Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
seniorennet.beseniorennet.be

1948 – 31 juli : Leo Jozef Cornelia De Schutter werd onderpastoor te Leest.

            Hij was geboren te Ekeren op 24 september 1923. Hij zou niet lang in Leest

            verblijven, op 1 november 1950 werd hij onderpastoor in de St.-Martinus

            parochie te Zaventem.

 

1948 – 19 september : Een historische stoet trok door Mechelen bij de 150ste verjaardag

            van de Boerenkrijg. De stoet was georganiseerd door het Davidsfonds.

            De inbreng van Leest bestond uit twee taferelen uit het leven van pastoor Simon

            De Heuck en stond onder leiding van Alfons Hellemans met de medewerking van

            ”Rust Roest” en de B.J.B.

 

1948 – 1 oktober : De gemeenteraad bracht gunstig advies uit op de vraag van de

            “Provinciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij der provincie

            Antwerpen”, waarbij het gemeentebestuur verzocht werd machtiging te

            verlenen op het grondgebied der gemeente tot het aanleggen van een

            waterleiding van 400 m doormeter kruising met de geklasseerde waterlopen nr. 1

            Aabeek en nr. 8 grote Bleukensloop.

 

            In dezelfde zitting verleende de Raad een toelage van 25.000 fr aan de Eerwaarde

            Zusters Annonciaden van Huldenberg tot het bouwen van klaslokalen.

        

            Mevr. Wed. Spinnael Verbruggen uit de Tisseltbaan als kuisvrouw der

            gemeenteschool aangesteld mits een vergoeding van 1000 fr per klas, hetzij

            6000 fr voor 6 klassen per jaar. Dit in vervanging van Mevr. Van Baelen-

            Spoelders die ontslag had genomen.

 

1948 – 3 december – Gemeenteraad :

            “...De Raad, gezien onze beslissing van 4/10/1947 waarbij besloten werd aan

            particulieren die de electriciteitsuitbreiding willen doen van hun ver afgelegen

            hoeven, een gemeentelijke toelage te verleenen tot financiering dezer werken;

            gezien het voorstel gedaan aan al de particulieren door E.N.B. aan die nog

            niet aangesloten zijn met het electrisch net en waarvan het College van

            burgemeester en schepenen in kennis werd gesteld bij brief van 16/11/1948;

            overwegende dat met de aansluitingen van verleden jaar de waarborg volgens

            het bestaand contract merkelijk werd verminderd, namelijk van 3692,50 fr

            werd teruggebracht tot 2703,50 fr bij het volgend jaar;

            overwegende dat het beter is tussen te komen in de financiering dezer

            uitbreidingen dan het bestaande contract uit te breiden en de waaarborg te

            bereiken, terwijl de uitbreiding van het vroegere aangegane contract de lasten

            der gemeente zou verzwaren, om deze redenen besluit :

            aan de inwoners die de electriciteitsyuitbreiding van hun verafgelegen hoeven

            laten uitbreiden en hieronder vermeld een gemeentelijke toelage te verlenen

            tot de uitbreiding van het electrisch net, als volgt :

            1. Slachmuylsers Emiel, Kapellebaan  4575 fr

            2.Schaerlaeken Melanie, Kapellebaan  5310 fr

            3. Van den Brande Kamiel, Tinneschuurstraat 5103 fr

            4. Weduwe Scheers, Tinneschuurstraat 5103 fr

            5. Van Aken Alfons, Kouter  4710 fr

            6. Verbeeck Jozef, Juniorslaan 3480 fr

            7. Fierens Victor, Juniorslaan 3480 fr

            8. Van Meerbeeck Jean, Juniorslaan  3240 fr

            9. Geerts kinderen, Grote Heide, 5373 fr

            10. De Muyer Leonard, Grote Heide 5373 fr.

            Samen : 45.747 fr”

 

            In geheime zitting werd een wijziging aan de wedden van het gemeentepersoneel

            gestemd. Deze nieuwe barema’s zouden gelden vanaf 1 juli 1948.

 

1848 – Einde 1948 telde Leest 1864 inwoners.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:07 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

            Bij haar 55-jarig bestaan in 2003 stond de Chiro van Leest, “de Zenedijkers”als

            grootste jeugdvereniging van de gemeente voor een belangrijke opvoedende taak.

            Elke zondag vanaf 14 u liepen de hemen vol enthousiaste kinderen die door een

            sterk team van leidingsmensen begeleid werden i.s.m. hun volwassen begeleiders.

            Proost was Dirk De Gendt en VB  Ben Jacobs, Kleine Heide 31.

            Hoofdleiders : Wim Slachmuylders (Juniorslaan 16) en Stijn Van den Eede

            (Keepstraat 4)

            Andere verantwoordelijken van de jongens :

            Sloebers : Wout Vermeeren, Steven De Wit en Stijn Van de Voorde.

            Speelclub : Stijn Van den Eede en Tim Bruggeman.

            Rakkers : Stijn Van den Broeck en Benny Sintebin.

            Toppers : Jelle Van Cauwenbergh en Wietse Van Daele.

            Kerels : Nick Publie en Jef Van Daele.

            Aspiranten : Gert Huysmans, Wim Slachmuylders en Pieter Van Waeyenberghe.

 

            Meisjeschiro           

            Gegroeid vanuit de “Landelijke Jeugd” kwam in 1963 de officiële start voor

            de meisjes, onder leiding van Hilda Silverans en Reinhilde Verbruggen.

            In 1973 was het ledenaantal van de meisjeschiro aangegroeid tot 70 en in

            ’72 gingen ze met 55 op bivak.

            In 1973 zag de leiding van de meisjeschiro er zo uit :

            Speelclub : Agnes Lamberts en Marleen Huysmans.

            Kwiks : Mieke Sneyers en Wikke Lauwers.

            Tippers : Maria Lamberts en Myriam De Laet.

            Tiptiens : Gerd De Prins en Lilianne Alewaters.

            Aspi’s : Greet Verbeeck.

            In 1980 begonnen ze hun nieuw chirojaar met 106 meisjes.

            De allerjongsten waren toen ondergebracht onder “de prutskes” en hun leidsters

            waren Chris De Smet, Veerle Van Assche en Els De Maeyer.

            De “speelklubbers” werden geleid door Bea Lamberts en Ingrid Vets.

            Lief Lamberts, An Polfliet en Kris De Smet ontfermden zich over de “kwiks”.

            De leiding van de “tippers” was in handen van Renild Segers, Krista De Prins,

            en Mia Lamberts.

            Vera en Frie De Prins namen de “tiptiens” onder hun hoede en de “aspi’s” werden

            geleid  door Lus Van Roy (die tevens hoofdleidster was), Rita De Maeyer (tevens

            hulphoofdleidster) en Mie Lefever.  

            Meisjesleiding 2003 :

            Proost : Dirk De Gendt. VB : Peggy Siccard.

            Hoofdleidster : Ann Slachmuylders.

            Andere verantwoordelijken :

            Prutsen : Ann Selleslagh en Leen Leemans.

            Speelclub : Lesley Selleslagh en Kathleen Lamberts.

            Kwiks : Ann Slachmuylders en Annelies Rodet.

            Tippers : Tina Vanden Eynde en Loes Lemmens.

            Tiptiens : Kelly Goossens en Nathalie Spruyt

            Aspiranten : Katrien Leemans en Julchen Neefs.                      

 

            (Bronnen : Diverse jaargangen van De Band,GvM, 22/1/1973, 24/1/1978,

            1/10/1987, 5/10/1987,folders)

 

 

1948 – 15 juni – Gemeenteraad :

            “...De Raad besluit een contract met de stad Mechelen af te sluiten mits een

            jaarlijkse bijdrage van 2,50 fr per inwoner en een vast recht van 1000 fr per

            oproeping, als lid van het gewestelijk brandweerkorps Mechelen.”

 

1948 – 6 juli : Bij het B.J.B. sportfeest in Leest haalde de afdeling van Hombeek de

            eerste prijs in het koordtrekken. In de acht andere proeven liep het voor

            de Hombekenaars slechter af. Ze werden laatste van de negen deelnemende

            groepen. (KH)

 

1948 – 29 juli :  In de zitting van de gemeenteraad kreeg Hendrik Fierens een vaste

            benoeming als gemeentewerkman. Hij vervulde deze functie van 1/1/1937.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 05:59 Reageer op dit bericht

Foto :  einde jaren ’50. De processie passeert de Scheerstraat. Ook de Chiro was van de partij.

           

            De Chiro te Leest

            Toen in 1948 de Leestse jongenschiro officieel boven de doopvont werd

            gehouden, was dit plan van stichting reeds veel vroeger gerijpt.

            ’s Zondags werd de Leestse jeugd verplicht naar de “catechismus” te komen en

            omdat de verveling soms toesloeg besloot E.H. De Schutter om op de

            zondagnamiddagen maar wat spellekens en ontspanning te geven.

            Zo ontstond de Leestse jongenschiro.  

                             

            Jan De Decker en Gaston Keulemans waren de eerste groepsleiders.

            Laatstgenoemde zou in 1956, na 8 jaar dienst, afscheid nemen.

            Als hemen hadden de chirojongens de lokalen van de vroegere meisjesschool

            in de Kouter.

            Onder  de leiders Juul Muysoms en Miel Polfliet was Stany De Decker proost.

            Hij was het die de grondslag legde van de nieuwe chirolokalen.

            Met de Franciscamer pater Clementiaan en pater Omer stond de Leestse chiro

            onder de invloed van de “Bruine Paters” van Mechelen.

            De grote verhuis naar de nieuwe lokalen gebeurde in 1960, onder

            hoofdleider Louis Vloebergh, Eddy Beterams en proost Verbiest.   

            In 1954 was Emiel Polfliet groepsleider, leiders waren toen Louis Vloebergh,

            Juul Muysoms, Karel Fierens, Eddy Beterams en Gaston Keulemans.

 

            Toen Miel Polfliet, op 4 april 1956, in het huwelijk trad met de BJB-leidster

            Mariette Coeckelbergh, was dat te Leest een heuse gebeurtenis.
            Zijn laatste woorden als leider werden nadien nog vaak herhaald : “In een geest

            van kameraadschap bouwen wij samen aan het onvoltooide monument : de

            chiro.”

            Dat jaar telde de Leestse jongenschiro 60 leden. Louis Vloebergh, Eddy Beterams

            en Gaston Keulemans waren het langste lid.

            Op het einde van 1956 werd een georganiseerde recrutering gedaan in de enige

            wijk van Leest die ondervertegenwoordigd was : de Heide.

            Met succes en het ledenaantal steeg boven de 70.

            Datzelfde jaar verstevigden Jos Verlinden en Ferdy Polfliet de rangen der leiders,

            evenals Jos De Smet en Jan Vloebergh die de burchtknapen onder hun hoede

            namen en nam leider Juul Muysoms ontslag als groepsleider. Hij werd opgevolgd

            door leider Louis Vloebergh.

            Op datum van 16 augustus 1954 kan u in deze kronieken een volledig verslag

            van een chiro-bivak meemaken. Auteur : Louis Vloebergh.

            In 1957 kwam Guido Hellemans het leiderskorps vervoegen. De groep zag

            er toen als volgt uit :

            Burchtknapen (hadden hun plechtige communie nog niet gedaan) : 36 jongens en

            3 leiders : Eddy Beterams, Jos Verlinden en Guido Hellemans.

            Knapen : 17 jongens en 3 leiders : Jan Vloebergh, Rik Van den Vondel en Jos De

            Smet.

            Kerels : (boven de 14 jaar) 12 jongens en 3 leiders : Louis Vloebergh, Freddy

            Peirs en Ferdy Polfliet. Louis Vloebergh was groepsleider.  

            Na hoofleider Karel De Borger deden de paters Assumptionisten van Kapelle-

            op-den-Bos te Leest hun intrede met pater Karel Van Aken.

            De speelclub, de jongste en de 5de afdeling van de chirojongens, werd opgericht

            onder hoofdleider Roger Silverans in 1967.

            Na hem werden Mark Leemans en Mark Lambrechts hoofdleider.

            In 1973 bij de viering van het zilveren jubileum telde de vereniging 80 leden.

            De leiding van de jongenschiro zag er toen als volgt uit :

            Speelclub : Guido Mollemans.

            Rakkers : Frans Lamberts

            Toppers : Marc Lamberts en Luc De Prins.

            Kerels : Frans De Decker en Frans Huysmans.

            Aspi’s : J. Van den Heuvel.

            Dat jaar, 1973, startte de eerste jeugdcross, initiatief van o.a. Jan Van den Heuvel,

            Frans De Decker, Gert De Prins en Liliane Allewaters en simultaan werd VEVOC

            (Vereniging van Oud-Chiroleden) gesticht.

            Aanvankelijk gestart met enkele idealistische oud-chiroleiders groeide deze

            vereniging tot 200 leden.

            Bedoeling van Vevoc was en is nog steeds een morele en daadwerkelijke steun

            te geven aan de plaatselijke Chiro-afdelingen en er werd naar getracht

            activiteiten te organiseren waarbij zoveel mogelijk Leestenaren kunnen betrokken

            worden.   

       

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 05:57 Reageer op dit bericht

Foto : Eén van de oudste foto’s van de Leestse Chiro, genomen tijdens een bivak in Velm.

           Rechts onderaan medestichter Jan De Decker.

 

1948 – September : Stichting Jongenschiro te Leest

            In samenwerking met Jan De Decker en de Hombeekse leiders J. Daelemans en

            Troch stichtte onderpastoor De Schutter de Leestse jongenschiro.

 

            De Chiro

            Chiro : van de Griekse letter x (chi) en r (ro), beginletters van Christos, ontstond

            in feite veel vroeger dan het jaar 1934 waarop de beweging uitgesproken als

            Chiro naar buiten trad.

            Chiro ontstond uit de katholieke patronaten waarvan de vroegste sporen terug te

            vinden zijn in de arbeiderswereld van Gent in 1850. Zowat in alle steden in

            Vlaanderen rezen de patronaten vanaf dat jaar, meestal onafhankelijk van

            mekaar, in de verschillende parochies als paddestoelen uit de grond.

            Ze werden geleid door sociaal bewogen parochiegeestelijken en hadden de

            “godsdienstige, geestelijke en huishoudelijke” vorming op het oog van jongeren

            -meisjes zowel als jongens- uit de volksklasse.

            Aanvankelijk heette de beweging trouwens “Chiro van het Verbond der

            Patronaten van Vlaanderen”.

            Vanaf 1934 ging Chiro zich meer en meer zelfstandig profileren.

            Geheel in de geest van tijdsvernieuwing, nieuwe orde en romantiek, kenmerkend

            voor de jaren dertig, ontstond ook een totaal nieuw vocabularium. Het heette niet

            langer meer in verouderde termen van patronaatsjongen, patronaatsactiviteiten,

            patronaatsbestuurder maar : Chiro-kerels, Chiro-actie, Chiro-leider.

            Trouw en ridderschap weerspiegelden zich in nieuwe slogans zoals : “Aan

            Christus-Koning, Trouw !”

            De vader van deze vernieuwde beweging in de schoot van de Vlaamse Patronaten

            was de Antwerpse priester Jos Cleymans, die toen algemeen secretaris was van

            het Jeugdverbond voor Katholieke Actie (JVKA).

            Hij wou een moderne invulling geven aan de oubollige patronaatsbeweging.

            Cleymans introduceerde nieuwe elementen zoals spelen in de openlucht, de

            Christus Koninggedachte, de banier met de Griekse letters Chi en Ro, het

            Chiro-uniform en de kentekens.

            Chiro kwam resoluut op voor godsdienstige en pedagogische vernieuwing.

            WO II versnelde het proces van afbraak van de patronaten maar vertraagde de

            groei van de Chiro.

            Van 1940 tot 1944 werd gewerkt in de illegaliteit, want de Duitse bezetter had

            alle werking van de meeste jeugdorganisaties verboden.

            Door vele mensen scheef bekeken wegens de wat militairistische aanpak zou

            het tot 1950 duren voor de beweging echt groot werd.

            In de naoorlogse periode kende Chiro een ware explosie. Van jaar tot jaar nam het

            ledenaantal toe. Een absoluut hoogtepunt werd bereikt in 1975 toen de beweging

            was uitgegroeid tot 120.000 leden.

            Maar van dan af begonnen de schokgolven van revolutionaire vernieuwing en

            maatschappijkritische ingesteldheid van het einde van de woelige jaren zestig

            pas voor goed massaal naar de basis door te dringen en ging het steil bergaf.

            Dat had ook te maken met een spectaculaire daling van het geboortecijfer in

            Vlaanderen.

            Bij de aanvang van de jaren ’80 was Chiro compleet verwaterd tot vrijblijvende

            afzonderlijke spel- en bezigheidsclubjes, die, vrij ongedisciplineerd, elk hun

            eigen weg gingen, inspelend op plaatselijke toestanden en situaties.

            Van een samenhangend, zinvol en inhoudelijk geheel was nauwelijks nog sprake.

            Ontkerstening en secularisatie trokken ook hier diepe sporen.

            De accenten lagen vooral op het maatschappelijk gebeuren, op een kritische

            ingesteldheid, op vrede, gastarbeiders, sexualiteit, emancipatie, democratisering,

            relatiebeweging, Derde Wereld.

            Aan godsdienstvorming en –verdieping werd nauwelijks nog tijd besteed.

            Nadat Chiro jarenlang in de Vlaamse jeugdorganisaties vooraan had gestaan als

            een “voorhoede van de Kerk” was dit geleidelijk afgezwakt tot “kerkelijk niet,

            katholiek wel”, later tot “katholiek niet, christelijk wel” en uiteindelijk tot

            “christelijk niet, evangelisch wel”.

            De maatschappij evolueerde in al haar geledingen pluralistisch.

            De jongeren kregen het moeilijker, vroeger leek alles immers vanzelfsprekend,

            toen  stelden de gelovigen zich weinig vragen.

            Een groeiende aandacht ging nu naar de parochiegemeenschap.

            Chiro speelde ook in op de parochiale jeugdzorg. Het teloorgaan in veel groepen

            van de priester, eerst bestuurder, dan proost, werd nu opgevangen door het

            inzetten van de zogeheten V.B. of veebee, de volwassen begeleiders, veelal

            jonggehuwden, oud-chiro’s, die zich voor één of twee jaar engageerden om de

            groep niet te leiden maar te begeleiden.  

            Ook politiek werd niet uit de weg gegaan.

            In 1987 verklaarde nationaal leider Jan Maertens aan Gazet van Antwerpen :

            “Als jongerenbeweging durven wij standpunten in te nemen zo bv. inzake

            bewapening, vrede, apartheid.

            In essentie is ons doel nog steeds hetzelfde gebleven : de jongeren helpen

            opgroeien tot volwaardig menszijn, er gemeenschapsmensen van maken en geen

            egoïsten...”

            In 2003 was Chiro nog steeds de grootste Vlaamse jeugdbeweging met zo’n

            100.000 leden.

            Bekende Oud-Chiro-leden waren o.a.Willy Kuypers (Oud-parlementair en

            burgemeester van Herent), Paul Akkermans (Oud-Minister in de Vlaamse

            Regering), Nelly Maes (Volksvertegenwoordigster), Paul Van Grembergen

            (Oud-Minister) en Lode Bertels (Oud-senator en burgemeester van Brasschaat).

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 05:51 Reageer op dit bericht

Foto : voorlopige leerkracht Juul Florentijn Teughels.

1947 – 1 januari : De zitpenningen van de raadsleden worden vanaf heden op 100 fr

            gebracht. (GR-28/4/1947)

            De wedde van de burgemeester werd vastgesteld op 10.000 fr per jaar en de

            schepenen 3.000 fr per jaar.

 

1947 – Op 14 april overleed Jozef Rheinhard, koster-organist der parochie sinds

             1/5/1916.

            Jozef Rheinhard was geboren te Mechelen op 23/2/1879.

 

1947 – 28 april – Gemeenteraad :

            “...8e punt. Benoeming der leden van de C.O.O.

            De Raad in geheime zitting gaat over tot de stemming van vijf titelvoerende leden

            waarvan de uitslag luidt :

            Diddens Constant       10 geldige stemmen

            Piessens Frans            5 geldige stemmen

            Lauwens Louis            4 geldige stemmen

            Silverans Karel           4 geldige stemmen

            De Wit Louis               4 geldige stemmen

 

            De plaatsvervangers werden alzo verkozen :

            Polspoel Frans            6 geldige stemmen

            Potoms Gustaaf          5 geldige stemmen

            Diddens Louis             4 geldige stemmen

            De Prins Ferdinand    4 geldige stemmen

            Schaerlaeken Victor   4 geldige stemmen

            De Smet Edward        4 geldige stemmen

          

            Als 2de plaatsvervangers werden verkozen :

            Beullens Constant      4 geldige stemmen

            Somers Emiel             4 geldige stemmen

            Van Beersel Jozef       4 geldige stemmen”.

 

            9e Punt – Tuchtactie tegenover de heer De Leers.

            Besloten werd de heer De Leers ter beschikking te stellen bij ordemaatregel met

            een wachtwedde gelijk aan de helft van de laatste activiteitswedde.

            “...9e punt : tuchtactie tegenover den heer De Leers onderwijzer schoolhoofd.

            De Raad in geheime zitting : gezien de handelingen van den heer De Leers tijdens

            de bezetting groote opspraak hebben verwekt bij de bevolking en bij de

            schoolgaande jeugd, gezien uit het onderzoek is gebleken dat den heer De Leers,

            tijdens de bezetting propaganda heeft gemaakt voor den vijand en dat hij

            Duitschgezind was, gezien den heer De Leers als lid is uitgesloten van den

            N.S.B. uit Leest alsook uit den invaliedenbond te Mechelen.

            Gehoord den heer De Leers in zijn middelen van verweer uiteengezet door hem

            zelf ter zitting waarvan hij weigert een verklaring op te stellen en te teekenen.

            De Raad gaat over bij geheime stemming tot het ja of niet toepassen van een straf,

            namelijk ter beschikking stelling bij ordemaatregel met een wachtwedde gelijk

            aan de helft van de laatste activiteitswedde.

            Er werden 9 witte briefjes uitgedeeld aan de negen tegenwoordig zijnde

            raadsleden.

            Na een pauze werden alle briefjes ingezameld, nageteld en geopend ;

            De uitslag luidt als volgt, ja : vijf briefjes en vier witte briefjes.

            Bijgevolg werd besloten den heer De Leers ter beschikking te stellen bij

            ordemaatregel met een wachtwedde gelijk aan de helft van de laatste

            activiteitswedde.

            Kennis van deze beslissing zal aan den heer De Leers gegeven worden.

            Afschrift dezer zal ter goedkeuring aan de Bestendige Deputatie overgemaakt

            worden.

            Waren aanwezig op deze Raad : burgemeester Petrus De Prins, schepenen P.

            Busschot en Th. Maes en de raadsleden Jan Van Riet, Victor De Laet, Ernest De

            Win, Petrus Verbeeck, Ferdinand De Prins en Remi Spoelders.  

 

1947 – 4 oktober  : De beslissing van het College wordt bekrachtigd door de

            gemeenteraad  betreffende de aanstelling als voorlopige leerkracht van de

            gemeentelijke jongensschool  van Juul Florentijn Teughels.

 

            In dezelfde gemeenteraad stemde de raad voor een vergoeding van 900 fr per jaar

            voor onderhoud van rijwiel en 300 fr voor schoenen voor de veldwachter.

 

1947 – Einde 1947 telde Leest 1857 inwoners.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:59 Reageer op dit bericht

1947 – Pieter De Prins werd burgemeester en dit tot 1958.

            Jan De Decker nam van hem voor “De Band” in april 1954 volgend intervieuw

            af :

            “...de vermoeide ogen van de zeventiger kregen een sterke glans toen hij sprak

            over zijn prilste jeugd en over het leven aan de ouderlijke haard in de landelijke

            gemeente Meise, alwaar hij op 30 september 1885 werd geboren als eerste kind

            van een landbouwersgezin.

            Als oudste van negen (vier jongens en vijf meisjes) moest hij hard werken.

            Op 16-jarige leeftijd 10 hectaren oogst mee helpen pikken met de hand is

            voorwaar geen kleinigheid, evenmin als stenen bakken voor boerderijen en

            huizen.

            Toen hij dit aanstipte tuurde hij door het raam, als met weemoed kijkend naar

            z’n zonen die werkten op het erf, terwijl hij met zijn verweerde handen, die

            spreken van lange jaren onverpoosde moeizame arbeid, de poes streelde die

            ronkend op z’n schoot te slapen lag...

            Ja, allen zijn zonen : fllinke twijgen aan ’n sterke stam ontsproten. Zo weet hij

            het bedrijf in veilige handen.

            Starend door het raam, als zocht hij naar een ver uitzicht over landen en weiden

            en ruimte en tijd, vertelde de burgemeester ons over de oorlog 1914-18.

            In 1914 kocht vader De Prins een hoeve te Ramsdonk. Daarna moest men

            vluchten gaan, alles achterlatend, ook de koeien in de stal.

            Pieter verbleef gans de oorlog in Frankrijk en diende er de boeren voor 1,25 fr

            per dag. Eindelijk kon hij dan terugkeren en bracht zeven vaarzen en een veulen

            mee : een treinreis van 17 dagen.

            Daarna ging hij nog eens terug en kwam te paard af van Cherbourg in 8 dagen.

            Pieter De Prins huwde met Cornelia Maria Meskens uit Wolvertem, die er op

            14 februari 1889 werd geboren. (zij overleed  op 23/9/1972)

            Dit huwelijk schonk hen zeven kinderen : Marcel, Frans, Jan, Julia, Maria, Albert

            en Mariette.

            In 1921 kocht hij de “Rendelbeekhoeve” van graaf de Bethune.

            In 1944 werd hij tot burgemeester van Leest benoemd, tevoren was hij eerste

            schepen...”

 

            Een edel mens ging heen !

“Het verscheiden van wijlen de heer P. De Prins, Ere-Burgemeester, viel als een donderslag in de gemeente, het was dan toch nog zo snel gegaan, nadat iedereen mocht verhopen hem nog lang te mogen behouden.

 

Het was den ook op vrijdag 8 april j.l. dat onder een grijze hemel en bij motregen, zijn vrienden hem op de lange tocht vergezelden en onder “treurmuziek” ter kerke gingen.

Honderden woonden de kerkelijke dienst bij in de parochiale kerk van St.-Niklaas, waar het stoffelijk overschot stond opgebaard, omringd door brandende kaarsen en een enorme bloemenkrans vanwege de K.F. St.-Cecilia ter nagedachtenis en huldeblijk aan hun overleden Ere-Voorzitter.

 

Een massa volk toog ten offer waaraan geen einde scheen te komen, om dan bij het zingen van het “In Paradisum” naar zijn laatste rustplaats te gaan, aan de zijde van zijn voorganger Voorzitter der Fanfare wijlen F. Piessens.

 

Na de laatste gebeden aan het open graf werd respectievelijk door de heer Emiel Verschueren, burgemeester en de heer August Lauwers, secretaris van de K.F. St.-Cecilia

een lijkrede uitgesproken, die wij graag in “extenso” laten verschijnen, omdat daaruit ten overvloede zal blijken hoezeer hij werd aangezien door hen, die zijn vrienden waren.

Het was voor beiden een zeer droeve opdracht en plicht zich voor de laatste maal tot hem te richten, die hun stem hoorde van uit de Hemel, waar hem reeds de beloning was ten dele gevallen, die gegeven wordt van hen, waarvan kan getuigd worden : hij was een edel mens !

De heer burgemeester sprak in naam van het gemeentebestuur, alsmede in naam van de bevolking volgende zeer inslaande rede uit :

“Dames en heren, voor het gemeentebestuur is het een pijnlijke plicht hier vandaag een onvoorziene hulde te brengen aan degene die ons voor altijd verlaat, oud-burgemeester Pieter De Prins.

Niettegenstaande zijn wankelbare gezondheidstoestand van voor enkele maanden, was hij de laatste dagen erg verbeterd, zodat niets een zo plotseling afstervern liet voorzien.

Maar helaas, de dood daagt op zonder waarschuwen en slaat onmeedogend toe.

Onze vriend is heengegaan. Nooit meer zullen we zijn sympathieke stem horen. Zijn bekend figuur is voor altijd verdwenen.

Hij was een eenvoudig en hartelijk mens, vrij en ongedwongen in zijn gezegden en bedoelingen.

Hij nam zijn publiek-ambt ter harte en volbracht het met alle toewijding. Hij was energiek trouw aan zijn ideaal, en wist iedereen door zijn liefde en gulheid over te halen.

Maar hij was bovenal een mens vervuld met humanitaire gedachten en brede opvattingen. Iedereen onthaalde hij met dezelfde bezorgdheid, dezelfde voorkomendheid. Zijn opgang dankte hij aan zichzelf, aan zijn onverpoosd werk.

Dank aan zijn volharding en zijn oprechtheid, tegenover allen wist hij het te brengen : eerst tot gemeenteraadslid, dan tot schepen om te besluiten met burgemeester, ambt dat hij gedurende tien jaar met toewijding heeft vervuld ten bate van de gemeente.

Sinds 1959 genoot hij een welverdiend rustpensioen.

Wij allen hier aanwezig, betreuren ten zeerste dat dit rustpensioen niet langer heeft mogen duren.

Dat hij evenwel gerustgesteld weze, de tegenwoordigheid van zovele collega’s, dorpsgenoten en vrienden is een bewijs van menselijke solidariteit, die later haar daadwerkelijke weerklank zal hebben.

Hij mag in vrede rusten, hij die met zijn hulp zoveel deed om de welstand onzer medeburgers en dorpsgenoten te verbeteren. Aan ons is het geboden, zijn werk voort te zetten door te trachten zijn sporen te volgen op de weg der ware broederlijkheid en naastenliefde.”

 

Na deze rede nam de heer Lauwers, namens de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia het woord, om dezes medevoelen aan de bedroefde familie te betuigen, en zulks in volgende bewoordingen :

“Beste vriend Pieter, achtbare familieleden, waarde omstaanders.

Het is met de grootste aandoening dat ik mij als secretaris van de K.Fanf. St.-Cecilia en als tolk der gevoelens van al onze muzikanten en leden eerbiedig nederbuig over het stoffelijk overschot van onze zeer beminde Ere-Voorzitter Pieter De Prins.

En ik ben er zeker van dat gij ons hier vandaag verwacht had om u een laatste vaarwel toe te sturen.

Vervuld met de innigste medegevoelens bieden wij aan zijn ontroostbare echtgenote en naastbestaanden de verzekering van onze deelneming in hun smart.

(...)

Van onze vriend Pieter De Prins mag gezegd worden dat hij een groot mens is geweest.

Inderdaad een schoon en edel mens leefde in een ietwat tengere gestalte.

Eenvoud was zijn adel, tot de eenvoudigsten ging ook zijn hart.

Aan het hoofd van zijn gezin heeft hij eerlijk en volhardend de strijd van de voorbeeldige familievader gestreden, daarom dat wij hulde brengen aan dit werkzaam leven.

Uw ambt van voorzitter dat gij meer dan 25 jaar aan onze Fanfare hebt vervuld was dit van een begrijpend, plichtsvol en rechtschapen man. Met hart en gedachten zijt gij steeds onze vereniging trouw gebleven, zo ook zullen wij uwe gedachtenis in ere houden.

Gij waart ook een goed kristen mens met een uitgesproken voorliefde voor de zwakken en verdrukten, want ontelbaar zijn de vrienden die bij u baat en steun hebben gevonden.

Onze vereniging zal U, aan wien we zoveel dank verschuldigd zijn nooit kunnen vergeten.
Voortaan zal uw lichaam rusten hier op dit oude kerkhof, volgens uw laatste wilsbeschikking, zij aan zij, van uw goede vriend en trouwe kameraad, waarmee ge in de schoot van onze Fanfare St.-Cecilia zovele gelukkige dagen hebt gekend.

Samen zult gij van in den Hemel de voorspraak bij den Heer afsmeken om heil en zegen over onze vereniging te laten neerkomen.

Beste vriend Pieter, wij danken U een laatste maal, diep gemeend, voor al het edelmoedige, het goede en het schone dat gij voor onze maatschappij gepresteerd hebt.
Rust zacht in vrede, en tot weerzien in den Hemel !” 
                 

 



1105234-611486762ccc6150f4f0fa67ac2ada3a.jpg

1105234-ad0da1e120f9c6489e4bdc91e979dc53.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:46 Reageer op dit bericht

1946 – Antoon (Tony) Teughels (° 1927, + 1985) werd koster en dit tot 1952.

            Na Rheinhard kende Leest nog enkele tussenkosters, die slechts een paar

            jaar aanbleven en daarna elders hun geluk gingen zoeken.

            Tony Teughels was te Leest geboren op 13 maart 1927 als zoon van

            Door uit “de Roozelaer” en van Emma Blommaert.

            Hij overleed op 24 mei 1985 bij de zusters Franciscanessen in de Mechelse

            Katelijnestraat.

            (De kosters van Leest, De Band-november 1985)

 

1946 – 31 januari : Aangifte van aardappelen.

            “Alle landbouwers worden verzocht donderdag a.s. op het gemeentehuis aangifte

            te doen van de hoeveelheid aardappelen die zij nog kunnen leveren.

            Zelfs indien zij niets meer over hebben, moeten zij zich nog aanbieden om zulks

            te bevestigen.” (KH-GvM)

 

1946 – 11 februari : “Achterblijvers : maandag a.s. uitreiking der zegels van de nieuwe

            periode aan de niet-producenten die nog niet om hun zegels kwamen.

            Medeische getuigschriften, afgeleverd tot het bekomen van 50 kg kolen, moeten

            den derden dag na de aflevering op het gemeentehuis binnengebracht worden.”

            (KH-GvM)

 

1946 – 27 februari – Eerste gemeenteraad van 1946.

            Die werd bijgewoond door Petrus De Prins, burgemeester, Prosper Busschot, Joh.

            Nuytkens, schepenen, Karel Silverans, Victor De Laet, Frans Boonen, Jozef

            Apers en Henri Verbeeck, raadsleden en Frans Huysbrechts d.d. secretaris.

           

            -Eedaflegging van nieuw raadslid Henri Verbeeck.

            -Herzien beslissing van 2 november : “Gezien zijn bijzonderen geestestoestand,

            voortvloeiende uit zijn verwondingen opgeloopen tijdens den oorlog 1914-18, en

            hij maar gedeeltelijk verantwoordelijk is voor zijn daden gesteld tijdens de

            bezetting, besluit bij algemeen stemmen den heer De Leers te ontzetten uit zijn

            ambt met rustgeld.”

            -Johannes Nuytkens verkozen tot schepen met 8 stemmen op 8.

            -De Raad zal de provinciegouverneur verzoeken de nodige stappen te doen tot

            terug indienstneming van gemeentesecretaris Bradt, die geschorst was.

            (Deze schorsing verviel op 6.2.1946)  

 

1946 – 6 maart : Rantsoenzegels voor duivenvoer

            “De duivenliefhebbers kunnen de zegels, bestemd voor de bevoorrading der

            reisduiven op het gemeentehuis komen afhalen. Voor elke zegel kan men zich,

            tegen betaling, 6 kg gemengd voeder aanschaffen.” (KH-GvM)

 

1946 – Op zondagen 28 april en 5 mei 1946 – Iets eenigs te Leest.

            GROTE BAKSCHIETING voor een schoon soortig viggen bij Emiel De Kock

            (Vet) Winkelstraat, Leest. (advertentie in Het Goede Zaad)

 

1946 – 5 juni – Gemeenteraad :

            “...de Raad besluit het electrisch net uit te breiden tot alle woningen.”

           Kostprijs : 140.035 fr waarvan de betrokkenen 10% dienden te betalen.

            In dezelfde Raad werd beslist gemeentewerkman Hendrik Fierens, die tot

            dan per uur betaald werd, een jaarwedde toe te kennen. Deze werd bepaald

            op 14.000 frank  (12.000 frank vermeerderd met vier tweejaarlijkse verhogingen

            van 500 frank omdat Hendrik Fierens in dienst was sedert 1/1/1937)

 

1946 – 2 juli – Gemeenteraad :

            Vergoedingskosten geschenk pastoor :

            “...de Raad besluit éénparig een krediet te stemmen van 2.000 fr voor het

            aankopen van een geschenk ter gelegenheid van het gouden priesterjubileum

            van E.H. Pastoor Jozef Beuckelaers.”

 

1946 – 20 augustus – Gemeenteraad :

            “...3e punt. Toelage aan den Nationalen Strijdersbond van Leest voor het

            oprichten van een monument.

            De Raad besluit het te kort van 5.500 fr voor het oprichten van een monument ter

            eere der oorlogslachtoffers te geven aan den Nationalen Strijdersbond van

            Leest.”

 

1946 – 1 oktober – Gemeenteraad :

            “...De Raad, gezien het verzoek van den heer Coemans grondeigenaar te

            Mechelen tot het verleggen van het voetpad nr. 63 in de Bist, gezien de

            daarbijgevoegde uittreksels uit den atlas der buurtwegen, gezien het commode en

            incomode des aangande waaruit blijkt dat er geen bewaren zijn ingekomen,

            besluit den voetweg nr.63 te verleggen zoals aangeduid op de daarbijgevoegde

            plannen...”

 

1946 – 24 november – Gemeenteraadsverkiezingen.

            Werden verkozen : Busschot Prosper, De Prins Petrus, De Laet Victor, Van Riet

            Jan, De Win Ernest, Verbeeck Pieter, De Prins Ferdinand, Maes Theophiel en

            Spoelders Remi.

            Eerste schepen werd Prosper Busschot, tweede schepen Theophiel Maes.

            (GR-18/1/1947)

 

1946 – Op 31 december telde de gemeente Leest 1813 inwoners.

 

Foto’s gemeenteraadsleden :

-Prosper Busschot, (schepene)

-Ferdinand De Prins



1105229-a411e105a6f9983a6d8fb530daa6e21e.jpg

1105229-a0b81038be1ad40569e6c03df9199f55.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:39 Reageer op dit bericht

            In  de periodiek “De Band”, editie oktober 1957 stond een “In Memoriam” :

            “In Memoriam : de oude bromfiets van Mr Pastoor (Nova et Vetera)

            ...Verleden maand is een bekende figuur van ons heengegaan : de oude brommer

            van onze Mr Pastoor... Het was een veelbesproken figuur. Gedurende de jaren

            dat hij onder ons verbleef, heeft hij zich doen kennen als een harde wroeter, die

            door weer en wind, over alle mogelijke modder- en slijkwegen, duizenden

            kilometers heeft afgelegd.

            En dat aan een snelheid die ons allen hartkloppingen heeft bezorgd, die het leven

            onzer kiekens en honden dikwijls aan de rand van de eeuwigheid heeft gebracht.

            Die onder druk van de pastoorlijke voet over de wegen snorde aan een tempo dat

            zwaantjes, gendarmen en gardes dikwijls deed schreeuwen van spijt.

            Omdat zij hem niet konden volgen...

            Ondanks dit alles, hebben wij hem met spijt zien vertrekken. Want onder zijn

            rammelende slijklap en vettige kettingkast klopte een warme moteur.

            Geboren in een bekende bromfietsenfabriek, was hij ingevet en opgesmeerd

            glanzend van levenslust, helemaal een kind van de wereld. Met als enig ideaal

            zoveel mogelijk te profiteren. Alleen ’s zondags werken, en dan nog over lichte

            makadamwegen, met als last een fijn opgedirkt heertje en desnoods van achter er

            nog een geparfumeerd juffrouwtje bij, van ten hoogste 55 kg. En heel de week

            uitrusten, in de beste kamer, met twee plankskens onder de wielen en een laken er

            over opdat er toch geen stofje zou op vallen.

            Het lot besliste er echter anders over. Hij viel in de handen van onze Mr

            Pastoor.. Weg makadam, weg dat pakske parfum, weg de blokskens onder de

            wielen, weg de achturenweek,...

            ...”

            Het ultieme “In Memoriam” voor Jan Baptist Coosemans verscheen in het Parochieblad

            van 6 december 1979 :

 

            Oud-onderpastoor Constant De Decker : Terwijl ten alle kante de goudgele

            bladeren neerdwarrelen is E.H. Coosemans stil heengegaan in volle herfsttijd :

            de Herfst van zijn leven

            De lente was voor hem die eerste jaren van zijn priesterschap, als actieve

            onderpastoor : vergaderingen, oprichten van jeugdbeweging, zorgen voor

            lokalen, op kamp gaan, alles gedragen door die liefde van de Heer Jezus zelf.

            De zomer heeft hij bijzonder beleefd als pastoor te Leest, de parochie waarvan hij

            zoveel heeft gehouden. Grote zorg heeft hij getoond voor het huis van God, die

            mooie kerk van de Heer Jezus temidden van de mensen. Dat was steeds zijn

            eerste bekommernis. Maar tegelijkertijd ook die zorg voor de mensen, die zeker

            tot uiting kwam in het bouwen van een parochiecentrum met feestzaal.

            Want Leest stak vol aktiviteiten van de KVLV, de Chirojeugd, E.K., de twee

            afdelingen van de B.J.B., de Milac, enz...

            Een man van gebed, eenvoudig, en gedragen door een ware bekommernis, dat

            waren zijn hoofdkenmerken.

            Kwam  dan de herfst van het leven, de periode dat hij afscheid heeft moeten

            nemen van Leest, om eerst te gaan wonen in Zemst, vervolgens verblijf te nemen

            in het rusthuis Emmaüs te Korbeek-Lo en dan te Erps-Kwerps. In die groeiende

            stilte en verlatenheid heeft hij zich voorbereid in volle bewustzijn op zijn

            heengaan van de mensen, om op te gaan naar God, de bron en het einddoel

            van zijn leven...”  

 

            Modest Van Steenwinkel : “...Hij kwam achter pastoor Beuckelaers, juist na

            de oorlog. De kerk was toen in zeer slechte staat : de plaaster was op veel

            plaatsen van bogen en consoles afgevallen. Zijn eerste werk bestond er in het

            dak te laten herstellen en de kerk te laten herschilderen. Ook de nieuwe klokken

            hebben wij aan hem te danken.

            Hij was een echte boerenpastoor, echt passend tussen de boeren op den buiten.

            Ik weet niet hoe hij het te Scheut in de stad zolang heeft uitgehouden.

            Hij was doorgoed, kon soms opvliegen, maar daarna was alles vergeten.

            Ge waart er steeds welkom, zowel bij de pastoor als bij Liza.

            “Ik ben arm op Leest gekomen,” zei hij altijd, “ik wil er even arm weggaan...”

            Ik geloof dat dit de waarheid geweest is.”

            Hilde Reinhard : “...Eén van zijn eigenschappen die me altijd is opgevallen :

            hij was geweldig sober voor zichzelf. Hij had bijna geen aandacht voor zijn eigen,

            alles voor de anderen. Hij was afkomstig van arme boerkes uit Perk.

            Zijn deur stond open voor iedereen. Ook de missionarissen waren altijd bij hem

            welkom...”

 

            Maria De Boeck : “...Mijnheer Coosemans kwam geregeld naar de school.

            Hij was een vriendelijk man die goed met kinderen kon omgaan. Hij was een

            echt en devoot priester. Hij ging ook geregeld zijn zieken bezoeken en op straat

            nam hij zijn hoed af voor iedereen. Alle mensen van Leest hadden spijt dat hij

            aanging...”

 

            Alfons Hellemans : “...Hij is hier bijna ongemerkt weggegaan en kreeg geen dank

            in verhouding met hetgeen hij voor Leest had gedaan.

            Hij kon misschien minder goed preken, en zingen kon hij in het geheel niet, maar

            hij was een echte priester die met alleman over de baan kon. Voor de processie

            was hij steeds geweldig in de weer... Hij had ook handen aan zijn lijf : als er in

            het patronaat iets kapot was, sloeg hij het zelf aaneen.

            Pastoor Coosemans was een goeie brave mens...”   

Bij de foto’s :

-de oude bromfiets van de pastoor.

-bij elk evenement op de eerste rij zoals het een notabele toekwam.

-pastoor Coosemans door de ogen van George Herregods.

 



1104987-aa17e64430adfca1ef8e1c34158081b7.jpg

1104987-14f4a619438bf68770cac6e70b2f20e8.jpg

1104987-247b0c80a49a5724a790f8d6ecb3e171.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 13:14 Reageer op dit bericht

            De Band (1956) schreef volgend verslag :

            “Zondag 11 augustus 1946 was heel Leest in feest. Een prachtige stoet trok door

            de gemeente.

            Z.E.H. Kan. Leys, deken van Mechelen-Zuid, voltrok de aanstelling.

            Als getuigen traden op : de Z.E.Heren Clicteur, pastoor van Zemst en De Clerck,

            pastoor te Tisselt. De heer burgemeester hield een feestrede waaruit het volgende

            werd ontleend :

            “Ter gelegenheid van uw aanstelling als herder van Leest is het voor mij als

            burgemeester een groote eer u hartelijk welkom te mogen zeggen in onze

            gemeente.

            ...Gij hebt u kunnen overtuigen dat het grondgebied van onze gemeente, uw

            parochie, uitgebreid is en dat bijgevolg het werk, waaraan gij u dag en nacht

            kunt wijden, zwaar zal zijn. Doch wij weten dat gij komt om u ten volle te wijden

            aan het welzijn van uw parochianen. Gij brengt vrede in onze huisgezinnen,

            vreugde in onze harten, licht in onze zielen.

            ...Gij zult onze kinderen opleiden en hun den weg toonen die leidt naar het

            schone, volmaakte goddelijk Wezen, en hun sterkte geven opdat het geloof niet

            wankelbaar maar rotsvast in hun zielen bewaard zoude blijven.

            Daarvoor zullen wij u gansch ons leven dankbaar zijn.

            ...Moge gij verblijven, vele jaren, in ons midden, daarvoor zullen wij God, den

            Heere, bidden.”

 

            Leestenaars over pastoor Coosemans :

 

            Jan De Decker in De Band 1956 : “...Zijn eerste bekommernis is gegaan naar een

            Parochiezaal en lokalen. Steeds heeft Mr Pastoor geijverd voor zijn kerk.

            Vele moeilijkheden moesten overwonnen worden. Maar wij weten nu dat deze

            werden overwonnen.

            Op een bepaald ogenblik, -hij was nog niet lang hier-, viel hij zonder

            onderpastoor, zonder dienstmeid, zonder koster...

            In ’t begin was ’t overigens een geweldig gesukkel met de meiden, b.v. niet minder

            dan 5 kwamen...en gingen. Tot op 7.7.48 mejuffer Elisa Van Waelhem (Elewijt)

            kwam. Mogen wij van deze gelegenheid profiteren om ook haar in de bloemen te

            zetten voor haar algehele plichtsbetrachting en gemoedelijke omgang ?

            Uit goede bron weten wij dat haar gerechten bij de pastoors van ’t omliggende

            beroemd zijn, evenals bij de predikanten !”   

 

            Miel Polfliet vertelde in 1982 :

            “Ik herinner het mij als was het gisteren. Het was in de mis van halfzeven en

            pastoor Coosemans stond op de preekstoel.

            Ineens begon hij over de verkiezing te praten en vroeg tamelijk rechtstreeks niet

            voor de “Blekken” te stemmen.

            Toen is mijn grootmoeder (Colette Van Praet-De Prins) verontwaardigd

            rechtgesprongen en vroeg letterlijk : “Mijnheer pastoor, zijn wij dan geen

            kristelijke mensen ?” Waarop de pastoor het antwoord schuldig bleef, hij verliet

            de kansel en zette de mis verder alsof er niets was gebeurd.

            Nog even was er spanning in de kerk toen mijn grootmoeder ten communnie ging.

            Heel de kerk keek ademloos toe, maar de pastoor behandelde haar net zoals de

            andere communicerenden en legde de H. Hostie op haar tong.

            Onmiddellijk na die mis staken enkele “Blekken” de koppen bij elkaar en

            verzamelden in een mum van tijd enkele tientallen muzikanten van hun fanfare

            (Sint-Cecilia).

            Die zijn dan dezelfde dag uit dankbaarheid bij mijn grootmoeder thuis in de

            Alemstraat, een serenade gaan spelen.”



1104978-1e885db5b50a8971dcdeda2190d187e4.jpg

1104978-5801ca550f09b53f2a90bc9a1686a976.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 13:05 Reageer op dit bericht

1946 – Jan Baptist Coosemans volgde J. Beuckelaers op als pastoor te Leest en dit tot

            1966.

            Hij was te Perk geboren op 19 november 1898 in een gezin van tien kinderen.

            Zijn vader overleed in 1919 op 73-jarige leeftijd en zijn moeder in 1929, zij

            werd 68.

            Jan Baptist Coosemans liep college te Vilvoorde en trad binnen in het Klein

            Seminarie, afdeling filosofie te Mechelen.

            Kardinaal Mercier wijdde hem op 6 juni 1925 tot priester.

            Voor zijn wijding, op 28/2/1925, was hij tot leraar benoemd aan het

            St-Stanislascollege te Berchem.

            In september 1925 werd hij tot onderpastoor van Scheut benoemd : daar zou hij

            vijf jaar blijven. Wegens ziekte diende hij rust te nemen en verbleef van oktober

            1930 tot november 1932 als aalmoezenier in het gesticht Releghem te Zemst.

            Op 19 november 1932 werd hij tot onderpastoor te Zemst benoemd.

            Kardinaal Van Roey benoemde hem op 31 juli 1946 tot pastoor van Leest in

            opvolging  van pastoor Beuckelaers.

            Hij bleef er tot zijn pensioenering in 1966 waarna hij samen met Juffrouw Maria

            (Maria Rheinhard) naar Zemst ging wonen (Schoolstraat) om aldaar van een

            welverdiende rust te genieten.

            Hij overleed te Erps-Kwerps op 17 november 1979.

 

            Gazet van Mechelen van 13/8/1946 schreef over zijn aanstelling (11/8/1946) :

            “...Even na het middaguur was reeds een kleine drukte te bespeuren die naar

            mate het 15 uur werd, steeds aangroeide.

            Die prachtige stoet, met een nog prachtiger zonneweertje begoten, zette zich om

            15 u in beweging nabij Kapelle o/d Bosch, om langs Leest Heide en Biest, te 16 u

            in het dorp te belanden. De straten en huizen waren prachtig versierd en

            verschillende ernstige monogrammen versierden de gevels, ook voor den lach

            was gezorgd waarbij we volgend versje zeer komisch vonden : “Alle maanden

            een nieuw ministerie, dat is verduiveld een grote miserie. Maar na 35 jaar een

            nieuwe pastoor, dat kan er wel mee door !”

            De optocht zelf bestond uit prachtige groepen en wagens waaronder volgende

            groepen en wagens bijzonder uitblonken : “De nieuwe regeering”, “De verkeerde

            wereld”, “Oogstvreugde”, “Verschijning van Fatima”, “Op Signoor”, enz.

            teveel en te schoon om ze alle op te noemen.

            Bij het einde van dezen optocht, waren de parochianen van Zemst met een wagen

            goed vertegenwoordigd, in de koetsen bemerkte men de Kerkfabriek, Burgerlijke

            Overheid en als laatste den gevierde E.H.Coosemans, E.H. Leys, deken, E.H.

            Pastoor van Zemst en E.H.Onderpastoor van Leest. Verder nog verschillende

            geestelijken uit de naburige dorpen.

            Te kwart voor vijf  vond de traditionele plechtigheid plaats voor de kerkdeur,

            waarbij E.H. Leys, deken, den sleutel der kerkdeur overhandigde en dadelijk

            daarna ving de kerkelijke plechtigheid plaats.

            Den E.H.Deken besteeg den kansel en wist met een puike rede de aanwezige

            kristenen toe te spreken, hierna ving het H. Lof aan.”

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 13:03 Reageer op dit bericht

1945 – 12 juli – Gemeenteraad :    

            Het gemeentebestuur besloot een toelage te verlenen van 2000 fr “om de

            Feestelijkheden der gedeporteerden op te luisteren”.

            Feest dat zou doorgaan op 21 juli.

            Ook werd in dezelfde gemeenteraad een toelage van 1000 fr gestemd aan het

            plaatselijk  nieuw blad “Het goede zaad”.

 

1945 – 5 september  :  J. Van Assche aangesteld tot dienstdoende secretaris mits 500 fr

            per maand. (GR-20/10/1945)

            In december zou hij echter reeds ontslag nemen, hij werd dan opgevolgd door

            Frans Huybrechts(geboren 29/12/1906) uit het Dorp. (GR-24/12/1945)

 

1945 – 20 oktober – Gemeenteraad :

            “...14de punt. Aanstelling van een Urbanist voor het ontwerpen van een algemeen

            inrichtingsplan. De Raad in geheime stemming, gezien de vergadering op het

            stadhuis te Mechelen van de burgemeesters der omliggende gemeenten, palende

            aan de stad Mechelen met den heer Minister voor Openbare Werken, ten einde

            samen te werken tot het opmaken van een algemeen inrichtingsplan voor (het

            opmaken) de Urbanisatie van Mechelen en omstreken.

            Gezien het opmaken van dit plan dient uit te gaan van een studiebureel om het

            algemeen belang ten nutte te komen.

            Besluit met eenparigheid van stemmen : den heer Wijnants Maxiem opdracht te

            geven tot het opmaken van een algemeen inrichtingsplan der gemeente voor

            Urbanisatie.”

 

            “...Gezien het noodig is gebleken de dorpplaats bijtijds te onderhouden en te

            ontdoen van vuil, besluit : de gemeentewerkman te gelasten alle zaterdagen de

            dorpplaats te kuischen en de rioleering te verzekeren.

 

            De Raad gezien de vraag door den heer De Laet tot het geven van avondlessen

            inzake landbouw in de gemeentelijke jongensschool besluit :     

            1. toelating te verlenen tot het geven van deze lessen in de gemeentelijke

             jongensschool.

            2. deze plaatsen te verwarmen en te verlichten op kosten van de gemeente.”

 

1945 – 2 november – Gemeenteraad : Meester De Leers...

            “...4de punt. Tuchtactie van den Heer De Leers tijdens de bezetting.

            De Raad in geheime zitting;

            Gezien de besluitwet van 8/5/1944 ; Gezien de handelingen van den heer De

            Leers tijdens de bezetting aanleiding hebben gegeven tot groote verontwaardiging

            bij de bevolking en hij geen genoegzaam gezag meer bezit en als onderwijzer zijn

            dienst te hernemen;

            Gezien de inlichtingen verstrekt door den Heer Krijgsauditeur;

            Gezien de aaneenschakeling van moeilijkheden tusschen het schoolhoofd en de

            achtereenvolgende gemeentebesturen;

            Gehoord belanghebbende in zijn verweer;

            Gezien zijn moreele en physieke inzinking ten gevolge van zijn verwondingen

            tijdens den oorlog 1914-1918.

            Overwegende dat er verzachtende omstandigheden zijn als groot oorlogsinvalied,

            gaat over bij geheime (zitting) stemming tot het toepassen van een tuchtstraf;

            besluit met algemene stemmen :

            1. Een schorsing toe te passen van onbepaalden tijd met wedde.

            2. Aan de hoogere overheid zijn ontslag aan te vragen voor op ruststelling als

            onderwijzer.

            3. Deze beraadslaging voor het noodige gevolg over te maken aan de Bestendige

            Deputatie.”

 

1945 – 2 november – Aannemingscontract bewaarschool. (GR)

 

1945 – 24 december – Gemeenteraad :

            De Vrouwengilde van Leest had een schriftelijk verzoek gericht tot het

            gemeentebestuur om :

            1. de menigvuldige bals af te schaffen.

            2. de toegang tot de danszalen te verbieden aan alle personen onder de 18 jaar.

            3. het sluitingsuur aan te passen.

            Besluit van het gemeentebestuur :

            “1. Geen toelatingen meer toe te staan tot het geven van bals waarvan het doel

            en de opbrengst niet kan gerechtvaardigd worden tot nut eener

            muziekmaatschappij of iets dergelijksch.

            2. Den toegang te verbieden tot de danszalen van alle personen die niet ten volle

            17 jaar oud zijn.

            3. Het sluitingsuur der herbergen te bepalen op 12 uur ’s nachts in de week en op

            1 uur ’s nachts op zon- en feestdagen.”

 

1945 – Op 31 december telde Leest 1808 inwoners.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 12:55 Reageer op dit bericht

 Foto :  Vader Frans Polspoel verdween voor zes maand zonder dat iemand wist waar hij zich

             bevond. Moeder Stefanie “van Zillekes” met zoontjes  Edmond en Alfons.

 

1945 – Leestenaars en de tweede wereldoorlog

            Frans Polspoel, op zijn paspoort stond Marie Francois Polspoel, uit de Vinkstraat,

            was krijgsgevangene genomen en verdween voor zes maand uit circulatie.

            Niemand wist waar hij uithing.

            Als landbouwer werd hij heel die tijd in Duitsland en ook een tijdlang in

            Tsjechoslowakije op boerderijen tewerkgesteld. Daar leerde hij noedels eten.

            Frans was in 1934 gehuwd met Maria Stephanie Maes.

            Het echtpaar kreeg vier kinderen : Alfons,gehuwd met Lisette Fierens uit de

            Winkelstraat.

            Edmond, zijn officiele naam was Edmund, hij huwde met Melanie

            Selleslagh en werd schepene in het laatste gemeentebestuur van het autonome

            Leest.

            Paul, gehuwd met Victoire Maes en enige en jongste dochter Maria die

            gehuwd was met Jan Tirri.   

 

Op 5 oktober 1949 kreeg burgemeester De Laet een schriftelijke melding overhandigd van de voorwaardelijke invrijheidstelling van A.V. Op briefhoofd van het “Ministerie van Justitie, Administratie der Strafinrichtingen, Veroordeelden wegens misdrijven tegen de Veiligheid van de Staat. Dienst voor wederopvoeding, reclassering en voogdij.”: Dossiernummer 55242.

 

Brussel 28-9-1949

 

Mijnheer de Voorzitter,

 

Ik heb de eer u de (voorwaardelijke) invrijheidstelling op datum van 23-9-1949 mede te delen van V.A. geboren te Leest, de 17/8/1916, burgerl.staat ongehuwd, beroep tuinbouwkundige, woonplaats Leest, Elleboogstraat.

Veroordeeld de 11/1/1945 door KH Brussel tot 15 j. hecht terzake van inbreuk art 113, 117GWB.

Deze invrijheidstelling werd verleend onder volgende voorwaarden : onder voogdij, met verbod zich met politiek in te laten en met verplichting zich te onthouden  van omgang met andere vrijgestelden.

Mag ik U verzoeken de persoon aan te duiden, die volgens U het meest geschikt blijkt om de voogdij over boven vernoemde invrijheidgestelde waar te nemen, en die zou aanvaarden er zich mede te gelasten.

Om Uw taak te vergemakkelijken, voeg ik bij die schrijven een formulier voor het antwoord (Model B) dat U enkel dient in te vullen en mij zo spoedig mogelijk terug over te maken.

De voogd gelieve onmiddellijk contact op te nemen met zijn (haar) pupil(le) en de voogdij waar te nemen in overeenstemming met de richtlijnen van mijn dienst. Zodra hij volledig ingelicht is over de toestand, de gesteldheid en het gedrag van de invrijheidgestelde, zal de voogd een eerste omstandig verslag opstellen, en door Uw bemiddeling aan de Voogdijdienst, Ministerie van Justitie te Brussel, laten geworden. Vervolgens zal hij om de drie maand, op dezelfde wijze, beknopte maar volledige verslagen, overmaken.

Nochtans, indien de voogd bij zijn eerste contactname met zijn pupil, in kennis zou gesteld worden van ernstige moeilijkheden die zich in de reclassering van betrokkene zouden voordoen, zal hij onmiddellijk, door een bondig verslag, de dienst hiervan op de hoogte brengen.

Indien bij de uitoefening van de voogdij moeilijkheden oprijzen zal de voogd U hieromtrent verslag uitbrengen ; U gelieve mij hiervan onmiddellijk in te lichten opdat ik met volledige kennis van zaken, de nodige maatregelen zou kunnen nemen.

Ingeval het niet mogelijk blijkt, binnen de veertien dagen een geschikte voogd te vinden, houd ik er aan dat de hierbijgevoegde stukken mij dadelijk zouden teruggezonden worden.

Met de meeste hoogachting.

Voor de Minister :

Voor de Gemachtigde Directeur :

        K.Potoms

 

Overgemaakt aan de heer Burgemeester  De Laet te Leest op 5/10/1949

Voogd : burgemeester De Laet.

 

Bij deze schriftelijke melding was een bijvoegsel (formulier 11) van de gevangenis van Mechelen :

 

Gevangenis Mechelen

 

Voorwaardelijke invrijheidstelling.

Naam en voornamen : V.A. C. J. T.

Plaats en dag van geboorte : Leest den 17-8-1916

Burgerlijke stand : ongehuwd

 

                         Uiteenzetting der feiten van V. A.

Feiten gepleegd: te Graz of elders in Duitsland.

 

Veroordeelde is de zoon van de V.N.V.burgemeester van Leest. Hij zelf is overtuigd van de triomf der Duitse legers, en zeker van alle straffeloosheid tijdens hun heerschappij ten lande, stelt zich kordaat aan als pro-Nazi en voert door woord en daad propaganda voor het Oostfront.

Na als gemeentesecretaris tot in 1941, in diens geest te hebben gefungeerd wordt hij adjunct-marktafgevaardigde te Mechelen en te Tongeren, en lijft zich alsdan, in maart 1942, bij het Vlaams Legioen in.

Hij beweert dat, gelet op zijn gezondheidstoestand, hij daar een ondergeschikten geneeskunditgen dienst vervulde, bij de burgerlijke bevolking

In augustus 1943 maakt hij deel uit der gelederen der SS brigade Langemark doch hier ook zou hij in de burelen werkzaam zijn  geweest, en zou hij onwetens een verbintenis hebben getekend voor vier jaar, eindelijk verminderd op twee jaar, derwijze dat hij in maart 1944 ontslag nemen kon.

Eens huiswaarts gekeerd hernam hij dienst in de hoofdgroepering Vlees en Veeproducten in Mechelen en Yperen.

Hier zij vermeld dat de vader van veroordeelde een groot landbouwbedrijf uitbaatte, doch aan het hoofd stond van een talrijk gezin en dat de aanverwingscontracten voor de SS mannen, het bekomen van een boerderij voorzagen van 25 à 30 hectaren in Oekraïne voor de verbintenissen van een termijn van 4 jaar.

V. was fier op zijn uniform. Hij had minachting voor de goede Belgen, trotseerde de rijkswacht, dewelke hij de militaire groet wilde afdwingen daar hij in Rusland de graad van SS Langemark onderofficier had veroverd.

Hij droeg zilveren epouletten, een kepi en wapens.

Overigens had hij veel reklaam gemaakt bij zijn vertrek naar Stratz, waar hij zijn militaire opleiding ontvangen zou. Wanneer hij eigenlijk naar het front vertrok, zes maanden later, gaf zijn vader op het gemeentehuis een groot gelegenheidsfeest  waarop alle vooraanstaande V.N.V van de omtrek werden verzocht, politieke redevoeringen werden gehouden, gelukwensen geuit, enz…

V. heeft een ganse roman verzonnen om te doen geloven dat hij buiten het weten zijner familie vertrokken was om de bolchevisten te gaan bevechten.

De werkelijkheid is gans anders, want de familie was V.N.V., steunde de Oostfrontstrijders en bevoordeeligde op alle wijzen hun echtgenoten en kinderen van de omtrek.

Zijn gedrag was vroeger onberispelijk. Hij had een goede faam en stond gunstig bekend. Gaf  zich nooit over aan dronkenschap, ongebondenheid of ontucht.

Stond in goede betrekkingen met zijn familie. Op zedelijk gebied was zijn gedrag en houding onverbeterlijk.

Bevindingen van het personeel : V. A. C. die wat romantisch is aangelegd, heeft zich laten verleiden en trad toe tot de Oostfrontstrijders.
Heel snel zag hij zijn fout in en kon hij in maart 1944 reeds ontslagen worden.

In de gevangenis heeft hij verder door zijn gedragingen, werkijver en geest van uitboeting getoond dat hij werkelijk spijt heeft en is zijn morele gesteltenis gerangschikt als zeer goed.

 

Ontwerp van reclassering :  Oudste zoon van een landbouwersgezin van 8 kinderen, keert hij in dit gezond familiaal milieu terug en levert zijn reklassering niet de minste moeilijkheid op.

 

Plaats waar de belanghebbende het voornemen heeft zich te vestigen : Leest Elleboogstraat.

Uitgaansfonds : 1419,80 fr.

Datum van voorwaardelijke invrijheiddstelling : 23-9-49

Defenitieve invrijheidstelling : 8-9-69.

 

 

 

1945 – 4 juni – Gemeenteraad :

            “...5e punt. Motie De Leers over te maken aan den Krijgsraad.

            De Raad, gezien het verzoek van den heer Provinciegouverneur om bij den heer

            Krijgsauditeur aan te dringen tot bespoediging van de zaak De Leers,

            schoolhoofd te Leest; gezien den heer De Leers groot oorlogsinvalide is van

            1914-1918. Gezien zijn uitwendige verwondingen ten gevolge van gemelden

            oorlog. Gezien den treurigen toestand van zijn gezin;

            overwegende dat de feiten die hem ten laste worden gelegd naar ons bescheiden

            hem maar voor een klein deel kunnen toegeschreven worden, ingevolge zijn

            geesteszwakte ; gezien den toestand zich jarenlang heeft vertoond min of meer

            abnormaal te zijn, zoowel in zijn privaat en openbaar leven als in zijn

            beroepsbetrekkingen; besluit éénparig :

            aan den Krijgsraad te vragen deze motie in aanmerking te willen nemen zoowel

            bij de bespoediging als bij de uitspraak van het vonnis.

            Daarna wordt de zitting gesloten verklaard om 22 uur en 10 minuten.”

 

1945 – 4 en 5 juni 1945 – Belgisch Staatsblad 155-156 :

            Ministerie van Binnenlandse Zaken.  Leest.  Burgemeester ontzet.

            “Bij besluit van den Regent dd. 17 Mei 1945 is de heer V. Jan-Emiel,

            uit zijn ambt van burgemeester der gemeente Leest ontzet.

            …”

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 12:49 Reageer op dit bericht

1944 – In de nacht van 27 op 28 oktober 1944  kwamen drie leden van hetzelfde gezin

            om het leven na de inslag van een vliegende bom. (V-1)

            Joannes Verbruggen, geboren te Leest op 17 november 1890, zijn echtgenote

            Maria Nathalia Van den Brande ( ° Leest 3/3/1898) en hun zoon Lodewijk

            Verbruggen ( ° Leest 17 juni 1927)

 

1944 – Einde 1944 telde Leest 1796 inwoners.

 

1945 – 12 maart : Die dag overleed te Flossenburg Franciscus Van der Elst.

            Hij was schilder bij de NMBS en te Leest geboren op 4/10/1895.           

            Franciscus hoorde tot de politieke gevangenen van de partizanengroep

            Boortmeerbeek en was aangehouden op 25/4/1944.

            (“Systematiek en Willekeur, het verhaal van de politieke gevangenen uit het

            arrondissement Mechelen” van Patrick Moreau -2004.)

            Maria Lauwens (afkomstig uit de Kouter) wist te vertellen dat de “Van der Elsten

            van  Hofstade bij haar tante Jeanne (“Jeanne van Sooike Huybrechts van herberg

            en zaal Sint-Cecilia) onder de scène  in de zaal hebben verborgen gezeten.

            Ze waren in Leest naar een beroepsrennerswedstrijd komen kijken, waarschijnlijk

            tijdens een kermis.

            Volgens Maria ligt de familie vooraan aan de grote ingang op het kerkhof

            begraven.

 

1945 – 27 maart : Pas op 27 maart 1945 stopten de Duitsers met het lanceren van

            vliegende bommen en raketten. Hiermee sloot een lange periode van onrust

            af. Wie de nachten in kelders had doorgebracht kon opnieuw van een normale

            rust genieten. (“Zes donkere jaren”, Edward Saerens)

 

1945 – 12 april : Voorstelling van kandidaten tot de oprichting van een gemeentelijk

            comité van Ravitaillering.

            De Raad bracht gunstig advies uit tot voordraging van voorgestelde kandidaten :

            Selleslagh Louis en Van Linden Karel als vertegenwoordigers der producenten.

            Piessens Frans en Huybrechts Frans als vertegenwoordigers der tussenpersonen,

            Silverans Karel en Nuytkens Jan als vertegenwoordigers van de verbruikers.

 

1945 – Op 8 mei 1945 werd een einde gezet achter de oorlog. Na de feestroes kwam de

            realiteit en het stond vlug vast dat het nog lang zou duren voordat alles

            gestabiliseerd zou zijn.

            Gedeeltelijke rantsoenering was nog jarenlang een feit.

            Amerikaanse producten overspoelden onze markt. Kauwgum, coca-cola, maar

            ook Chester kaas, eierpoeder en Deense boter waren te koop.

            De kinderen verzamelden prenten van Amerikaanse filmsterren.

            De deur werd op een kier gezet voor een internationale consumptiemaatschappij.

            Maar toch verscheen er weer vlug chocolade en andere Belgische producten

            waarvan men het bestaan niet meer kende. (KH)     

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:41 Reageer op dit bericht

Bijvoegsel : melding van de priesterwijding van Jozef Albert Selleslagh.

 

1944 – 24 januari : Pieter Frans Van der Taelen, geboren te Willebroek 22/8/1882,

            wonende Dorp 11 Leest, aangesteld “ten tijdelijken titel als klokluider en

            torenuurwerkverzorger der gemeente”.

            Hij verving Alfons Scheltiens die naar Mechelen was verhuisd.

            Zijn jaarwedde : 1800 fr. (GR)

 

1944 – 20 februari : In vele open weiden langs de Zenne, het Broek, het Schalam, de

            Potaardevelden, worden twee meter hoge boomstammen en balken in de grond

            gestoken om te beletten dat vliegtuigen of zweefvliegtuigen er zouden landen.

            De Duitsers vrezen een op komst zijnde invasie. (KH)

 

1944 – 10 april : Jozef Albert Selleslagh(°8/5/1917, +9/10/1974) uit de Bist, zoon van

            Lodewijk   (°29/10/1887, +27/7/1969) en Leonie Verbergt,

            (°29/6/1888, +31/8/1966) werd priester gewijd in de kapel van het studiehuis der

            Missionarissen van Afrika (Witte Paters) te Heverlee.

            Hij werd gewijd door Monseigneur Carton de Wiart. De eremis vond plaats op 16

            april in de kerk van Leest.

            Op 20 juli 1945 zou boerenzoon Jef Selleslagh naar Burundi vertrekken.

            Hij zou er blijven tot 1968. Nadien werd hij godsdienstleraar aan de Vrije

            Technische School te Borgerhout. Hij overleed in het St.-Elisabethziekenhuis

            te Antwerpen op 9 oktober 1974.

            “Opgegroeid in een diepkristelijk gezin, leerde hij van jongsaf de veilige weg

            gaan, die leiden zou naar het Priesterschap. Met liefde en ontzag was hij

            opgegaan naar het altaar en werd missionaris in Burundi naar de inzichten van

            zijn goddelijke Meester. Zichzelf vergetend, vol ijver, tot de laatste dag, in en

            voor zijn Technische School, voor zijn parochie Kalfort-Puurs, heeft hij

            gewoekerd met de talenten, die Ons Heer hem had gegeven...”

            (Passage uit zijn doodsprentje)

 

1944 – 19 april : Deze woensdag werden rond 18u30 formaties vliegtuigen opgemerkt

            over Leest richting Mechelen. Ze wierpen dwarrelende dingen uit die er van op

            afstand uitzagen als zilverpapiersnippers. De werkelijkheid was anders. Eens  ze

            de  grond raakten spatten ze open en zetten ze de omgeving in vuur en vlam.

            Enkele bommen vielen in de velden van het broek.

            Het grootste deel raakte de stad Mechelen. Twintig minuten later volgde een

            tweede formatie bommenwerpers. Mechelen stond in brand.

            Bij avondschemering was het zicht van de brandende huizen en de Lieve-

            Vrouwentoren een akelig schouwspel. (KH)

 

1944 – 24 april : Mechelen treurde om de 120 doden en de vele gewonden.

            De lijkkisten stonden opgesteld op de binnenkoer van het St.-Romboutscollege

            en werden vandaar naar de kathedraal gebracht voor de uitvaartdienst. (KH)

 

1944 – 1 mei : De dag was zonnig en vredig. De nacht zette in met oorverdovend

            aanhoudend gedreun van vliegtuigformaties. De hemel was klaar verlicht van

            neerdwarrelende parachutes met felle helderwitte lichtbundels.

            Het doelwit was duidelijk het spoorwegknooppunt van Mechelen en de

            spoorwegwerkplaatsen van het zogenoemde Arsenaal, dienstig voor de

            oorlogsindustrie. De bevolking vluchtte in de kelders of schuilplaatsen.

            Sommigen liepen naar buiten en en wierpen zich in de beekkanten.

            De bommenwerpers vlogen van west naar oost en volgden de spoorlijn als

            richtlijn. De eerste bommen vielen op het Mechels broek op de grens met

            Hombeek. Alles daverde. Een hel van fluitende, gierende bommen,

            oorverdovende knallen, schudden en schokken door de geweldige

            luchtverplaatsingen, rinkelen van brekend glas en vallende dakpannen.

            Hombeek ontsnapte ternauwernood aan een complete ramp. Op een paar

            tientallen meters van het dorp verschenen kraters van bominslagen.

            De verwoesting in de stad Mechelen was enorm. (KH)

 

1944 – 15 mei : Herderlijke protestbrief tegen bombardementen geallieerden

            Geconfronteerd met de desastreuze gevolgen voor de burgerbevolking, besloot

            kardinaal Van Roey zijn stem te verheffen om de geallieerden aan te manen tot

            enige omzichtigheid.

            Hij stuurde hen een herderlijke brief, gedateerd op 15 mei 1944. Deze brief

            werd voorgelezen in alle kerken.

            De kardinaal verzocht de geallieerden in naam van België have en goed van de

            burgers te ontzien “daar anders de beschaafde wereld zich eens met afschuw

            rekenschap zal geven van de ontzettende behandeling, die een onschuldig en

            loyaal land heeft moeten verduren”.

            Bombardementen van grote omvang bleven van dan af achterwege.

            Mechelen had voor de geallieerde bombardementen een enorme tol betaald : 171

            doden en 123 gekwetsten, 416 woningen volledig herschapen in puin terwijl

            3.304 andere lichte of zware brandschade opliepen.

            (GvM,29/5/1996)

 

1944 – 6 juni : De geheimde radio meldde de landing van de geallieerden in Normandië.

            (KH)

 

1944 – 21 juli : De nationale feestdag was geen feestdag meer maar een normale

            werkdag. Het afweergeschut van de Duitsers aan het spoor te Hombeek trad

            voor de eerste keer in werking tegen overvliegende geallieerde vliegtuigen. (KH)

 

1944 – 3 september : Duitse terugtrekkende soldaten eisten ’s avonds fietsen op bij vele

            burgers in het dorp en langs de hoofdwegen. Op de twee spoorlijnen te Hombeek

            werd uitsluitend richting Mechelen gereden. De treinen waren beladen met

            terugtrekkende soldaten en oorlogsmateriaal. Soms was het verkeer zo druk dat

            de treinen een uur of langer stilstonden aan het station.

            De Duitse soldaten strekten even de benen op het perron.

            Enkele personen die zich gecompromitteerd voelden, hadden hun pakken gemaakt

            en trachtten mee te vluchten. Ze onderhandelden heftig met de treinleiding maar

            kregen geen toelating om met de legertrein te ontsnappen. (KH)

 

1944 – 4 september : In de vroege ochtend stond een Duitse eenheid infanterie opgesteld

            voor inspectie op het dorpsplein van Hombeek. Ze sloegen in paniek als een

            jongeling kwam aangerend van uit de Bankstraat al schreeuwend : “De

            Amerikanen zijn daar”.

            In Kapelle-op-den-Bos waren inderdaad de geallieerden tot aan de vaart

            doorgestoten. De Duitsers marcheerden haastig weg richting Mechelen.

            Hun commandant kreeg zijn auto Citroën niet gestart en jonge mannen van de

            “Witte Brigade” staken een handje toe. Hij reed richting Leest.

            In de voormiddag nog kwam een eerste licht gepantserd voertuig met Engelsen

            van Leest. De verkenners mochten rekenen op de hulp van plaatselijke gidsen

            die meereden naar Mechelen.

            Tegen 17 uur kwamen de eerste tanks met groot geratel van Kapelle-op-den-Bos

            door Hombeek gereden. De mensen waren uitzinnig van vreugde.

            Alle huizen waren bevlagd en versierd. Men gooide met bloemen en schonk

            fruit en tomaten aan de bevrijders.

            De tweede tank van het eerste “platoon” reed vast op de Zennebrug. Het ijzeren

            beslag geraakte tussen de ketting die stukliep. De drie volgende tanks zetten hun

            opmars naar Mechelen door via de spoorbrug.

            De nog 16 volgende tanks van het “squadron” wisten dat ze de Zenne niet over

            konden via de normale brug en reden vanaf de Kleinestraat de spoorwegberm op.

            Ze volgden deze tot Mechelen.

            De Engelse soldaten van de tank die vastgereden was, verbroederden met de

            bevolking. Er werd gedanst op straat en in de herbergen.

            Het bericht circuleerde dat Hitler dood zou zijn. (KH)     

 

            Hilde Rheinhard (Wilgenstraat 52 Mechelen) getuigde in ’t Ridderke

            (nr.3 van 1994) over de bevrijding :

            “...Onder de oorlog woonde ons gezin te Leest waar mijn vader koster-orgelist

            was. Ons huis lag op de Kouter tegenover het parochiecentrum en was eigendom

            van de familie Stopie, die er verder naar Hombeek in het statige herenhuis

            woonde. Later werd ons huis bewoond door de aalmoezenier.

            In de vroege voormiddag is er inderdaad een gepantserd voertuig, echter niet op

            rupsbanden, door Leest gekomen. Het kwam bij ons voorbij en ging richting

            Hombeek. Mijn broer Herman stond er bovenop zwaaiend met zijn studentenpet

            en toonde de weg. Erg betrouwbaar was het echter niet omdat hij in tegenstelling

            met de soldaten die erin zaten, niet beschermd was. Bovendien wisten we dat er

            nog Duitsers in Hombeek waren en er waarschijnlijk zou geschoten worden.

            Mijn broer was reeds meerdere jaren bij het geheim leger eigenlijk zonder weten

            van vader. Hij vermeed veel te vertellen omdat hij wist dat vader aan het hart

            leed. Bijna dagelijks had hij contact met Geerts van Leest.”                

 

1944 – 15 september – Schepencollege :

            Wijzigingen aan het bestaande politiereglement op het sluitingsuur.

            A. De openbare plaatsen waar men drank verkoopt zullen worden gesloten om

            21u30 ’s nachts en het blijven tot 06u00 ’s morgens.

            B. Alle verkeer op den openbare weg is verboden van 24 uur tot 5 u ’s morgens,

            zonder speciale toelating van het gemeentebestuur.

 

1944 – Na Londen werd nu ook sinds 13 oktober Antwerpen met vergeldingswapens

            bestookt. Het waren vliegende bommen (V1) en raketten (V2).

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 19:00 Reageer op dit bericht

1943 – 2 augustus : Emiel Vloebergh, Tisseltbaan 15 Leest en er geboren op 19 oktober

            1921, benoemd tot “tijdelijke 3de bediende voor de Ravitailleringsdiensten”.

            Maandloon : 1200 fr. (GR)

 

1943 – 6 september – Schepencollege :

            “...7e punt. Vergoeding uit te keeren aan de eigenaars van de opgeeischte

            rijwielen door de Duitsche Weermacht ingevolge de sabotagedaad op den

            spoorweg Mechelen-Dendermonde.

            Het College, handelende ingevolge het besluit van 28/5/1941, gezien de

            waarden van de opgeeischte rijwielen door de eigenaars werden bepaald bij hun

            inlevering, gezien er het noodige krediet voorhanden is, gezien er tot de

            uitbetaling dient overgegaan, overwegende dat de prijzen billijk zijn in

            vergelijking met de ingebrachte fietsen, besluit :

            de uit te betalen vergoedingen voor de opgeeischte fietsen worden vastgesteld

            als volgt :

            1. aan den heer Busschot A., Blaasveldstraat 5  1300 fr.

            2. aan den heer De Prins J.L., Bist 3   1500 fr.

            3. aan den heer Van Camp F., Juniorslaan 31  1300 fr.

            4. aan den heer Geens J., Juniorslaan 1,  1250 fr.

            5.  aan den heer Piessens L., Blaasveldstraat  1325 fr.

            Totaal : 6.675 fr

            Deze beraadslaging ter goedkeuring over te maken aan de Bestendige

            Deputatie.”

 

1943 – 24 september : In een van de grootste margarinefabrieken van ons land werd

            aangevangen met de fabricatie van margarine met koolzaadolie als grondstof.

            Dankzij de teelt van koolzaad zullen vijftien miljoen kg margarine in de negen

            volgende maanden verdeeld worden. (KH)

 

1943 – 11 november  : Bernard Erneman sneuvelt op zee.

 

1943 – Op 31 december telde Leest 1799 inwoners. 

 

1943 – Paard opgeeist door de Duitsers, Johnny kon het even goed !

            Jef Beullens, gemeenteraadslid en pachter van het “Hof ten Broecke” met zoon

            Torre, achter hun os Johnny.

            Jef Beullens kocht deze os te Overhespen bij Tienen nadat zijn paard door de

            Duitsers was opgeeist. Hij liet het dier via de trein naar Mechelen overbrengen.

            Johnny was zeer braaf en intelligent en heel populair bij de Beullens clan.

            Wanneer de os moest plassen, bij winterachtig weer, maakte dochter Pauline

            dankbaar gebruik van de kletterende warme waterstraal om haar handen te

            warmen.  

            Johnny stapte in 1944 met één zijner poten in een balein, liep een onsteking op

            en diende tot algehele spijt te worden afgemaakt.

            De slachter was Frans De Schoenmaeker, de vader van de bekende beroepsrenner

            en meesterknecht van Eddy Merckx, Jos.

 

Bij de foto’s :

-Zoon Torre en vader Jef Beullens achter de brede rug van Johnny de os.

-De hele familie Beullens-Robijns van het “Hof ten Broecke”.

Van l. naar r. : Sooi, Rachel, Louis, Jet, Frans, Marie, Roos en Torre.

Onderaan : Nie, vader Jef, moeder Marie Clementina en Pauline.

 



1104481-a1fd774b56511429b7f87778dd375d11.jpg

1104481-36904618764afd90a74d89c76e6ff828.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:40 Reageer op dit bericht

Foto: de Australische kapitein-piloot Cavanagh

 

1943 – Nacht 22/23 juni : Een Engelse Halifax-bommenwerper werd neergeschoten en

              kwam neer in de Tiendeschuurstraat kort bij de hoeve van Scheers: 7 slachtoffers.

 

            ’t Ridderke november 2010 : Oorlog in de lucht

 

Een vliegtuigcrash in juni ’43 op de grens van Hombeek en Leest

Bijzonderheden over deze raid

Datum : 22/23 juni 1943

Vertrekbasis : Lissett, Yorkshire, UK.

Eenheid : eskadron 158

Inzet : 557 vliegtuigen

Target : de stad Mülheim

Verliezen :  35 vliegtuigen en 198 manschappen

Bijzonderheid : de Halifaxbommenwerper JD259 werd door een jager afgeschoten en stort hier neer. De zeven bemanningsleden komen om.

Getroffen door : Oblt Willehm Telge.

Het neergeschoten vliegtuig betrof de Halifax JD259 van het 158ste eskadron en het werd ingezet op Mülheim aan de Ruhr. Volgens gegevens van de RAF was het de avond van 22 juni 1943 vertrokken om 23.09 uur van de basis Lisset (Yorkshire,Engeland) met zeven jonge bemanningsleden : zes Engelsen van de RAF en één Australiër van de RAAF.

Dat waren :

Flight Sergeant Leonard Ernest Cavanagh (kapitein-piloot),20 jaar, RAAF 415377.

Sergeant Robert James Sage (boordwerktuigkundige),21 jaar, RAF

Sergeant Thomas Ridley Forster (navigator),21 jaar, RAF

Flying Officer Daniel Valentine Elliott (bommenrichter), RAF

Sergeant Walter Richard Green (radio-operator en schutter),22 jaar, RAF

Pilot Officer Ronald Albert Charles Maund (schutter midden), RAF. Zijn lichaam werd pas weken later gevonden.

Flight Sergeant Oliver William Todd (schutter achter), RCAF

 

De lichamen warden gekist en op een Duitse legerwagen geplaatst. Een aalmoezenier las nog de gebeden. Dan werden ze afgevoerd.

De ganse crew van deze Halifax rust nu op het kerkhof Schoonselhof bij Antwerpen.

 

“In de vroege morgen die woensdagochtend warden we opgeschrikt door ongewone vliegtuiggeluiden. Niemand kan nog getuigen van een luchtgevecht maar volgens de oorlogsrapporten moet het zich boven ons hebben afgespeeld. Een Halifax op terugweg uit Mulheim, werd uit koers gedreven en achtervolgd door een Duitse Messerschmitt. Sommigen zagen nog het rokend vliegtuig dat in de lucht ontplofte en neerstortte tussen de Kapelseweg en Tiendeschuurstraat. Vanaf nu ervoeren we luchtoorlog anders, tastbaarder. Voor onze ogen lagen op bekende velden en akkers de verspreide brokstukken van deze kolos – een vliegend fort – maar ook de lichamen, jong, halfverkoold, dood.”

 

Mülheim

“Mülheim was die nacht aan de beurt gekomen en bestookt door 242 Lancaster-, 155 Halifax-, 93 Stirling-, 55 Wellington- en 12 Mosquitovliegtuigen. In dit derde bombardement werd de hele stad vernield in drie opeenvolgende golven.

…

De Britten rapporteerden dat de stad voor 65% plat lag. De brandweer bleef dagen nablussen. 1.630 huizen waren totaal vernield, 2.100 huizen moesten ontruimd worden zodat 40.000 mensen elders hun toevlucht moesten zoeken. Er waren ook 530 doden.

Het bombardement in Mülheim was om 1.30 uur afgelopen en één uur later werd de Halifax JD259 getroffen door een Duitse jager die opgestegen was van het vliegveld Venlo in Nederland op de Duitse grens.

De vliegenier Oblt. Wilhelm Telge van het eskadron nachtjagers II (NJG 1) schreef het neerhalen van deze Halifax op zijn palmares.

De Duitse jagers schoten diezelfde nacht niet minder dan 23 vlietguigen af.

Zowel een Duits Bericht als een RAAF-rapport geeft 2.30 uur op als tijdstip dat deze vlieger afgeschoten werd op 5 km ten westen van Mechelen. De Hombeekse ooggetuigen daarentegen geven een latere tijd. Deze Halifax is blijkbaar uit de koers van het eskadron gejaagd en nagezeten door de Duitse jager tot in Mechelen. De plaatselijke getuigen zagen geen luchtgevecht maar slechts het getroffen en rokend vliegtuig.”

…

Getuigenissen

“Brokstukken van de bommenwerper lagen sterk verspreid op de velden tussen de Kroningerhoeve van de familie Scheers in Leest en “het Hoefijzer” van de familie Onghena in Hombeek.

Yvonne Onghena woonde als jong meisje in de ouderlijke hoeve :

‘…het was zomer en heel goed weer, echt warm. Een groot stuk van de motor stak dwars door onze stal. We hebben de koeien er met veel moeite moeten onderuit halen. Een stuk vleugel stak in de weide achter ons huis. Daar rond en op vele plaatsen was het gras allemaal verschroeid. Eén van de Engelse piloten werd twee à drie weken later teruggevonden in een patattenveld van Fierens wat verder. Het lichaam was in ontbinding.’

Virginie Dons-Soli, woonde destijds als twintigjarige bij haar ouders op het Heike. Daar was die vroege ochtend het hele gezin naar buiten gelopen; ze vertelde :

‘Het was ongeveer 5 uur of 5.30 uur. We hoorden het vreemd geluid van het vliegtuig dat in moeilijkheden scheen te verkeren. Kort daarop was er een ontploffing. Ik heb met eigen ogen gezien hoe het vliegtuig in de lucht met een grote knal in een vuurbol veranderde en uiteenspatte. De brandende delen vielen wat verder neer overal verspreid.

Het grootste deel is kort bij de hoeve van Scheers neergekomen op een zo wat hoger gelegen weide kort bij de boerderij. In de voormiddag nog waren de Duitsers er bij en werden de dode piloten afgevoerd.’

Victor Van Hoof, later garde in Leest was er ook snel bij en getuigde :

‘In juni 1943 werd er in de Tiendeschuurstraat aan de hoeve Scheers, een Engelse Halifax-bommenwerper neergeschoten. Al de inzittenden werden hierbij gedood.

Het vliegtuig, een viermotor, lag in stukken uiteengespat. De stuurkabine lag tussen de hoeve Scheers en de woning van Em. Geets, een eind in het veld.

Zoals zovele souvenirjagers ging ook  ik om wat vijsjes en onderdelen. Terwijl ik op handen en voeten in die kabine bezig was wat los te prutsen werd ik toegebruld in het Duits. Ik moest de kabine verlaten met mijn handen boven het hoofd en mij als laatste man in de rij zetten bij andere souvenirzoekers.

Die Duitser,ik zal zijn kop nooit vergeten, hij zag opvallend scheel, begon iedereen  af te tasten en bij elk voorwerp dat hij uit de mensen hun zakken haalde, kregen die een ferme stamp of slag in hun gezicht. Ik dacht al aan mijn volle zakken en hoeveel slaag ik wel zou krijgen, doch terwijl hij bezig was slaagde ik erin om de meeste voorwerpen ongezien uit mijn zakken te halen en op de grond te laten vallen.

Toen het mijn beurt was had ik nog slechts enkele kleine stukjes in mijn zakken en ik kwam er vanaf met een slag in mijn gezicht. Doch toen ik wegging werd ik als laatste brutaal teruggeroepen en moest al de voorwerpen die hij uit de zakken gehaald had oprapen en terug in het vliegtuig gooien. Nadat dit gedaan was kreeg ik zo’n  slag in mijn rug van de kolf van zijn geweer dat ik minutenlang zonder adem zat.

Ik heb die schele eens goed bekeken en zijn gezicht in mijn geheugen geprent maar ik heb hem later noch in Duitsland, noch in enig krijgsgevangenkamp aangetroffen.’

Dat de militaire wacht niemand doorliet kan in de eerste momenten wel zo geweest zijn. Eens de dode lichamen van de piloten afgevoerd waren, kon men er volgens andere getuigen toch vrij rondlopen.

Frans Tersago :

‘We zijn als jonge gasten gaan kijken naar de brokstukken van dit vliegtuig. Die lagen ver verspreid over de velden. Een motor stak door de stal van Onghena. Het grootste wrakstuk lag verder naar Leest en daar zijn we niet bij geweest. Er waren Duitsers die de wacht hielden. De lichamen van de gesneuvelde vliegeniers waren in kisten aan de rand van de weg gebracht. Ze stonden juist voor de spooroverweg aan de Kapellebaan. Toen wij er waren, werd er een gebed uitgesproken door een Duitse aalmoezenier. Daarna werden de kisten op wagens afgevoerd.’

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:09 1 reactie Reageer op dit bericht

1943 – Op 5 april 1943 bleef Maria Ludovica Van Dam in een luchtbombardement te

            Oude God – Mortsel.

            Ze was te Leest geboren op 29 maart 1910 en was de echtgenote van Frans

            Eduard Vloeberghen.

            De weduwnaar bleef met twee kinderen achter : Jozef en Paula.

 

1943 – 26 april : De twintigjarige werkweigeraar en ondergedokene Albert De Wit uit de

            Boomkensstraat te Hombeek ging op tweede paasdag naar het bal te Leest.

            Bij een controle van de Duitse Feldpolizei kon hij ternauwernood ontsnappen.

            (KH)

 

1943 – Op Tweede Paasdag werd Frans Victor De Laet (°Leest 17/4/1923) door de

            Duitse Feldgendarmerie aangehouden en via Mechelen, Antwerpen naar Aken

            gevoerd. Van Aken ging het via Hannover naar Bremen waar hij in een lager

            genaamd Werkstättestrasse Bremen Hemelingen terecht kwam.

            In dit lager werd hij verplicht 10 uur per dag tewerkgesteld en dit met slechts

            200 gram brood per dag. ’s Middags was er nog een kom raapkoolsoep met af

            en toe een aardappel in, zijn ganse dagrantsoen. Als ze soms nog ’s nachts

            moesten werken kregen ze niets meer. De levensomstandigheden waren

            erbarmelijk.

            (VVH)  

 

1943 – 3 mei – Schepencollege:

            Gunstig advies werd uitgebracht aan de vraag van Leonard Lauwers uit de

            Juniorslaan tot het uitbaten van een meelmaalderij.

 

1943 – 24 mei – Schepencollege :

            Meester De Leers bedacht met een tuchtstraf.

            “...Gezien het bewaar ingediend bij de hoogere overheid door Mevr. Van Baelen,

            kuischvrouw der gemeentelijke jongensschool, waarbij de heer De Leers

            aangeklaagd wordt slagen te hebben toegebracht aan haar zoon Lodewijk.

            Gezien het onderzoek ingesteld door den heer Troch hoofdinspecteur bij het

            Ministerie van onderwijs...

            Gehoord den heer De Leers, wiens verklaringen luiden als volgt :

            ‘Dien zelfden morgend voor de school vraag ik aan kleine Van Baelen of de

            moeder de stoof kan aansteken. De kleine antwoordt : dat moet ge maar aan den

            burgemeester vragen. Om deze onbeleefde woorden, heb ik hem een straf

            gegeven van 25 maal ik moet beleefd zijn. De kleine is op de koer tusschen de

            kinderen gaan staan. Dan heb ik hem bevolen naar de klas te gaan, waarop hij

            weigerde (de plaats waar hij zich bevond was onder het afdak).

            Dan heb ik hem nogmaals aangedrongen en heb den jongen bij den kraag

            genomen en ben er naar de klas meegegaan zonder te slaan en zonder bril te

            laten vallen. Vermits zijn lei niet in mijn klas was, maar wel in de klas van den

            heer Selleslagh, kon hij in mijn klas zijn straf niet schrijven. Daarop is hij naar de

            klas van meester Selleslagh gegaan, zoo kalm en zoo braaf als andere kinderen.

            Hij is zijn straf beginnen te schrijven. Kort daarop is zijn moeder binnengekomen

            en  heeft hem verboden van zijne straf te schrijven.

            Ik heb aan de moeder den uitleg verschaft waarom hij moet straf schrijven.

            Zij heeft toen kunnen zien dat de kleine zijn bril op had en nogmaals verbood zij

            hem de straf te schrijven. Daarop heeft zij de school verlaten.

            Tijdens den tijd van de uitspanning bleef de kleine zijn straf schrijven.

            Ik heb hem de volgende vraag gesteld. Lowieke hebt u misdaan ja of neen ?

            De kleine antwoordde : ja, ik heb misdaan, en heeft dan met vreugde zijn straf

            geschreven.

            Na dat ik de klas verlaten heb, ben ik eenige ogenblikken van de koer geweest,

            terwijl de twee onderwijzers op de koer waren. Gedurende deze enkele

            oogenblikken is vrouw Van Baelen wederom op de koer gekomen. Moet de klas

            binnengegaan zijn en heeft haar kind komen halen.

            Ik heb aan de meesters gevraagd waar die kleine was. Geen der twee meesters

            hebben de vrouw zien aankomen. Volgens hun verklaring hebben ze de vrouw met

            een oogwenk gezien met den kleinen erbij. Den volgenden morgend stonden de

            kinderen op het Dorp bij vrouw Van Baelen, acht uur en een kwart.

            Ik heb de kinderen naar de school doen komen, Van Baelen Lodewijk was niet in

            de school. Aan zijn broertje heb ik gevraagd waar hij was. Deze zegde zonder op

            mijn vraag te antwoorden, moeder zegt dat ge den bril van onzen Louis kapot

            geslagen hebt. Des namiddags heb ik daarover vrouw Van Baelen aangesproken

            en gezegd : ge hebt door uw kind doen zeggen dat de bril van uwe zoon kapot

            was. Dat is een leugen. Waarom komt uwe kleine naar de school niet.

            Daarop antwoordde ze : zoo lang meester Huysmans in de school niet is, komt

            hij naar de school niet, en daarbij hij is al 14 jaar oud, ge hebt er niets meer aan

            te zeggen (en moet niet meer gaan). Daarop heb ik verklaard dat ze heel

            voorzichtig moest zijn en dat ik haar moest aanklagen.

            Ja, dat zult ge doen, om ons te tergen.

            Daarop heb ik geantwoord ik kan niet dulden dat ge kinderen op de straat

            aanrandt om ze alzo op te stoken, en zaken te zeggen die niet waar zijn.

            Doe wat ge kunt, ik zal het mijne ook wel doen, heeft ze hierop geantwoord.’

            Bij geheime stemming besloot het college meester De Leers een tuchtstraf op te

            leggen van een dag schorsing met verlies van wedde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:01 Reageer op dit bericht

Foto :  

Een vertrouwd figuur te Leest. Met zijn tractor haalde Faroke de melk op bij de Leestse boeren.

 

1943 – 12 februari : Aan de vergadering van aandeelhouders van de Blaasveldse

            Zuivelfabriek Sint-Jozef werd een lijst bezorgd met de namen van 151

            melkproducenten,  die bij de melkerij waren aangesloten en waar zij een aandeel

            onderschreven hadden van 500 fr.

            De Leestenaars op die lijst :

            Adriaenssens Willem Alfons, Tisseltbaan 27.

            Apers Jozef Albert, Mechelbaan 4.

            Busschot Gaston Emiel, Blaasveldstraat 6.

            Busschot Prosper, Blaasveldstraat 7.

            De Bondt Leon Theofiel, Tisseltbaan 25.

            De Muyer Leonard, Grote Heide 18.

            De Rooster Antoon Lodewijk, Blaasveldstraat 24.

            De Rooster Willem, Warande 11.

            De Schoenmaecker Jan, Hertstraat 4.

            Fierens Victor, Tisseltbaan 21.

            Geets Edward, Tisseltbaan 16.

            Lauwers Frans Leonard, Tisseltbaan 25.

            Maes Jan Baptist, Grote Heide 14.

            Maes Theofiel, Tisseltbaan 52.

            Muyldermans Lodewijk Jaak, Oude Tisseltbaan 53.

            Neefs Victor, Mechelbaan 5.

            Schaerlaeckens Jan, Kapellestraat 2.

            Schaerlaeckens Filip Victor, Blaasveldstraat 17.

            Spruyt Hendrik Petrus, Vinkstraat 2.

            Van den Brande Alfons, Tiendeschuurstraat 17.

            Van den Brande Kamiel, Kapellebaan 158 B.

            Van den Heuvel Hendrik Albert, Hertstraat 2.

            Van den Heuvel  Jan Baptist, Tisseltbaan 29.

            Van Linden Karel, Hertstraat 3.

            Van Roey Frans, Tiendeschuurstraat 6.

            Verbruggen Karel Lodewijk, Heihoek 1.

 

            In 1945 telde Leest 36 aandeelhouders en in 1947 66.

            In 1948 telde de zuivelfabriek 127 melkleveranciers uit Leest.

            (“Blaasveld en de zuivelfabriek Sint-Jozef” – Karel De Decker)

 

1943 – 5 maart – Gemeenteraad :

            Vanaf 1/1/1943 wordt de vergoeding van de veldwachter voor zijn politiehond

            op  600 fr per jaar gebracht.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:56 Reageer op dit bericht

1942 – Frans Geerts ("Frans van de Fijne", zie foto onderaan) uit de Scheerstraat diende
              een “contract voor
levering van late aardappelen” af te sluiten met zijn
              schoonvader (Edward Soli) 
teneinde die vruchten van Hombeek
naar Leest te krijgen.

 

1943 – “...Tijdens de tweede wereldoorlog, en wel in 1943 werden ook te Leest de

            kerkklokken weggehaald ; zij wogen respectievelijk 928 en 234 kg.

            De derde klok was gebarsten en bleef ter plaatse...”

            (Luc in DB- 1977, “Uit de oude doos, onze klokken”.)

 

                                                     Klokkenroof

“Gedurende de tweede wereldoorlog haalde de Bezetter twee klokken uit onze toren om ze tot kanonnen om te gieten.  Na de oorlog werden drie nieuwe klokken aangekocht, want onze derde klok was ondertussen ook gebarsten.

…

Over de vroegere klokken kunnen we wat meer vertellen aan de hand van kerkrekeningen uit 1610 en 1649.

Zo weten we dat de “kerckmeesters hebben doen gieten bij Hans Van den Gheyn clockgieter te Mechelen twee clocken, wegende saemen 825 pond voor de somme van 350 gulden

12 stuyvers”.

Deze rekening werd achteraf voorgelegd aan de abdis van Kortenberg die voor onze parochiekerk moest instaan, maar blijkbaar niet scheutig was om te betalen.

Ze verloor echter het proces en betaalde tenslotte de som af in zes betalingen.

In 1606 waren de rekeningen vereffend.

Veertig jaar later, onder pastoor Van Hanswijck, was één van deze twee klokken gebarsten. Ze werd hergoten en er werd een derde klok aangekocht. Daartoe werd in 1649 voor 1617 gulden aan klokspijs uitgegeven en 385 gulden aan Petrus Van der Gheyn betaald voor het gieten van de twee klokken. De grote klok woog 2.087 pond en de middelbare 1.305 pond.

De verdere geschiedenis van deze drie klokken lezen we tussen de aantekeningen van Pastoor De Heuck :

-de grootste klok (uit 1649) barst op 19 september 1788 bij de lijkdienst van Joannes Bulens. Ze wordt hergoten op kosten van de abdij van Kortenberg, ditmaal zonder discussie. Het is de zogenaamde “Tiendenklok van Leest” : Andreas gewijd op 19 januari 1790.

-de twee klok (eveneens uit 1649) barstte in 1739 en werd hergoten door Lambertus Franquin uit Mechelen, op kosten van de parochie. Ze werd gewijd op 11 december 1739 en kreeg de naam Maria.  Roger Willem Borguelmans, meier van het distrikt Mechelen was peter en Amelia Reyntjens, echtgenote van Philippus Fierens was meter.

-de kleine klok “St.Nikolaes” uit 1608 hing gebarsten in de toeren toen ze op 19 januari 1790 door Jacobus Joannes Van de Voerde, Carolus Jozef Peeters en Carel Van Asch in ’t geheim werd in stukken geslagen, omdat de pastoor De Heuck weigerde de klok te laten hergieten op de kosten van de kerkfabriek.

Onder pastoor Joris werd op Kerstdag 1861 andermaal een klok gewijd. Ze kreeg de naam “Jozef”.

Willem Devens uit Antwerpen was peter en Petronilla P.E. Leenaerts, vrouw van burgemeester en dokter Voet was meter.

Deze klok werd gegoten bij Van Aerschot te Leuven.

(LG, blz43 en 44)

 

Frans “Susse” Teughels in De Band mei 1978 : Dat is nu geen klokkenluiden meer !

“k Zie ze nog aankomen, op hun fiets : drie bonken van mannen, met daarbij Louitje, een wat oudere vent, heel tenger. Ze gooiden hun fiets tegen onze gevel. Louitje ging bij Fons binnen om het kruis te halen : Fientje van op de Heide was namelijk gestorven, en het was een oude gewoonte dat de naaste gebuur het kruis kwam halen om het tegen het sterfhuis te plaatsen en dat hij dat kruis zou dragen tijdens de laatste tocht naar de kerk en het kerkhof.

De drie sterke mannen zouden Fons helpen bij het luiden van de klokken.

Het was een ware kunst : eerst de klok in beweging brengen, en dan driemaal met een korte ruk tegenhouden. Zo gaf de klok driemaal een korte slag. Vervolgens werd een Weesgegroet gebeden en dan herbegon het kleppen, zo driemaal achter elkaar, voor het Angelus.

Nadien begon het luiden voorgoed.

Was er een man gestorven, dan werd aangevangen met de grote klok, voor een vrouw met de kleine. Dat luiden duurde een vijftal minuten.

Het uitsterven gebeurde zoals de aanvang : voor een man werd de grote klok laatst geluid, terwijl een vrouw zich moest tevreden stellen met de kleine. En dan zo rap mogelijk om een pint, want gewoonlijk stonden die mensen te dampen van het zweet. Normaal gingen ze eerst bij Fons binnen, en dan, om het relaas van het afsterven te vertellen en aan te dikken, in de andere herbergen, één voor één.

Nu is dit allemaal verleden tijd !”

 

1943 – 18 januari : Symons Guillaume, geboren te Leest op 20 januari 1885 en

            wonende Scheerstraat nr. 8 benoemd tot grafmaker in vervanging van

            Pieter Spruyt en Alfons Scheltiens, ontslagnemers.

            Vergoeding :  - als grafmaker : 50 fr per graf of put.

                                   -als kerkhofverzorger een jaarlijkse vergoeding van 1.000 fr.

 

1943 – 18 januari : De weduwe Verbeeck-De Maeyer, Tisseltbaan 20 kreeg een gunstig

            advies op haar vraag “tot uitbating van een wagenmakerij met elektrische motor

            en werktuigen.” (GR)

 

1943 – 29 januari : “Een ingenieuze uitvinding. Er worden thans onverslijtbare banden

            voor de fiets gemaakt in kurk, belegd met een laagje rubber. Ze wegen 700

            gram.” (KH-GvM)

 

1943 – 1 februari : De koolzaadteelt wordt verplicht gemaakt voor landbouwbedrijven

            van meer dan 5 hectare. Ze zullen minimaal 6% van de bebouwde oppervlakte

            in koolzaadteelt omzetten. De overtollige weiden moeten naar landbouwgrond

            omgebouwd worden. (KH)

 

Bijvoegsels:

-het contract van Frans Geerts voor de overbrengst van zijn aardappelen.

-Frans Geerts tijdens de mobilisatie.

-afscheid van de grootste klok. Links José Croes (“José van Sinne”), rechts een dochtertje van dokter Stuyck. (foto : Eduard Geerts)



1104433-afa8ff28f1875f41ba196435a08962be.jpg

1104433-d75cde8616e1b00f690531a8bcb592e3.jpg

1104433-277f85f06292bff94d7884a877b142db.jpg

1104433-0fc62301b7a0109cf1389db439182c81.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:48 Reageer op dit bericht

Foto: de Gemeentelijke Jongensschool in ’42.

Boven, vanl. naar r. : Tony Teughels, Egied Robeyns, Louis Publie, Marcel Piessens, Frans Verschuren, Frans Huys, Jozef Vloeberghen.

 

Midden : Meester Huysmans, August Fierens, Alfons Mertens, Francois Publie, Frans Vloebergh, Alfons De Cock, Marcel Diddens, Marcel De Wit en meester De Leers.

 

Onder : Frans Spruyt, Louis Verbruggen, Alfons De Hondt, Jan Geets en Alfred De Bleser.

 

“We zijn volop in de oorlogsjaren : de tijd van de “slodderbroeken”, de tijd ook van voedselschaarste en “Winterhulp”.

Elke voormiddag kregen de kinderen een wortel of een paar sojakoeken, een lepel levertraan en een paar tabletten vitaminen. (“Als we straf stonden moesten xe met de doos vitaminen boven onze kop staan…)

Het was ook de tijd van energiebesparing : slechts in twee klaslokalen van de vier werd er vuur gemaakt. Twee studiejaren kregen les in de voormiddag en de twee andere in de namiddag : voor de leerlingen betekende dat slechts een halve dag school.”

(LG, blz.157)

 

1942 – 13 juli : Juliaan Geerts legde in openbare vergadering de eed af als nieuwe

            schepen : “Ik zweer getrouwheid aan den Koning, gehoorzaamheid aan de

            grondwet en aan al de wetten van het Belgische volk”. (GR)

 

1942 – 15 augustus : Smokkelaars gevat.

           “Er werd gemeld dat smokkelaars hun waar vervoerden op de weg van Leest naar

            Hombeek, doch ze hadden lont geroken en waren niet te zien.

            ’s Anderendaags in de morgen gingen twee controleurs met de veldwachter zich

            verdekt opstellen. Ditmaal moesten ze niet lang wachten of twee personen

            verschenen per fiets, ieder met ongeveer 75 kg aardappelen. Toen ze de

            controleurs zagen, lieten ze hun smokkelwaar in de steek en vluchtten weg.

            Een achtervolging werd ingezet en spoedig waren ze ingehaald. Het waren de

            gebroeders C. Uit de Pikkerie. Een huiszoeking leverde nog de vrucht op van

            1.000 kg aardappelen die werden aangeslagen met de fietsen.” (KH-GvM)

 

1942 – 24 augustus : Gemeenteraad : “Aannemingscontract der aangenomen

            bewaarschool”.

 

1942 – 1 september :  “Mevrouw Van Baelen, geboren Spoelders Maria Theresia

            Joanna, geboren te Thisselt den 4 maart 1906, wonende Kouter 4, benoemd

            tot kuischvrouw der gemeentelijke scholen.”

            De vergoeding toegekend per klas bedroeg 250 fr en 200 fr voor de toiletten,

            hetzij samen voor zes klassen en twee toiletten 1700 fr per jaar. (GR)

 

1942 – 8 december – Gemeenteraad : “Politiereglement op het sluiten der

            winkelinrichting.”

 

1942 – 22 december – Gemeenteraad : “Politiereglement op het wegruimen van

             sneeuw”.

 

1942 – Op 31 december telde Leest 1790 inwoners.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:33 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten