Geschiedenis van de drie Gildereuzen - deel 12.

Voor de 18e eeuw zijn er weer minder klare notities.
De ommegang van 1754 brengt wel aan het licht dat de drie schuttersgilden respectievelijk hun Mars, Indiaan en Reus droegen. Blijkbaar voorzagen de gilden zelf in het dragen van hun en reus en dit staaft onze stelling dat de subsidies aan de gilden werden uitbetaald, zonder precisering der dragers. Het blijft ook een veronderstelling dat de gilden hun dragers rekruteerden onder de beroepslastendragers, zoals de pijnders of zakdragers.

Op het einde van de 19e eeuw en bij het begin van de 20e eeuw telde Dendermonde een zestigtal pijnders. Bij het begin die eeuw werd echter een loopje genomen met de reglementering van de gilde. Dit wordt ondermeer bewezen doordat Karel Van Den Abbeele (de Witjes) reeds op zeventienjarige leeftijd de reuzen hielp dragen, daar waar dit voorrecht enkel aan gildebroeders toekwam.
Spijtig genoeg moeten we hier andermaal de stadsbrand vermelden die ons parten speelt en ons belet om meer in detail te gaan aangaande de dragers uit die periode. De stadsrekeningen uit die periode vormden een gretige prooi voor de vlammen...
Meestal zijn er slechts twee dragers geweest per reus. Pas in de vijftiger jaren van de 20e eeuw verschijnen er soms drie dragers per reus, soms zelfs vier.
De reuzendragers gaan echter niet treuren bij de vaststelling dat een bloeiende vereniging als de hunne zou verloren gaan onder de maaimolen van de tijd en verpulverd wordt onder de pletwalsen van de 20e eeuw. Zij zorgen steeds dat nieuwe leden worden getraind die eventuele gaten in het ledenbestand onmiddellijk kunnen opvullen. Vergrijzing, ziekte en overlijden zijn veelal de oorzaak van het 'wegvallen' van dragers. Gelukkiglijk zijn er in de stad voldoende mensen aanwezig met genoeg verantwoordelijkheidszin om alles in rechte banen te leiden.
Wat betreft de kledij van de dragers heeft het stadsbestuur hierin meestal voorzien. Veelal droegen zij een witte broek, wit hemd en witte pantoffels. De laatste jaren is hierin echter enige verandering gekomen. Men gaat de modernisering niet laten links liggen en de kledij wordt wel eens aangepast.
De vergoeding van de pijnders is een item waar menig keer werd over gediscussieerd. Bepaalde omstandigheden hebben ertoe geleid dat sommige dragers slechts één jaar worden vernoemd. Wij gaan dit zeker niet aanzien als een belangrijk element, ups en downs zijn elke vereniging bekend.
De reuzen worden veelal begeleid door leden van het stedelijk politiekorps. Vermoedelijk hebben de raids van de Aalstenaars op het Ros Beiaard van jaren geleden hier wat mee te maken. Vaak viel deze beurt te eer aan de oudsten van het korps, wat tot gevolg had dat dikwijls dezelfde agenten de reuzen vergezelden op hun dansende tochten door de stad.
De politiemannen hadden en hebben nog steeds de taak de reuzen de vrije doorgang te verlenen, de dragers te begeleiden en de fakkeldragers in het oog te houden dat zij geen reus in de fik steken... Kwade tongen beweren wel eens dat zij de dragers van overmatig drankgebruik moeten houden... Wie durft nu zoiets te beweren?
In de jaren twintig werd politieagent Jan Dierickx (voor ingewijden 'Zjang de Man') belast met het toezicht op de reuzendragers. Deze functie werd later toebedeeld aan Joseph Van Wiele die nog later werd opgevolgd door Jean Van Der Veken. Zij traden vaak bemiddelend op en zorgden ook voor de uitbetaling der dragers. Agent Florent De Potter zou als laatste deze taak uitoefenen. Verder is ons geen verantwoordelijk 'champetter' meer bekend. De laatste jaren gebeurt de betaling via de stadsdiensten onderling.
We kennen ook de traditie die reeds vele jaren bekend is, namelijk de 'collectebus'. De dag na de jaarlijks Katuitommegang gebeurt de huis-aan-huis omhaling met een 'bus'. Bedoeling is dat de Dendermonse bevolking zijn geldelijk steentje bijdraagt. Sedert enkele jaren geschiedt de omhaling enkel in de straten waar de ommegang is gepasseerd op de avond voordien. Moeten we bij de 'bus' ook de reden zoeken voor het feit dat de drie Gildereuzen op hun toch verdomd heel goed weten waar zij enkele extra danspasjes moeten leveren?
In een volgend deel hebben we het over de dragers van de 20e eeuw.















































1 reactie op dit bericht
Geschiedenis ....