Serie postkaarten Ros Beiaard.


Een serie postkaarten uitgegeven deoor de Vrije Pijndersgilde in samenwerking met de Fotografische Kring Dendermonde, vermoedelijk in 1990 of 2000.



Serie postkaarten Ros Beiaard.




Piet Moereels overleden.
Het overlijden werd ons gemeld van de heer Piet Moereels, 'Ere-Draeckenier tot Aelst'. Piet was 'hippoloog', een paardenkenner, en wist dit steeds op zeer spirituele wijze te verwerken en aan te brengen in verband met de gezonde rivaliteit tussen Aalst en Dendermonde. Zijn verbondeheid met de 'klassiekers' en zijn gehechtheid aan paarden kwam vaak tot uiting in de teksten die hij hieromtrent schreef. We herinneren ons een artikel van Piet uit 1963 met als titel 'Staarten zonder paard' dat werd opgenomen in de brochure 'Mijn Paard schoon Paard', uitgegeven naar aanleiding van de Ros Beiaardommegang 1990 (Dendermonde). Ook zijn voordracht op de 'Paardenzitting' te Aalst in 1975 zullen velen onthouden hebben.
Onze ludieken Dèrremonse woordenboek.
Op vraag van enkelen die onze ludieke Dèrremonse woordenboek kennen uit het verleden publiceren wij deze graag (in delen uiteraard) op deze blog. Misschien zullen velen niet altijd akkoord zijn met de verklaring die wij eraan geven, maar daarom is het nu eenmaal een ludiek woordenboek.
Wielrenner...

Stedelijke politie anno 1956.



Stadia van 'voorkomen' - deel 2
Zoals beloofd in deel 1 breien we hier een vervolg aan ons artikel... We hebben het nog steeds over ons zelfde 'voorbeeld'.
Reuzen 1988.

Reuzen en dragers in 1954.


De ultieme waarheid over de Aalstenaars...

Onderhavige bijdrage putten wij uit een verslag van een onderzoek van een college van professoren, volkskundigen, psychiaters, rechtsgeleerden en oudheidkundigen. Tien jaar heeft het onderzoek in beslag genomen. Tal van discussies werden gevoerd in de schoot van dit college. Toch moeten wij meedelen dat de selectie van de collegeleden zeer zorgvuldig is gebeurd, opdat de volledige onvooringenomenheid zou zijn gewaarborgd.
De bevindingen van het college:
Na ernstig onderzoek en rijp beraad is het college in concensus tot volgende bevindingen gekomen.
De vestiging Dendermonde is ouder dan dat algemeen wordt aangenomen, en is ontstaan kort na de zondvloed. Toen het water wegtrok vestigden zich hier de eerste bewoners, afstammelingen van Noach, en dit wegens de uitzonderlijk goede ligging. De duiven, dewelke zich heden ten dage nog steeds in talrijke kolonies, in en rond Dendermonde bevinden, stammen rechtstreeks af van deze door Noach vrijgelaten.
De vestiging kende een enorme bloei en welvaart, welke eeuwenlang zou duren. Dit bracht mede dat na verloop van tijd, allerlei duistere figuren in en om de stad neerstreken.
De toenmalige heersers van de stad besloten een modelinrichting te bouwen waar die individuën door middel van vooruitstrevende herscholingsprogramma's tot volwaardige en respectabele burgers konden worden omgevormd. De omscholing kende een groot succes, enkel een bepaalde stam, de Ajuinobieten, waren voor herscholing niet ontvankelijk. Het was onmogelijk de Ajuinobieten iets bij te brengen door het gebrek aan intelligentie. Er werden onmiddellijk maatregelen genomen de stamleden werden buiten de stadsmuren gezet. Zij werden verbannen naar een plaatsje met name 'Alostrum', enkele kilometers buiten Dendermonde. De ontleding van die naam staaft de thesis; A = ajuin / los = lossen, gelosten / trum = plaats > dus Alostrum = plaats waar de Ajuinen gelost werden.
Uit de rapporten van een professor emiritus, die deel uitmaakte van het onderzoekscollege blijkt dat de aanwezigheid van een weliswaar onbewuste reflex, om al wat met de stad Dendermonde te maken heeft, te bespotten, veroorzaakt wordt door een minderwaardigheidscomplex dezer Ajuinobieten. Dit complex wordt gecamoufleerd door grootspraak.
Dat deze Ajuinobieten zich niet schamen om flagrante leugens te verspreiden om aanspraak te kunnen maken op bezittingen van de stad Dendermonde, kadert in een psychiatrisch totaalbeeld en is het gevolg van hun levenswijze.
Bewezen is eveneens, dat sommige bestanddelen van het uiengewas de hersencellen zwaar aantasten en aldus waanvoorstellingen teweegbrengen. Dat zij zich in de loop der tijden 'Kaiserlycke stede' zijn gaan noemen staaft deze stelling.
Toen Keizer Karel op de hoogte werd gesteld van het bestaan van Alostrum, wou hij zich persoonlijk van de toestand vergewissen. Vergezeld van Dendermondse ridders, geroemd om hun moed en dapperheid, bezocht hij het plaatsje. Doch, ook hij diende zijn pogingen om deze stam enige vorming te geven, te staken. Hij verleende Alostrum de titel 'wederopvoedingskolonie', wat door de Ajuinobieten verkeerdelijk als 'vrijheids- en stadskeure' werd beschouwd.
Tot zover het verslag.

Stadia van 'voorkomen' na verbruik van pinten - deel 1
In feite konden we dit hoofdstuk ook beginnen met de titel "Stadia van dronkenschap", maar uit ervaring weten we dat 'dronkenschap' niet zo'n bijster goede indruk geeft.
De Reuzen in 1963.


Jubileum?


Een 'Peird' van Sint-Gillis

Blijkt, enfin, blijkt..., er is voldoende bewijskracht dat de Aalstenaars reeds meerdere malen de vraag hebben gesteld om het Ros Beiaard in de Aalsterse stoet te laten 'paraderen'. Volgens het "Ros-Beiaardhandvest" is dit volkomen uitgesloten. Het enige échte Ros Beiaard van Dendermonde mag niet buiten de 'stadsmuren', laat staan naar Aalst! In 1935 werd ook diezelfde vraag gesteld en kreeg men zowaar een negatief antwoord. In dat jaar werd echter een 'Ros Beiaard' in de stoet gezien, het was eigendom van de Ros Beiaardvrienden uit Sint-Gillis (thans deelgemeente van Dendermonde). Wij vermoeden dat het gaat om 'het Peird van den Halt'.

Azze'k ik mennister was...
Gedragingen.
In ons volgend deel omtrent de'studie van het cafébezoek' hebben we het over de 'gedragingen' van de cafébezoeker.
Een doorn in het oog...


Drinken is...

De meningen over “drinken” liggen ver uiteen. Voor sommigen betekent dit het begin van alle miserie, zelfs al gaat het om een drietal pinten op een ganse week. Voor anderen kan drinken dan weer gemist worden om te overleven, zij het dan wel ‘pinten drinken’. Nog anderen kunnen zich niet amuseren als ze niet gedronken hebben (of mogen drinken). Deze laatste zijn dan de grote tegenstanders van de wet op de alcohol, de beteugeling van de dronkenschap en last but not least de verlaging van het alcoholgehalte voor de bestuurders van voertuigen.
Volgens sommigen is drinken zelfs een kunst! Een kunst die aan weinigen is gegeven. ‘Kunnen drinken’ wordt hier dan wellicht bedoeld. In feite is ‘drinken’ op zichzelf een aangeboren kunst die begint aan de tepel van de moederborst. Daar blijkt men al van in het aanvangsstadium te zitten van deze bepaalde techniek. Ja, op dat moment is het een kwestie van timing en tempo. Dat heb je of je hebt het niet. Wetenschappers en ingezetenen hebben het dan over ‘het feilloze instinct om de kunst van het drinken op een optimale wijze te beoefenen…”.
De manier waarop een pint van de tapkast wordt genomen, ze aan de lippen wordt gezet, waarop de eerste slok wordt genomen en de graad van enthousiasme zijn van groot belang. Echte drinkers lijken nooit laaiend geestdriftig. Ze houden rekening met de wet van de natuur, en ‘de dorstige laven’ als een werk van barmhartigheid en zodoende vinden zij dat er geen enkele reden is tot overhaasting bij het drinken van een glaasje. Zij gaan ook nooit idioot gaan doen en staan brullen van ‘we gaan d’r ene pakken:’… Zij die zich anders gedragen zijn eerder ‘gelegenheidsdrinkers, die zich willen laten gelden als ‘ervaren gebruikers’ van het bier…
Nochtans is drinken de normaalste zaak van de wereld. Stel je voor dat je in de hedendaagse wereld moet sterven van dorst, terwijl er zo enorm veel cafés te uwer beschikking staan…
Normalerwijze zijn we ons bewust van het opvangen van een signaal dat onze lever geeft. De lever maakt onze hersenen op een discrete manier duidelijk dat we dorst hebben. We gaan daar dan meestal onmiddellijk op in. Bij een echte drinker ligt het anders, die wacht met opzet en geeft niet toe aan de nood van de lever. Hij kent zijn orgaan en weet dat het enkel uit is op vocht, zelfs op de meest onmogelijke tijdstippen. Continu worden signalen uitgezonden… Geef je er aan toe dan kom je vaak in de meest hachelijke situaties terecht. Er gaat eigenlijk wel een nieuwe wereld open, een oeverloze wereld zonder zorgen die gaat van ‘licht aangeschoten’ tot ‘ladderzat’. Ondertussen gebeuren onverklaarbare dingen, men wordt ontheven aan de zwaartekracht en dergelijke…
Outsiders gebruiken terminologie als ‘onder invloed’, ‘in beschonken toestand’, ‘in kennelijke staat’ om het een beetje beschaafd te houden. Ons dialect laat echter andere uitspraken toe. We denken ondermeer aan ‘goe brouin’, ‘zwèrtzat’, ‘poepeloere’, ‘krimmenéil’, ‘goe gelouë’, ‘â-j-éi miër as genoeg’, ‘â-j-éid’ e kalleken oën’, ‘een pèir oën’, turrelut’, ‘goe gelampèt’, en nog vele andere… Ook wordt de theorie rond de studie van het menselijk lichaam ontwricht door uitdrukkingen zoals ‘â lup ni gemakkelaik’, ‘â-j-éi floere biëne’, ‘a-j-éi zjizjippe biëne’, en nog veel meer…
Soms ontstaan toestanden waarbij men zichzelf niet meer in de hand heeft. De in normale toestand meest bedeesde persoon gaat nu het spreekgestoelte bestijgen en zich ontpoppen als de meest begaafde spreker die zelfs Guy Verhofstadt doet blozen. Hij die in het dagelijks leven geen noot muziek kent zingt na een tijdje met verheven stem en uit volle borst, zonder ook maar één valse klant te produceren. En desnoods met veel ‘kruisen’ en ‘bemols’ aan de sleutel worden de moeilijkste aria’s en operettes gezongen… Vaak kennen die mensen plots verschillende talen!
Anderen gaan filosoferen en hebben zowaar een verleden waar eenieder van verbaasd raakt. Soms hebben ze zelfs universitaire centra doorlopen en gestudeerd voor één of ander notoir beroep…
De dag nadien van niets meer weten lijkt ook een fenomeen bij velen. Als je ze dan iets vertelt over hun esbattementen ben je de grootste leugenaar en huichelaar die op de wereld rondloopt!
Je hebt ook nog anderen. Ze worden goeie moppentappers, dansers, … tja, een mens kan blijkbaar veel na het drinken van een pint…
Pèrrewètte moëke...
In Oilsjt zain z’r toch ni gerist in zènne…
Ik èm d’r in Oilsjt wèrral isj gewéist gewuën ouit kerjéizetait en ik vin dâ ze d’r niks gerist in zain… Mè dingke mè dâ ze d’r véil pèrrewètte luëpe te moeke en zéinewachteg luëpe te doen… Dâ zâ nâ toch uëk ni zain omdâ Leterme prèmjéi gewèrren is nowô. En vèr dâ voetbalploegske zâ ’t uëk ni zain want die spéile al langk nimmer in iëste klas, zuëdus vèr t’ Européis voetbal moete z’éir uëk gin zéine moeke!
Ik pèis dâ’t ammel te moeken éit mè ’t Pèirt. Alleman lupt d’r te sjikkanéire, ze luëpe d’r ammel mè-j-éir gat toegenéipê, alléi ik wéit ni wâ dâ’k er wèrral moet va pèize…
We zinge wéir attait mor van “die van Oilsjt die zain zuë koet”, mor m!è dingke mè dâ ze nimmer koet zain mor dievelsbenaat! ’t Is pessies of dad’ in Oilsjt de wèirelt goë vergoën omdâ binne twië joër in Dèrremonde ’t Pèirt ouitgoët! Wéir ier bè-j-ons zain attait benaat dâ me’t nimmer zèlle zien en doër zain ze pessies benaat vèr ’t wel te zien!
Be-j-ons zègge ze van iëne dâ benaat is, “â zitj mè-j-’n ei in zan ol”, zouin ze doër zègge “â zitj mè nen ajoin in zâ gat”???
(Piër van Tatjes)

'Drinken in het lied en in de spreuk'

Bobbejaan Schoepen zette jaren geleden een Nederlandse tekst op een liedje dat door menig jazzfanaat gekend is onder de titel ‘Beautiful dreamer’. Het werd ‘Café zonder bier’. Aan elke strofe breidde hij een slot: “niets is zo erg als een café zonder bier”…
Voor een echte bierdrinker is dat inderdaad wel een waarheid en zelfs een serieuze ramp. Voor degene die echt thuis buiten stapt om zijn dagelijks pintje te gaan verbruiken in zijn stamkroeg zou het hard zijn mocht telkens wanneer hij arriveert de baas of de bazin melden dat er geen druppel bier meer in huis is…
Bij het schrijven van teksten in de muziekwereld en het componeren van liederen werd in het verleden blijkbaar al veel dorst geleden. We komen op deze gedachte bij het zoeken naar titels van ‘drinkliederen’. Neem nu ‘Trink brutherlein trink’, ‘Ein prosit’, ‘Santé, santé, santé, geef ons nog ‘nen toernee…’, ‘Drinken, drinken, drinken tot als we zinken, zinken, zinken’, ‘Denk steeds aan die grote glazen, met dat lekker schuimend bier’, en vele vele andere.
Soms worden ook wel eens liederen ten gehore gebracht die de grote brouwerijen niet zo graag horen. Denk maar aan: ‘Ach vaderlief, toe drink niet meer…’. Ze zien bij het horen van dergelijke songs hun immense productie dalen.
De ‘uitvinders’ van spreuken op bijvoorbeeld de gekende (bruingekleurde plaasteren maar als hout uitziende) ophangbordjes, werden rijk enkel en alleen door de verkoop van het memorabele ‘In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier’… Andere bekende opschriften zijn: ‘Met bier en zang leeft men lang’, ‘Schol, als ge niet drinkt, blijft het vol’, ‘Onze lieve Heer veranderde water in wijn, waarom zou drinken dan een zonde zijn?’, ‘Gaan we heen of drinken we er nog één?’… En wat denk je van deze: ‘Ach voëderlief toe dringk nemiër, of mèire doed’ aan appel wèrral zjiër…”.
“Van dronkenschap zijn er meer bedorven
Dan onder ’t zwaard gestorven”.
“Kaars, keurs en kan
Bederven menig man”
“Ze dronken een glas, ze pisten een plas,
Ze lieten de zaak, zoals die was”.
“Zatte monden spreken nuchtere gronden”.
“Het drinken leert de mens het eerst, daarna pas eten.
Men zal daarom uit dankbaarheid het drinken niet vergeten”.
“Een lekker bier, een smulle pijp,
Maakt harten warm, gedachten rijp”.
Verkeerdelijke informatie???

1 reactie op dit bericht
prentkaarten