Brug...


Detailfoto van de brug (Brusselse Poort) in het stadspark.
Brug...

Detailfoto van de brug (Brusselse Poort) in het stadspark.
Ros Beiaardpin...

De Ros Beiaardpin is vanaf heden ook te verkrijgen op volgende verkooppunten:
'Den Ooievaar', Grote Markt - 'Belfort', Grote Markt - 'Art Deco', Dijkstraat - Parochiaal Centrum 't Klokske, Pijnderslaan.
Ook kan u deze bestellen op volgende telefoonnummers:
0475/93.27.74 (Albert De Bock)
0477/42.80.73 (Jempi Verhofstadt)
0477/44.61.51 (Gontran De Groodt)
Prijs: 3 €
Uit ons dialect...
We besluiten met deze woorden...
V
vagger: vagebond, leegloper, flierefluiter
verdèstrewéire: vernielen, vernietigen
vernèngelezjéire: verwaarlozen
vertoesje: verkwanselen, verspelen, verwisselen, omwisselen
vindiël: vierendeel, vierde deel, kwart
vizantéire: visiteren, doorzoeken, onderzoeken
W
wiewouin: bengelen, heen en weer waaien
woëterklèdde: wie graag in water speelt
Z
zauke: zootje, chaos
zjiëkebèzze: nietdeug, verachtelijk persoon, onhandelbaar iemand
zjol: een meegaande vrouw, goedhartig vrouwmens

zwik: lange man
zwozje: zwoerd van het spek

Jazzfestival...

De Lazy City Jazzband op een Honky Tonk-jazzfestival...
We herkennen onder meer Peter Verhas, Dany Peelman, Henk De Loose, Jempi Verhofstadt en Cesar Van Driessche...
Pijnders aan het werk...

Pijnders aan het werk op de Schel(de)straat...
Vissen...
Afgelopen zaterdag was het stralend weer... De vissers hadden er zin in.
Op de visput aan café 'De Blauwe Steen'.
Aan de put onder de spoorwegbrug - Keur.
Uit ons dialect...
We vervolgen onze lijst met woorden die niet worden gebruikt of gehoord...
S
schappéire: ontkomen, ontvluchten, ontsnappen.
schaproui: etenskast, schapraai

schroek: schrok, veelvraat, gulzigaard
sèrtefetiete: dienstbaarheid, zakelijke lasten, formaliteiten.
Ook: ïmmant mè sèrtefetiete: iemand die veel misbaar maakt
sjiëze: snellen, rennen. Ook: stom wijf, sul van een vrouw
slèkkestéiker: sabel, degen, bajonet

staufblèdde: kacheldeksel
stèssele: hard lopen, zich reppen. Wordt ook in andere context gebruikt - stèssele: met tegenzin ergens naartoe gaan, met hangende pootjes...
T
tainink: tijding, bericht krijgen
tèffere: timmeren
toekke: tikken, klinken met glazen. Ook: pakken, roven, stelen

toetekwakker: eeuwige babbelaar, onnozele hals
toezoetele: verwennen, voordelen toekennen, zoet houden
tréim: treem van kar of kruiwagen. Ook: been (lichaamsdeel)
U
uëverdèi: hovaardij
upt en geknupt: met al zijn kleren aan, integraal, gans, volledig
Tekeningen...
In het boek "Het Kwintet der Girondijnen" of "'t Geloëzen Euske" van Georges Dierickx, vinden we enkele tekeningen (van de hand van Hugo D'Haen en Mathé).
Het boek gaat over een aantal doodgewone stervelingen die regelmatig samenkomen in hun stamcafé.
Een interpretatie van het Gulden Hoofd.
Het café 'Het Geloëzen Euske'...
Zicht op de stad...
Kijken in de richting van de stad...
vanuit Sint-Gillis...
vanuit Grembergen...
Uit ons dialect...
Nog een aantal woorden die niet meer gehoord worden...
O
oejlle: (Frans: houille) hoelie, steenkool
oëlebéis: aalbes

oënlouë: aanladen, aanbakken
oeppen en toeppe: voortsukkelen, verder knoeien. Ook: met iets bezig zijn (nadenken)
oërzak: bedrieger in het kaartspel

ommerst: immers
ontroësse: ontroering, ontsteltenis, schrik
optoeppe: opdirken, optooien

P
pajnsjenéi: (Frans: pince-nez) soort bril

palille : vodden, afgedragen kleren, rommel
pasjakroet : nietdeug, bedrieger, onbetrouwbaar iemand, leegloper
pèirdekaj: paardevijg
péizelinkske: een heel klein beetje
piasters: geld, centen
pinnekeduët: aartsgierigaard
plekkop: kaalkop, kletskop, kaalhoofd

pommeléi: schimmel, gevlekt paard
posjonkele: drentelen, doelloos rondlopen, slenteren
prezompsje: vermoeden, argwaan
R
ramoejlte: drukte, tumult, herrie
raske de maa: slecht volk, vulgaire lieden
rautekawèg: achtereenvolgens, de een na de ander
rèinest: wie niet kan thuisblijven, wie steeds op de loop is
rèttetètte: ruttelen, spreken, babbelen
ridder of mèirsman: kop of letter, kruis of munt
rittelbèzze: zonder geldmiddelen, blut, platzak

roekkesjoere: kibbelen, zeuren, op een vervelende manier praten
Op uitstap...

Goliath en Mars op uitstap buiten Dendermonde... Indiaan is wellicht net gepasseerd.
(datum en plaats onbekend)
Denderzicht...

Zicht op de Dender in de binnenstad.
(jaartal onbekend)
We bemerken alvast nog de oude Bogaerdbrug en de Passerelle.
Werken Denderbrug...
We gingen ons opnieuw vergewissen van de toestand van de werken aan de Denderbrug...

(Foto's genomen op 18.09.2009).
De gruëte kèirek...
Enkele opnames van en aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk, in de volksmond 'de gruëte kèirek'...



Aanleg kruispunt...

Een opname tijdens de aanleg van het kruispunt aan de Mechelse Poort - jaartal onbekend.
Uit ons dialect...
Woorden uit ons dialect die in feite weinig gehoord werden (en thans zelfs niet meer!), met daarbij hun betekenis.
We doen verder...
L
laber: dronkaard, nietdeug, rustverstoorder
lappedezwier: zonderling, leegloper, lanterfanter, flierefluiter, dronkenlap
loemborsj: grof, groot, lomp
lorredorre: wat niets waard is, minderwaardig, waardeloos
M
maboejl: niet goed wijs, zot, gek
mammekot: bustehouder
mansjong: korfje voor gaslicht, ook mof of moffel
mauzegat: afvoergat, opening in een muur om afvalwater naar buiten te vegen
mèrmelontsjes: soort pruimen, mirabellen

minnebrant: minnebrand, puberteitspuistjes, jeugdpuistjes
miskadèir: pronker, praalhans, modegek
mistelouin: brood uit mengsel van half rogge en half tarwe
N
nachtklèdde: late feestganger, wie graag ’s nachts uitgaat (ook ‘nachtkoetsj’)
néir: uier, edder
nouir: ader, bloedvat

Uit ons dialect...
We publiceerden enkele weken geleden een aantal woorden uit ons dialect, die in feite weinig gehoord werden (en thans zelfs niet meer!), met daarbij hun betekenis. We eindigden toen bij de letter F.
We doen verder…
G
gaffele: gaffelen, snel eten. Ook snel lopen.
garla: gebruikt in de uitdrukking ‘ouit manna garla’ = maak dat je wegkomt.
genodddert: geholpen, baat hebben, opgeschoten zijn met iets.
grattemaan: volledig, geheel (-maan uitspreken zoals ‘-ment’ in het Frans)
guëze: gurzelen, gusselen, gutsen, sproeien, besproeien.
I
iëgolleg: gestadig, onafgebroken, altijd, voortdurend.
inkepuët: mankepoot
ippelingk: huppeling, onderkussen (niet verwarren met ‘flawain’ = kussensloop)
J
jéje: treiteren, plagen, de duivel aandoen (van jennen?). Klemtoon op de 1e lettergreep.
K
kabréi: schenkblad.
kafzakke: roddelen, van iemand kwaad spreken
kajlle: kinkel, dwaas, domoor
kalauredie: hoe laat is het? (van Frans: “Quelle heure est-il?) = pseudo-Frans
kalpèng : nota- of zakboekje (Frans = calepin)
kappesjong: kledingstuk, hoofddeksel (Frans: capuchon)
kaviet: verdacht café, bordeel, slecht befaamd estaminet.
knèrrewèrre: taai vlees.
korie: deftige vorm om ‘achterwerk’, ‘kont’ of ‘gat’ aan te duiden
krawawozje: jeuk ('iksel')
Bovenlichten en snijramen...
Bovenlichten...
Een bovenlicht is het raam boven de (voor)deur, dat ervoor zorgt dat er licht in de gang valt. Pas in de loop van de 17e eeuw kwamen de eerste huizen met een gang. Voor die tijd viel je meteen met de deur in huis, in de woonkamer wel te verstaan.
De huizen in de 17e eeuw hadden ramen die veelal bestonden uit glas-in-lood-ramen, bestaande uit kleine ruitjes, aangezien men nog niet in staat was om groter vlakglas te maken. In de loop van de 17e eeuw kwamen de eerste houten sponningen in gebruik. Dat was goedkoper dan lood. Maar de ruitjes bleven nog steeds vrij klein.
Bovenlicht met rococo-omlijsting (maalkruis-ornament).

19e eeuwse neo-stijl.
Op foto's zien we bovenlichten (veelal bestaande uit een 'snijraam') boven de voordeur van woningen aan de Kerkstraat en op de Grote Markt. 
Op deze foto zien we een voorbeeld in de kerk van Sint-Gillis-Binnen.
Ni te doen...

Ik goën van de wéik een annonske in de gazèt loëte zette… Ik goën man ènsekloppedies verkuëpe. De Winkler-Prinsj… ’t Is gin avans dâ’k ze nog aaf. Man internet goëne’k uëk opzègge. Dor kanne’k uëk niks nimmer méi doen. De die vâ mèi wètj toch attait alles béiter! Wad’avans dâ’k nog iet goën opzoeke?
’t Is gin avans dâ g’er téige diskettéirt! Ge lup gestoëdeg mè-j-â kop téige de mier. Ik bèn effenaf benaat téige dâ’k vazzeléive im pensjoen moet goën. Ik pèis dâ’k gon wéireke tot man tachteg joër… Ik zien dâ van dem balange ni zitte van d’r alle doëge méi touis te zain…
Ik pèis dâ’k toch nikker miër op manne puët zâ moete beginne spéile zènne, dad’is nimmer ouit t’ave mè dâ mènsj! Ze drouid’ en kiert gelèk as de wintsj en gelèk as’t de leste doëge gewouid’ éit…
Zicht op de Dender...

Een winterbeeld...
De Dender aan de Papiermolenstraat.
2 reacties op dit bericht
Poorten
Mechelse poort