alice nahon


de mensen doen hun masker af,
hun mooie-spelen moe-gedaan,
och arme, zij die levenslang
gemaskerd gaan
gemaskerd door hun eigen trots,
vergulde lach of kranke lust -
ze krijgen van geen enkele dag
wat avondrust
ze gaan, 'lijk zwervers, altijd door
langs dageraad en avondrood;
ze vinden nergens 't eigen huis
dan in de dood.
fragment uit 'maskers'

