Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 20.

Onze stad zou zijn naam niet waardig zijn mocht er aan de kermis geen plezant staartje zijn. En dat is er... 'op Katouit trèkke de réize d'r op ouit!'.
Reeds generaties lang sluiten de historische reuzen de kermisweek. Dit gebeurde telkenjare op een sinds eeuwenlange vastgelegde wijze, met als onvermijdelijk gevolg dat de beperkte reuzenommegang stilaan verwaterde tot een min of meer ordeloos verloop zodat er steeds minder interesse werd voor opgebracht.
Programma's van kermissen uit de 19e eeuw tonen weinig verschillen aan met deze van de 20e eeuw. Telkenjare vinden wij een fakkeltocht, een reuzenommegang en een volksconcert weer. Zo kent de kermis van 1929 nog steeds eenzelfde Katuit als deze van 1873. De reuzenrondgang zakte jaar na jaar weg in een gebeuren dat nog weinig echte folklore bevatte.
Op een bepaald ogenblik besliste het stadsbestuur in te grijpen om deze folkloristische gebeurtenis van een langzame doch gewisse dood te redden.
In 1967 werd Franki Hervent als jonge stadsbediende ontboden op een bijeenkomst van de VVV, door toenmalig stadssecretaris Omer De Backer. Het was VVV-secretaris Van Cotthem die toen het plan ontvouwde de reuzenstoet volledig te vernieuwen. De VVV-leden met o.a. Dom Gregorius De Clercq, Emiel Verstrepen en Honoré Ingelaere vertrouwden deze reorganisatie toe aan het nieuw aangetrokken element. Hervent waakte er wel degelijk over dat de authenticiteit van het geheel bewaard bleef. De 'ingreep' wordt uitgevoerd vanaf 1968 en met gaat het opnieuw ernstig menen en enkele scheefgegroeide zaken beslist rechten.

Enkele vernieuwingen werden ingevoerd die de ommegang terug zijn aloude luister moesten helpen herwinnen.
De reuzenstoet moest duidelijk in zijn oorspronkelijke middeleeuwse staat worden hersteld. Dergelijke dingen zijn niet zomaar te realiseren van vandaag op morgen en telkenjare werd aan het geheel geschaafd. Langzamerhand zag men het succes opborrelen.
De oudere kermisprogramma's brengen ons bij dat de dag van Katuit reeds voor de middag begon. In de namiddag kwam men de reuzen reeds tegen in de stad. De fakkeldragers en het vuurwerk waren reeds lang traditie en bleven bewaard.
Bij de ingevoerde vernieuwingen wordt het aantal fakkeldragers verdubbeld, van zes naar twaalf. De concerten op de 'Kiosk ter Groote Markt' werden geweerd. De figuranten werden allen in een folkloristische kledij gestoken, evenals de begeleiders. De trommelaars bleven behouden, terwijl de ganse 'bende' voorafgegaan werd door de Harmonie van de Katholieke Burgerskring.
Er werd een parcours uitgestippeld en er werd pas gestart om 19 uur in tegenstelling tot vroeger. De reuzen dansten rond een Bengaals vuur in het stadspark (kant station) en aan de Bogaerdbrug werd rond 22 uur een vuurwerk afgestoken. Daarna trokken de reuzen zich terug in hun stelplaats. Knaptanden en huppelpaardjes waren nieuw in de stoet en jaar na jaar slaagde men erin de Katuitommegang, met onvermoeibare inspanningen op te knappen en te innoveren.
In 1970 werd een wagenspel uit de middeleeuwen opgevoerd aan het Kerkplein, juist voordat het vuurwerk werd afgestoken. Franki Hervent kon steeds rekenen op mensen zoals Etienne Van Hecke, Gust Dierickx, Robert Korte, Erwin Vergeylen, Roger Dierickx en Mit Windey, om samen met de mensen van de VVV een feilloze organisatie te waarborgen.




































