HELP! Ze pikken ons Peird!

Op 15 april 1952 waren in de stad drie (zogezegde) journalisten aanwezig en men begeleidde deze naar de stalplaats van het Ros (toen nog in de 'Oude Vismijn'). Zij gingen er enkele foto's nemen en een paar afmetingen om zodoende een groot artikel te schrijven in een bepaalde krant. De proporties van het Peird hadden ze echter nodig om te voorzien in vervoer. Ene Piet Moreels hield het aanwezige personeel aan het lijntje, terwijl ene Pol De Paepe op de ladder kroop om de hoogte van het Ros te meten. De derde, Herman De Gheest was de aangewezen man om de lengte op te meten. Deze laatste beschikte naar het schijnt over de ideale schoenmaat om die karwei op te knappen. De roof zou moeten doorgaan op 26 april... Het plan was volgens de Aalstenaars zo goed als feilloos. Het Ros Beiaard zou naar Aalst worden overgebracht met een vrachtwagen en aldaar worden verstopt. Na een reeks folkloristische geplogenheden zou het, tijdig voor de Ommegang van 8 juni, grootmoedig worden teruggeschonken.
Het 'Ajuinenplan' bleek echter niet zo waterdicht , want een'lek' zorgde voor de ontdekking van de geplande actie! Wij vernamen zeer recentelmijk dat het dan nog een Aalstenaar was die de informatie had doorgespeeld nar dendermonde!!!
Dat het plan uitlekte bleek voor de Aalstenaars eerst duidelijk toen ze op de Dendermondse Vlasmarkt arriveerden... Het was daar een drukte van jewelste... Ze moesten onverwijld afdruipen... Maar, ze zouden het nog niet opgeven!
Bij valavond zouden ze een schijnaanval uitvoeren. Opnieuw moesten ze hun actie staken, gezien bij de eerste 'maneuvers' reeds heftig werd gereageerd door verbolgen Dendermondenaren. Zelfs de politie en de rijkswacht waren aanwezig.
De Aalstenaars die in hun opzet faalden, verpreidden in de nacht van 17 op 18 mei strooibiljetten met de melding dat zij 'vrijwillig reklame maakten' voor de nakende Ommegang. Er stond zelfs geschreven 'omdat zij het zo goed meenden' met onze stad.
Het pamflet droeg als titel 'VAN EEN SCHOON LEGENDEKEN', en een passage luidt als volgt:
Aaneengeflanst, gelapt en hol, wat plakwerk maximum;
voorwaar, voorwaar 't Ros Beiaard is een paard van balatum...
Het strooibriefje kreeg al vlug een antwoord van een verontwaardigd Dendermonds rijmelaar en dit schoot te Aalst in menig verkeerd keelgat...

Het jaar daarop verscheen het Ros Balatum in de Aalsterse carnavalstoet. Het was zowaar een vergelding voor de mislukte roof enerzijds, en een manier om weer maar eens de spot te drijven met Dendermonde anderzijds. Het was de Aalsterse groepering 'De Lustige Pombiers' die het Balatumpaard bouwden. Ondermeer Philippe Camu, Gaston Cuvelier, Frans De Donder, Felicien De Vulder, Gustaaf De Bruecker, Georges De Schrijver, Maurice Lievens, Gaston Van Mieghem Roger en Frans Van Der Schueren en Emiel Van Royen offerden maandenlang hun vrije tijd op aan de opbouw en de opschik van het Ros Balatum. Het zou slechts twee jaar pronken in de stoet, tot groot jolijt van de Aalstenaars.
In 1955 maakte kunstenaar Mark De Bruyn een nieuw ros. Nog later drong een nieuwe kop zich op en in 1969 werd met polyester gewerkt om een duurzamer effect te bekomen.

De noeste werkers van 'De Lustige Plombiers' en hun 'versie' van het Ros Balatum.







































