Stadia van 'voorkomen' na verbruik van pinten - deel 1

In feite konden we dit hoofdstuk ook beginnen met de titel "Stadia van dronkenschap", maar uit ervaring weten we dat 'dronkenschap' niet zo'n bijster goede indruk geeft.Het zal eenieder zeker niet ontgaan, dat aangaande dit onderwerp er ook verschillende categorieën bestaan. Het zou al te gemakkelijk zijn ons te beperken tot een onderverdeling tussen 'licht beschonken' en 'krimineel zat'.
We trachten alles duidelijk te maken met een 'voorbeeld'. Een doordeweekse 'drinker' die op pad gaat wordt door ons op de voet gevolgd... Maar al te graag hadden wij hier iemand genomen uit onze café-kenissenkring, maar uit vrees voor represailles houden wij het maar fictief!
Om te vermijden dat sommigen zouden gaan vergelijken met personen uit 'hun' kringen nemen we het patroon van een weekenddrinker en zullen af en toe, tussen de regels dan, eventueel een vergelijking maken met de dagelijkse verbruikers...
Na een zware werkweek heeft het leven voor ons voorbeeld blijkbaar niet veel zijn meer. Het wordt hem elke zaterdag duidelijk dat hij met de verkeerde vrouw is getrouwd, miskweekte kinderen heeft verwekt en dat het werk van vandaag ook niet meer is wat het geweest is! Hij kruipt echter niet stomweg voor TV op vrijdagavond, maar gaat hem 'ne goeie gaan halen'. Dit als voorbereiding op de 'grote' zaterdag die voor hem heilig is en waarvan hij de meeste tijd doorbrengt op café...
Hij ziet de vrijdagavond als 'opwarming' voor de zaterdag en legt zijn parcours langs herbergen die hij niet als zijn stamcafé beschouwt. Het begint in café A waar hij zijn eerste dorst lest met een viertal pinten. Het weer van de voorbije week is besproken en hij kan zijn weg verder zetten. In café B heeft hij samen met enkele collega-tooghangers bij een drietal pinten, een deel van de politieke agenda van de voorbije week doorgenomen en houdt nog een gedeelte over vor zijn volgende halte. Café C is de ideale plaats om reeds enkele politieke problemen, die door de ganse ministerraad maar niet opgelost raken, tussen pot en pint wel degelijk een oplossing te bezorgen. Uiteraard gaat dit gepaard met de noidige discussie, op het randje af van wat getier en geroep en enige voorspraak voor zijn eigen partij. Met enige fierheid, tengevolge van de gedeeltelijke oplossingen die voor Leterme en zijn companen menig probleem gaven, zet hij zijn weg verder na het betalen van zijn negen pinten.
In café D herinnert hij zich plots enkele moppen en begint deze te vertellen tot groot jolijt van sommige aanwezigen en tot spijt van enkele anderen. Er wordt nog nagekaart over hem, terwijl hij al aan de toog van café E geniet van zijn zoveelste pint. Ik raak stilaan de tel kwijt, maar mijn voorbeeld kennelijk ook.
In café F wordt mijn voorbeeld nostalgisch en gaat over tot het vragen van een verzoeknummer op één of andere cd die de patron, natuurlijk niet bezit. Hij murmelt tegen de baas dat het nochtans een schoon nummertje is en dat hij zich dat zeker moet aanschaffen. In zichzelf beklaagt hij zich ondertussen nog maar eens over het feit dat hij met de verkeerde is getrouwd, en deze gedache geeft hem de moed om in de ogen te kijken van een dame die in datzelfde café aanwezig is. Hij stelt echter vast dat zijn blik wazig wordt en doet hem vermoeden dat hij stilaan zal moeten gaan 'brillen'.
Rond middernacht denkt hij er plots aan dat hij nog langs zijn stamcafé moet passeren voor het betalen van zijn lotto-deelname. Hij trakteert zichzelf nog op een pint en bestelt ook iets voor de tooghangers met inbegrip van de waardin. Plots wordt hij overmand door vermoeidheid en valt met het hoofd op de toog in zuil... Hij hoort nog net de stem van de bazin die zegt: 'Hela, dat is hier geen hotel!'... Hij strompelt naar buiten en begint aan zijn weg huiswaarts...
(Wordt vervolgd in deel 2)

























