Verkeerdelijke informatie???

Of was u toch niet bij de neus genomen en dacht u onmiddellijk aan een aprilgrap????

Verkeerdelijke informatie???

Vanuit Aalst...
Het spel zit op de wagen bij onze buren van het Ajuinendorp! Ze hebben het door dat het menens is door het feit dat de Vier Heemskinderen gekend zijn. Ze zullen het begrijpen dat er nu geen stap meer terug is. Ze weten nu dat er zal en moet een Ros Beiaardommegang zijn in 2010!
Buiten de waard gerekend...

De uitbaters van de kroegen zijn eveneens een belangrijk onderdeel in de studie van het cafébezoek. De klassieke regels van de waard zoals ‘hij of zij moet kunnen zwijgen’, ‘ze mogen niet jaloers zijn van elkaar’, ‘ze moeten met het kliënteel kunnen meepraten’ enzomeer, zijn al voldoende bekend, vandaar dat wij er niet over uitweiden.
Er zijn ook nog tal van ‘nevenverschijnselen’ om het met een beredeneerde term te noemen. Vaak hoort men al eens zeggen: “Ik ga daar liever binnen als zij achter de toog staat…”, of “hij zou beter vanachter zijnen toog blijven”… Dat hangt natuurlijk veelal af van de ingesteldheid van de klant zelf.
Er is inderdaad wel een verschijnsel onder de cafébazen en –bazinnen dat niet altijd opportuun is. In sommige zaken krijgt een niet-dagelijkse klant soms minder aandacht dan de dagelijkse bezoeker. In feite is dit juist een verkeerde stelling. De minder regelmatige klant kan een dagelijkse klant worden, hij blijft dus altijd een potentiële klant…
De sfeer in een herberg staat of valt met de uitbater(s), dat is een vaststaand gegeven. Zij, man of vrouw, zijn de spil waarrond alles draait. Ze zijn als ware het onverbiddelijke centrum van hun eigen ‘sociaal instituut’ en niets menselijks mag hen vreemd zijn. Betreft het een uitbaatster, loopt zij wel meer risico soms de aanleiding te zijn tot ongepaste scherts en zotternij. Met alle respect, maar homo’s die en café uitbaten kunnen ook met dit probleem worden geconfronteerd, afhandelijk van het kliënteel.
Uitbaters moeten kunnen luisteren naar de meeste (soms minder voor de hand liggende) problemen. Ze moeten aandacht schenken aan het geklaag van de klant, al gaat het nu over ziektes, ongemakken, financiële problemen, liefdesperikelen, en veel vijven en zessen… Zij worden hiervoor soms geacht en zelfs geëerd, en niet zelden zelfs bemind. Ze worden aanzien als biechtvader of – moeder.
Het is dus meer dan het tappen van een pint met een ideale schuimkraag of ‘col’. Ze moeten hun ‘pappenheimers’ door en door kennen. Er mogen in feite geen geheimen bestaan tussen de stamgasten en de uitbater(s), wél een nauwe band van verstandhouding. Ze moeten mekaar begrijpen, zelfs zonder dat één woord wordt gesproken.
Een ‘kastelein’ moet ook alles horen en zien. Hij moet zien wanneer de muziek een tikkeltje harder moet, of stiller. Harder, omdat soms een vaste klant zijn vloeken te zeer opeenstapelt en daardoor de andere aanwezigen kan storen. Harder omdat een klant die te diep in het glas keek zodanig aan het brabbelen is dat andere stamgasten er geen aanstoot kunnen aan nemen. Harder, om eens over iets te kunnen praten met een klant over een onderwerp waar anderen geen snars hoeven van te weten…
Stiller, wanneer er klanten zijn die ‘last’ hebben van de dag ervoor. Stiller, om er een gezellige sfeer op na te houden…
Vaak ziet hij of zij veel, soms té veel, maar laten dit nooit blijken. Wanneer in nood moet tussengekomen worden, zal dat gebeuren op een autoritaire manier, liefst met nog enige vriendelijke toon… Ja, ze moeten af en toe ook hard kunnen zijn. Hard, op een manier die zo gesofisticeerd is dat de klant tegen wie werd opgetreden ’s anderendaags toch terug komt en misschien zelfs zijn verontschuldigingen aanbiedt.
Wanneer klanten te eigen worden, te familiair, moet hij of zij ook optreden. Omgang met kliënteel moet geraffineerd gebeuren, indien mogelijk met inachtname van de regel ‘iedereen gelijk voor de wet’…
Meepraten is belangrijk. Zelf houden ze best de bek in hun pluimen. Ze brengen zelf geen gesprekken over iemand op gang. We zegden duidelijk ‘meepraten’…
Te zachte uitbaters hebben het vaak moeilijk. Ze schenken zichzelf vaak onbaatzuchtig weg door te zeggen:”de volgende is ene van mij”…Een uitbater hoeft dat eigenlijk niet te doen. De beenhouwer schenk ook geen gratis vlees weg en de bakker geen koffiekoeken of brood. En als hij het doet, doet hij het beter in een andere herberg…
't Wéir...Goe wéir en slècht wéir... dâ zain faitelaik d'iënegste saurte vâ wéir dâ me wéir ier kènne nowô. 't Is t' iën of t' ander want anders zitje zonder wéir en dad' is uëk al iet.
Sèrrewaurdeg is't e vrië wéir. 't Kan vantait op iëne dag van alle wéir zain. Mor de lèsten tait moete me't nemiër op Eddy De Mèi stéike want â kom nimmer op den tèllevies. ’t Zain ander dad’ ons bloëze waismoëke naa…
Ne mènsj kan vantait mè-j-auver 't wéir te klappe toch wel iet téigekommen uëk zènne. Ik stond auver ne gillen auverlèst te klappe mè manne gebier en è poër ouize vajjer kwamp d'r è vraamènsj bouite wordâ'k ni te véil moet van èmme. Nâ zèi 'k ik op dië momèntj: "'t Zâ gon rèigene want de vloëge komme bouite". Op dië zèlde momèntj ang manne gebier zan vraa-j-éir zjust mè-j-éire kop déir de vainsjter van de sloëpkoëmer... en die pèisdege vanèige dâ't op éir was nowô! Alléi vèr alles te vertèlle 't is van tèn léin dâ z'alletwië e waurt gesprauken èmme. Zèi zâ koët zain en manne gebier zâ nimmer mauge klappe! Vanaf tèn trèkke mè van't wéir ni véil nimmer oën. Ik pakke't gelèk as dâ 't komt, goed of ni goed! Mor ge zèlt er mè ni gaa nog iet uëren auver zègge auver ’t wéir…
(Piër van Tatjes)
Aan de toog...


Lachcabaret...


Het moet maar zo goed niet zijn!
In eten en drinken hoeft de Vlaming voor niemand het hoofd te buigen. Waren onze voorouders reeds ten tijde van Julius Caesar befaamd voor hun 'mede', een uit gegiste honing gemaakte drank, die ze zonder blikken of blozen kwistig door hun keelgat goten, dan genieten wij, meer dan twintig eeuwen later nog steeds de reputatie de meest degelijke bierdrinkers van de wereld te zijn.
Heet, zeer heet van de naald!!!!!!!!
Wij vernamen zonet van een lid van het Ros Beiaardcomité, dat voor het grootste deel is samengesteld uit gemeenteraadsleden dat de Vier Heemskinderen voor de Ommegang van 30 mei 2010 bekend zijn. We werden wel duidelijk gesteld dat noch in de krant, noch via een ander kanaal de namen mogen bekend gemaakt worden. Die eer wordt aan de burgemeester gelaten, die dit eerstdaags dan ook zal doen via de media! Toch een hele geruststelling als u het ons vraagt. In het verleden is het echter nog nooit écht een probleem geweest, doch het houdt de Dendermondenaar eigenlijk wel bezig. Dat is dus bij deze een zorg minder! Wij komen eerstdaags met meer informatie.




"De Vier Aymonskinderen jent, met blanken zweerd in d'hand!"
Een studie van 't cafébezoek...
Geïntrigeerd door de ongeschreven regels en gedragscodes aangaande het cafébezoek, die we graag omschrijven als een 'wonderlijke sociale vluchtheuvel', bezoeken wij al een aantal jaren héél wat cafés. Wij observeren de 'houders' en de klanten, en dit allemaal terwijl we rustig een koffie of een 'plat waterken' drinken...
In 't kot...


Een dzjaske...


The Jupiler Singers




Een of andere maatschappij...

Wij kwamen in het bezit van onderstaande foto, waarvan wij niet weten waar of bij welke gelegenheid deze is genomen. Wij herkennen wel enkele mensen, waaronder 'Sieken Decker' (uiterst links), met daarnaast Louis Scholliers. Onderaan met de accordeon zien we Willy Scholliers en rechts onderaan met de armband, ene Bosteels...
Weet u waar deze foto, of bij welke gelegenheid deze werd genomen willen wij dit heel graag vernemen. Indien u mensen herkent, naast degenen die wij reeds noemden, laat het ons gerust weten.
Louis Scholliers liet ons een mail geworden met volgende aanvulling (waarvoor onze welgemeende dank!):
1e rij: 3e van L: Triempont ... (was vroeger uitbater van de herberg op de hoek van de Oude Vest en de Dijkstraat waar thans Bistro Akademie is gevestigd) - 4e van L (met pet) Philemon Van Der Straeten (was smid op de Oude Vest) - daarnaast (met witte blouse) zijn echtgenote Maria Vertongen. Naast deze dame (R) Julien Roman (Julien Tod)(?) of Pros De Clippel (?). Half verscholen achter deze dame staat Jozef Walraevens, uitbater van de herberg. Tussen de twee dames (met bloemen) Frans Hofman en rechts daarvan, Meester Wilbers van de vakschool, en de echtgenote van Jozef Walraevens, Clementine.... Boven (rechts) Dia ... met links van haar Hermine Triempont.
Wij menen ook nog Desiré De Clippel (toen politieagent) te herkennen tussen Philemon Van Der Straeten en Maria Vertongen. De kinderen helemaal bovenaan in het midden lijken ons ook van de familie Triempont te zijn. De jongen links bovenaan (achter de toog) is Rudy Scholliers (zoon van Willy).
We vernamen ondertussen dat het gaat om een foto van een feestje van de aldaar gevestigde spaarmaatschappij.
Liedje van 'het Keur'


Even vergelijken...


Liekestekst - De Méilenbèireg
Z’èmme nuët nog ni geschréive, oe dâ ze doër de Zondag léive
op de Méilenbèireg.
Dâ’k ni benaat was van die waive, ik zouë zelf em brifke schraive
op de Méilenbèireg.
De manne spéile mè de douive en loëten éir sènge schouive
op de Méilenbèireg
Terwail die manne konkurréire, stoën die waive te lamméire
op de Méilenbèireg.
Het is ‘t snoenes tait vèr t’ éite, de Zjef kom touis mè zan kéive
op de Méilenbèireg.
Zâ waif moet nor den biënaar luëpe, z’ is vergéite vliës te kuëpe
op de Méilenbèireg.
A pak zâ waif d’r mè-j-éir kéile, â begintj d’r op te spéile
op de Méilenbèireg.
Mè dâ sloëge en dâ spéile, dorméi-j-èmme ze tèn g’éite
op de Méilenbèireg.
Ge moet et â mor isj reskéire vèr dor ‘t sondogs te passéire
op de Méilenbèireg.
Ge pèisd’ in â-j-èige vâ wor blaift dad’ ammel komme
op de Méilenbèireg.
G’ètj er doër van alle kéize, g’ètj gamèins en g’ètj snotnéize
op de Méilenbèireg.
Kinnjere die mô rèzzekes kènne luëpe spréike doër vâ kinnjere kuëpe
op de Méilenbèireg.
Goët er ‘t soëves noër den tiene en loitsj ze doër ne frang verdiene
op de Méilenbèireg.
Ge goëd’ e kabardoesjke binne ge zèltj die waive d’r wel vinne
op de Méilenbèireg.
Ge zèltj die waive d’r zien danse en die manne stoën te zwanze
op de Méilenbèireg.
Mor al dâ danse en dâ ploëge schitj ni-j-ouit zonder wâ sloëge
op de Méilenbèireg.
Leonard Van Den Brempt en 'Wieze Looze'
tijdens één van de vele feestelijkheden
op de Molenberg (de Méilenbèireg).
Onze politie in het verleden.
We rakelen nog even de herinnering op aan de politie van onze stad, lang voor de hervorming. Toen hoorden we nog vaak eens de uitdrukking "Iëre 't is tait", en dit bij de avondsluiting van de herbergen...


Balatummiserie...
Hoewel de hele wereld op de hoogte is van het feit dat de Aalstenaars ziek van jaloersheid zijn om het edele Ros Beiaard van Dendermonde, hebben zij zich indertijd ingespannen om een gelijkaardig 'juweel' te bouwen... Het resultaat is echter maar pover. Men kan het zelfs geen imitatie noemen van het enige échte Ros Beiaard. Als u dat ellendig sakrament van Aalst al eens duchtig hebt bekeken zal u deze stelling onmiddellijk beamen. Er is hoegenaamd geen vergelijking mogelijk! Gelukkiglijk voor de Ajuinen, zijn ze in daar nogal rap tevreden en daardoor werd het Oilsjters Peird het schoonste monument van de stad!
HELP! Ze pikken ons Peird!


Liedjesteksten.

