morgen
c.s. adema van scheltema
germain droogenbroodtvan alle verzen ooit geschreven
wil ik voor jou het laatste vers,
de laatste regel zijn, mijn licht,
mijn lente, mijn tastbaar leven
mijn vingers van satijn
zullen het ivoor van je lichaam bespelen
en met je streelvingers erotische tango's
en hartstochtelijke sevillanas dansen
als zoete najaarsdruiven
zal ik je haren lezen, één voor één,
en diepe meren van je ogen bevaren
ik zal me aan hun glinsters bedrinken
en aan de nectar van je onvergetelijke mond
en in je eigenste leven binnentreden
ring
![]() |
De InnerWorld Webring Sites over spiritualiteit, geneeswijzen en psychologische onderwerpen. | |
ring
![]() Webring voor spirituele sites. Volgende site | Willekeurige site | Lijst | Aanmelden Andere Webrings |
j. c. van schagenergens moet het zijn
een soort verwilderde tuin
van oude stilte
de boom voor het huis
zacht wazelt hij zijn verhaal
niemand begrijpt het
het heeft geregend
de tuin dampt goede geuren
aarde die verlangt
rutger koplandal zover weg dat je niet meer weet
of de stenen tegen de bergen nog
schapen zijn, een langzaam
omhoog rollende lawine
of al stenen,
dat je niet weet wat blijft.