Even vergelijken...



Even vergelijken...


Liekestekst - De Méilenbèireg
Z’èmme nuët nog ni geschréive, oe dâ ze doër de Zondag léive
op de Méilenbèireg.
Dâ’k ni benaat was van die waive, ik zouë zelf em brifke schraive
op de Méilenbèireg.
De manne spéile mè de douive en loëten éir sènge schouive
op de Méilenbèireg
Terwail die manne konkurréire, stoën die waive te lamméire
op de Méilenbèireg.
Het is ‘t snoenes tait vèr t’ éite, de Zjef kom touis mè zan kéive
op de Méilenbèireg.
Zâ waif moet nor den biënaar luëpe, z’ is vergéite vliës te kuëpe
op de Méilenbèireg.
A pak zâ waif d’r mè-j-éir kéile, â begintj d’r op te spéile
op de Méilenbèireg.
Mè dâ sloëge en dâ spéile, dorméi-j-èmme ze tèn g’éite
op de Méilenbèireg.
Ge moet et â mor isj reskéire vèr dor ‘t sondogs te passéire
op de Méilenbèireg.
Ge pèisd’ in â-j-èige vâ wor blaift dad’ ammel komme
op de Méilenbèireg.
G’ètj er doër van alle kéize, g’ètj gamèins en g’ètj snotnéize
op de Méilenbèireg.
Kinnjere die mô rèzzekes kènne luëpe spréike doër vâ kinnjere kuëpe
op de Méilenbèireg.
Goët er ‘t soëves noër den tiene en loitsj ze doër ne frang verdiene
op de Méilenbèireg.
Ge goëd’ e kabardoesjke binne ge zèltj die waive d’r wel vinne
op de Méilenbèireg.
Ge zèltj die waive d’r zien danse en die manne stoën te zwanze
op de Méilenbèireg.
Mor al dâ danse en dâ ploëge schitj ni-j-ouit zonder wâ sloëge
op de Méilenbèireg.
Leonard Van Den Brempt en 'Wieze Looze'
tijdens één van de vele feestelijkheden
op de Molenberg (de Méilenbèireg).
Onze politie in het verleden.
We rakelen nog even de herinnering op aan de politie van onze stad, lang voor de hervorming. Toen hoorden we nog vaak eens de uitdrukking "Iëre 't is tait", en dit bij de avondsluiting van de herbergen...


Balatummiserie...
Hoewel de hele wereld op de hoogte is van het feit dat de Aalstenaars ziek van jaloersheid zijn om het edele Ros Beiaard van Dendermonde, hebben zij zich indertijd ingespannen om een gelijkaardig 'juweel' te bouwen... Het resultaat is echter maar pover. Men kan het zelfs geen imitatie noemen van het enige échte Ros Beiaard. Als u dat ellendig sakrament van Aalst al eens duchtig hebt bekeken zal u deze stelling onmiddellijk beamen. Er is hoegenaamd geen vergelijking mogelijk! Gelukkiglijk voor de Ajuinen, zijn ze in daar nogal rap tevreden en daardoor werd het Oilsjters Peird het schoonste monument van de stad!
HELP! Ze pikken ons Peird!


Liedjesteksten.


Hymne aan Beiaard...


Dendermondse herbergen in het verleden.
Ons volk, dus ook de Dendermondenaars, staan bekend als als een volk van bierdrinkers. Uit overleveringen hebben wij geleerd dat het bier voor het gewone volk was en dat men wijn als een luxe-artikel beschouwde. Bier werd gedronken als water, maar als men weet dat het toen de gewoonte was om alles te pekelen, omdat het de enige bewaringsmethode was, is dat nogal logisch. Het was een volksdrank dat bij menige gelegenheid werd geschonken.
De overheid hield keurig toezicht op de prijs van het gerstenat zodat de bevolking zich om financiële reden niet diende in te houden. Bier wordt trouwens al veel langer gedronken dan thee en koffie, die vonden pas hun ingang zo'n twee eeuwen geleden. Ook de sterkere alcoholische dranken kwamen pas aan bod in de 19e eeuw.
Bier heeft eigenlijk wel de meeste verbintenis met het café, de herberg, 'de stammenéi', de kroeg, de taverne, de kantine, de brasserie, de tapperij, het bierhuis, de bar, de pub...
Reeds eeuwenlang vervullen de herbergen een belangrijke en meerledige functie in onze samenleving. Op economisch vlak stimuleerden ze in aanzienlijke mate het bierverbruik en deden ze dienst als lokalen waar allerlei transacties werden afgesloten. Op politiek vlak werden ze vaak gebruikt als vergaderlokaal voor de platselijke overheid, als plaats waar ordonnanties werden bekendgemaakt en gasten aan de vergadertafel werden uitgenodigd... Op sociaal en cultureel vlak stonden ze open voor het herbergen van reizigers, voor muziek en dans, voor discussies en allerlei vormen van ontspanning.
Documentatie die voorhanden is in het stedelijk archief leerde ons dat in 1910 zowat honderd cafés in onze stad waren gevestigd! In 1948 waren dit er liefst 181, terwijl onze stad op dat ogenblik 9328 inwoners telde. Een kleine berekening resulteert dat er toen 1 herberg was per 51,5 inwoners... Zeven jaar later, in 1955 was er een achteruitgang van meer dan 50%. De stad telde toen nog 72 herbergen.



De 'vete'.

't Stat van Dèrremonde.

Uit de oude doos.
We diepten nog een foto op uit de oude doos. Een beeld van een Minerva-tentoonstelling door J. Mes ter hoogte van Café 'de Katholieke Burgerskring' aan de Kerkstraat. Thans is daar CC Belgica gevestigd en Huis 'Van Winckel'. (Op de foto klikken voor een vergroting).
De kleinzoon van Napoleon!


Ken uw politiekers.


Een duistere figuur.

Sedert enkele dagen sluipt een duister figuur rond in de stad. Wie het ook moge wezen, de ‘schim’ werd al waargenomen op verschillende plaatsen in de stad, zoals aan de Kazernestraat, achter het stadhuis, in het Guldenhoofd, op de parking van het Administratief Centrum, op de Noordlaan en aan de Schelde. Vreemd genoeg werd hij of zij telkens gezien als de duisternis is gevallen. De gesluierde man of vrouw verdwijnt telkens iemand in de buurt komt. Er worden regelmatig lichtflitsen waargenomen in de buurt waar de duistere figuur zich ophoudt. Zijn dit flitsen van een fototoestel dat hij of zij gebruikt? Zijn het andere onverklaarbare verschijnselen? Wie zal het zeggen?
We denken niet onmiddellijk aan de geest van Kludde, waarvan we de legende maar al te goed kennen, we gaan het eerder in een andere richting zoeken…
In 1952 kwamen de Aalstenaars, vermomd als journalisten, zich informeren over het Ros Beiaard en konden ze op die manier de (uiteindelijk toch mislukte) paardenroof voorbereiden. Willen zij revanche nemen en tegen 2010 toch een raid uitvoeren op onze stad om ons Ros naar Aalsters gebied te ontvoeren?
Bij de stedelijke politie lijkt men echter van niets te weten en kwamen hieromtrent nog geen meldingen binnen.
Het probleem zal worden voorgelegd op de eerstvolgende bijeenkomst van het Ros Beiaardcomité en ook in de komende gemeenteraad zal hierover geïnterpelleerd worden.
Dus, Dendermondenaars wees op uw hoede! Laat niets gebeuren waardoor onze Ros Beiaardommegang van 2010 in het gedrang zou komen!
Ze zitten al op hun paard in Aalst!

Op het ogenblik dat wij dit stukje schrijven (nog 793 dagen!) zitten ze in Aalst om te zeggen al op hun paard… Een ontmoeting met twee Aalstenaars laat ons sterk vermoeden dat hun bezorgdheid reeds groot is.”Zijn ze al aan de voorbereidingen bezig?”, “Is er al vergadering geweest voor de Ros Beiaardommegang?”, zijn vragen die hen nu al bezighouden. Wat moeten we daar nu weer achter zoeken? Zijn ze werkelijk zo bezorgd? Zijn ze al aan het beramen wat ze allemaal kunnen uitrichten om Dendermonde weer een poets te bakken? Wie zal het weten?
Waar ze niets over zeggen zijn dingen zoals “Hopelijk is het beter weer dan in 2000!”. Tja, veel slechter kan het althans niet worden.
Wanneer wij ons zelf naar Aalst begeven horen we niets… de enige stille getuige is Dirk Martens, alias de “Zwètte Maan”, maar die zegt ook niets. Men zwijgt er in alle talen! Moeten we daaruit besluiten dat de nakende Ros Beiaardommegang hen toch nog niet bezighoudt en dat enkel de twee Aalstenaars die om één of andere reden op Dendermonds grondgebied vertoefden ons enkele vragen stelden omdat ze hier waren? Ik weet het niet...
Bij de Dendermondenaars ligt het enigszins anders… Hun meningen, enfin hun veronderstellingen verschillen enorm…
Zij hopen dat degenen die zich engageren voor de organisatie van het grote evenement al duchtig bezig zijn… Uit goeie bron weten sommigen onder hen dat “ze” toch al vergaderd hebben en dat er al ‘het één en ander’ is gezegd… Ja, daar weten we nu veel mee hé.
Dat ze daar in Aalst niets moeten over weten is normaal, maar wij? Wij zijn toch wel Dendermondenaars, aanbidders van het enige echte Ros Beiaard, dé parel aan Vlaanderens’ kroon, én belanghebbenden of beter nog 'betrokkenen'…
Volgens anderen is ook de media zeer karig met informatie. Krijgen ze nog niets toegespeeld? Wachten ze nog een aantal weken of maanden om ons te informeren. Op de Dienst Stadspromotie, allé ge weet wel de VVV hé, willen ze ook nog niets kwijt. Is dat een opgedragen “informatiestop”? Weten ze zelf nog niets? Krijgen we in augustus met de Reuzenommegang al meer informatie? Op het internet is ook al niets te vinden. Er is toch een website over ’t Ros Beiaard?
Zij die zich al op ‘hoger niveau’ begaven weten ons te vertellen dat de burgemeester ook niets lost. “De schepen van Feestelijkheden is afkomstig van Sint-Gillis… en ziet waarschijnlijk liever het ‘Paard van Den Halt’ paraderen” weet iemand ons te vertellen… Geïnterpelleerde gemeenteraadsleden beweren ook nog van niets te weten… De algemene indruk van velen is dat bij eerdere ommegangen de organisatie veel vroeger in gang schoot.
Zijn er al kandidaten voor de Vier Heemskinderen? Weten ze al wie Kalle Step gaat spelen. Zijn er pijnders genoeg? Allemaal vragen die de doorsnee Dendermondenaar zich stelt…
Man, man, man… wat moeten we er eigenlijk van denken? Een bezorgde Dendermondenaar liet zich zelfs ontvallen: “Het zal toch wel doorgaan hé zeg?”…
Poseren
We vonden in onze archieven enkele foto’s uit Dendermondes' verleden. Deze keer betreft het foto’s van leuke dames! Zo te zien hebben ze er alvast plezier in om even te poseren.
Op de eerste foto zien we (links) Leonie Levis, de echtgenote van onze welgekende Petrus De Bruyn. Rechts, naast de 'Pets', Louise Van Gijseghem, die jarenlang een frituur uitbaatte aan de Denderbrug (Ridderstraat). De foto is genomen voor het café van Leonie 'den Top', de moeder van Louise. Jaartal is onbekend.
De tweede foto toont ons Café ‘De Smalle’, met vlnr. Lisa De Smalle, Maria Verstraeten en Hélène Rasschaert. De vierde dame en de 'ober' zijn ons onbekend.
Wij publiceerden enkele jaren geleden een werk omtrent 'Dendermondse herbergen in het verleden'. Het boek is te raadplegen in de leeszaal van de Stedelijke bibliotheek.L


Wat denkt Piër van Tatjes ervan?
Awel ik èm dâ véireg bericht geléize, ge moetj ni pèize da'k gi schuë vloms kan léize zèlle. Ik èm uëk een taike nor 't schaul gewéist... Ni langk, mor toch em bitsje!Den iëne zegt dit, den andere zegt dat, mor g’uërt er faitelaik toch ni véil auver zènne. Iën dinge wille’k wèl zègge: “Die-j-Oilsjtenèirs moeten ier ni komme rontange, ze moete ginter blaive, want ze zain gilzéiker wèrreal ‘t iën of ’t ander va gedacht. Ik betraa ze vèr gin oer die zjiëverèirs. Dâ z’ er éir puëte mor af ave déize kiër van ons Pèirt! D’r bei ’t stoëd in nen anderen angaar, wordâ ze zuë gemakkelaik ni zèlle binnegeroëke!
Ik èm diën Oddelong van de Kotmadam ier uëk wèrral gezien van de wéik. Wâ moet diën ier faitelaik komme doen? Of moet die in ’t presong zanne rol gon liëre messchin. As’t â naa nog ni-j-’n kan! As ge’t uërt ister vèr die-j-Oilsjteneirs niks goed on Dèrremonde, awel dâ ze tèn ginter blaive nowô! Z’èmmen ier niks verlaure!
Ze zèllen ô mei niks komme vroëge! Ze wéiten ’t wèl dâ ze ne gangk zèlle goën!
En ik zâ man beklag bè-j-onzen bèrremiëster uëk wèl isj doen. Dâ mènsj dâ naa bèrremiëster is in Oilsjt, die mag uëk ginter blaive in 2010! Annieke dâ gingk ‘er nog déir, die zouë va mei nog mauge kommen èmme, mor de dees… Azuë een zierprouim!
’t Is toch nog langk zèlle iër dâ ’t Pèirt ouitgoët… 793 doëgen astabliet! Nog 792 kiëre sloëpe, balve de nachte da’k ni-j-in manne nest geroëk!
Piër van Tatjes
Petrus De Bruyn.
Een blog over onze stad, zonder een woordje over Petrus De Bruyn is als een zee zonder water. Velen kennen hem beter onder de bijnaam 'Pee Den Oëp' - wat wij hier niet oneerbiedig bedoelen. Hij kreeg ooit die bijnaam omdat hij heel lenig was.
Gebaure in een écht Dèrremons nèstsje,
kom Péike De Brouin van ’t Vèstsje.
Nor ’t schaul goën, dâ moeste z’ èm ni vroëge,
d’r mocht ze nog ieren auver zoëge.
A woeindege véil joëren op dem Biër
mor dâ barakske stoët d’r naa nemiër.
Vandoër trok Péike nor ’t Gillen Oeitsje
mè gil zannen annekesnèst en al zam proeitsje.
Naa woeitnj ’n al joëre in ’t Zwaibéik in de Karréi
zan ouis is zjust ne muséi,
ge kènne ’t al zien van in den antréi.
Gekèntj gelèk as ons Livve Vraa vâ Zéive Wiën
veirdege Péi-j-in den tait op de zéive wèireltzjiën.
Ge kènd’ èm iere doen vertèlle en babbele
en op e gelloske bier moet’n balange ni knabbele.
As ge klapt auver de Réize en ’t Pèirt
tèn zegt ‘n: “Mènneke die zain miljoene wèirt”.
A danstege d’r onder en â danstege d’r véir
assen wa van on de Dongstroët tot op ’t Kéir.
A kan vertelle auver d’ ofkes op ’t Vèstsje e giël veroël,
â kan schillere, â kan’t allemoël!
Ons Ros Bajjort goë déir ’t vier zonder te béive,
en Péike De Brouin zal in Dèrremonde attait léive.
(Piër van Tatjes)
Geboren in een echt Dendermonds nestje,
komt Peke De Bruyn van ’t Vestje.
Naar school gaan moest ge hem niet vragen,
daar mocht men uren over zagen.
Hij woonde vele jaren op ‘den Biër’,
maar dat barakje staat er nu niet meer.
Van daar trok Peke naar het ‘Gulden Hoofd(je)’
met al zijn hebben en houden en al zijn prutsen.
Nu woont hij al jaren in het Zwijveke in de ‘carré’,
zijn huis is een echt museum,
je kan het al merken van aan de inkom.
Gekend zoals Onze Lieve Vrouw van Zeven Weeën,
vaarde Pee vroeger op de zeven wereldzeeën.
Je kan hem uren doen vertellen en babbelen
en op een glasje bier moet hij niet ‘knabbelen’.
Als je prat over de Reuzen en het ‘Paard’
dan zegt hij: “Manneke, die zijn miljoenen waard”.
Hij danste er onder en danste ervoor
als hij wou van aan de Donckstraat tot op het Keur.
Hij kan vertellen over de ‘Hofkes op ’t Vestje’ een heel verhaal
hij kan schilderen, hij kan het allemaal.
Ons Ros Beiaard gaat door het vuur zonder te beven
En Petrus De Bruyn zal in Dendermonde voor altijd leven.
Ons Gruëte Manne!

Alle joëre op den dag vâ Katouit
trèkke z'er mè véil tralaliere isj op ouit.
Gaulejat, Mars en Indejoën
èmme tèn éir schoeinsjte kliëren oën.
Ze wèrre tèn déir de stroëte gedroëge
tèn kènder zjust niks on misvroëge.
Ze danse gestoëdeg op 'Ons Banier'
en attait mè-j-éivevéil zwier.
W'r èmme ze nog nuët ni-j-ouit d'uëg verlaure,
want ze zain e gruët stik van ons folklaure.
Gaulejat, Mars en Indejoën,
zèlle vèr attait in Dèrremonde bestoën.
(Piër van Tatjes)
De Grote Mannen.
Elk jaar op de dag van Katuit
trekken ze er onder hun drie op uit.
Goliath, Mars en Indiaan
hebben dan hun mooiste kleren aan.
Ze worden dan door de straten gedragen
en dan kan je hen niets misvragen.
Ze dansen gedurig op 'Ons Banier'
en altijd met evenveel zwier.
We hebben ze nog nooit uit het oog verloren,
want zij zijn een stuk van onze folklore.
Goliath, Mars en Indiaan
zullen voor altijd in Dendermonde bestaan.
Gedicht over de Dendermondse reuzen van Piër van Tatjes (pseudoniem voor Jempi Verhofstadt)

Klasfoto 1959 - Maricolen.
(Klik op de foto om te vergroten)