Van de hoge nood een deugd maken - deel 2


Hoewel we in ons vorig artikel lieten weten dat we de geschiedenis van 'de pot' gingen terzijde laten, gaan we toch even piepen in de annalen van het toilet...
Veel van wat er in vroeger tijden gebeurde, is vastgelegd en beschreven in duizenden geschiedenisboeken. Nog meer echter is in de prullenmand verdwenen, vaak omdat het de moeite niet waard bleek om het te bewaren.
De vondsten die archeologen doen berusten dikwijls op toeval, het geluk helpt een handje, maar over een veelzijdig onderwerp als de stoelgang is doorgaans weinig te vinden. De oorzaak ligt vooral in het feit dat het in cultuuthistorisch perspectief nauwelijks interessant was om de wetenschap er zich mee bezig te houden. Nochtans bestonden er in 3000 voor Christus reeds toiletten. Ook bij de Babyloniërs zijn toiletten aangetroffen. In Egypte werden zelfs WC's gevonden in de graven. Daar leefde de gedachte dat ook de doden zich dienden te ontlasten!
De Egyptenaren trokken zich in hun huis terug om de behoefte te doen, terwijl de Grieken 'het' in het openbaar deden. In goed ingerichte kastelen (Middeleeuwen en later) moest men genoegen nemen door het achterwerk door een opening naar buiten te brengen, zodat de uitwerpselen in de slotgracht terechtkwamen.
Voor het gewone volk was het in die tijden normaal dat ze de behoefte deden waar het uitkwam. Niemand vond dat aanvankelijk vreemd, ondanks de doordringende geuren en gemakkelijke verspreiding van besmettelijke ziekten.
De eerste doorgedreven veranderingen kwamen er pas in de 18e eeuw. Ingrijpende hygiënische maatregelen werden noodzakelijk. Daarna werd alle aandacht gericht op het ontwikkelen van een toestel dat 'het zich in huis ontlasten' zou mogelijk maken.
In de loop der tijden zijn er heel wat benamingen voor de 'WC' in het leven geroepen. Momenteel zijn de woorden 'WC' en 'toilet' nog het meest gangbaar.
Wij komen hier zeker nog op terug...

































